Dag huis
220616 Dag huis
Ik kijk even rond: dit was het koertje waar we als kind onze fiets stalden tegen het schuurtje dat vroeger al werd afgebroken, waarna we ‘voeten vegen’ hoorden voor we naar binnen gingen.
We stappen het huis binnen. Alles wat nog bruikbaar is weggehaald … maar de gordijnen hangen nog voor de ramen, net of de bewoners pas vertrokken zijn en de achterblijvers naroepen: vergeet de deur niet te sluiten.
In dit lege huis zie ik in mijn herinnering nog de meubels staan. Ik vraag aan mijn neef naar de juistheid van mijn herinnering: is dat muurtje niet bijgebouwd en waar is de voute naartoe? Ja, daar is een muurtje bijgekomen om de ruimte wat kleiner te maken, dan moest er niet zo fel gestookt worden in de winter. En de voute werd opgeofferd voor een badkamer
Langs een erg steile trap bereiken we de zolder die gans het huis overdekt. In de muren staan kleine vensters. Vroeger waren er houten schotten aangebracht zodat er toch wat privacy was voor de zeven opgroeiende kinderen. Ik denk dat mijn vader ooit vertelde dat ze met zijn tweeën in één bed sliepen en de zus kreeg een kamer apart.
Zelf heb ik mijn grootvader hier weten liggen toen hij ziek werd. Later is hij naar beneden verhuisd en heb ik hem nog komen ‘een kruisje geven’ toen hij gestorven is.
Het gebinte van het dak is nog in prima staat: inderdaad, mijn grootvader verkoos degelijk materiaal te gebruiken en na meer dan 85 jaren blijft het stand houden. De balken passen, na al die jaren, nog zo mooi in elkaar: degelijk vakwerk kan me echt ontroeren.
Dan bedenk ik weer hoe een gezin met zeven opgroeiende kinderen, hier onderdak vond. Hoe kan ik aan mijn kinderen uitleggen hoe ‘anders’ het vroeger was. Niet dus. Voor hen is het evident dat er water uit de kraan komt. De kinderen die hier opgroeiden moesten zich ’s morgens wat wassen aan de ‘pomp’ … ik weet niet of die pomp binnen of buiten stond. Gezien mijn grootvader een vooruitstrevend man was, zal die pomp wellicht al binnen gestaan hebben, of toch onder een afdak.






