Op de Sinksenfoor

Ben ik verschoten zeg, van die tuigen die daar staan! Die zijn nu zo spectaculair, dat moet nogal een investering geweest zijn. Er was een wiek bij van 75 meter hoog, die zwaaide tegen 125 km. per uur, ik zou er niet in durven. Je mag zeker geen hoogtevrees hebben, oud worden zeker? Het rad blijft altijd sensationeel van op die hoogte ‘t stad bekijken, ook die schommels van 50 meter boven de grond, spreken tot de verbeelding. Om een ritje te maken kost dat soms 10 euro, veel geld vind ik, maar die mensen hun werkjaar is beperkt, het moet op een seizoen verdient zijn. Er stond ook nog een paardenmolen, dat is nostalgie uit mijn kindertijd, een ongelooflijke attractie. Ook een schuif af met matjes was aanwezig. Ik vroeg nog aan Marie–Louise: “Willen we samen eens in de overdekte kap gaan?”, maar dan werd ze duizelig, zei ze. Honderden kramen met spelletjes, de kinderen zagen er vrolijk uit en waren blij met die spulletjes en een ballon, terwijl ze een crème likten. De jeugd in den autobotser met hun vriendinnetje, om indruk te maken natuurlijk. Maar: er zijn huwelijken van gekomen beweerd men. “Het klikte meteen en botsen gebeurd ook nu nog”, zei iemand.
Als ik op de foor loop, krijg ik altijd honger. De geuren die daar hangen, dat vind je nergens, frieten, wafels, pita, suikerspin, smoutbollen, … Ik wil dan steevast smout bollen eten met koffie, lekker zeg! Ik hang dan ook vol tot op mijn schoenen met witte bloemsuiker, dat heb ik er voor over. Moeders met een gezin hoor ik soms zeggen: “Naar de kermis gaan met mijn kinderen kost veel geld, maar het geluk dat op die moment van hun afstraalt wil ik niet missen. Ze hebben nochtans niets te kort thuis van speelgoed, maar op de kermis is dat anders! Ik word kinds denk ik en heb er ook van genoten.”
Tot gauw
rocor




















