Boer zoekt werkvolk

In de straat waar ik mijn jeugd heb doorgebracht was het weggetje, ongeveer 1 kilometer lang. Er waren tien boerderijen. Nu, 60 jaar later, zijn er nog drie. Ik moet zeggen, de mensen die dat deden zijn intussen overleden en hadden geen opvolgers, toch geen jongens die het wilden verderzetten. Men zag het niet zitten, er was geen toekomst voor. Enkele hoeven die nu nog zijn overgebleven, zijn generaties lang altijd van vader op zoon geweest.
De landbouwers dokkerden met paard en kar over het oneffen kassei wegje in de straat, met ernaast brede grachten, er stonden geen woningen voor burgers. Tussen de boerderijen lagen de akkers, maar ook de weiden en de boomgaarden. Dan moest men met de dieren niet ver gaan om te laten grazen. Auto’s waren toen nog zeldzaam. Trouwens: als een boer met een kar oogst van de akker naar de hoeve kwam, had hij het ganse baantje nodig en moest er gewacht worden om elkaar voorbij te laten gaan. Nu is er een tweevaksbaan met fiets -en voetpad en zijn alle grachten dicht en staan er verkeerslichten en kun je zien hoe mooi de voortuin is bij de Roger.
De boer recht tegenover mij is een harde werker en runt samen met zijn vrouw het bedrijf. Ze zijn altijd bezig. Ze krijgen hulp van hun kinderen, maar er is geen opvolger bij. Ze hebben ook alle moderne machines, maar het blijft hard werken voor hen beiden. Toen de meesten stopten met boeren kwam er bouwgrond te koop, waar ik dankbaar gebruik van maakte, samen met vele anderen. Nu zijn er vele nieuwkomers, jonge mensen, en vroegere stadsbewoners met kinderen, die niet weten dat melk niet uit de ijskast komt maar van een koe, en die denken dat eieren uit de supermarkt komen. Nu onze overbuur; heeft koeien en varkens en die laten soms wat vallen. Dat komt samen in een aalput die wordt verspreid over de akkers, drijfmest, en dat stinkt! Hij houdt wel rekening met de wind, zodat de geur niet dikwijls tot bij ons komt. Soms mislukt dat, mij stoort het niet, ik ruik liever eens een keertje koeienstront, dan gans het jaar de verraderlijke dampen van de chemische fabrieken van Linkeroever. De nieuwkomers denken daar anders over. Nochtans, als u over een boer komt wonen die er al drie generaties een boerderij heeft, weet u dat er soms geurhinder is.
Om U een voorbeeld te geven over de vervuiling van die zogezegde propere chemie: ik vang het regenwater op om mijn serre te voorzien van water. Verschillende keren per jaar drijft op dat water een 5cm dikke groene schuimlaag. Ik schep dat schuim eraf, maar ben er niet gerust in. Men stelt ons altijd gerust, sluit je ramen en alles is voorbij. Niet met mij hé, geef mij maar den beergeur van den boer zijn beesten, daar weet ik van dat het EERLIJKE stank is.
Tot gauw
rocor




















