Jaap Kruithofs analyse van het neoliberalisme - Aflevering 7: Democratie
|
Jaap Kruithofs analyse van het neoliberalisme1 Aflevering 7: Democratie “Het begrip democratie betreft een geheel van principes met betrekkingen tot de ordeningen van machts- en gezagsrelaties tussen sociale eenheden.”2 Kruithof geeft vervolgens een uitvoerige uitleg over wat macht is, onderscheiden van gezag, de soorten macht en alle mogelijke relaties die dat meebrengt. Kruithof kiest voor volkssoevereiniteit: de absolute macht hoort toe aan de basis3, en dat zijn de belanghebbenden.4 Volgens Kruithof baseren rechten zich op noden: mensen streven naar bijvoorbeeld ontwikkeling en hebben daar derhalve recht op, en wel alle mensen. Dat is de moeilijke materie van de verhouding tussen Sein en Sollen, wat is (de feiten) en wat zou moeten (de ethiek). Iedereen moet derhalve ook beschikken over de macht om zich te kunnen ontwikkelen, dat is democratisch - in elitaire regimes (Huxley's Brave New World) beslist een elite over wat goed is voor het volk en dat is “een moderne uitwerking van het recht van de sterkste.”5 Macht betekent niet machtsmisbruik en delegatie en representatie zijn praktisch onmisbaar. Macht moet wel democratisch tot stand komen, vanwege de basis, de belanghebbenden en zo bijvoorbeeld zijn referenda zeer gewenst. Van machtsmisbruik is bijvoorbeeld sprake waar elites bepalen wat miljoenen mensen te zien krijgen op televisie.6 Kruithof geeft een wiskundig nauwkeurige analyse van alle mogelijke machtsstructuren en opteert voor een collectief leiderschap. Wat betreft de afgeleide macht: “In onze samenleving domineert de afgeleide macht de oorspronkelijke. Als gevolg daarvan is de kracht van de delegatie, van boven naar beneden, groter dan de representatie, van beneden naar boven. Een fundamenteel ondemocratische ordening, die we moeten bestrijden.”7 Er moeten verkiezingen zijn waar mogelijk; machtsoverdracht moet op vrijwillige basis gebeuren; er moet duidelijkheid zijn over de bevoegdheden (geen absolute macht!); men moet deskundig zijn; anciënniteit mag geen rol spelen; er zijn meer gezagsdragers dan vroeger nodig; mandaten moeten beperkt zijn qua duur, controleerbaar en niet onherroepbaar; de herkiesbaarheid moet beperkt worden (tot bijvoorbeeld twee termijnen).8 Macht moet niet radicaal gecentraliseerd worden, omstandigheden verschillen en experimenten kunnen zeer zinvol zijn. Mao Zedong: 'Laat honderd bloemen bloeien'.9 Een beslissing is democratisch als ze tot stand komt via een maximale deelname van de belanghebbenden (input), als de noden van alle belanghebbenden tellen en als de gevolgen goed zijn voor hun belangen (output). Democratie is een ideaal waarin wat de mensen willen (input) ook goed voor hen is (output). Maar dat iedereen die hard zijn best doet het kan schoppen tot president of dan toch kan stijgen op de sociale ladder, is een sprookje. In de moderniteit komen economie en industrie in de plaats van het grootgrondbezit, de cultuur bevrijdt zich van het christelijk geloof en er is volkssoevereiniteit. In de politiek komen stemrecht, een parlement en een rechtsstaat en de grondwet verankert gelijke rechten voor iedereen. Maar de economie is niet democratisch, de liberale democratie is bedrog: de megasystemen willen slechts winst en de werknemer heeft niets te vertellen. “Het liberale duale stelsel is incoherent. De normen van de democratie worden niet toegepast op het economische gebeuren. (…) De democratie (…) verliest haar autonomie en gaat tenslotte ten onder, zoals wij in onze tijd zien gebeuren.”10 Men tracht de democratie wereldwijd te vestigen (nu in 40 van de meer dan 180 staten) maar zonder succes: polarisering (rijk-arm) en geweld nemen toe. Het meerderheidsprincipe lost niet alles op, het vergt ontwikkeling, bestuur op langere termijn en eenheid in visie. En dan is er het democratische Europa: “Als we weten dat eurocommissarissen na hun ontslag drie- tot vierhonderdduizend euro netto ontvangen, beseffen we hoe de machthebbers denken over de nivellering van de inkomens.”11 De liberale democratie wordt alhier bedreigd door de mega-economie, Europa en extreemrechts. M.b.t. het kiessysteem wil Kruithof een systeem dat genuanceerd de wil van elke kiezer weergeeft, wat niet het geval is met een opkomst van dertig percent, die alleen het belang van de sterksten dient. De monarchie is uit de tijd en de scheiding der machten wordt niet gerespecteerd. Door gebrek aan kennis bij de parlementariërs komt de wetgevende macht in handen van de regering die bovendien de top van justitie aanstelt waar het neoliberalisme “le gouvernement des avocats” met hun procedureslagen heeft geïnstalleerd - dat alles alweer dansend naar de pijpen van de economie. Sociale vooruitgang is te danken aan de niet-geïnstitutionaliseerde macht (stakingsrecht, stemrecht...) die berust bij de basis: zij grondvest de geïnstitutionaliseerde macht en niet andersom.12 Wat betreft de mensenrechten schermt het Westen ermee als het in haar kraam past: voor schendingen elders kijkt het de andere kant op of doet ermee mee.13 Is de democratie verzoenbaar met het socialisme? Onder de vele strekkingen bekijkt Kruithof het leninisme-stalinisme. “Lenin heeft een deel van de planeet uit het kapitalistisch wereldsysteem gelicht en van de andere landen geïsoleerd om er een revolutionair project te verwezenlijken.”14 “Het internationalisme is helaas problematisch.”15 Het eenpartijstelsel dat daar wordt voorgestaan is volgens Kruithof niet valabel voor geavanceerde industriële samenlevingen waar pluralisme en diversiteit wenselijk zijn want de sociale bewegingen aan de basis dragen de politiek. De communistische partij is geen massaformatie maar een elite die zich ten dienste stelt van de basis. “Door die gerichtheid komen de communisten ertoe nieuwe technieken inzake massabeïnvloeding te ontwikkelen.”16 Er is sterke centralisatie en vanuit de radicale ideologie de neiging tot totalitarisme, berekend op clandestiniteit. Een cruciale vraag is ook voor wie de partij dan opkomt: voor iedereen (maar niet voor de kapitalisten, toplui, zelfstandigen)? “Het leninisme heeft de marxistische these van de dictatuur van het proletariaat vernauwd tot het principe van de dictatuur van de partij”17 en de basis is uit het zicht verdwenen. “Als er beslissingen worden genomen die velen niet zinnen, zeggen de partijleiders dat zij beter weten wat de massa nodig heeft dan die massa zelf.”18 Het is een “geloofsleer.”19 Marx daarentegen beging niet de fout om het politiek boven het economische te stellen: “Zijn socialisme was een uitloper, een vrucht van een vergevorderd kapitalisme.”20 De paranoïa van de communisten is te wijten aan het feit dat ze altijd in de clandestiniteit hebben moeten opereren maar dat is uiteraard geen vrijbrief. (Wordt vervolgd) (J.B., 15 maart 2025) 1Jaap Kruithof, Het neoliberalisme, Epo, Berchem 2000. 2Ib., p. 145. 3Ib., p. 147. 4Ib., p. 145-146. 5Ib., p. 153. 6Ib., p. 162. 7Ib., p. 167. 8Ib., pp. 167-171. 9Ib., p. 174. 10Ib., p. 188. 11Ib., p. 189. 12Ib., p. 192. 13Ib., p. 193. 14Ib., p. 193. 15Ib., p. 194. 16Ib., p. 196. 17Ib., p. 198. 18Ib., p. 198. 19Ib., p. 198. 20Ib., p. 199. |


