Woke of waan
|
Woke of waan Het feminisme en de golf van nog andere emancipatiebewegingen, waaronder de emancipatie van homo's, bijvoorbeeld na het herstel in de jaren volgend op de tweede wereldoorlog, hebben mede te maken met de verontwaardiging over de gruwelijke gevolgen van dictatoriale en totalitaire systemen maar de grondslagen van die systemen zelf werden niet aangepakt en zijn helemaal niet verdwenen zodat op dit vlak in feite geen wezenlijke hervormingen hebben plaatsgevonden doch veeleer symptoombestrijdingen en oppervlakkige aanpassingen die als het ware een laagje vernis vormen over de rottigheid heen en dat is dan ook de reden waarom de door zekere bevolkingsgroepen bekomen vrijheden heden weer aan het wankelen gaan. In tegenstelling tot wat in menige theorie beweerd wordt, is de opvatting dat zich herhalende mentaliteitswijzigingen te maken hebben met een slingerbeweging van links naar rechts en terug, onjuist en gaat het in wezen om een hardnekkigheid eigen aan repressie die wortelt in eerder biologisch en genetisch geprogrammeerde structuren. Een mooi voorbeeld is het proces van de bevrijding van de (loon)slavernij in die zin dat een oppervlakkige beschouwing het kon laten uitschijnen dat nu eens de heren (de patroons) het voor het zeggen hebben en dan weer de slaven (de arbeiders) wat zich dan zou weerspiegelen in een beurtrol van liberale en socialistische regeringen, terwijl het wezenlijk gaat om de hardnekkigheid waarmee het (natuurlijk verankerde) recht van de sterkste zich doorzet, nu en dan gehinderd door opstootjes van de onderdrukten in gevolge onoplettendheid van de overheersers. Toen een paar duizend jaar geleden het Romeinse Rijk de wereld aan zich onderwierp, waren er alom opstanden waaronder ons door allerlei historische bewegingen deze van de joden welbekend gebleven zijn en waarvan wij onthouden dat die opstandelingen alras terug in het gareel werden gebracht met militaire maar vooral ook met politieke en ideologische middelen, namelijk door de inlijving van de opstandelingen nadat dezen eerst geïdentificeerd werden met de christenen, zijnde degenen die gehoorzaamheid boden aan een zekere slavenmoraal of dus een moraal van 'vrijwillige' onderwerping aan het Romeinse gezag. Er wordt ons geleerd dat het wereldse rijk (van de Romeinen) weliswaar de wereld veroverde terwijl het christendom de harten voor zich won maar die voorstelling van zaken doet de waarheid geweld aan, wetende dat de zogenaamd overtuigende kracht van deze religie (van dienstbaarheid) door Friedrich Nietzsche werd ontmaskerd als een ultieme overlevingsstrategie: de slaaf maakt van de nood een deugd door het hem opgelegde werk als zijn plicht te gaan beschouwen en door zijn meester, zijn onderdrukker, lief te hebben zodat hij in feite het onderdrukt worden liefheeft, wat heel duidelijk tot uiting komt in de christelijke godsdienst met als na te volgen ethisch voorbeeld de gekruisigde die door zijn marteldood het heil bereikt. Vanuit puur natuurlijk oogpunt gaat het hier om een perversiteit die intussen echter een dominante plek veroverd heeft in de geschiedenis van de mensheid en wel in die mate dat zij het zogenaamd natuurlijke bij wijlen is gaan overheersen. Als men de achtergronden uit het blikveld houdt, lijkt het dan alsof staatsvormen pendelen tussen bijvoorbeeld fascisme en socialisme maar het gaat alleen maar om een zichzelf voortdurend versterkend fascisme dat zodoende gebruik maakt van een methode waarbij zekere toegevingen in functie staan van daarop volgende verstrakkingen. Een ander en gelijkaardig voorbeeld vindt men terug waar de Britten middels Mahatma Gandhi, die de ahimsa predikte, de geweldloosheid en meer bepaald het geweldloos verzet, het Hindoeïsme zouden hebben proberen te gebruiken in hun gewezen kolonies, Zuid-Afrika en India, ter onderdrukking van opstanden. Het kastenstelsel functioneert immers sinds oudsher ter bescherming van de voorrechten van de rijken, daar men gelooft in de wet van het karma welke voorhoudt dat men zijn maatschappelijke positie in voorgaande levens verdiend heeft. De huidige oorlogslogica toont andermaal hoe de moraal wordt bepaald door militaire suprematie en zet de hachelijke positie in de verf van de 'tegennatuurlijke' ethiek van bijvoorbeeld het christendom maar ook die van andere 'religies', incluis de humanistische. Het terugdraaien van de 'mensenrechten', die zich verzetten tegen de voorrechten welke de producten zijn van een door het neoliberalisme in de cultuur naar binnen geloodst 'recht van de sterkste' is dan onvermijdelijk aan de orde. De verontwaardiging over het onrecht lijkt dan de duimen te moeten leggen voor de angst voor de pleger ervan of de machthebber. De maatschappelijke positie van de vrouw, de homo, de allochtoon, de anders-valide, de bejaarde, het (al dan niet reeds geboren) kind, de niet neoliberaal gerichte mens, de Wankja uit het beroemde gedicht van J. Slauerhoff1 of de kunstenaar is in gevaar en daarmee de essentie van de mensheid en haar toekomst omdat alle (dode) materie in functie staat van immateriële (levende) waarden, omdat alle mensen geboren worden uit vrouwen, omdat kinderen de toekomst van de mensheid zijn, omdat de mens niet het werktuig maar het doel is van de economie en omdat wij geen wegwerpdingen zijn. Maar wij leven vooralsnog in een democratie, wat betekent dat de aanwending van macht in functie van megalomanie kan worden afgestraft, tenminste zolang de verontwaardiging de bovenhand behoudt op de waanzin, want het maakt deel uit van de list der potentaten om ook degenen die zij overheersen en plunderen, ertoe te verleiden te geloven in de leugen van 'the American dream', het lotto-sprookje, het fabeltje dat iedereen rijk kan worden en dat nu verteld wordt door zekere handlangers van de mammon in de vorm van de verblindende parabel dat uiteindelijk allen profiteren van de rijkdom van de rijken en die bestaat bij de gratie van de onwetendheid omtrent het feit dat arbeid de enige niet-misdadige bron van rijkdom is. De democratie moet worden gekoesterd als enig ofschoon niet onfeilbaar verweer tegen dictaturen en totalitaire regimes, welke hun valse reden van bestaan ontlenen aan angsten die zij zelf creëren eenmaal zij met de vergiftiging van het leven begonnen zijn. Dictators eisen de hegemonie op als verweer tegen een door hen gecreëerde vijand waarvan zij de massa bang maken om die (massa) dan voor hun kar te kunnen spannen, meer bepaald als onnadenkende entiteit die vanuit zijn angst klakkeloos het bevel volgt om zich te gaan offeren aan een door hen gecreëerd oorlogsfront zoals straks een eeuw geleden door John Heartfield werd onthuld.2 Die werkelijkheid is des te meer wraakroepend omdat, zoals vandaag wereldwijd iedereen die zijn ogen en oren durft te geloven, dagelijks kan getuigen, de dictators in oost en west uitsluitend in hun eigen waanwereldje de meest voorbeeldigen onder de mensen zijn. (J.B., 20 januari 2026) 1J. Slauerhoff, De Schalmei (Serenade, 1930), “Zeven zonen had moeder:/Allen heetten Peter,/Behalve Wanjka die Iwan heette.//Allen konden werken:/Eén was geitenhoeder,/Eén vlocht sandalen,/Eén zelfs bouwde kerken;/Maar Iwan die Wanjka heette/Wilde niet werken.//Op een steen in de zon gezeten/Bespeelde hij zijn schalmei.//'O, mijn lieve,/Mijn lustige,/Laat mij spelen/In de schaduw van mijn/Korte rustige vallei./Laat andren werken,/Sandalen maken of kerken./Wanjka heeft genoeg aan zijn schalmei.'” 2Met name in de collage “Krieg und Leichen - Die letzte Hoffnung der Reichen” Cf.: https://heartfield.adk.de/node/5609 |




