Het huis van verderf

Wellicht denkt U: wat heeft de Roger nu uitgespookt? Maar neen, het gaat over zondigen tegen het elfde gebod: VOLKSBEDE. Na het eten… “Heer ik dank U voor dezen, dat het morgen nog beter zou wezen, en is’t dat het niet beter mag, schenkt mij, lijk heden, nog zulk eenen dag.” Voor het goede begrip: u zal niet overdrijven, maar het vlees is zwak. Men heeft geen enkele kans om nee te zeggen, laat staan weigeren, maar u kunt u altijd uit de slag trekken met de legendarische zin: ‘We leven maar een keer’. We mogen ook eens profiteren, niet?
We waren op een gelegenheid waar op de kaart niets dan zondige lekkere verleidingen stond, gaande van crèmeglacés tot pannenkoeken en wafels, overgoten met suiker, warme chocolade, advocaat met slagroom. Uw suikerspiegel gaat in één ruk naar waarde 450. Ik zag daar kelners uit de keuken komen, hun handen omvatten een glazen schotel, zo groot dat ik dacht dat iemand een voetbad wilde nemen, maar neen. Men bracht een coupke naar een zondaar, als u dat tot zich neemt, is dat geen gewone zonde, maar doodzondenaar!
Daar zat ik dan aan tafel en ik zag al die meesterwerkjes aan mij voorbij gaan, want ik dacht nog: Ik ga toch nog eens de kaart bekijken en kwam tot de conclusie dat ik ook wel eens iets mocht nemen. Maar mijn gewicht laat dat niet toe, dat is zonder meer erfzonde, iets waar ik nooit meer vanaf geraak. Plots staat er een kelner voor mij en vraagt: “Hebt u al gekozen mijnheer?” Ik schrok, want ik was juist de kwijl van mijn gezicht aan het wegnemen met een zakdoek. De tafel naast mij was een gezette mevrouw het slagveld in ogenschouw aan het nemen. Een kan koffie met melk, suiker en twee pralines. Op een bord had men vier toefen slagroom gedeporteerd, de grote van een hortensia. U kent die bloemen wel.
Twee bananen overlangs doorgesneden vormden de brug tussen de vier eilanden, overgoten met warme advocaat. Op het binnen plein had men verse aardbeien kwistig rondgestrooid, keurig doorgesneden. Men had ze bezwadderd met strooisuiker, en nu komt het, op de aardbeien had men bollen crème glacé gestapeld, een complete ijsberg. Afgezet met koekjes overgoten met warme chocolade, waar men een vlag op gezet had als symbool van een bergbeklimmer.
Met haar servet onder haar kin haar wapens in de hand viel die mevrouw aan. Ik moet zeggen, ze deed dat zeer vakkundig en keurig zonder te morsen en zoals men kon zien, ze had er smaak van. Ze vroeg zich nog een Spa, gaf 20 euro en zei dat het juist was. De garçon zei vriendelijk “Tot morgen mevrouw!”
Dat crème glacé gevaarte heet banana split, nog nooit van gehoord. U moet weten, ik ben op dieet. Ik had een afspraak gemaakt met een diëtiste en stellig beloofd aan dat mens dat ik haar regels, zeg maar wetten, stipt zou naleven. Op mijn communie zieltje had ik gezegd de eerste 10 jaar niet meer te zondigen. Toen ik daar in het huis van verderf zat heb ik dat mens, zeg maar mager ijskonijn, vervloekt en mijn eigen zelve beklaagd. Ik dacht: ze kan den boom in wat denkt die wel? En voor dien ene keer en bestelde een… banana split.
Wat nu volgt gelooft u niet, wie komt daar binnen? Dat ijskonijn. Ze kijkt naar mijn bord schudt het hoofd en gaat terug buiten, het smaakte niet meer. Ik voelde me schuldig…
Tot gauw
Rocor

