Sooi

Dat is een naam die men niet meer hoort en ik vind die mooi, zoals Ward, Leon, Louis, ook Karel en Petrus zijn nu terug in. Ik kan de namen van tegenwoordig bijna niet meer uitspreken. Wie bepaalt die namen eigenlijk,een mooie man of vrouw of een sportman wiens voornaam gebruikt wordt, ik weet het niet. En als pasgeborene kunt ge niet kiezen, dat is het hem juist. Je zit er gans je leven mee opgeschept met of tegen je goesting.
Vroeger werden bijna alle namen afgekort, Edward werd Ward, Maria werd Mieken, Andre werd Rik, Filomiene werd Mien, Albert werd Bert, Emiel werd Miel, Godelieve werd Lieve, Marleen werd Leen. Ik vind die verklein namen wel lief. Ik had zelfs een tante Maans, van Clemans. De tijd dat men Melanie, of Corduul, Eulalie, Bernard of Serafien of Esmeralda noemde is voorbij, maar ge weet dat toch maar nooit. Misschien komt dat ooit nog terug. Pelagi is onlangs overleden, ze was 102 jaar. Ik denk: zo een 60 à 70 jaar terug had iedereen volgens mij een bijnaam die betrekking had op een misstapje, of op zijn uiterlijk. Of men je ermee kwetste daar hield men geen rekening mee. U werd geboren met een bochel? Gans U leven noemde men U DEN BULT. Of had u platvoeten, of zag wat scheel, of je haar was ros. Wreed hé.
Soms waren er grappige namen bij. Iemand was ‘Peer den natten’ omdat hij dronken in een sloot kopje onder ging en zo de herberg binnen strompelde. ‘Fiel de leugenaar’ werd steeds betrapt op leugens, als iemand zijn officiële naam vroeg, zei hij: “Fiel de leugenaar, Mijnheer!” ‘Lange Stien’ was twee meter en tien. Iemand was ‘de dochter van poepejeanne’. U raad het al, haar moeder had een kont om U tegen te zeggen. ‘De floeren’ ging met zijn velours broek slapen, ge kon er soep van koken.
‘Lie kak’ nam het niet te nauw met hygiëne. ‘Kromme Hema’ kon geen varken tegenhouden, het kon tussen haar benen weglopen. Voor ‘Martin de kiekendief’ moest ge U kippen bij je in huis nemen of U kwam tweede. ‘Bavo den tootentrekker’ deed zijn bijnaam alle eer aan, ‘den Tjeef’ alias ‘de vuile muil’ was een gemene achterbakse zeveraar die geen vrienden had.
‘De losse Pol’ was bij de vrouwen heel erg gekend. ‘De snuiten kuiser’, ofwel ‘de gazet’ was natuurlijk kapper. Er zijn veel ouders die er op staan dat de naam van hun kinderen correct wordt uitgesproken, zoals Isabelle, Frederik, Katrina. Ook een dubbele voornaam vind ik mooi, Marie Isabelle bijvoorbeeld.
Yo de mannen!
tot gauw
rocor




















4 reacties op dit bericht
zwert lowieken
Waar...
“Bijnamen”, Rocor, zijn pareltjes van volkskunde. Een parels moet je koesteren. In mijn stad zijn enkele “bijnamen” zelfs opgenomen in onze geschiedschrijving, werden zelfs uitgebeeld tijdens carnavaloptochten. Ondermeer “Vosse Kilo” onze bloedgever par excellence. De liters die hem werden afgetapt zijn nooit te tellen geweest. De liters “Safir” die hij in de cafés gratis kreeg om zijn bloedvolume op peil te houden nog minder. “Poesjkapelle” een venijn van jewelste, sleepte zich door het stad met behulp van twee zware grote stokken, schold iedereen die weigerde haar geld toe te steken, de huid vol. “Kakkelakie” een kleine middenstander die zijn personeel goed onder de knoet hield. De “Voegelmoit” was een pront dametje, dat “ten huize” ontving. Haar grote rivale “ ‘t floeren Olleken”werd ooit in volle actie betrapt en publiekelijk afgetroefd door “Zaate Roza”.De “Jeloiklink” had de gewoonte, telkens ze weet had van escapades van haar man, s’ nachts de voordeurklinken van de huizen van de aangebedene in kwestie in te strijken met stroop of confituur. De “Krolsavoei” was naar het schijnt ook zo’n “iet boelieken”door moeder natuur op de koop toe voorzien van een bijzonder “werkinstrument” dat geleek op een savooi! Verder waren er nog “Celine men zein”, een mens dat maar over een iets kon praten en dat waren haar zenuwen, Kromme Kamiel, Voil ( vuil) Lowieken,bij de sukkel waren de beide benen geamputeerd, hij dweilde het stad af in zijn rolstoel en stonk uren in ’t rond. Een viertal keer ’s jaars werd hij door de politie of door de diensten van “den openbare onderstand” opgepakt, te week gezet en ontluisd door de zusters in het hospitaal. “Sozze Kert” nog zo’n dametje dat met haar temperament geen weg wist.
Zo’n roepnamen zijn nu definitief verleden tijd. Noodzaak verdwenen. Trouwens, de “eigenaardigheden” van Janneke en Mieke, van in de Westhoek tot hartje Leuven, worden nu aan tv-geil Vlaanderen via de zenders dagelijks opgediend.
Maar je hebt gelijk hoor de namen die nu aan pasgeborenen worden gegeven, geraak er maar uit of het een jongen of een meisje is. Precies daarom heeft de burgerlijke stand bij de publicatie van de wekelijkse geboorten in een huis-aan-huisblad er sedert enkele weken (M) of (V) bijgezet.
Bijnamen..
Ik had een grootoom dat was nonkel Leon en een andere was nonkel Petrus. Ik had ook een petje Louis en een achterneef met de naam van Sooi. Je noemt daar al die namen en hier in Mexico zijn er zoveel dezelfde namen als in België. Er is Isidoro, Alberto, Xavier, Armando en zelfs dubbele, Luis Eduardo, er zijn Maria's bij de vleet.
Eulalie vind ik een prachtnaam en Pelagie was ik vergeten, maar die is zeker al jaren dood, ze woonde in een lemen hut met strooien dak en haar gezicht stond vol dikke bulten.
En dan die bijnamen. Mijn overgrootmoeder was spenje. vraag me niet wat het wil zeggen. Mijn grootvader zijn benen waren niet al te recht, zo hij was de Kromme van Spenje, zijn kinderen deelden ook nog mee, Maurice van de Kromme van Spenje.
In de stad was een Mieken Aap, een Jef van Mieken Aap en een Gaby van Jef van Mieken Aap.
De kinderen van Filomène Prot werden niet naar haar genoemd, maar ze moesten wel verduren dat de andere kinderen zongen:
"Prot liet è skot en gil de wiejerld was kapot."
Rood haar was een doem, die sukkelaars moesten luisteren naar:
"Vosken op è stoksken, ons moeder eed è kindj gekocht en 't es veneir è vosken!"
Ze hadden er vroeger ook geen compassie mee hé Roccor, en tegenwoordig moogt ge uw mond niet meer open doen of 't zit er tegen.
Groetjes nog maar eens.
Sooi
Vriendelijke groeten Lieve