Plato en de opstanding (aflevering 3)
|
Plato en de opstanding (aflevering 3) Is het geloof als zodanig vergezocht en verraadt het een paranoïde ingesteldheid, ja, een geestesziekte, zoals sommigen het stellen? Een soort van achterdocht, een wantrouwen tegenover al datgene wat voor de hand ligt en het zoeken naar een andere betekenis daarachter, misschien ook omdat men stiekem hoopt op een verrassing van formaat die 'eindelijk' een antwoord kon bieden op de duisternissen van onwetendheid en wanhoop waarin mensen dan toch verstrikt en verstikt zitten sinds het begin der tijden, zoals onder meer de oude tragediespelen het verraden welke de contraproductiviteit van al ons streven etaleren? Plato is lang niet de enige die de materiële, zintuiglijke en zo vergankelijke wereld wantrouwt om daarachter dan te gaan zoeken naar een andere, hogere en onvergankelijke werkelijkheid. In de vierde eeuw (na Christus) heeft Augustinus van Hippo hem herhaald met zijn symbolisme, zijn leer over de schepping als symbool van een daarachter verborgen goddelijke realiteit die ontdekt wil worden - een leer die model stond voor de grondslag van de katholieke theologie van zeshonderd jaar later, namelijk het Thomisme, het wereldbeeld van Thomas Aquinas, met daarin enerzijds de aardse werkelijkheid (civitas terrena) en anderzijds de Godsstaat (civitas Dei) waarbij de kerk dan als lichaam van Christus met één been in de ene, vergankelijke, en met het andere been in de andere, onvergankelijke realiteit staat zoals ook de mens als evenbeeld van God (imago Dei) een sterfelijk lichaam heeft en een onvergankelijke ziel. De idee dat de mens naast een lichaam ook nog een ziel zou hebben, alsof dat lichaam alleen niet genoeg was, is waarschijnlijk ontstaan vanuit allerlei ervaringen die te maken hebben met extase, ek-stasis, wat betekent: het buiten zichzelf treden - een toestand die uiteraard vereist dat men zichzelf (of zijn ziel) van zijn lichaam ontkoppelt.1 In feite heeft ieder mens de ervaring van extase wanneer hij (al dan niet slapend) droomt en zich daarbij met zijn geest als het ware verplaatst zonder daarvoor aanspraak te maken op (de krachten van) zijn lichaam. Maar ook de intermenselijke communicatie brengt een vorm van extase teweeg en wel een hogere vorm omdat zij wezenlijk bestaat in het delen van de eigen ervaringen en gedachten met anderen. Beter uitgedrukt: de communicatie bestaat in het delen van de eigen geest met de geest van anderen waarbij men, terwijl men met anderen converseert, kan ervaren hoe de eigen gedachten niet vastzitten aan het eigen lichaam maar middels de taal overgaan van het eigen lichaam naar dat van de gespreksgenoot en omgekeerd, zodat dezelfde geest, die dan aanwezig lijkt in de inhoud van de woorden die men spreekt en hoort, gedeeld wordt met de ander. Men gelooft zijn lichaam te verlaten in de droom maar mogelijkerwijze ook in de dans of in de zang en in de vele vormen van communicatie die nota bene een dermate extatisch karakter kunnen hebben dat zij het vermogen om op het eerste gezicht onmogelijke zaken te realiseren en meer bepaald blijken zij onmetelijke afstanden in tijd en ruimte te kunnen overbruggen, zoals dat bijvoorbeeld het geval is waar wij vandaag de Politeia lezen die Plato schreef in de vierde eeuw voor Christus of daar waar Pythagoras de wiskundige stelling neerschrijft die hij op dat eigenste ogenblik bewust deelt met principieel alle mensen in de toekomst van de mensheid en in feite nog meer met degenen die nog niet bestaan dan met zijn Helleense tijdgenoten. Door te communiceren wordt men zich bewust van het bestaan van zijn ziel maar tevens ervaart men dan dat de eigen ziel in feite geen persoonlijk bezit is doch dat zij met anderen gedeeld kan worden. En wat bij uitstek met anderen gedeeld kan worden, is de rede, die in de filosofie - 'moeder van alle wetenschappen' - ontwikkeld wordt. In de Dialogen van Plato komt nu heel duidelijk tot uiting dat de rede of het redeneren in wezen ontstaat in de conversatie, in het tweegesprek, de dialoog, waarvan het redeneren of kortom het denken een verinnerlijking is. Denken is spreken met zichzelf. Maar denken is ook meer dan dat. Immers, over dromen zou men eveneens kunnen zeggen dat het spreken is met zichzelf, doch de droom onderscheidt zich van de werkelijkheid omdat men in de droom alleen staat terwijl men de wakkere wereld deelt met iedereen en dat doet men meer bepaald met de rede. Meer nog: zoals Socrates dat in de Dialogen aantoont, kan in principe ieder mens de stelling van Pythagoras in zichzelf terugvinden en de waarheid ervan bewijzen middels eenvoudig, waarachtig redeneren. Op die manier is de redelijke ziel van de mens niet alleen in staat om buiten zichzelf te treden of om haar inhouden met anderen te delen maar bovendien kan zij participeren aan een zaak die haar en ook de ziel van alle anderen overstijgt, namelijk de Waarheid als zodanig, waarvan derhalve de oorsprong goddelijk geacht wordt: de Waarheid bestaat los van het individuele, zij is voor iedereen dezelfde, zij bestaat derhalve onafhankelijk van ons allen, boven ons allen en op zichzelf. De extase middels de rede brengt de mens dichter bij de Waarheid die een identiteit is van God zelf en waar mensen zich als redelijke wezens verenigen, waar zij dialogeren, filosoferen of wetenschap beoefenen, verenigen zij zich - alvast voor de duur van deze bezigheden - met de godheid. Het verband met de opstanding zal nu meteen al duidelijker worden omdat de sterfelijkheid waarmee het lichaam behept is, in geen geval geldt voor de ziel die zich immers noch door individualiteit, noch door tijd en ruimte laat beperken: wie zich inlaten met de redelijke ziel, treden buiten zichzelf, zij verliezen hun individualiteit omdat zij hun zijn met allen anderen delen en tevens versmelten zij met de Waarheid waar zij deze ook zoeken en derhalve met het goddelijke. De tactiek die de leraar Socrates in de Dialogen aanwendt om zijn leerlingen tot het niveau van de waarheid te verheffen, is deze van de maieutiek of de vroedkunde, waarbij men zichzelf systematisch vragen stelt en ze beantwoordt met het oog op het laten geboren worden van de waarheid in de ziel van de leerling die zodoende op zijn beurt in de onsterfelijke waarheid herboren wordt waar hij haar vindt. (Wordt vervolgd) (J.B., 9 oktober 2023) 1Zie ook onze tekst uit 2008, getiteld Extase, in: Extase, Ellende, Verbloemingen. Drie novellen, pp. 7-10. Zie: http://blogimages.bloggen.be/tisallemaiet/attach/220629.pdf |



