Over het lot van de mens 9. Het onmogelijke (4)
|
Over het lot van de mens 9. Het onmogelijke (4) In zijn vierde hoofdstuk, “Geheugen en herinneringen”, spreekt Noens niet alleen over het geheugen of dus de kennis van het verleden maar ook over de kennis van de toekomst, welke volgens Blavatsky mogelijk is bij BDE, namelijk als 'reminiscentie' of 'het geheugen der ziel', waarbij “de stervende zich op een gebied bevindt waar noch verleden noch toekomst bestaat, maar alles één heden is.”1 'Shared Death Experience' of een met anderen gedeelde terugblik op het leven tijdens de stervensfase zou kunnen betekenen dat de geest werkzaam is buiten het brein. Zo zijn de 'akasha kronieken' van de vedanta een soort extern geheugen dat alles bevat, toegankelijk voor helderzienden.2 Vandaag geloven wetenschappers meestal dat het geheugen moet toegeschreven worden aan de werking van het brein (van mens of computer) en dat bewustzijn een zaak is van brein-complexiteit. Een bijzonder fenomeen zijn de zogenaamde 'valse herinneringen'. Volgens neurologen wijzen die op zich opstapelende fouten ingevolge het herhaaldelijk oproepen van geheugeninhouden en daarbij komt dat het geheugen zijn plek in het brein deelt met de verbeelding en dat vaak onduidelijk wordt of de bron een persoonlijke ervaring is of bijvoorbeeld een episode uit een roman. Chirurgische ingrepen zouden aan het geheugen ook zaken kunnen toevoegen die nooit hebben plaatsgehad: Japanners testten dit al op vliegen, nog anderen op muizen.3 Blavatsky ziet het brein als kanaal tussen het psychospirituele en het materiële; het geheugen kan niet verdwijnen omdat het “buiten onze voorstellingen van ruimte en tijd een permanent tegenwoordige realiteit is.”4 Noens suggereert hier gelijkenissen met het concept ruimtetijd uit de moderne (Einsteiniaanse) fysica ('eternalisme'). Ruimte en tijd bestaan (in de vierdimensionale ruimtetijd van Minkovski) niet los van hun waarnemers: (tenzij ik mij vergaloppeer [n.v.d.a.]: wat omzeggens voor de ene waarnemer verleden is, ziet de andere waarnemer als heden of als toekomst. Derhalve bestaat er ook geen gelijktijdigheid (- leven wij elk in een ander universum?) Ouspensky: “Wat wij onze wereld noemen, is een illusoire waarneming van de wereld: de wereld door ons gezien door een nauwe spleet (als 'voortschuivende' 3D-doorsneden van onze 4D-wereldlijnen). De verruimde (vierdimensionale) wereld beginnen wij gewaar te worden als die van het wonder; d.w.z. Als iets strijdigs met de realiteit van deze wereld en tegelijk begint deze, onze aardse wereld, irreëel aan te doen.”5 Dan komt Noens met o.m. Ouspensky, Dostojevsky, Proust en Lovecraft in de buurt van het numineuze dat in een 'mystiekachtige heimwee' baadt, met een verwijzing naar de epileptische toevallen van Dostojevsky en de uitspraak uit Openbaring (10:6) “dat er geen tijd meer zal zijn.” Kenneth Ring schrijft in dat verband over “iets dat alle zintuigen tegelijk omvat en overstijgt: 'synesthetische informatieverwerking', een 'supersensorische vorm van kennis” - bij Blavatsky: rechtstreekse kennis door het 'Hoger Zelf'. En Braude meent, zoals Myers, “dat de fysieke hersenen een tijdloos hyperdimensionaal 'Subliminaal Zelf' tot een ingeperkt menselijk zelfbewustzijn 'filtert'.”6 Het blokuniversum van Minkovsky zou volgens Bernard Carr fenomenen zoals precognitie kunnen verklaren maar dan rijst uiteraard weer de pijnlijke kwestie van het determinisme. Carr gelooft dat in een hogere werkelijkheid de wereld alsnog samenvalt met onze persoonlijke ervaring daarvan en zo wordt de vrijheid alsnog gered. Wat in het verleden ligt, bestaat in de door Carr getelde 5D-ruimtetijd werkelijk ergens, waar het fysische met het mentale samenvalt.7 (Wordt vervolgd) (J.B., 14 december 2024) 1Ludo Noens, o.c., 58. 2Ludo Noens, o.c., 60. 3Ludo Noens, o.c., 64-65. 4Ludo Noens, o.c., 65. 5Ludo Noens, o.c., 67. 6Ludo Noens, o.c., 71. 7Ludo Noens, o.c., 72-73. |




