Een standbeeld voor Maria


In de laatste mail naar Maria beloofde ik voor haar een standbeeld op te richten. Omdat ik niet in steen kap, zal ik het met woorden moeten doen … en op mijn spelling passen.
Maria is een vriendin van Karel. Hun families hadden nauwe banden. Karel probeerde in Antwerpen bij zijn lessen Latijn en Grieks het niet beter te weten dan de leraars. Wat was hij toch een vreemd jongetje. Veel te slim, zeker voor zijn leeftijd … en hij hield het niet voor zich. Leraren die een kind dat slimme vragen stelde konden waarderen (die zijn er ook) konden met Karel alle kanten uit. Wie die veelvrager vermoeiend vonden waren te beklagen. Het was een hebbelijkheid die hij al manifesteerde aan de rokken van zijn moeder. Het arme mens had er een dagtaak aan om de vragen van haar jongste zoon op voor hem voldoende wijze te beantwoorden.
Omdat het college in Eeklo niet meer aangepast was voor zijn onrustige geest verhuisde hij naar Antwerpen en daar bloeide hij open. In het weekend ging hij naar een bevriende familie: inderdaad bij de ouders van Maria. Hoewel daar al een bende kinderen aanwezig was: zeven eigen kinderen en vaak nog vriendjes en vriendinnen, kon die jongen er nog wel bij. De moeder van Maria was gekend om haar ‘open deur’ en aan tafel was er altijd nog wel een extra plaats bij te maken: iedereen diende maar wat dichter bijeen te schuiven. Denkelijk heeft Maria dat van haar moeder geërfd: iedereen weet dat het bij Maria een zoete inval is en wie langskomt … een kop koffie is zo gemaakt. En bij die kop koffie hoort ook een babbel en daarmee gezelligheid.
Sindsdien kunnen Maria en Karel het goed met elkaar vinden, maar ieder gaat zijn weg en verliest de ander een beetje uit het oog. De families houden nog wel contact en daardoor weet je van het trouwen, kinderen krijgen en alle akkefietjes die het leven kleur geven.
Ondertussen heeft Maria het diploma van onderwijzeres behaald en gaat aan de slag. Hoeveel generaties kinderen heeft zij leren lezen, rekenen … en breien niet vergeten.
Ze verloor plots haar man. Toen ze op pensioen ging leerde ze met de pc werken. Echt iets voor haar. Was er niemand op de koffie, dan maar e-mailen. Tussen door zocht ze ook wat op internet, ontdekte Karel zijn blog … hé, ben jij Karel van toen? Sindsdien is de jeugdvriendschap uitgegroeid tot een diepe warme vriendschap. Ik leerde Maria ook kennen … en meteen konden we het erg goed met elkaar vinden.
Maria leest de blogs … en Maria zou Maria niet zijn als haar ‘beroepsernst’ niet boven kwam drijven. Met haar allesziend arendsoog ontdekt ze de grote en kleine fouten. Vooral de spellingsfouten (je mag ook spellingfouten schrijven) moeten eraan geloven. En keer op keer tikt ze me op de vingers als ik ergens weer een dt-fout gemaakt heb. Wanneer ik een mail van Maria zie verschijnen voel ik het schaamrood al naar mijn wangen stijgen: weer een blunder die wordt aangeklaagd. Dat aanklagen gebeurt met zoveel verve dat ik soms zit te schateren van plezier achter mijn toetsenbord. Want naast een kritisch oog heeft Maria enorm veel zin voor humor, ook met woorden. Ik bewaar al haar e-mails: grote en kleine parels van vriendschap. Ik ben een slechte leerling, ik weet het. Toch gebruik ik de spellingscontrole, lees ik mijn teksten nog eens extra na om te vermijden dat Maria weer in actie moet schieten. Maar helaas …
Met deze blog wil ik Maria bedanken voor haar onuitputtelijk geduld om haar hardleerse leerling toch te blijven volgen, op fouten te wijzen … en te overstelpen met vriendschap. Aan haar tafel is er altijd plaats. Dank je wel Maria












