gemist


Er stapt een vrouw in de bus. Ma Flodder in hoogst eigen persoon vergezeld door een stel kleine flodders. Een van de kinderen, een jochie van een jaar of zes naar ik schat aan de ontbrekende voortanden, doet het waarschijnlijk nog in zijn broek, te horen aan de honende opmerkingen die zijn twee broertjes, zusje en zijn moeder maken. De laatste zou toch beter moeten weten, denk ik dan. Hij wordt bespot, uitgelachen, uitgescholden en vernederd. Het kind kijkt schuw naar beneden . Ik heb met het ventje te doen. En ik erger mij aan het wijf dat voor zijn moeder doorgaat. (Tegenwoordig heb je voor alles een diploma nodig. Zelfs indien je een carrière als schoonmaakster ambieert moeten er testen afgelegd worden. Hoe belangrijk is het immers om te weten of je beneden begint, ergens in het midden, van boven of toch maar ergens van onderen.) Maar ik ben laf, zoals de andere mede busreizigers die voor zich uitkijken en niks horen. Bang voor een grote bek van het lelijke wijf met haar lelijke smoel. Zo van: “Waar bemoei jij je mee, trut? Et de quoi je me mêle?” Ik hou lafhartig mijn mond…
En natuurlijk rijdt de trein net weg van het perron...


