Respect
Moeten ze voor U rechtstaan op de tram omdat u oud bent? Voor mij niet, want ik wil niet oud zijn, dan ben ik beledigd. Niet doen dus, U mag rechtstaan voor mij als u me kent, weet dat ik gans mijn leven heel veel gewerkt heb, het met alle mensen goed voor heb, ze veel geholpen heb uit vriendschap en niet voor geld. Sta uw plaats af aan mensen die moeilijk te been zijn en aan een zwangere vrouw.
U moet U moeder graag zien, niet alleen omdat het je moeder is maar omdat ze gedurende al die jaren altijd in de weer is geweest voor U en steeds het beste voor je wilt. Ze is ongerust als U wat lang wegblijft en hoopt dat U een goed mens wordt en er alles aan doet in het leven. Als ze vind dat haar stuk vlees uit de pan bij het avondeten groter is en het toch aan U geeft, die altijd voor je opkomt, ook als U ze ontgoocheld. Die U vriendje of vriendinnetje tolereert, ook al weet ze dat het een tuttebel is of een nietsnut en hoopt dat het niets wordt, want ‘mijn kind, schoonkind’. Die aanvaard dat U het ouderlijk huis aanziet als een HOTEL en ook niets zegt als U er een MOTEL van maakt.
Daarom moet U haar graag zien.
U moet U vader graag zien niet alleen omdat het je vader is maar omdat hij je beschermd en je alles kunt leren van hem. Hij die je een goed leven wil geven, die de centjes moet vergaren om aan al je grilletjes te kunnen voldoen. Die ervoor zorgt dat je fiets in orde is hoewel ge dat perfect zelf kunt, maar er te lui voor bent. Die zich al eens inhoudt en U juist geen draai om je oren geeft als je het ettertje uithangt als U vind dat op een ander alles beter en mooier is dan thuis. Die fier is op u als je goed werkt maar het niet zegt, die blij is als U blij bent.
Daarom moet U hem graag zien.
U moet U grootouders niet alleen graag zien omdat het de ouders zijn van je vader en moeder, je sponsors, maar ook omdat ze gezorgd hebben dat U ook goed wordt opgevoed, in weelde en liefde.
“Ne vriend van mij zitten samen in het café en hebben steeds een goede babbel”, hoor ik soms zeggen. Voor mij is dat een cafékennis, dat heeft niets met een vriend te maken. Als u met mensen samenwerkt, dán weet u pas hoe ze zijn. Aan den toog en op feesten zijn het allemaal supermannen. Ik was ooit mijn dak aan het leggen toen die zogezegde vrienden er voorbijreden zonder te stoppen, en dat noemt zich vrienden! Ga toch weg, schijnheiligaards! Ja, ik had al veel gedaan bij hun, ze hadden nu blijkbaar geen tijd, zelfs niet om even te stoppen, ik zou misschien gevraagd hebben om te helpen, ik dus bij hen ook niet meer.
Laten we nuanceren: het kan niet altijd in evenwicht zijn en ieder zijn stiel, en de ene is handiger dan de andere. Ik ben misschien wat scherp deze keer maar als die jonge kerels op de tram hun voeten op de stoel ertegen over leggen zodat er niemand op kan zitten, zoals men mij onlangs vertelde, en er toen niemand iets durfde zeggen uit vrees voor de gevolgen, denk ik: zijn die THUIS ook zo?
Tot gauw
rocor





















2 reacties op dit bericht
Voor de zoveelste keer...
Tot op heden heb ik misschien geluk gehad en nog nooit een opdoffer ontvangen, de kans zit er altijd in, doch de wijze waarop je mensen aanspreekt op hun gedrag maakt veel uit. Wanneer ik onbetamelijk gedrag van een groepje jongeren op straat zie of in de bus spreek ik hen wel rustig aa en steeds in mijn “beste “ Nederlands. Gevolg; uitlatingen en verwijten in het platste dialect en dan vraag ik zo vriendelijk en beleefd mogelijk of ze Nederlands willen spreken, want ik begrijp hen helemaal niet en er niets vervelender is dan mensen die elkaar niet kunnen begrijpen terwijl ze toch verondersteld worden dezelfde taal te spreken. Roger geloof het of niet, doch negen op de tien keren pakt dit systeem, evenzeer tegenover volwassenen want niemand wordt graag in het openbaar in z’n blootje gezet. Vanmorgen stond ik aan de verkeerslichten wachtend op groen licht om de zebrapaden over te steken, naast mij een oudere heer op de fiets. Er kwam inderdaad uit beide richtingen geen wagen aan, enkel een motorfietser en de heer wou oversteken ondanks het rode signaal. Ik heb heb toen teruggetrokken aan het zitstoeltje van de fiets. De man wist niet wat hem overkwam en vroeg me of ik “zot geworden was” met nog enkele verwensingen erbij. Ik heb hem gewoon heel beleefd en rustig gewezen op de verkeerswetgeving en hem de vraag gesteld of hij akkoord ging dat mensen van onze generatie aan jongeren toch het voorbeeld moeten geven er stonden immers een drietal schoolgaande kinderen naast mij. Gevolg: de fietser zo rood als een tomaat maar braafjes wachtend en de schoolkinderen aan het giechelen. Lesje geleerd, tenminste voor heel even, maar toch…
Vriendelijke groetjes van Trucker_John