Manufacturing Consent (Chomsky & Herman) Over de leugenfabriek van de demon van het geld - Aflevering 5: Actualisering van de casestudies (vervolg)
|
Manufacturing Consent (Chomsky & Herman) Over de leugenfabriek van de demon van het geld Aflevering 5: Actualisering van de casestudies (vervolg) Over wie zich kritisch uitlaten over de Vietnamoorlog wordt gezegd dat ze lijden aan het 'Vietnamsyndroom' en dat ze met hun onredelijk afwijzen van geweld (in de jaren zestig) de democratie schaden. De media die de elite vertolken noemen die jaren zestig 'een donker tijdperk' en ze blijven de VS verschonen, vooral als strijd (aldus The Washington Post d.d. 30 april 2000) tegen de opmars van het communisme.1 De VS mochten de Zuid-Vietnamezen niet in de steek laten. (!?)2 Edoch, zoals reeds gezegd, is 'Zuid-Vietnam' een louter bedenksel van de VS. De omkering van daders en slachtoffers gebeurt middels de media. De meeste publiciteit kreeg het boek van McNamara maar “hij komt niet met morele bespiegelingen of verontschuldigingen voor het feit dat zijn land Vietnam is binnengevallen, genadeloos heeft gebombardeerd en totaal verwoest, en miljoenen onschuldige mensen in een kleine verafgelegen samenleving van boeren heeft gedood en verwond om zijn eigen politieke doelen na te streven.”3 Nixon kwam bovendien aandraven met de leugen dat Vietnam vermiste Amerikanen krijgsgevangen hielden om de oorlog voort te kunnen zetten en dat alles werd de wereld ook nog eens opgedrongen in films (The Deer Hunter, Uncommon Valor, P.O.W.: The Escape en Missing in Action) “waarin Rambo-achtige helden kwaadaardige Vietnamezen afslachten, en onze verraden en gemartelde krijgsgevangenen redden. In deze films wordt de geschiedenis op haar kop gezet.”4 Echte foto's van afgeslachte Vietnamezen maken plaats voor gesimuleerde beelden van Amerikanen in de handen van wrede communisten.5 Die leugens rechtvaardigden na de oorlog nog eens achttien jaar economische oorlog tegen Vietnam. Vietnam and other American Fantasies van H. Bruce Franklin kwam nauwelijks aan bod in de pers; The Necessary War van Michael Lind daarentegen veroverde alle media. Ofschoon Vietnamoorloghistoricus Lloyd Gardner alle argumenten van Lind kelderde, bleef het boek overeind omdat het de versie van de elite weergaf.6 Omdat Nixon en Kissinger moeilijk hun bommenwerpers aan de grond konden laten staan, gooiden zij op het in de oorlog onbetekenende kleine landbouwstaatje Laos twee miljoen ton bommen die 353 dorpen wegvaagden, duizenden burgers doodden en de antipersoonswapens doden nog jaarlijks tot twintigduizend mensen of verminken hen, meestal kinderen.7 In Cambodja noemden de VS Pol Pot een 'nieuwe Hitler' maar toen de Vietnamezen hem in 1978 hadden verdreven, kozen ze zijn kant en beschermden hem onder het motto: de vijand van mijn vijand (Vietnam) is mijn vriend. De media zorgden dat het publiek daaromtrent onwetend bleef. Toen Pol Pot overbodig werd voor de VS, veranderden ze weer van koers en de media zorgden voor een passende uitleg, ze verzwegen de vroegere steun van de VS aan Pol Pot die in de media ondubbelzinnig werd afgeschilderd als schurk en moordenaar terwijl Soeharto (in Indonesië) alleen maar een dictator werd genoemd. M.b.t. Pol Pot werd het woord 'slachting' gebruikt, m.b.t. Soeharto: 'zuivering'.8 M.b.t. Oost-Timor worden de tweehonderdduizend doden in The Times toegeschreven aan “een wrede burgeroorlog en de daaruit voortvloeiende invasie, door gevechten, executies, ziekten en hongersnood”9, zonder dat verantwoordelijken worden genoemd en “in een volkomen verkeerde voorstelling van zaken. De burgeroorlog duurde kort, er vielen weinig doden en de invasie 'vloeide niet voort' uit een wrede burgeroorlog, behalve in de Indonesische propaganda.”10 De 'verontschuldigende' achtergronden voor het beleid van Pol Pot worden niet vermeld terwijl dat van Soeharto vergoelijkt wordt als “'gevolg van een mislukte staatsgreep' die 'een golf van geweld ontketende' of 'volgden op een offensief van links'.”11 “De journalisten leggen nooit uit waarom een mislukte staatsgreep een grootschalige slachting zou kunnen rechtvaardigen maar de suggestie blijft hangen.”12 De coup en de genocide van Soeharto in 1965 maakte de VS enthousiast, ze zagen het als een 'lichtpuntje'. “Daaruit volgde vanzelf dat de media Soeharto 'een goede genocidepleger' vonden.”13 Enkele verdere toepassingen. Opiniepeilingen laten zien dat het grote publiek minder defensie-uitgaven wil en meer geld voor onderwijs en sociale zaken maar die mening wordt gefnuikt door de investeerders die een groot defensiebudget wensen.14 In de crisis van 1994-1995 in Mexico bleek het volk tegen de NAFTA (Noord-Amerikaans Vrijhandelspact) “maar de media losten dat doorgaans op door dit feit te negeren.”15 “En terwijl de media kritiek leverden op de standpunten die de bonden zouden innemen, maakten ze niet bekend wat die standpunten dan wel inhielden.”16 Wereldwijde demonstranten tegen het beleid van WTO, IMF en wereldbank in 1999 en 2000 werden door de media belachelijk gemaakt, “afgeschilderd als 'agitatoren die overal tegen waren' (US News & World Report), 'terminaal verongelijkt' (The Philadelphia Inquirer), gewoon 'tegen de wereldhandel' (ABC News) en 'veel geblaat en weinig wol' (CNN), maar waarom de demonstranten actievoerden bleef grotendeels onbelicht.”17 Ze hadden het wel over “de kledij, het uiterlijk, de lichaamsgeur en de modetrends van de activisten en beweerden 'dat ze geen gemeenschappelijk doel hadden'.”18 Maatschappijfilosofen werden bestempeld als 'onwetende herrieschoppers', terwijl gezwegen werd over de illegale politietactieken om de protesten in te dammen. “In werkelijkheid liet de politie de vandalen grotendeels ongemoeid, terwijl vreedzame demonstranten werden afgeranseld”19 Geen van de media had daar oren naar. Daardoor “ontstond er een voedingsbodem voor politiegeweld en ernstige beperkingen van de vrijheid van meningsuiting.”20 Tussen 1977 en 1999 werden de rijken fors rijker, de armen fors armer; “de mainstream media merkten nauwelijks op dat alleen een minderheid [van 'de nieuwe economie'] had geprofiteerd.”21 Nog een toepassing van het propagandamodel: hoe springen de media om met de regelgeving rond de chemische industrie? In Silent Spring beschrijft Rachel Carson het systeem dat de media genormaliseerd hebben tegenover de machtige chemiesector als “'ons opzettelijk vergiftigen en vervolgens toezicht houden op de resultaten'”22, wat betekent dat wij proefkonijn zijn, meer bepaald in 78 procent van de gevallen want dat is het percentage “van de in de handel zijnde chemische stoffen waarvoor geen gegevens over gezondheidsrisico's beschikbaar zijn (…)”23 - een percentage dat bovendien almaar toeneemt. “Toch beweert de industrie dat de veiligheid (…) wordt gegarandeerd door de regelgeving van het EPA (of het FDA) terwijl ze haar best doet om deze instanties te verzwakken.”24 En niemand bekommert zich om het zich ophopen en vermengen van vergiften in het milieu. Alles is toegelaten zolang de toxiciteit niet bewezen is, of dus de logica op haar kop.25 M.b.t. de industrie gebruiken de media de uitdrukking 'wetenschappelijk verantwoord', m.b.t. de critici hebben zij het over 'pseudowetenschap' of 'onterechte paniekzaaierij'.26 Idem op vele andere terreinen. De vos bewaakt het kippenhok. Het besluit luidt dat het propagandamodel nog steeds even actueel is als in 1988 (toen het boek daarover verscheen). (Wordt vervolgd) (J.B., 5 april 2025) 1Ib., pp. 42-43. 2Ib., p. 44. 3Ib., p. 45. 4Ib., p. 45. 5Ib., pp. 45-46. 6Ib., p. 47. 7Ib., p. 47. 8Ib., p. 51. 9Ib., p. 51. 10Ib., pp. 51-52. 11Ib., p. 52. 12Ib., p. 52. 13Ib., p. 53. 14Ib., pp. 54-55. 15Ib., p. 56. 16Ib., p. 57. 17Ib., pp. 57-58. 18Ib., p. 58. 19Ib., p. 59. 20Ib., p. 59. 21Ib., pp. 61-62. 22Ib., p. 62. 23Ib., p. 62. 24Ib., p. 63. 25Ib., p. 64. 26Ib., p. 65. |





