Oef

Ik rijd naar Brussel met de wagen en luister naar de radio. Het was nog vroeg in de morgen, tot plots een stem zegt: “Er is een spookrijder is gesignaliseerd op de A12 Brussel-Antwerpen, hou uiterst rechts.” Ik denk bij mezelf: ik bén op de A12, tot plots een auto op mij komt afgestormd. Ik ontwijk nipt, enkele seconden doodsangst, ik kan gelukkig invoegen het was niet druk. Alle auto’s beginnen te claxonneren, de man rijdt vrolijk verder, zich van geen kwaad bewust.
Dan begin ik te zweten en dank de heer. Ik ben door het oog van een naald gekropen. Wat een mens dan allemaal denkt, ge verwenst dat die kerel zijn rijbewijs heeft gekregen, een inschattingssfout heeft gemaakt, kortom: ge kunt hem vermoorden. Maar denkt U dan later, hij zal het niet vrijwillig gedaan hebben. Dat zeker niet, maar 50 meter verder en het was ‘dag Rocor’ geweest! Vraagt die man zich dan niets af als die wagens op hem afkomen en plots allemaal opzij gaan?
Ik keek in het dagblad ‘s anderendaags, niets gebeurd. Die man is zeker de eerstvolgende afrit afgereden en ‘s avonds tegen zijn vrouw gezegd: “Wat deden die mensen allemaal raar op de snelweg.” Hoe een mens zijn leven aan een zijden draadje kan hangen hé. Maar als ik heel eerlijk mag zijn, als ge alle dagen op de baan bent doe ik ook soms stomme dingen waarvan ik nadien denk, was dat nu echt nodig? Neem je tijd, ge komt er wel, dat haastig zijn heeft toch geen zin. Het duurt niet lang meer vooraleer de files tussen Brussel en de Boomse Steenweg elkaar raken. Ik leerde een man kennen uit Australië hier op bezoek in België, toen ik hem vroeg hoe hij ons verkeer vond zei hij: “Jullie op -en afritten liggen zo dicht bij elkaar, op 20 kilometer tussen Antwerpen en Sint-Niklaas zijn er zes, bij ons liggen ze 100 kilometer van elkaar! Jullie wonen op een zakdoek, niet te verwonderen dat het druk is.”
Na de spookrijder was het ook druk in mijn hoofd of wat dacht U? Een onoverzichtelijke bocht op de autobaan neem ik vanaf nu uiterst rechts.
Tot gauw rocor




















