
Weer terug uit Gent, waar wij een paar “klerenwinkels” (niet echt heel fanatiek) hebben afgestruind op zoek naar koopjes. Ik heb mij een paar nieuwe schoenen aangeschaft en een bloesje, uit de nieuwe collectie en m’lief een jeans en een mooie trui. Ook nog koffie gedronken bij Pi oftewel 3.14 een koffiehuis op de Groentenmarkt. En ‘s avonds Spaans gegeten in het Spaans Huis. H.G.S. gehad en ook nog gedroomd over paaseitjes (?) En vooral over de irritante papiertjes er om heen, die ik in mijn droom niet open kreeg….. Maandag was er verlossing en had ik dan eindelijk die “date” met de tandarts, m’Lief stond er op met mij mee te gaan. (Om mijn hand vast te houden) En al ben ik al lang niet meer bang voor de tandarts zoals vroeger toen ik nog een kind was, toch heb ik, gezeten in die stoel, nog steeds enigszins het gevoel aan de goden te zijn overgeleverd.
Ik herinner mij nog hoe ik op de lagere school kennis maakte met het fenomeen schooltandarts. En hoe wij toekeken toen tijdens het speelkwartier er in het leraren kamertje een tandarts stoel werd neer gezet en wij ons afvroegen wat er allemaal ging gebeuren. En hoe later tijdens de les de rust werd verstoord door twee binnenkomende vrouwen in het wit met metalen bakjes. Eén voor één moesten wij naar voren komen en onze mond open doen, dan werd er door de zwijgende nors kijkende vrouw met een spiegeltje in je mond gekeken en met een haakje in je tanden gepeuterd. Waarop ze iets naar de andere vrouw mompelde die vervolgens aantekeningen maakte op een kaart met de afdruk van een gebit erop. Had je geluk, dan was het “half jaar” had je minder geluk dan was het “B B”. Dat betekende: binnenkort boren! En dan moest je die stoel in, in het lerarenkamertje. Waar anderen je al voor waren gegaan en naar buiten kwamen, huilend van ellende en met de vreselijkste verhalen en dan was het mijn beurt. Zonder verdoving, zonder mijn lieve moeder, zonder enige vorm van voorlichting over wat er allemaal zou gebeuren beleefde ik voor het eerst van mijn leven de pijn van het boren.