Het weerzien na 50 jaar: de kapel
Binnen begroeten vier vrouwen elkaar. Ik voel me wat verloren alleen. Eén van hen kijkt op … ik herken dat gezicht precies, alleen wat ouder geworden. En ja hoor. Onmiddellijk word ik opgenomen in het groepje, zoenen, vrolijkheid en voor ik het weet ben ik weer ‘binnen’. We moeten niet zoeken naar woorden, wel een beetje uitkijken naar de anderen van de klas.
We komen terecht in de gang die naar de kapel leidt: straks wordt daar een aperitiefconcert gegeven. Daar komt M. aan, die herken ik, want ze is na haar bezoek aan Tremartre bij ons thuis geweest, samen met C. Zoenen, nog meer gebabbel, nog anderen sluiten aan. We dienen ons even aan te melden bij de organisatoren om onze aanwezigheid te bevestigen. We lopen door tot bij de tafel. De kapeldeur staat open en als een schok treft me dat. Na mijn inschrijving loop ik naar de kapel: er is niets veranderd, alleen is het vroegere altaar, waar de priester met zijn rug naar het publiek stond vervangen door een iets moderner waarbij de priester naar de aanwezigen kan kijken. Een felrood tabernakel en een modern kruis zijn ook nieuw.
De muurschilderingen in het koor kregen we dagelijks onder ogen. In de linkse schildering is een kind te zien met ouders die naar de tempel gaan. Vermoedelijk de uitbeelding van O.L.V. presentatie. Het apocriefe evangelie van Jacobus uit de tweede eeuw vertelt dat Maria op de leeftijd van drie jaar door haar ouders naar de tempel werd gebracht waar ze toegewijd (gepresenteerd) werd voor de tempeldienst. Rechts zie je Maria die een bezoek brengt aan haar nicht Elisabeth, toen deze zwanger was op hoge leeftijd van een zoon die later Johannes de Doper zou worden. Natuurlijk merk je niets van de zwangerschap van Elisabeth: de kleding was altijd zeer verhullend. Waarschijnlijk dienden de schilders eerst een opleiding te volgen in ‘draperieën’ schilderen om nadien mooie plooien in de kledij te kunnen aanbrengen. Het middentafereel toont Jezus, omringd door zijn discipelen, de armen wijd gespreid. Ik weet dat ik daar niet goed naar kon kijken, omdat die houding zo vermoeiend was. De figuur op de voorgrond, die geknield voor Jezus zit, is een vrouw. Wellicht Maria Magdalena. De mannen mogen rechtop zitten en luisteren. De positie van de vrouw spreekt boekdelen: totale onderwerping. Het maakt me opstandig dat we dat ‘vrouwenbeeld’ toen en nu door zo’n muurschildering nog voorgeschoteld krijgen: de ‘gehoorzaamheid’ werd er toch ingeramd.
Ook de houten banken, bestemd voor de leerlingen, staan er nog, alleen is het kussen op de knieplank vervangen door een rood kunstleren exemplaar, vroeger was het groen en in fluweel dacht ik. Ik heb de indruk dat de banken verder uit elkaar staan, maar dat zal maar een indruk zijn. Ook de stoelen naast de banken bleven overeind. Daar zaten de zusters op. Maar nu is achter de knielstoel een zitstoel geplaatst. Ik herinner me niet dat dit vroeger ook zo was. Op het oksaal hoor ik iemand repeteren voor de uitvoering van straks. Daar zaten vroeger ook zusters.
Ik verlaat maar vlug dit weerzien en de herinneringen die opduiken. Ik kom terug in de groep terecht die ondertussen aangegroeid is. Opnieuw kennis maken. Ik zoek mijn geheugen af naar de gezichten van vroeger die bij het huidige horen. Tot we worden gevraagd om plaats te nemen om het concert bij te wonen.













