Mijnen doktoor

Kort geleden was ik in gezelschap, alleen als man (overleef het maar) van minstens acht vrouwen, en omdat mijn moeder mij altijd gezegd had: Roger, altijd met twee woorden spreken, en alleen spreken als men je iets vraagt, luisterde ik en zei niets, wat bangelijk moeilijk is voor mij. Want het gesprek ging over 'mijnen doktoor' en over hun ziekten. Ze leken er godver niet ziek uit, ze wilden aandacht ja, weten die nu anders niets? Leutig voor mij! Maar ik hield mij aan de regels, mondje dicht.
Die dames waren allen om op te eten, zo mooi waren ze, maar ik stelde vast dat hun houdbaarheids -en versheidsdatum ruim overschreden was, ze zagen er nog zeer goed, dat wel, maar opeten neen dat zat er niet meer in. Zes van de tien konden ‘s nachts niet slapen, ze namen een ‘Stilnoct’ in. Een medicijn van 'mijnen doktoor', dat kon geen kwaad had hij gezegd. Een klein nadeel, u moet er een doktersbriefje voor hebben en dan kwam het duur uit, dus Roger oppassen geen slecht woord over 'hun doktoor,' dat was God de Vader.
De andere vier namen een ‘Dafalgan’ in, volkomen onschadelijk zei 'mijnen doktoor' en de zorgen vielen zo van je af, en je sliep als een roos, zonder pijn of zorgen. Ja, zei Irène: de laatste tijd heb ik last van mijn maag ik ben naar mijnen doktoor geweest. Hij schreef ‘Motilium’ voor, laten smelten onder de tong drie maal daags, dat kon je gans je leven innemen, zonder problemen. En het hiélp zei Reentje, de bloedprocessie ging toch niet meer uit, zei ze, ik weet niet wat ze bedoelde.
Allemaal,
maar dan ook allemaal, namen ze een pil ‘Zokor’ in tegen hoge cholesterol.
Iedereen had nu rond de 180, perfect had hunne doktoor gezegd, beter dan U
alles ontzeggen van vet of pralinnekes. Een Zokor lost dat allemaal op. Een
bloedverdunner was ook in, alle dagen te nemen met wat yoghurt, dan kreeg je
geen geraaktheid, wat dat ook moge zijn.
Ik werd hoe langer hoe zenuwachtiger. Irène had al een paar keren naar mij gekeken, zo van: En wat neemt U mijnheer? Ik antwoordde, maar met de gevolgen van dien. Ik zei :”Ne whisky cola mevrouw met ijs en citroen.” “Anders niets?” riepen ze in koor, “Wat komt u hier dan doen, gezonderik?” Ik zei dat ik zelfs geen blauwe pil nodig had, (die vanbinnen wit is), en die het leven nog aangenamer maakt. Maar dat zegt u niet in zo een gezelschap, wist ik nadien. Ik hoorde ze nog roepen “vuile opschepper!” Mijn moeder had gelijk, alleen praten als men je iets vraagt. Volgens mij hé, kunnen die allemaal met de helft van die pillen ook overleven, maar als ik beleefd mag vragen: spreek eens over iets anders dan jullie ziekten. Aandachtvragers!!
Allemaal een gezonde.
Tot gauw
rocor




















4 reacties op dit bericht
Om ter ziekst
veel mensen hoort men een leven lang klagen en zagen
ze mankeren altijd iets
al vinden dokters niets
buiten een meelijwekkende drang van aandacht vragen
Winterse groeten, Uilenspiegel
goede gezondheid
prettig gestoord die taterende vrouwen , ik zou mezelf daar wel tussen plaatsen,maar niet om over pilletjes te praten .
groeten .lieve
Man..man..
Een opschepper is dat geen stoefer ?
jacqueline uit Mérida
Veel geluk in 2009