Het interview met Omsk Van Togenbirger (Zesde deel)
Het interview met Omsk Van Togenbirger (Zesde deel)
OVT: Op het ogenblik dat je een steen werpt, ligt het al vast waar
hij terecht zal komen: het einde zit vervat in het begin. Dat komt
uiteraard doordat de steen zelf niets in de pap te brokken heeft met
betrekking tot zijn vlucht, die daarom louter een val is. Had de
steen vleugels, dan kon hij zijn vlucht nog sturen maar een steen
kan helemaal niets doen, hij is overgeleverd aan degene die hem
werpt, de werper is de enige die hem stuurt, de steen zelf
ondergaat alles volstrekt passief: hij valt. Begrijp je?
– Jawel.
OVT: Welnu, ons onderhevig zijn aan de tijd is gelijkaardig: de
tijd gaat in één richting, hij verloopt even rap voor iedereen, wij
bevinden ons allen in dezelfde tijd die gelijk een trein op weg is en
niemand is in staat om hem te laten stoppen. Niemand kan de tijd
rapper of trager doen gaan, niemand kan de tijd doen stilstaan,
niemand kan een stukje wegknippen uit de tijd of er een uur aan
toevoegen. Wij zijn onderhevig aan de tijd zoals de steen
onderhevig is aan de val. Precies zoals de steen zijn val niet kan
sturen, kunnen ook wij helemaal niets ondernemen met betrekking
tot de tijd. De tijd is niet de onze; wij zijn van de tijd. We zitten in
de tijd gevangen. We zijn gevangenen van de tijd. Wij belanden
daar waar de tijd ons heen brengt en niemand die daar wat kan aan
verhelpen. Op die manier gaan wij het einde tegemoet dat vastligt
van bij het begin, net zoals de plek waar de steen zal vallen. De
tijd is zoals de steen en wij zitten vast in die steen, ons lot wordt
bepaald door dat van de steen des tijds die op zijn beurt helemaal
geen zeg heeft over zijn bestemming.
– Ik vind dat griezelig!
OVT: Dat is het ook, mijn beste: het is in feite ondraaglijk voor
een mens om dit te moeten ondervinden. Wij kunnen er niet naast
kijken dat wij helemaal niets te zeggen hebben over ons eigenste
lot en dat het vastligt op de meest absurde manier. Uitgerekend om
die reden geven wij dan ook de vrije teugels aan de waanzin, de
leugens en het bedrog. Alleen met de fictie kunnen wij ons bestaan
een beetje draaglijker maken: wij hongeren naar dromen en naar
leugens en wij leven er echt van, ja, de sprookjes en de verzinsels
zijn gewis onze allerheiligste waarheden. Het bedrog is in feite
een pijnstiller. En herinner u nu wat wij eerder zegden: de pijn valt
samen met het bewustzijn en met de waarheid. Derhalve brengt de
pijnstiller die het bedrog is, ons in een droomtoestand, een roes,
ver van de waarheid vandaan.
– Dat klinkt logisch, dat klinkt redelijk... Ik zei bijna... dat klinkt
Luciferiaans... Lucifer, zo vertelde je net, is het meest redelijke
schepsel en zijn tegenstrever, Jezus, is dan... onredelijk!?
OVT: De Jezusfiguur overstijgt de tweespalt van het redelijke en
het redeloze omdat hij helemaal niet rekent, hij is ook geen retor,
de retorica is de kunst van het liegen. Jezus spreekt in parabels of
gelijkenissen, argumenten kent hij niet omdat argumenten behoren
tot het instrumentarium van wie gehoor geven aan de wetten van
de strijd, van de natuur, begrijp je?
– Niet zo goed, neen...
OVT: Lucifer, het jodendom en ook alle andere religies met hun
zonder, schulden en straffen, de retorica, de wiskunde en de
wijsbegeerte met al haar telgen, incluis de Verlichting: zij zijn
opstandelingen die de allereerste wet verworpen hebben, die in
feite helemaal geen wet is, maar we drukken het nu wel zo uit: de
wet van het vertrouwen of de liefde. Lucifer denkt in termen van
recht, maat en orde. Hij verkoopt en koopt en betaalt en ontvangt
een loon overeenkomstig zijn prestaties. Jezus daarentegen betaalt
aan de arbeider van het elfde uur hetzelfde bedrag dat ook de
arbeider van het eerste uur ontvangt. Volgens het principe van de
wraak moet de schuldenaar worden beboet en de zondaar bestraft
maar volgens dat van de liefde kunnen schulden en zonden
vergeven worden, uiteraard mits er berouw over bestaat. De
volgelingen van Lucifer bouwen voort op de natuur waarvan de
wetten deze zijn van een oog voor een oog en een tand voor een
tand en wetenschapslui of Luciferianen aanbidden de natuur en
leren die kennen... om hem op hun beurt te kunnen verschalken.
Zo geloven zij dat zij datgene tot buit kunnen maken wat in feite
hun leven draagt. Zij zagen de tak op waarop zij zitten, mijn
allerbeste! De koffie is niet warm meer, zal ik wat verse laten
zetten?
– Voor mij niet, dank je...
OVT: Je herinnert je beslist de Franse revolutie van 1789? Het
opstandige volk komt aan de macht, de leden van de clerus en de
adel worden allemaal onthoofd en er wordt een nieuwe kalender
opgesteld: het jaar 1 is niet langer dat van de geboorte van Jezus.
In 1792 wordt het koningschap afgeschaft en herbegint de
tijdrekening. De maanden krijgen nieuwe namen. Er is de
instelling van lekenfeestnamen en kerken worden omgedoopt tot
wetstempels. Er komt een burgerlijke liturgie en een heuse cultus
van de Rede! Ja, de godsdienst wordt verboden en in de plaats
komt de dienst aan Lucifer, de drager van de Rede!
– Zo had ik het nog niet bekeken...
OVT: Vandaag, mijn beste, maken wij precies hetzelfde mee.
Corona is een toverwoord dat de ganse wereldbevolking met angst
verlamt. Religieuze praktijken worden verboden voor de bestwil
van het volk, de doop wordt vervangen door de vaccinatie, de
religie door de wetenschap, het hiernamaals maakt plaats voor het
hiernumaals en ziekten komen in de plaats van zonden. De heilige
hostie uit het tabernakel staat haar plaats af aan de pil van bij de
apotheker, de biechtvader is voortaan de huisarts, de nieuwe bijbel
is de encyclopedie, de televisie is de nieuwe preekstoel, de
camera's zijn de nieuwste kettingen, men vloekt nog slechts op
straffe van torenhoge boetes en zij vervangen de beloofde
hellestraffen van weleer, er is omerta of zwijgplicht bij hen die
weten en biechtplicht bij alle anderen die niet beseffen dat zij door
de belijdenis van hun zonden zichzelf beroven van hun diepste
geheimen en derhalve van hun eigen ziel. Het nieuwe
machtsapparaat parasiteert op de kennis en op de structuren van
het oude, alleen de namen zijn veranderd.
– Dat lijkt mij allemaal wel steek te houden...
OVT: De strijd die heden wordt gevoerd, is heel beslist een
wereldoorlog, mijn beste, en onze vijand is allerminst een virus!
Het gaat hier om een strijd tussen dezelfde machten die ook in de
begintijd vochten zoals Vondel het beschreef en zo weze het
herhaald dat wij pas kennis van het einde kunnen hebben als wij
ook weten hoe het er aan toe ging bij de start. Beseft men wel
hoezeer de Rede de wereld in haar wurggreep houdt? Merkt men
het wel, hoe de huidige economie wat schoon en waar en goed is,
corrumpeert en vernietigt zonder mededogen? Is men zich daar
wel terdege van bewust hoe in de stelsels die zich heel diep in de
wereld hebben geworteld, dezelfde Lucifer aan het werk is die ook
in het begin der tijden de mens ten val bracht? Als hij zijn werk
voltooien kan, dan zullen wij niet alleen het eeuwig leven moeten
derven maar ook het leven zonder meer. Er zullen dan alleen nog
enerzijds de dode stof zijn, de sterren in het ijskoude firmament en
de planeten en anderzijds de zuivere geesten die hun banen sturen.
En uiteraard de zielen van wat eens de mensen waren, in de hel.
(Wordt vervolgd)
(J.B., 26 april 2021)


