Berichten van 1 januari 2023 tot 31 december 2023
nc--
nc--
Chomsky 14 april 2023
Chomsky 14 april 2023
Samenzweringen: en gewetenloosheid: schering en inslag


Noam Chomsky over de grootste misdaad van de vorige eeuw
nc
Het Mysterie en de ontstolen dimensie - 8. Het geloof dat bergen kan verzetten
|
Signalen uit een verzwegen wereld. Het Mysterie en de ontstolen dimensie.1 Het wereldbeeld van de Vlaamse schrijver Ludo Noens 8. Het geloof dat bergen kan verzetten Terwijl de Heiland rondwaart in de hel om daar de ontelbare zielen die ongedoopt moesten blijven omdat zij leefden in het tijdperk voorafgaande aan het begin van onze jaartelling, uit het voorgeborchte te bevrijden, lazen wij het vijfde hoofdstuk uit het boek Signalen uit een verzwegen wereld – het Mysterie en de ontstolen dimensie waarin Ludo Noens vertelt over het Bindelof-experiment met zwevende tafels en klopgeesten, gedachtenfotografie en het vastleggen op film van de opgeroepen geest van dokter Bindelof die dan de participanten aan de proef behandelde met heilzame massage. Sommigen schrijven de verschijnselen toe aan groepsprojectie, anderen blijven steevast geloven dat er meer aan de hand is. Ook het Philip-experiment komt ter sprake, het verhaal The White People van Arthur Machen, het geschrift Qui Sait van Guy de Maupassant en de magiër Aleister Crowley. In The psychic Life of Jesus bespreekt Maurice Elliot de mirakels uit het evangelie en hij merkt op dat het Griekse 'pistis' wijst op een actief geloof dat dwingt en dat, naar de woorden van de Heiland, bergen kan verzetten. Want telkenmale valt de nadruk op de eis van een gepaste ingesteldheid bij de deelnemers aan de scéances - met andere woorden: zonder geloof worden geen bergen verzet of blijven zij obstakels. En kijk nu wie van de nieuwe paragraaf handig gebruik maakt om zich tussen de regels van onze tekst te komen wringen: Omsk Van Togenbirger! OVT: Zeg dat wel! En ik heb u een verrassing mee! – Een verrassing!? OVT: Had gij mij niet de vraag gesteld hoe wij de zaken moeten zien welke besproken worden in het boek van Ludo Noens? Wel, ik heb de auteur zelf aangeschreven! – Fantastisch! En? Heb je ook antwoord gekregen? OVT: Reken maar! – En? OVT: Ging het niet over de essentie van de dingen, mijn beste? – Ja, dat was inderdaad ons probleem. En hoe moeten we dat nu zien? OVT: Zoals te verwachten komt het antwoord van de auteur voor een groot stuk overeen met dat van Immanuel Kant uit Koningsbergen van wie wij volgend jaar de driehonderdste verjaardag vieren. – Ja? OVT: Kant zegt dat wij het ding op zich niet kunnen kennen en ook Noens noemt het ding op zich een mysterie en hij voegt er aan toe dat hij daar ook vrede mee neemt. – Dan blijven we met een raadsel zitten? OVT: Het is geen raadsel, mijn beste: een raadsel is oplosbaar en als het opgelost wordt, is het ook verdwenen. Maar dit is een mysterie. Een mysterie is niet oplosbaar, het blijft voor eeuwig een mysterie, het verdwijnt nooit. Men zou daarom zelfs kunnen zeggen dat een mysterie onsterfelijk is. – Maar... OVT: Het ding op zich is een mysterie en een mysterie is onsterfelijk... derhalve is het ding op zich onsterfelijk! – Dat is wel heel kort door de bocht, zo lijkt het mij. OVT: Dat denk je maar! – Hoezo!? OVT: Neem nu het paasei, morgen vallen er paaseieren te rapen... – Ja? OVT: In dit tijdperk van ongeloof en van misplaatst geloof in de macht van de wetenschap, zeg maar in de almacht van de mens, in de goddelijkheid van de mens, zijn de paaseieren van chocola. – En wat heeft dat met wetenschap te maken? OVT: Ik viseer de wetenschap niet, mijn beste: ik heb wel vragen bij het geloof van sommigen in de almacht van de wetenschap. – Oké... OVT: De eieren zijn van chocola, nietwaar? Ze worden als maakbaar beschouwd. De eieren, de levenskiemen, het geheim van het leven: het wordt gefabriceerd, mijn beste, en wel van chocola, van oppep-suiker, om de instemming van de snoepers te bekomen met de verborgen boodschap dat het leven maakbaar is, te ontleden in fragmenten en dan weer samen te stellen, beheersbaar, te overheersen door de mens, de nieuwe god, en door de goden te verslinden ook, zoals dat gebeurde in de mythen van de Oude Grieken. – Ik kan u niet goed volgen... OVT: Paaseieren horen échte eieren te zijn, mijn beste, zij horen niet te worden opgegeten. Wij dienen het voorbeeld te volgen van de vogelen des hemels: leggen die eieren om die dan op te eten? – Wat bedoel je? OVT: Wel, wat ik zeg! Alleen mensen eten hun eigen kinderen op. Wat zeg ik? Alleen mensen die zich goden wanen doen dat! – Ik begrijp er niets van. OVT: De mens wordt geconsumeerd, zeker nu het hier weer oorlog wordt, de oorlog hongert naar kanonnenvoer. En de oorlog is het verlengstuk van de economie: in de economie worden de mensen geofferd aan de mammon, de mens staat in dienst van het geld in plaats van andersom. Alleen mensen die zich goden wanen verslinden hun eigen nazaten en bezegelen aldus hun sterfelijkheid. Eieren symboliseren de onsterfelijkheid, zij horen daarom niet van chocola te zijn, wij moesten onze kinderen leren om échte eieren te verzamelen met Pasen, en die dan uit te laten broeden met veel zorg, zodat zij kunnen getuigen hoe uit het ei een vogel opstaat die ten hemel klimt en zingt: hij hoeft zelfs geen bergen te verzetten, hij vliegt er over heen! En op zijn beurt legt hij weer eieren, telkenjare opnieuw, in de lente, met Pasen. – Zolang de aarde niet verwoest werd... OVT: Precies daarom. Volkomen spoorloos is Van Togenbirger plots verdwenen. Hij is te rade gegaan bij de auteur van het besproken boek dat nu voor ons ligt en dat uitnodigt om in zijn sporen te gaan lopen. We staan in feite oog in oog met een hedendaagse Odysseus wiens mentale omzwerving van inmiddels zowat driekwart eeuw hem geen windeieren heeft gelegd omdat ook de verboden paden werden verkend welke naar de ontstolen dimensie leiden - een reis doorheen de wereld van de geest door een stoutmoedig vorser, heden uitgekristalliseerd als een geüpdate Ilias. In wat nog volgt, blijkt elke bladzij - een kleine driehonderd in totaal - een welhaast eigenzinnig paasei dat na bestudering zijn geheim prijsgeeft in de vorm van telkens weer een nieuwe mysterieuze vogelsoort. Het monster van Lochness, de Tibetanen, het heilige van Rudolf Otto, John Lennon, het mysterie van de tijd, het Nibelungenlied, de Heilige Graal en nog tientallen andere verschijnselen die wij nooit zullen doorgronden, verklappen dat de wereld niet datgene is waarvoor wij hem houden, want wij denken alleen wat ons werd verteld en wat wij ons dan eigen maakten. Wij moeten dwars door de waas van de tijds- en cultuurgebonden verhalen heen waarin ons bestaan werd ingesponnen, naar de diepere lagen omdat de dingen aan de oppervlakte slechts symbolen zijn en dat zijn allerminst dingen op zichzelf, het zijn louter tekens en tekens zijn wegwijzers, zij wijzen weg van zichzelf naar elders, naar verder. Het paasei dient heus niet te worden geconsumeerd, het consumentendom heeft ons alleen geleerd om te verslinden maar dat doen hier zelfs de dieren niet, die ons nu uitnodigen om hun voorbeeld te gaan volgen en met zorg aan het broeden te gaan en als de vogel uit het ei komt, moeten wij die voederen met al het verteerbare dat wij in de wereld kunnen vinden, totdat hij krachtig genoeg is om zijn vleugels uit te slaan en de obstakels van de hoogste bergen te verschalken middels de lichte vlucht in de lucht, die daarom sinds oudsher pneuma wordt genoemd, wat betekent: adem die het leven schenkt en tegelijk ook: woord, geest en ziel. Signalen uit een verzwegen wereld – het Mysterie en de ontstolen dimensie van Ludo Noens is een uitermate rijk gedocumenteerd werk met ruim twintig bladzijden aan verwijzingen met betrekking tot alle takken van de wetenschappen en de kunsten - met inbegrip van de verdonkeremaande, getaboeëerde en verboden feiten en geschriften die niet passen in het kader van wat heden opgang maakt – maar morgen alras is vergeten. Een werk om te lezen maar ook om te herlezen, om uit te diepen en verder te bespreken omdat de dimensie waarvan de auteur ons op het spoor brengt, niemand minder dan de godheid zelf bergt, terwijl in dit woeste tijdperk dat is uitgemond in wrede oorlogen, “alleen een god ons nog kan redden”. (J.B., Stille Zaterdag 2023) 1 Ludo Noens, Signalen uit een verzwegen wereld. Het Mysterie en de ontstolen dimensie, Aspekt, Soesterberg 2023. |
Het Mysterie en de ontstolen dimensie - 7. Omsk Van Togenbirger over kwanta
|
Signalen uit een verzwegen wereld. Het Mysterie en de ontstolen dimensie.1 Het wereldbeeld van de Vlaamse schrijver Ludo Noens 7. Omsk Van Togenbirger over kwanta - Omsk Van Togenbirger, wij zitten momenteel middenin een boek van Ludo Noens, een heel bijzonder boek, zo komt het ons voor, zoals er de jongste tijd wel meer geschreven worden maar nog anders. Het gaat over onverklaarbare fenomenen maar het gaat ook over filosofie en over ernstige levensvragen. Mogen wij u daar omtrent eens interpelleren? Hebt gij enkele minuten tijd voor ons? - Omsk Van Togenbirger (OVT): Wij lopen elkaar altijd op deze parking bij de supermarkt tegen het lijf... maar goed, waar komen mensen elkaar anders nog eens tegen: wij moeten alleen nog naar buiten om eten te halen, dat is vooralsnog niet digitaal beschikbaar, al de rest wel, zo lijkt het toch... - Wel, uiteraard staat ook het antwoord op onze prangende vragen niet online... OVT: Kennelijk niet. Maar wat precies wilt gij dan weten? Ik heb gehoord over het boek van Noens, een collega van mij breekt zich daar het hoofd over, zo heeft hij me verteld: het zou in de lijn liggen van... inderdaad een groot aantal werken die de zogenaamde kwantummechanica wel lijken te gebruiken om daarmee het bestaan van God te bewijzen of het leven na de dood, iets in die zin... Maar ik heb het niet gelezen... Ik veronderstel dat gij wilt weten of die link met de kwantumgeleerdheid van honderd jaar geleden terecht is, nietwaar? Die atoomgeleerden die daar beginnen te dichten en aan mystiek gaan doen, nietwaar? Ja, ik kan nu niet direct op hun namen komen, de oude dag speelt ook mij parten, ziet ge, maar zij zouden beweren, als ik mij niet vergis, en met veel meer en ook met veel grotere woorden uiteraard, dat nu ook de natuurvorsers een godsbewijs gevonden hebben, is het dat waarover gij iets wilt vragen? Een wiskundig bewijs van het bestaan van god, als het ware? Zij zien, naar men althans toch zegt, dat hun ingewikkelde wiskundige formules in feite precies hetzelfde uitdrukken als datgene wat reeds duizenden jaren geleden werd gezegd, maar dan in wat andere bewoordingen, in oude religieuze geschriften bij uiteenlopende volkeren overal ter wereld, is het dat? - Dat is het ongeveer, ja. - OVT: Tja, het is allemaal niet te verwonderen natuurlijk, de mensen zijn de dystopie in het zog van dat wereldwijde bedrog rond corona een beetje beu, en ook het gezanik van statistici, politici en nog andere soorten van fabuleerders... als dat woord überhaupt bestaat... Neen, het is niet meer dan normaal dat men nu ineens terug wil grijpen naar het onwetenschappelijke en naar het mysterie, zoals men dat zegt en ge zult zien dat ook de religies daar alras garen gaan bij spinnen - een goede zaak is dat toch niet maar het is te verklaren, inderdaad... - Is het terecht wanneer gezegd wordt of geschreven dat de fysica van de kleinste deeltjes de waarheid van de oudste wijsheden bevestigt? - OVT: Wel, de geleerden over wie gij het hebt, zoeken naar de grond van de werkelijkheid, en zij zijn vaker gebeten door de microbe van het microreductionisme, zoals ge weet... zij beschouwen alle dingen als samengesteld uit eenvoudigere dingen, en die uit nog eenvoudigere dingen, en uiteindelijk zou men dan moeten belanden bij de meest simpele dingen... Vroeger sprak men over niet meer deelbare stukjes of atomen, maar die hebben ze al helemaal uit elkaar gehaald, zeggen ze, en nu hebben ze de mond vol over kwanta, kleine pakketjes, ik weet ook niet wat ze precies bedoelen en ik denk dat ze het zelf niet weten. - Weten ze het zelf niet? OVT: Wel, zoals Kant al zei: “ Das Ding an sich ist ein Unbekanntes”. Wij weten dat wij in feite onwetend zijn omtrent bijvoorbeeld het atoom als zodanig. Het atoom kan men nooit zien. Aan de hand van de eigenschappen van de stof in kwestie, bijvoorbeeld ijzer, maken wij een hypothetische constructie van het atoom, bijvoorbeeld het ijzeratoom. Een model dat in staat is om de verschijnselen die we wél kunnen waarnemen, te verklaren, bijvoorbeeld de hardheid van ijzer. Maar duiken er nieuwe verschijnselen op, dan moet het model uiteraard aangepast worden. En een definitief model zal er nooit zijn, de aanpassingen zullen blijven duren en dat weten wij wel zeker, alleen al omdat zich onophoudelijk nieuwe verschijnselen voordoen, en dit alleen al door het voortschrijden van de tijd, begrijpt gij? En het gaat niet om details of om kleinigheden, zoals bij het aanscherpen van een of ander wereldrecord in de atletiek: de herzieningen kunnen bijzonder drastisch zijn. - Dat snap ik toch niet zo goed... OVT: Men kan het vergelijken met het beeld dat men zich vormt over iemand over wie men hoort praten zonder dat men de persoon in kwestie ooit ontmoet heeft. Er wordt gezegd dat het een vriendelijke verschijning is, tamelijk klein van gestalte, goed gekend in de buurt, zwartharig. Men vormt zich een beeld van een klein en nog jong persoon en men gelooft een relatief goed beeld te hebben van de man of vrouw in kwestie, totdat men bijvoorbeeld verneemt dat gaat om een kater of een hondje. Of een mythologische figuur, een personage uit een roman of iemand die opdook in een droom. En in dat geval is die figuur vanzelfsprekend niets anders dan haar beschrijving. Maar misschien is dat in alle gevallen wel zo. - Denkt gij dat echt? OVT: Wel, ook als men iemand in levenden lijve heeft ontmoet, zoals men dat zegt, moet men het doen met een verschijning en met dingen die al dan niet worden gezegd, gehoord, getoond, gezien... Ik kan zelfs niet zeggen dat ik mijn eigen vrouw ken, als ge begrijpt wat ik bedoel? - Inderdaad, ik begrijp het: tot de kern van de zaak kan men niet doordringen... - OVT: Misschien is er geen kern! – Tja... - OVT: Ik ben geen atoomgeleerde, mijn beste, en bovendien heb ik uw boek van Ludo Noens nog niet gelezen, mijn ogen zijn overigens, driewerf helaas, veel te slecht geworden om nog lang te kunnen lezen. Maar het lijkt mij in elk geval toch zo te zijn dat men niet eeuwig kan doorgaan met het in steeds kleinere stukjes kappen van de dingen. - En waarom niet? - OVT: Behalve dan omdat op den duur onze ogen niet goed genoeg meer zien, heel eenvoudig omdat de werktuigen waarmee men kapt, eveneens van stof zijn, ziet u? Men kan er geen abstractie van maken! Wil men een stuk hout in stukken zagen, dan heeft men ijzer nodig, een ijzerzaag bedoel ik. Wil men ijzer doorzagen dan behoeft men een nog harder materiaal, zoals high speed steel. Wil men dat doorzagen dan heeft men weer een hardere materie nodig... Nu, ik ben geen werktuigbouwkundige maar misschien mag ik wel veronderstellen dat er aan die reeks algauw een einde komt, met andere woorden: dat men alras arriveert op een punt waarop men het niet meer kleiner kan omdat de werktuigen om verder te gaan, ontbreken. Want ook het zaagje moet steeds kleiner worden, ziet u? - Nauwelijks... - OVT: Ik moet nu ervandoor, mijn beste. Ik zou zeggen: lees maar eerst dat boek helemaal uit, misschien zien we elkaar nog achteraf. Tot kijk! - Tot kijk, Omsk Van Togenbirger... (Wordt vervolgd) (J.B., 6 april 2023) 1 Ludo Noens, Signalen uit een verzwegen wereld. Het Mysterie en de ontstolen dimensie, Aspekt, Soesterberg 2023. |
Het Mysterie en de ontstolen dimensie - 6. De geest achter het brein
|
Signalen uit een verzwegen wereld. Het Mysterie en de ontstolen dimensie.1 Het wereldbeeld van de Vlaamse schrijver Ludo Noens 6. De geest achter het brein In zijn vierde hoofdstuk ontplooit Ludo Noens de thesis die suggereert dat het stoffelijke brein allerminst de geest voorbrengt maar dat het die daarentegen alleen maar kan remmen. “Volgens (…) Frederic Myers (…) 'filtreren' de fysieke hersenen een bovenzinnelijk 'Subliminaal Zelf' tot een ingedamd menselijk zelfbewustzijn, (dat) zou overleven na de dood van het fysiek brein.”2 Vergelijkbaar met “het pre-existent 'transcendentaal subject'” van Carl Du Prel “waarvan de wakende persoonlijkheid of zelfbewustzijn slechts een pragmatisch fenomenologisch deel is (dat) in de loop van de evolutie gradueel de sfeer van het empirisch zelf van de mens zal naar binnen treden.”3 “Het hiernamaals is het hier en nu, slechts op een andere wijze ervaren.”4 Pim Van Lommel: “Hoe kan men zich helder bewust zijn van een buitenlichamelijke toestand, met een volledig platte EEG dat op een uitgeschakeld brein wijst?”5 Nog straffer dan de bijnadoodervaringen is de participatie aan doodsbedvisioenen door buitenstaanders. John Lorber (in het artikel: Is Your Brain Really Necessary?) beschrijft een patiënt die praktisch geen hersenen heeft maar wel een IQ van 126. Kort voor het sterven is er bij 5 à 10 pct. van de Alzheimerpatiënten maar ook bij mensen met andere vormen van dementie zgn. 'terminale luciditeit' (overigens “reeds opgemerkt door Hippocrates, Plutarchus, Cicero en Galenus”6 als “een intacte ziel achter een stervend brein”7). Sommigen zeggen de indruk te hebben “dat de geest ook achter het brein schuilt en erdoor wordt beperkt.”8 Over een 26-jarige patiënte die op 1 maart 1922 in Schwalmstadt stierf, schreef haar verzorger, Friedrich Happich: “Käthe, die nooit een woord had gesproken en van geboorte af mentaal invalide was, zong doodsliederen voor zichzelf. (…) Een half uur lang zong zij. Haar gezicht, tot dan toe dwaas, was getransfigureerd en gespiritualiseerd. Toen ging zij zachtjes heen.”9 Gelijkaardig lijken de ogenblikkelijke genezingen in het Nieuwe Testament. Men denke ook aan de gevallen “waarbij een tengere moeder (…) een personenwagen optilde die haar kind dreigde te verpletteren...”10 (Wordt vervolgd) (J.B., 5 april 2023) 1 Ludo Noens, Signalen uit een verzwegen wereld. Het Mysterie en de ontstolen dimensie, Aspekt, Soesterberg 2023. 2O.c., p. 69. 3O.c., p. 69. 4O.c., p. 70. 5O.c., p. 71-72. 6O.c., p. 75. 7O.c., p. 76. 8O.c., p. 75. 9O.c., p. 76. 10O.c., p. 79. |
Het Mysterie en de ontstolen dimensie -- 5. De stof als creatie van de geest
|
Signalen uit een verzwegen wereld. Het Mysterie en de ontstolen dimensie.1 Het wereldbeeld van de Vlaamse schrijver Ludo Noens 5. De stof als creatie van de geest Onze werkelijkheid heeft een (inter)subjectief karakter, de dingen op zich kennen wij niet (zegt Kant) maar “met het uitsterven van alle levende wezens blijft er mogelijk een primaire substantie achter (…) een autonoom primair substraat (van de Britse empiristen) dat doet denken aan bepaalde occulte ideeën.”2 De realiteit (en ons lichaam) zijn samengesteld uit zeven “alsmaar subtiele wordende niveaus”3 die tot elkaar niet kunnen doordringen - alleen 'helderzienden' kunnen buiten het zintuiglijke treden. E.W. Berridge: “Als een mens iets verbeeldt, schept hij in feite een vorm op het astraal (…) vlak, (…) even werkelijk en objectief voor intelligente wezens op dàt niveau (sic), als onze aardse omgeving voor ons is.”4 Dion Fortune alsook W. Tenhaeff beweren zelfs dat met een krachtige wil gedachten kunnen gematerialiseerd worden (bijvoorbeeld als poltergeist). Kwantumdeeltjes bestaan niet op zichzelf, ze zijn er enkel in de mathematische taal, als een waarschijnlijkheid (vergelijk met het hindoeistische begrip 'maya') en Max Planck verklaarde dat materie een afgeleide is van bewustzijn. Mathematische vormen generen soms tegenstrijdigheden met een correlaat in de stoffelijke wereld en zo kan bijvoorbeeld licht geïnterpreteerd worden als deeltjes maar ook als golf want de waarnemer bepaalt mee wat hij ziet. Arthur Koestler omschreef deze 'vaagheid' in 1972: massa bleek equivalent met energiepakketten, bij Einstein worden massa, traagheid en zwaartekracht herleid tot “spanningen, krommingen en kronkels in de lege, multidimensionale ruimte.”5 De kwantumdeeltjes ('niet-dingen') zijn “de culminatie van een ontwikkeling die tegen het eind van de vorige eeuw begonnen is”6 Selffulfilling prophecy? De kwantumdeeltjes bestonden kennelijk niet voordat we ze observeerden. (Cf. het 'informatie-realisme' van Max Tegmark). De stoffelijke wereld bestaat niet los van onze geest. Wanneer paradigma's veranderen, aldus Kuhn, verandert de wereld zélf samen met hen.7 Het plastische van de subatomaire dingen doet denken aan het plastische van de astrale wereld. Dion Fortune: “Krachtige willen zijn in staat zelfstandige mentale vormen te scheppen, die zelfs een stoffelijke vorm kunnen aannemen.”8 Volgens de rationalist zijn de duivel en de natuurgeesten, elfen en kabouters van de middeleeuwers, projecties van bijgeloof maar hun bestaan wordt door sommigen nog steeds verdedigd: zij zouden levende wezens uit de astrale wereld zijn, wisselend van voorkomen: “Hun astrale constitutie is zo ontvankelijk dat zij de gedachten/emoties van hun toevallige fysieke waarnemer weerkaatsen.”9 De vraag luidt dan of de elf een loutere creatie van de verbeelding is ofwel nog voor een stuk een zelfstandige maar door de verbeelding te kneden entiteit. Noens: “Omdat bij dit alles de elementaire substantie op zichzelf van de Verlichtingsfilosofen zich hardnekkig blijft opdringen, ben ik geneigd deze buiten ons cognitief bereik vallende substantie te vereenzelvigen met de plastische, fijnstoffelijke astrale wereld van de occultisten.”10 Feiten en denkbeelden bevestigen elkaar wederzijds in theorie-geladen observaties (zoals inzake de Ark van Noach op de berg Ararat of de waarneming van UFO's) en magiërs kunnen de astrale lichamen manipuleren. Niels Bohr zei al: “Het zijn dingen die niet passen in ons huidig realiteitsbeeld die ons (denken) in een nieuwe richting zullen dwingen (...)”11 Jules Vernes schreef: “Al wat een mens zich in zijn verbeelding kan voorstellen, kunnen andere mensen tot werkelijkheid maken.”12 Pablo Picasso: “Al wat een mens zich kan inbeelden, bestaat ook echt.”13 John Flanders (Jean Ray) geloofde “dat de Oud-Griekse goden begonnen uit te sterven toen de mensen aan hun bestaan gingen twijfelen.”14 En Sir James Barry (de auteur van Peter Pan): “Every time a child says 'I don't believe in fairies', there is a little fairy somewhere that falls dow,n dead.”15 (Wordt vervolgd) (J.B., 4 april 2023) 1 Ludo Noens, Signalen uit een verzwegen wereld. Het Mysterie en de ontstolen dimensie, Aspekt, Soesterberg 2023. 2O.c., pp. 52-53. 3O.c., p. 53. 4O.c., p. 53. 5O.c., p. 55-56. 6O.c., p. 56. 7O.c., p. 57. 8O.c., p. 57. 9O.c., pp. 58-59. 10O.c., p. 59. 11O.c., p. 63. 12O.c., p. 64. 13O.c., p. 64. 14O.c., p. 65. 15O.c., p. 65. |
“WHO: 1 op de 6 mensen wereldwijd is onvruchtbaar"
Uit het ochtendnieuws d.d. 4 april 2023:“WHO: 1 op de 6 mensen wereldwijd is onvruchtbaarWereldwijd is ongeveer één op de zes mensen onvruchtbaar, zo blijkt uit een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Het probleem doet zich overal in ongeveer gelijke mate voor, ongeacht of een land rijk of arm is. "Onvruchtbaarheid discrimineert niet", zegt WHO-topman Adhanom Ghebreyesus. IB 04-04-23, 03:20 Laatste update: 03:26 Bron: BELGA” Maar uiteraard heeft dit helemaal niets te maken met de inentingen tegen corona: lees er alles over in “PANOPTICUM CORONA”: en in: “VAN LIBRICIDE TOT GENOCIDE”: |
Het Mysterie en de ontstolen dimensie. 4. Pseudowetenschap als bevrijdende poëzie
|
Signalen uit een verzwegen wereld. Het Mysterie en de ontstolen dimensie.1 Het wereldbeeld van de Vlaamse schrijver Ludo Noens 4. Pseudowetenschap als bevrijdende poëzie Is geloof in pseudowetenschap een gevolg van ervaringen uit de kindertijd? Noens verhaalt hoe hij als tiener in vervoering kwam door de boeken van de wiskundige en skepticus (!) Martin Gardner en Erich von Däniken (met hun stelling dat de menselijke beschaving een geschenk is van buitenaardse kosmonauten) en hoe hij die vervoering herkende in het numineuze (het mysterium tremendum et fascinans) zoals beschreven in Het Heilige van de godsdienstwetenschapper Rudolf Otto. Gelijkaardig is de uitwerking van het fantastisch realisme of het magisch realisme. Maar terwijl pseudowetenschap verketterd wordt, wordt ook door geleerden geloof gehecht aan bijvoorbeeld de goddelijke schepping zoals verhaald in de Bijbel. Charlatans teren op de fundamentele eenzaamheid en het gevoel van zinloosheid van de mens in een gerationaliseerde wereld maar ook geleerden geraken vaker begeesterd door 'het mysterie'. Waar vandaan de blijvende opwinding, de 'irrationele ijver', de “haast neurotische drang tot 'voortvertellen' (het Amerikaanse weekblad Time gaf de nieuwe hype toen de naam Dänikitis)?”2 als 'profeten' elkaar tegenspreken of als zij onmogelijke zaken vertellen? Noens: “Het komt mij voor dat een groot deel van de bekoring van pseudowetenschappelijk leesvoer inderdaad ligt in zijn 'poëzie, in haar volledige en nu vergeten betekenis van het woord.' Bij hiervoor ontvankelijke lieden maakt een dergelijke poëtisch/fantastische inkijk op de realiteit een onderhuids wéten wakker, los van opvoeding en geïnstitutionaliseerd onderwijs en over filosofische en methodologische analyses heen, dat alles niet zo exclusief hoeft te zijn zoals de consensus het van de daken roept. Dat de basiswerkelijkheid ook op een volledig andere of ruimere manier in elkaar kan zitten en ervaren/beoordeeld kan worden dan de uitsluitende rationele en logisch-mathematische unanimiteit het vandaag ordonneert.”3 William James noemt het rationeel bewustzijn slechts één van de vele vormen van bewustzijn. Ook Noens gelooft dat principieel iedereen intuïtief intieme kennis kan krijgen over de plaats van de mens in deze wereld: het gaat om universele mystieke ervaringen zoals bijvoorbeeld neergeschreven in de Kaballa. Dat figuren zoals Daniel Dennett zelfs het bestaan van bewustzijn loochenen kan slechts resulteren uit “elitaire bijziendheid als gevolg van psychosociale dwang, culturele fixaties of het negeren van 'ongepaste' informatie.”4 Onze maatschappelijke realiteit is het bezinksel van eeuwenlange evolutie met ideeën “voortgesproten uit het brein van een beperkt aantal individuen”5 en volgens de psychohistorie zou hun psychoanalyse kunnen verklaren waar hun revolutionaire ideeën dan vandaan komen - vaak bleken zij neurotici. Noens: “Is het vergezocht een lijn te trekken van de neurotische Gelover die subliminaal aanvoelt dat niets zo 'vast' is als het lijkt, naar de neurotische historische vernieuwer die geniale intuïtieve (subliminale, transpersoonlijke?) wenken weldoordacht in de praktijk bracht?”6 Volgens Thomas Kuhn (The Structure of Scientific Revolutions, 1962) treedt een paradigmaverschuiving op “onder dwang van het uiteindelijk niet meer 'werken', bij onvoorziene anomalieën, van de oude theorieën (…).”7 De pseudowetenschapper nu, die zich niet gebonden acht aan de wetenschappelijke methode, zou dan vlotter zijn creatief wereldbeeld vernieuwen naar eigen inzichten en hij tracht zijn werkelijkheidsinterpretatie intersubjectief te maken.8 (Wordt vervolgd) (J.B., 3 april 2023) 1 Ludo Noens, Signalen uit een verzwegen wereld. Het Mysterie en de ontstolen dimensie, Aspekt, Soesterberg 2023. 2O.c., p.45. 3O.c., pp.45-46. 4O.c., p.48. 5O.c., p.48. 6O.c., p.49. 7O.c., p.50. 8O.c., p.51. |
Het Mysterie en de ontstolen dimensie - 3. De 'wetenschappelijke' wereld en de wereld van de 'fantasie'
|
Signalen uit een verzwegen wereld. Het Mysterie en de ontstolen dimensie Het wereldbeeld van de Vlaamse schrijver Ludo Noens 3. De 'wetenschappelijke' wereld en de wereld van de 'fantasie' Materialisten beschouwen de wereld als een objectieve, van de geest onafhankelijke realiteit: alles is opgebouwd uit stof en het bewustzijn is een product van de hersenwerking. “Voor de zogenaamde Skeptici leven de zogenaamde Gelovers grotendeels in een fantasiewereld,” aldus de auteur: de natuur volgt wetten die met de rede te begrijpen zijn. Gelovers daarentegen willen helemaal geen logische verklaring maar zij zoeken een transcendente, levende realiteit achter de natuurverschijnselen waarbij zij ook de verbeelding en de intuïtie laten spreken die door materialisten compleet genegeerd worden. “Veel gelovers volgen (...) het ontologisch idealisme: één allesomvattend onstoffelijk Primordiaal Ervarend Bewustzijn of Subject als onderlaag van de realiteit dat zich via het geïndividualiseerd 'stoffelijk' brein in een driedimensionaal kader openbaart als ontelbare bewuste menselijke/dierlijke subjecten.”1 Het hemd (het bewustzijn) is nader dan de rok (wat in het bewustzijn verschijnt) en de fysicus en Nobelprijswinnaar Erwin Schrödinger verwijst hier naar de oude Veda's.2 Bijzonder verhelderend klinkt de daaropvolgende zin: “Het idee dat er buiten de logisch-mathematische beschrijving/interpretatie van het autonoom gedachte, zintuiglijk waarneembaar universum helemaal niets te vinden is, oogt dan op een paradoxaal lijkende manier oppervlakkig of zelfs dwaas.”3 Tot groot ongenoegen van het sciëntisme beschouwt de (postmodernistische) sociologie van de Wetenschappelijke Kennis natuurwetenschappelijke feiten en de taal die ze beschrijft als louter sociale constructies of surrogaat-realiteiten berustend op cultureel/historisch gestuurde interpretaties. De pogingen om 'geloof' en rede te verzoenen worden door de sceptici niet ernstig genomen maar zij lijken niet te beseffen dat hun geëmotioneerde houding zelf irrationeel is. Het gaat hier in feite om “een krampachtig bezweren van een irrationele angst”4:“(de skepticus) kan er gewoonweg 'niet tegen'”5 en hij heeft het inzake parapsychologie over “pseudowetenschap en doorgedraaide romantiek die hand in hand gingen met fascisme en völkische nazi-ideologie.”6 Maar Noens merkt fijntjes op dat de skepticus zedig zwijgt over “de lonende onderwerping van de Duitse academische gemeenschap van toen aan het misdadig regime (veel bijval van universiteiten)”7 Om het niet te hebben over de “crimineel aangewende spitstechnologie” en de “wetenschappelijke experimenten (…) in de nazi-moordkampen”8 In weerwil van de vele skeptici hebben fysici zoals Gary Zukav en Fritjof Capra de kwantumtheorie in verband gebracht met mystiek en parapsychologie zoals ook de grondleggers van de kwantumtheorie (Max Planck e.a.) die vooreerst de beperkingen van het fysicalistisch denken aan het licht brachten.9 Noens zelf spreekt het niet op die manier uit maar als we alle stukjes naast elkaar leggen, dan blijken niet de 'believers' maar wel de sciëntisten in een fantasiewereld te leven en bovendien in een bijzonder gevaarlijke. Fysicus en astronoom Sir Arthur Eddington wordt hier geciteerd: “Wij hebben geleerd dat de verkenning van de uiterlijke wereld met de natuurwetenschappelijke methodes niet naar een concrete realiteit leidt, maar naar een schaduwwereld van (mathematische) symbolen waar deze methodes niet kunnen doordringen. Voelende dat er hierachter méér moet zitten, keren wij terug naar ons punt van vertrek in het menselijk bewustzijn - het centrum dat revelaties zou kunnen bieden die niet geconditioneerd zijn door de wereld der symbolen.”10 En verder: “(...) Kortom, wij horen niet thuis in de wereld die de wetenschap voor ons construeert. Wij staan er niet in; wij staan er buiten.”11 Waar vandaan dan het feit van de radicaal verschillende perspectieven, zo vraagt Noens zich vervolgens geheel onpartijdig af: “Waarom manifesteren zich bovendien aan de ene groep verschijnselen die voor de andere onbestaand en onaanvaardbaar zijn?”12 Waar vandaan die afkeer van de ene groep voor de andere? De spirituele band tussen mens en natuur werd verbroken sinds de Verlichting die het vakjesdenken promoot, het reductionisme, dat de organische eenheid uit het oog verliest en de sense of wonder.13 Bij het doorsnijden van de twee hersenhelften (die met een dichte zenuwbundel verbonden waren) lijken twéé individuen te ontstaan die echter onder zekere omstandigheden weer als één individu blijven handelen. Neurobioloog Roger Sperry: “Op een bepaald punt beginnen de hogere eigenschappen van het geheel (het bewustzijn) de leiding over te nemen en het lot van zijn samenstellende delen te beheersen.”14 De diversiteit van wereldbeelden wordt dan mogelijkerwijze verklaard door neurologische reorganisatie ingevolge omgevingsfactoren (leren, ervaren of gewenning) overeenkomstig de cognitieve dissonantietheorie, wat zelfs bevestigd wordt door persoonlijke ervaringen van betrokken wetenschapslui (in casu de wis- en natuurkundige Bernard Carr).15 Verder kunnen (volgens J.J. Oosten, verwijzend L. Wittgenstein) verschillende (subjectieve) taalspelen even verschillende wereldbeelden uitlokken. Noens: “Het ligt voor de hand dat geen enkel taalspel op deze wijze effectief naar een corresponderende finale werkelijkheid wijst. De praktische waarde van ieder taalspel ligt in het feit dat het zin en orde in het leven van diens hanteerder geeft. Het hypostaseren en verabsoluteren van een taalspel geschiedt wanneer een groep HAAR taalspel claimt als direct samenvallend met de absolute realiteit, met uitsluiting van alle andere.”16 Ook de wetenschappelijke regel van algemeengeldendheid ingevolge intersubjectiviteit behoort tot een taalspel dat niet alleenzaligmakend kan zijn: volgens J.J. Oosten laten sciëntisten de wetenschappelijke methode op magische wijze samenvallen met de cognitief onbereikbare realiteit op zichzelf.17 Uiteraard zijn er bedriegers die de spiritualiteit uitbaten maar ook exclusieve rationaliteit laat de mens op zijn honger zitten. Het stemt tot nadenken dat bij de eerste maanlanding op 20 juli 1969, de grootste techno-wetenschappelijke onderneming uit de menselijke geschiedenis, piloot Edwin 'Buzz' Aldrin een zilveren kelk met wijn en brood uit zijn zak haalde om de H. Communie te vieren (maar dat werd buiten beeld gehouden). De man in kwestie was overigens tegelijk diepgelovig én vrijmetselaar.18 (Wordt vervolgd) (J.B., 2 april 2023) 1 O.c., p. 16. 2 O.c., p. 26. 3 O.c., p. 16. 4 O.c., p. 19. 5 O.c., p. 18. 6 O.c., p. 20. 7 O.c., p. 20. 8 O.c., p. 20. 9 O.c., pp. 21-25. 10 O.c., p. 26. 11 O.c., p. 27. 12 O.c., p. 27. 13 O.c., p. 29. 14 O.c., p. 31. 15 O.c., pp. 31-32. 16 O.c., pp. 32-33. 17 O.c., p. 33. 18 O.c., pp. 35-36. |
Het Mysterie en de ontstolen dimensie - 2. Inleiding (vervolg)
Het Mysterie en de ontstolen dimensie - 2. Inleiding (vervolg)
|
Signalen uit een verzwegen wereld. Het Mysterie en de ontstolen dimensie.1 Het wereldbeeld van de Vlaamse schrijver Ludo Noens 2. Inleiding (vervolg) In het cursiefje, getiteld: Pif-paf-poef in Amerika2 waarschuwt de Vlaamse auteur Kris Vansteenbrugge voor de misvatting als zouden massamoordenaars een bijzondere categorie van mensen vormen waarmee jan met de pet helemaal geen uitstaans heeft. Het gaat hem erom aan te tonen dat de gelegenheid de moordenaar schept (of onmogelijk maakt): in een internaat bereikt een gepeste puber zo'n niveau van frustratie dat hij een massamoord had kunnen begaan indien hij op het bewuste ogenblik maar had beschikt over een geladen geweer. De nasmaak van de vertelling wordt wel bijzonder bitter waar men zich realiseert dat de massa helemaal geen scrupules blijkt te hebben als zij een onschuldige en weerloze enkeling straffeloos kan tergen, waarbij in de betekenis van het werkwoord 'tergen' vervat zit dat aan die misdaad bovendien plezier wordt beleefd. Het gaat er ons hier om te willen illustreren dat groepsaffiliatie niet in het minst wordt geremd door het moreel verwerpelijk karakter van de betrokken handelingen - een vaststelling die bij uitstek werd gedaan naar aanleiding van de door doordeweekse ambtenaren begane gruweldaden in de concentratiekampen van nazi-Duitsland en die in 1963 werd onderzocht door Stanley Milgram en bekendheid verwierf als het 'gehoorzaamheidsexperiment'. Men sluit zich aan bij de meerderheid, ook als die meerderheid leugenachtig, moorddadig of nog anderszins misdadig is en wel omdat alvast voor meer dan de helft van ons geen straf erger blijkt dan sociale uitsluiting. Het thema belangt ons hier in het bijzonder aan in het kader van een invraagstelling van de wetenschappelijke bedrijvigheid omdat wetenschap niet zozeer draait om het weten maar vooreerst om het juiste weten, het kennen van de waarheid. Wetenschapsbeoefening mag dan al hoge eisen stellen aan het zintuiglijk en intellectueel vermogen: die vereisten staan alsnog in de schaduw van de morele kwaliteit van de eerlijkheid zonder welke wetenschap alras ontaardt in charlatanerie. Dat kan gebeuren ingevolge de werkzaamheid van het WTK-bestel (of de jammerlijke vermenging van Wetenschap en Techniek met de Kapitalistische economie) maar nog veel gevaarlijker is de vergiftigende invloed van de groepsgeest: het napraten en na-apen blijkt zich evenmin te storen aan de waarheid als aan de morele standaarden welke in het hoger besproken verhaal aan de orde zijn. Overigens bijzonder verontrustend in dit verband is dan ook het toenemend belang dat in jongste tijd gehecht wordt aan de zogenaamde wetenschappelijke 'common sense' want alvast in het Engels verwijst 'gezond verstand' direct naar het oordeel van de meerderheid terwijl waarheid onafhankelijk hoort te zijn van wat de meerderheid denkt omdat die in de regel helemaal niet denkt. Het gedogen van gezagsargumenten (of dus het foute redeneren) is een specifieke manifestatie van groepsgeest: de massa sluit zich aan bij dezelfde wetenschappelijke helden die zij negeerde, misprees of verbrandde in de tijdspanne die aan hun erkenning voorafging. Voor wie beamen wat Giordano Bruno of Jezus van Nazareth beweren, is hier en nu de kans zeer klein dat zij de massa tegen zich in het harnas jagen maar toentertijd werd de Nazoreeër verraden en vervolgd tot de marteldood aan de schandpaal, belandde Giordano Bruno op de brandstapel en riskeerden hun volgelingen hetzelfde weinig benijdenswaardige lot. Om erbij te kunnen blijven horen, belijden massa's mensen de meest onzinnige sprookjesreligies en wellicht nog groter is vandaag het aantal van wie om exact dezelfde reden duimen voor de wetenschap terwijl het blijvend in vraag stellen van altijd voorlopige stellingen een conditio sine qua non is voor vooruitgang en voor wetenschap als zodanig. Ooit was het vanzelfsprekend om aan te nemen dat de aarde plat is en niemand zou het in zijn hoofd hebben gehaald om te gaan beweren dat wij tegenvoeters hebben. De zon draaide rond de aarde, zij kwam op en zij ging onder, zoals iedereen heel duidelijk kon vaststellen, toch? Het blijkt bijzonder moeilijk om in twijfel te trekken wat door iedereen als vanzelfsprekend wordt bestempeld en de ervaring leert (en ook het wetenschappelijk experiment toont dit aan) dat mensen eerder zullen geneigd zijn om de eigen zintuiglijke waarnemingen te betwijfelen dan wat een als deskundig erkend gezag of een meerderheid van mensen voor waar houden. Het mag niet verbazen dat Marie Curie toentertijd deelnam aan scéances, in tegendeel: alleen wetenschappelijke geesten zoals deze eminente Nobelprijswinnares Natuurkunde (in 1911) laten andermans 'zekerheden' achter zich, nemen uitzonderingen op de regel ernstig en onderzoeken de waarheid van getuigenissen vanuit het beginsel van de eerlijkheid - hier in de gedaante van de stelregel van het voordeel van de twijfel. Men dient immers voor ogen te houden dat het onderzoek naar de waarheid als grond van het proces van kennisverwerving sowieso altijd het karakter zal hebben van een rechtspraak: alle getuigen worden gehoord, geen mogelijkheid wordt uitgesloten en er worden geen beslissingen genomen of veroordelingen uitgesproken op twijfelachtige gronden omdat bestraffingen vaker een onomkeerbaar karakter hebben, waardoor de bestraffer zichzelf in die hoedanigheid zou vernietigen door zichzelf aldus op te zadelen met schuld. (Wordt vervolgd) (J.B., 1 april 2023) 1Ludo Noens, Signalen uit een verzwegen wereld. Het Mysterie en de ontstolen dimensie, Aspekt, Soesterberg 2023. |
Het Mysterie en de ontstolen dimensie - 1. Inleiding
Het Mysterie en de ontstolen dimensie - 1. Inleiding
|
Signalen uit een verzwegen wereld. Het Mysterie en de ontstolen dimensie.1 Het wereldbeeld van de Vlaamse schrijver Ludo Noens 1. Inleiding In zijn nieuwste boek koppelt Ludo Noens de filosofische vraag omtrent “het wezen van de Realiteit” aan de parapsychologie door het antwoord daarop te relateren aan de kwestie of men al dan niet een 'believer' is. Dat criterium is gewaagd omdat 'believers' door de band door sceptici niet ernstig worden genomen terwijl het omgekeerde wel het geval is waar de besproken auteur het wereldbeeld van de rationalisten ontleedt en hen confronteert met vragen die zij zich krachtens hun eigen beginselen hadden moeten stellen doch die zij hebben ontweken - kennelijk teneinde te kunnen volharden in een principieel volkomen bevattelijke en derhalve beheersbare werkelijkheid. De verdonkeremaande vragen betreffen die verschijnselen welke niet mogen plaatsvinden omdat zij het wereldbeeld van de rationalisten doen wankelen en zodoende de zelfgenoegzaamheid waarin de laatst genoemden baden, verstoren. Aldus ziet het ernaar uit dat de 'non-believers' zich gedragen zoals totalitaristen: zij beoefenen immers de bijzondere sport welke erin bestaat alle feiten ondergeschikt te maken aan hun theorie. Feiten die niet passen in hun theorie dienen kordaat te worden genegeerd. De napraters van Newton en Einstein maar ook de volgelingen van de Nazoreeër missen de authenticiteit van hun voorbeeld van zodra zij overgaan tot de vergoddelijking en de aanbidding ervan omdat het na-apen het nadenken uitsluit. Gezagsargumenten krijgen de voorrang op de redelijkheid waarop zij zich nochtans beroepen en veralgemeningen negeren uitzonderingstoestanden met hetzelfde gemak waarmee een meerderheid de minderheden aan de kant schuift. Dit terwijl wij, Spinoza indachtig, heel goed weten dat al het excellente even zeldzaam als moeilijk is. (Wordt vervolgd) (J.B., 31 maart 2023) 1Ludo Noens, Signalen uit een verzwegen wereld. Het Mysterie en de ontstolen dimensie, Aspekt, Soesterberg 2023. Zie ook:
|
Pas verschenen: het nieuwe boek van Ludo Noens

Pas verschenen: het nieuwe boek van Ludo Noens:
|
Zie ook:
|
De Derde Wereldoorlog - Aflevering 2. Een gedateerde ideologie met hardnekkige aanhangers versus de ongelimiteerde, suïcidale vrijheid?
|
De Derde Wereldoorlog Aflevering 2. Een gedateerde ideologie met hardnekkige aanhangers versus de ongelimiteerde, suïcidale vrijheid? Van het Rode Boekje werden ten tijde van Mao in meer dan honderd landen pakweg zes miljard exemplaren verspreid en het bevat dan ook de kern van het maoïsme waarmee deze dictator, tuk op zelfverheerlijking, in de voetsporen trad van de Chinese keizers die op gelijkaardige manieren hun wijsheden aan het volk opdrongen. Toen Mao 'in' was behoorden tot zijn fans de Franse filosoof Jean-Paul Sartre alsook onze 'rode koningin' Elisabeth (1876-1965) die echter vooral de bedoeling had om middels kunst en dialoog een vreedzame wereld te helpen stichten en zij werd hierin tegengewerkt door onder meer Paul-Henri Spaak die nota bene een van de organisatoren was van de moord op Lumumba, die in zijn strijd tegen het imperialisme van de westerse kolonisatoren gesteund werd door het Oostblok. In het Rode Boekje staat (en de cijfers verwijzen naar de genummerde citaten) dat de communistische partij, steunend op de leer van Marx en Lenin, (1) noodzakelijk is voor de vooruitgang (3) die resulteert uit de onderlinge strijd tussen de klassen doorheen de geschiedenis. (14) Wie tot een bepaalde klasse behoort, denkt ook zoals die klasse. (15) De lagere klassen staan op tegen de hogere die hen onderdrukken en bijvoorbeeld in de VS wordt die klassenstrijd gevoerd tussen de zwarten en de blanke imperialisten. Deze laatsten zijn echter niet representatief voor het gros van de blanken. (18) De imperialisten verdwijnen ook niet vanzelf, zij moeten bestreden worden, (19, 20) met geweld, in een revolutie, waarbij de ene klasse de andere omver werpt. (21) Even belangrijk is volgens Mao de ideologische strijd: “Er zal een vrij lange tijd nodig zijn, voor in ons land in de ideologische strijd tussen socialisme en kapitalisme de beslissing valt. Dit komt doordat de invloed van de intellectuelen en de bourgeoisie, die afkomstig zijn uit de oude maatschappij in ons land nog lange tijd zal voortbestaan, en met hen de ideologie van hun klasse.” (33) Het feodalisme is achter de rug en in China (en in de toenmalige USSR) behoort ook reeds het kapitalisme tot de verleden tijd: het westen loopt hier dus achterop. (36) “Het socialistische systeem zal uiteindelijk de plaats innemen van het kapitalisme; dit is een objectieve wet, onafhankelijk van wat de mensen willen.” (37) Hierbij moet opgemerkt worden dat deze stelregel regelrecht volgt uit de geschiedenisopvatting van de grote Duitse wijsgeer Hegel, die ten tijde van Karl Marx nog klakkeloos werd aanvaard. Maar Hegels omvattende systeem werd alras bespot en alleen de dialectische methode bleef overeind, al werd zij door Marx binnenstebuiten gekeerd.1 “De naam van onze Partij en onze marxistische wereldbeschouwing wijzen allebei ondubbelzinnig naar dit hoogste ideaal voor de toekomst, een toekomst die onvergelijkbaar stralend en prachtig zal zijn.” (38) Over de vastberadenheid van de communisten bestaat geen twijfel: “De democratische revolutie is de noodzakelijke voorbereiding tot de socialistische revolutie en de socialistische revolutie is het onvermijdelijke vervolg op de democratische revolutie. Het uiteindelijke doel waarnaar alle communisten streven, is het tot stand brengen van een socialistische en communistische maatschappij.” (39) Het gaat om “de overgang van individueel (particulier) eigendom (…) naar socialistisch (gemeenschappelijk) eigendom.” (40) “Het grote probleem is de opvoeding van de boeren. De boereneconomie is versplinterd en zoals we uit de ervaringen in de Sovjet-Unie kunnen leren, zal er een lange periode van nauwgezet werk nodig zijn voor de socialisering van de landbouw. Zonder socialisering van de landbouw kan er niet een volledig, stevig gevestigd socialisme zijn.” (45) Aldus Mao. Hierbij dient opgemerkt te worden dat die door Mao voorgestelde collectivisering van de landbouw die bekend staat als de 'Grote Sprong Voorwaarts' slechts een ongeziene hongersnood met miljoenen doden tot resultaat had. Het mag hier tevens worden vermeld dat ook de verregaande betutteling door een (bovendien apert corrupte) Europese regering voor ons een gelijkaardig scenario in het vooruitzicht stelt dat quasi onafwendbaar is omdat het alternatief van het nationalisme het continent zou verbrokkelen, wat zou resulteren in oorlogen van de Europese staten onderling met – wars van de leuze “nooit meer oorlog” – een terugkeer naar de jammerlijke toestanden uit de voorgaande eeuw. Bovendien en andermaal: wars van het (partieel) achterhaald karakter van de betrokken ideologieën predikt de communistische ideologie nog steeds wat zij de 'rechtvaardige oorlog' noemt en zij bedoelt die strijd ook als een wereldwijde revolutie die niet mag ophouden totdat het doel bereikt is: het wereldcommunisme, de afschaffing van het privaatbezit die zij beschouwt als de eigenlijke oorzaak van oorlog. We weten ondertussen wat grote denkers zoals Dostojevski hierover te zeggen hadden, die, onder meer in zijn Demonen, op het aldus gevreesde einde van de vrijheid en op de intrede van het 'kristallen paleis' anticipeerde. Tegelijk werd intussen overduidelijk dat de ongecontroleerde vrijheid welke zich vertaalt in het zogenaamde WTK-bestel of het conglomeraat van Wetenschap, Techniek en Kapitalisme waarop Marcuse heeft gewezen, niets minder betekent dan de totale vernietiging van de aarde. Misschien wordt de totale ondergang van het milieu door de vernietigende kracht van de oorlog nog de loef afgestoken. (Wordt vervolgd) (J.B., 25 maart 2023) Verwijzingen: rood-boekje.pdf (marxists.org) 1Zie: Robert Heiss, Hegel, Kierkegaard, Marx. De grote dialectische denkers van de negentiende eeuw. Uitgeverij Het Spektrum, Utrecht/Antwerpen 1976 (1969) in een vertaling van M. Kok. Oorspronkelijk: Die grossen Dialektiker des 19. Jahrhunderts, Hegel, Kierkegaard, Marx, Verlag Kiepenheuer&Witsch, Keulen/Berlijn1966, pp. 178-179. |
De Derde Wereldoorlog - Aflevering 1. Komt China in de Oekraïne vrede stichten?
|
De Derde Wereldoorlog Aflevering 1. Komt China in de Oekraïne vrede stichten? De Chinese politiek kwam hier enkele jaren geleden in het nieuws ter gelegenheid van de pandemie en zij werd in onze media voorgesteld als dictatoriaal, totalitair en leugenachtig. Meer bepaald werd op de laatste dag van het jaar 2019 door China medegedeeld aan de Wereldgezondheidsorganisatie dat een sinds jaren gevreesde zeer besmettelijke variant van het dodelijke SARS-virus was opgedoken in Wuhan, de stad die in 1927 onder Chiang K'ai-Sjek nog een korte tijd de Chinese hoofdstad was en waar nu de grote universiteiten van Centraal-China zijn gevestigd, met onder meer 400.000 deskundigen in 350 onderzoekscentra en 1470 hoogtechnologische bedrijven. Inderdaad duizelingwekkende cijfers maar met zijn bevolking van 1,4 miljard mensen is China dan ook 's werelds grootste land, al zal het eerlang wellicht worden ingehaald door India (met nu reeds 1,32 miljard mensen). China mag dan al een van de koplopers zijn inzake hightech: bij de uitbraak van de pandemie kwam ook de keerzijde van de 'grote Chinese droom' welke door Xi Jinping gedeeld wordt, om de hoek kijken waar enkele artsen, onder wie de ontdekker van SARS-CoV-2, dr. Li Wenliang, werden opgepakt omdat zij zonder toelating van hun regering de wereld hadden gewaarschuwd voor het gevaar. Li Wenliang zou aan het virus zijn bezweken maar de omstandigheden van zijn overlijden bleven duister. Toch kreeg de Chinese aanpak van de pandemie wereldwijd navolging: de methodes van de lock-down, het zero-covid-beleid, de doorgedreven quarantainemaatregelen alsook de strenge bestraffing van regelovertreders gaven eensklaps de hele wereld het uitzicht van het totalitair systeem zoals dat in China dag in dag uit bestaat. En dat is zeker het geval sinds Xi Jinping daar in 2012 aan de macht kwam: hij zorgde voor een wet die hem toelaat levenslang te heersen en onder zijn heerschappij wordt China gezuiverd van Christenen en van Islamieten maar ook van Oeigoeren die in heropvoedingskampen terechtkomen en waarvan de vrouwen gedwongen worden gesteriliseerd. De Britse kolonie Hongkong werd reeds in 2019 bij China ingelijfd en Xi kijkt er naar uit om nu ook de 'afvallige provincie' Taiwan te annexeren. Wie vandaag de mond vol hebben over het surveillance capitalism van onder meer de Amerikaanse Shoshana Zuboff, moeten zich realiseren dat men hier voor burgertoezicht bij de communisten in de leer is gegaan en wie dat nog betwijfelen, moeten maar eens dringend Aleksandr Isajevitsj Solzjenitsyn gaan lezen. Xi Jinping wil Mao Zedong evenaren die zijn grote marxistische voorbeeld is en het is in het licht van de uitbraak van W.O.III dan ook allerminst tijdverspilling om eens te kijken naar wat het zogenaamde Rode Boekje (een verzameling van citaten van Mao) over de oorlog te zeggen heeft. Het zou wel eens waar kunnen zijn dat oorlog niet bestond totdat het privaatbezit zijn intrede deed en het ontstaan van de klassenmaatschappij (citaat 80) en oorlog wordt dan ook gedefinieerd als “voortzetting van de politiek met andere middelen”, waarmee politiek meteen gedefinieerd wordt als “oorlog zonder bloedvergieten”. (Citaat 81) “Oorlog is de hoogste vorm van strijd”, zo wordt eveneens in citaat 80 gezegd, “voor de oplossing van de tegenstellingen tussen klassen, volken, landen of politieke groeperingen.” Alle oorlogen die de vooruitgang op het oog hebben, zijn rechtvaardig en zij worden niet alleen goedgekeurd maar tevens meegestreden door de communisten. (Citaat 82) Oorlog is bovendien noodzakelijk omdat zonder oorlog geen verandering of vooruitgang mogelijk zijn. (Citaat 83) En met een oorlog ontdoet men zich niet alleen van de vijand maar ook van 'zijn eigen vuil'. (Citaat 84) Het daarop volgende citaat stelt: “Politieke macht komt voort uit de loop van een geweer” en in citaat 87 waarschuwt Mao dat de gewapende strijd noodzakelijk is voor de huidige stand van de partij waarvoor, nooit te vergeten, met bloed werd betaald. Mao is ervan overtuigd dat oorlog gewapenderhand moet worden nagestreefd. (Citaten 89 en 90) Ook het wereldcommunisme komt aan bod. Volgens Mao willen alleen de monopoliekapitalisten en de imperialisten oorlog omdat hun winsten afhankelijk zijn van agressie. (Citaat 91) “Om een duurzame wereldvrede te bereiken”, zo zegt hij, “moeten we onze vriendschap en samenwerking met de broederlanden in het socialistische kamp verder ontwikkelen en onze solidariteit met alle vredelievende landen versterken. We moeten ernaar streven om normale diplomatieke betrekkingen aan te knopen met alle landen die bereid zijn in vrede met ons te leven, op basis van wederzijds respect voor onschendbaarheid en zelfstandigheid van elkaars grondgebied en van gelijkheid en wederzijds voordeel. We moeten actieve steun geven aan de nationale bevrijdings- en onafhankelijkheidsbewegingen in de landen van Azië, Afrika en Latijns-Amerika maar ook aan de vredesbeweging en aan de rechtvaardige strijd in alle landen van de wereld.” (Citaat 92) Met de imperialistische landen mogen economische betrekkingen worden aangeknoopt “maar we mogen onder geen enkele omstandigheid onrealistische opvattingen over hen hebben.” (citaat 93) In 1957 zegt Mao: “Over de hele wereld discussiëren mensen nu over de vraag of er nu al dan niet een derde wereldoorlog zal uitbreken. (…) We zijn krachtig voor de vrede en tegen de oorlog. Maar als de imperialisten op het ontketenen van een nieuwe oorlog aandringen, dan moeten we daar niet bang voor zijn. (…) De Eerste Wereldoorlog werd gevolgd door de geboorte van de Sovjet-Unie met een bevolking van 200 miljoen. Na de Tweede Wereldoorlog verscheen het socialistische kamp met een bevolking van 900 miljoen. Als de imperialisten op het ontketenen van een Derde Wereldoorlog blijven aandringen, staat wel vast dat verscheidene honderden miljoenen meer zich tot het socialisme zullen wenden, en dan zal er op aarde niet veel plaats meer voor de imperialisten overblijven: bovendien is het waarschijnlijk dat de hele structuur van het imperialisme dan volkomen ineen zal storten.” (Citaat 95). “Vecht, faal, vecht opnieuw, faal weer, vecht nogmaals ( ... ) tot aan de overwinning; dat is de logica van het volk, en ook dat zal nooit tegen deze logica ingaan. Dit is een andere marxistische wet. De revolutie van het Russische volk volgde deze wet, en de revolutie van het Chinese volk eveneens.” (Citaat 96) “De commandanten en soldaten van het gehele Chinese Volksbevrijdingsleger mogen beslist hun strijdlust niet in het minst laten verslappen; elke gedachtengang die de strijdlust vermindert en de vijand kleineert is fout.” (Citaat 100) Wat mogen we derhalve verwachten van Xi Jinping en de Chinezen die zich nu als vredestichters profileren? Als antwoord op die vraag volstaat het Mao's waarschuwing toe te passen op zijn eigen volk : “We mogen onder geen enkele omstandigheid onrealistische opvattingen over hen hebben!” (J.B., 24 maart 2023) Verwijzingen: |
PAS VERSCHENEN * VAN LIBRICIDE NAAR GENOCIDE

Congoboekje

Rusland-China - Een zeer beknopte geschiedenis - tekst d.d. 2012 - herhaling

Hoe Europa groot en rijk werd - tekst d.d. 2020 - herhaling

De Verenigde Staten van Amerika - Een zeer summiere historiek & Het antwoord van Seattle - tekst d.d. 2012 - herhaling

S Prokofiev strijkkwartet 2
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme - Aflevering 17: Mattias Desmet en de kern van alle dingen
|
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme Aflevering 17: Mattias Desmet en de kern van alle dingen De kern van alle dingen De kern van alle dingen (Felix Timmermans, uit: Adagio) Mattias Desmet: “Het wezen van de dingen is niet rationeel kenbaar en de werkelijkheid kan niet worden gereduceerd tot mechanistische schema's. (…) (Het is) in datgene wat altijd maar weer aan rationalisering en mechanisering ontsnapt, in datgene wat uit een gesprek verdwijnt als je het digitaliseert, in het verschil tussen de moederschoot en een artificiële kunststof baarmoeder, in het verschil tussen de warmte van een elektrische verwarming en deze van een houtkachel enzovoort.”1 Wat verderop citeert Desmet de fysicus Max Planck met zijn mystieke uitspraken en zijn geloof in de beschermende god “die het lot van de wereld en elk mens in zijn almachtige hand houdt.”2 Een overigens niet ongevaarlijk geloof uiteraard dat ook middeleeuws aandoet omdat het zich verlaten op een god de mens in de illusie kan doen verkeren dat zijn eigen handelen er niet toe doet, dat hij zich omzeggens ruggelings in een ravijn mag laten vallen omdat hij kan vertrouwen op de engelen die hem wel tijdig zullen opvangen zodat hij er ongedeerd van af komt, precies zoals het kind dat zich laat vallen en er op vertrouwt dat zijn vader hem wel opvangt. De vader doet dat omdat hij verantwoordelijk is voor zijn kind maar over een vorst of een president die een oorlog begint en gelooft te mogen rekenen op de steun van god voor de eindoverwinning zeggen wij terecht (tenzij het gaat om een sprookje uit de oudheid) dat die niet goed snik is. “Grote wetenschappers hebben het logisch-feitelijke discours van de wetenschap achter zich gelaten”3, schrijft Desmet en het is nu nog een kleine stap om te gaan beweren dat geloof uiteindelijk de rede overbodig maakt en dat men inderdaad niet langer hoeft te vrezen dat de harde natuurwetten zullen toeslaan om hem van het leven te benemen op het ogenblik dat vijandelijke vliegtuigen bommen droppen boven zijn hoofd. Wanneer sociale spanningen toenemen gaan bij ons ofwel de stoppen springen en komen wij in een angstige verstening terecht ofwel gaan wij over in een modus van 'zweven' en van irrationaliteit die dan het schijnbare voordeel biedt een einde te maken aan het zenuwslopende besef dat men geen kant meer op kan. In dat laatste geval biedt de religie enig soelaas omdat de 'reddende' illusie aan overtuigingskracht gaat winnen van zodra zij met vele anderen wordt gedeeld en wie er ontvankelijk voor zijn gaan dan ook niet langer gebukt onder het stigma dat kleeft op geesteszieken en dat hen excommuniceert en isoleert. Integendeel kunnen wie aldus uit de realiteit naar buiten treden, samen met huns gelijken een alternatieve werkelijkheid gaan beleven waartoe 'gezonde' mensen geen behoefte en ook geen toegang hebben. Zij vormen dan als het ware een zelfhulpgroep en als die groot genoeg wordt en ook aansluiting vindt bij een gelijkaardig verleden, spreken wij van een religie. Gaat die alternatieve werkelijkheid onder de druk van moeilijke omstandigheden zoals een pandemie of een oorlog alsmaar groeien dan kan het uiteraard zo uitdraaien dat deze groep niet langer een minderheid van 'geesteszieken' doch een meerderheid van de bevolking gaat verzamelen, die dan ook niet langer als 'zieken' weggezet horen te worden en verketterd maar onder de benaming van 'gezonde gelovigen' zullen doorgaan met een bijzonder leven onder de paraplu van een irrationeel maar gemeenschappelijke erkenning vindend verhaal of toneel. Dan dreigen wie voordien als 'gezond' werden bestempeld, als 'ongelovigen' verketterd te worden van zodra die een minderheid gaan vormen en op die manier neemt een fictie de plaats in die voordien aan de werkelijkheid toebehoorde terwijl, andersom, de werkelijkheid zal worden afgedaan als 'ontoereikend'. Het is waar dat vaklui in de opleiding regels volgen die zij achter zich kunnen laten van zodra zij enige behendigheid ontwikkelen en dat op deze wijze door en door geoefende dansers bij het publiek de illusie kunnen opwekken te kunnen vliegen, zoals de legendarische Vaslav Nijinsky (1888?/1889?/1890?-1950). Het is ook waar dat muziek niet op maar tussen de noten wordt geschreven en dat woorden sowieso niet naar zichzelf verwijzen daar zij slechts afbeeldingen zijn in de wereld van de taal van dingen in een andere dat de talige wereld. De kern van een verhaal en de schoonheid van een melodie zijn niet aanwijsbaar en bevinden zich op een ander niveau dan dat van de hoorbare geluiden omdat er met het vatten van muziek ook nog tijd gemoeid is en vooral geheugen: de capaciteit om in het heden door vereniging tot bestaan te brengen wat in het verleden ligt en eigenlijk niet meer bestaat met wat verwacht wordt en nog komen moet en dus nog niet bestaat. Tussen haakjes: Augustinus van Hippo heeft hierover ruim zestien eeuwen geleden al bijzonder diepe wijsheden verkondigd. Dat vermogen om op de keper beschouwd en in fysisch opzicht niet-bestaande dingen (meer bepaald: enerzijds het niet meer bestaande dat in het verleden ligt en dat men zich kan herinneren en, anderzijds, het nog niet bestaande dat in de toekomst ligt en dat men kan verwachten, waarbij de herinnering en de verwachting activiteiten zijn die een levende en denkende persoon vereisen) tot bestaan te wekken, vereist het optillen ervan tot een niveau dat zich aan de wereld van de dode fysica onttrekt en dat is meer bepaald uiteraard de wereld van het levende: de melodie die zich uitstrekt over een hele tijdsperiode wordt begrepen of als één geheel bevat door het geheugen dat wij ook wel benoemen als de geest en zonder dit niveau van spiritualiteit kan van de schoonheid van muziek geen sprake zijn. En ook niet van de betekenis van een zin of een verhaal, een beeld, een schilderij. Het onderscheid tussen het ware en het gedroomde wordt niet meer gemaakt, laat staan dat tussen goed en kwaad. En hiermee werd de kwestie nog altijd niet verhelderd wat dan het leven zijn mag dat vereist wordt opdat daarin het schone, het ware en het goede tot leven zouden kunnen komen. Het is en blijft mysterie, inderdaad, maar het gevaar loert om de hoek dat wij nu gaan vergeten dat er misschien geen sprake was van geest zonder geheugen, dat wil zeggen: zonder vlees, en vlees is (levende) stof en derhalve vergankelijk en tijdelijk. De geest is dat niet omdat hij zich aan de tijd onttrekt maar hij bestaat alsnog niet zonder tijd. En zo kan men nog uren doorgaan: uren, dagen, jaren, eeuwigheden. Heeft de fictie bij sommigen de plek van de realiteit ingenomen? Is het verschil tussen die twee fictief en kàn het dat wel zijn? Elk vertoog hierover lijkt van een louter speculatieve aard en ook de gedachten van Mattias Desmet hier rond verzameld, kennelijk inderhaast onder de druk van het pandemische gebeuren, blijven een hoog Bodifée-gehalte hebben, zij het dan zonder de poëtische én fysische diepgang die bij deze laatste, in Vlaanderen rond dit thema bekende maar nergens in dit boek teruggevonden wijsgeer, wél van de partij zijn. Maar, andermaal: dit zijn geen redenen om Desmet als gesprekspartner te weren en wie dat alsnog doen, laten prompt in hun wel bijzonder magere kaarten kijken. Wat zich vandaag allemaal aandient als publiek podium, blijkt op grond van de daar doorgevoerde selectie van sprekers niets anders te zijn dan een privaatbedrijf dat aast op het statuut van het bezit van de waarheid welke dan te koop wordt aangeboden en waar men deze klok hoort luiden kan men op de beide oren slapen in de rustige zekerheid dat voortaan alleen nog ordinair bedrog er de dagorde bepaalt. (Wordt vervolgd) (J.B., 8 maart 2023) 1Mattias Desmet, De psychologie van totalitarisme, Mattias Desmet en Pelckmans Uitgevers nv, Kalmthout 2023 (2022), p. 237. 2O.c., p. 238. 3 O.c., p. 239. |
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme - Aflevering 16: Over de surveillancemaatschappij en de pervertering van controle
|
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme Aflevering 16: Over de surveillancemaatschappij en de pervertering van controle Teveel overheidscontrole is schadelijk, aldus Mattias Desmet. Maar de auteur van De psychologie van totalitarisme ziet kennelijk over het hoofd wat Martin Heidegger heeft onderstreept in zijn hoger genoemd werk over de techniek, namelijk dat die controle rechtstreeks en onvermijdelijk want noodzakelijk volgt uit de vertechnisering van het maatschappelijke leven welke op zich goed is op voorwaarde dat ze ook goed wordt gebruikt. De moderne technologie en in feite de specialisatie in het algemeen brengt immers met zich mee dat wij vertrouwen moeten kunnen hebben in de werktuigen die wij gebruiken omdat onze kennis van hun werking steeds vaker zeer gering is. Wanneer bovendien in een concurrentiële maatschappij de economie eist dat de productie van technologie winstgevend is, zal een blind vertrouwen in de aanwending van de technologie uiteraard uit den boze blijken. De bedrijven die winst maken met de bestrijding van computervirussen zouden wel eens de bedenkers van deze virussen kunnen zijn omdat zij in de eerste plaats bedrijven zijn, wat in een kapitalistische samenleving inhoudt dat zij maximale winst moeten nastreven om overeind te kunnen blijven. En hetzelfde kan dan uiteraard ook worden verondersteld het geval te zijn met betrekking tot virussen die niet de werking van onze computers bedreigen maar die van onze lichamen en dus onze gezondheid. Daar blijkt, zoals hoger al geopperd, dat niet de technologie en in casu de geneeskunde of de farmacie op zich verderfelijk zijn maar dat zij dat wel dreigen te worden waar hun producten zichzelf noodzakelijk maken middels het creëren en aanwakkeren van ziekten waarvan de bestrijding hun winst oplevert. Het probleem van het mes dat noodzakelijk is voor het leven maar dat tegelijk als moordwapen kan worden gebruikt, brengt aan het licht dat de efficiëntie van ons handelen van geringer belang is dan het eumoreel karakter ervan. De meest gesofisticeerde apparatuur brengt ons geen baat als zij niet wordt aangewend voor ons welzijn. Beter een traag maar veilig paard dan een snelle, moordende auto. Zoals gezegd is een blind vertrouwen van de kant van de consumenten onverstandig binnen een kapitalistisch bestel en vandaar wordt het noodzakelijk om ter compensatie van mogelijke misbruiken voldoende wantrouwen te koesteren en allerlei controlemechanismen in te bouwen. Inzake de pandemie situeert het probleem zich daar waar malafide bedrijven de aandacht afleiden van wat zij in feite uitspoken en zij doen dat door die aandacht heel sluw te betrekken op de handel en wandel van hun slachtoffers. Want waar corruptie niet langer een vreemde eend is in de bijt, krijgen zij het gedaan dat de autoriteiten, in plaats van te gaan controleren waar het virus vandaan komt om dan maatregelen te kunnen treffen bij de bron, prompt de slachtoffers gaan viseren. Zij gebruiken hen als bliksemafleiders en richten alle aandacht op hun gedrag als mogelijke oorzaak van contaminatie, alsof er ook maar een gedrag bestond waarmee het volk een pandemie kon tegenhouden. Controle is noodzakelijk ter compensatie van de vandaag onoverkomelijke onwetendheid van de consument maar de producent onttrekt zich eraan als hij erin slaagt die te laten richten op zijn consumenten, de patiënten, die aldus een tweede keer worden geslachtofferd omdat controle meteen verdachtmaking is en dus poging tot beschuldiging. De dader schuift aldus zijn schuld door naar zijn slachtoffer - nota bene een tactiek ons welbekend van de in deze tijd sterk onder de aandacht van de psychologen gebrachte praktijk van het pesten - met het gevolg dat hij zelf buiten schot blijft voor de hele duur van de aldus teweeg gebrachte hysterie. Dat is ook exact wat misdadigers altijd al hebben betracht en dit verklaart meteen waarom een groot deel van de gevangenen alom ter wereld onschuldig vastzitten: slaagt een crimineel erin om zijn schuld in andermans schoenen te schuiven, dan zal van zodra de ander veroordeeld is, hijzelf definitief buiten schot blijven. De surveillancemaatschappij lijkt steeds strenger te worden en lijkt goed te draaien, al te goed zelfs, maar in werkelijkheid verkapt al het gedoe van een schijnbaar superieure alertheid het totale gebrek aan waakzaamheid op uitgerekend die punten die haar reden van bestaan uitmaken. Een ander voorbeeld van schuldverschuiving vindt men waar de zwakke weggebruiker, bijvoorbeeld de fietser, nadat hij het slachtoffer werd van een aanrijding door een automobilist, van een rechter te horen moet krijgen dat hij maar een veiligere weg had moeten kiezen. De controle in het hele gebeuren van de pandemie moet niet de slachtoffers - de patiënten - tot voorwerp hebben daar zij allerminst de producenten van de ziekte zijn maar wel de producenten van de bestrijdingsmiddelen waarvan de werking immers onmogelijk gecontroleerd kan worden door jan met de pet. Andermaal Heidegger: de technologie vergt vertrouwen (terwijl, Marcuse indachtig, vertrouwen misplaatst is in een wereld die draait om winst) en vereist derhalve controle. De controlemaatschappij is met andere woorden nodig en wenselijk maar zij bestaat feitelijk niet omdat hetgeen eruit ziet als controle, niets anders is dan een verkapte ontsnapping daaraan. Met controle op zich is derhalve niets mis maar het zijn niet de burgers die gecontroleerd horen te worden doch zij die macht uitoefenen over hen omdat zij het zijn die gewantrouwd moeten worden daar alleen wie over macht beschikken, die macht ook kunnen misbruiken. Men moet immers steeds voor ogen houden dat controle deel uitmaakt van de wetgeving in een rechtsstaat terwijl de wetgeving daar de bescherming van de zwakkeren op het oog heeft in de strijd die de rechtsstaat voert tegen de wet van de jungle. Waar niet de machtigen doch de zwakkeren gecontroleerd worden, kan de wetgeving in dat opzicht alleen maar contraproductief werken en vaak zijn de zwakkeren zich daar in hun onmondigheid niet eens van bewust. De fietser die het slachtoffer wordt van een aanrijding belooft aan de rechter om in het vervolg een veiliger parkoers uit te zoeken en de automobilist die hem aanreed, voelt zich gesterkt in de overtuiging dat niet hij degene is die een misdrijf heeft gepleegd. De eigenaar van de pc die uitviel ingevolge een besmetting met een computervirus krijgt te horen dat hij schuldig is omdat hij niet investeerde in antivirussoftware, wat in feite de dader die het computervirus heeft verspreid, vrijpleit van schuld en hem tevens het recht toekent op bedrog, als ware dit een vorm van superieure intelligentie. Meer nog: met het oog op zijn eigen voortbestaan binnen de kapitalistische concurrentiële economie krijgt het er alle schijn van dat hij zelfs de plicht heeft om dat te doen en in termen van moderne commerce gelden deze misdaden godbetert inderdaad als sluw of slim. Het is ronduit onthutsend om vast te stellen dat mensen die door de gemeenschap werden aangesteld om wetenschappelijke opdrachten uit te voeren en dus taken met als uiteindelijk doel waarheid aan het licht te brengen, niet in staat blijken om het bedrog van de misleiding door malafide kapitalisten te doorzien of te bestrijden. In plaats van te gaan pleiten voor meer overheidscontrole in functie van de handhaving van de rechtsstaat die haar reden van bestaan vindt in de bescherming van allen en dan in de eerste plaats van de zwakkeren, laten zij zich voor de kar spannen van de machthebbers en gaan zij pleiten tegen controle zonder meer, wat zij dan identificeren met een strijd voor meer 'vrijheid'. Maar de zwakkeren dienen beschermd te worden: tegen de gesel van het brute wegverkeer, tegen onwetendheid, tegen ziekten maar vooreerst tegen de sterkeren waar blijkt dat deze laatsten hun vertrouwen niet verdienen. Een gemeenschap die het lot van de zwakkeren overlaat aan de willekeur van de sterkeren, verzaakt aan de humane plichten die haar recht van bestaan funderen. Vrijheid en privacy zijn mooie begrippen maar waar mensenrechten in het geding zijn, kan men zich er niet op beroepen zonder zich te gaan vermeien in een kwalijk spel. Het snijdt geen hout om helemaal niet te reageren tegen kinderarbeid in China met het argument dat de Chinezen hun eigen vrijheid hebben omdat hier niet zozeer Chinezen in het geding zijn maar in de eerste plaats mensen. De privacy kan geen recht zijn waar zij andermans rechten schendt, wat bijvoorbeeld het geval is bij huiselijk geweld, vrouwenbesnijdenis, eremoord en kinderarbeid. Maar ook met het Amazonewoud doen grootgrondbezitters ter plekke niet wat ze willen omdat het hier behalve 'eigendommen' ook de longen van de hele wereld betreft. De klimaatcrisis, het probleem van de fossiele brandstoffen, het gevaar van radio-activiteit, de problematiek van de vervuiling en die van de honger in de wereld, de mensenrechten: deze zaken mogen niet overgelaten worden aan de willekeur van enkelingen omdat niemand over andere mensen rechten kan doen gelden. Dat is in de loop van de geschiedenis weliswaar al te vaak gebeurd en het gebeurt nog steeds. Zo bijvoorbeeld zagen de voorstanders van de slavernij met de opkomst van het abolitionisme hun broodwinning slinken en zij hadden er veel moeite mee om hun vermeend 'recht' op het bezit en de uitbuiting van andere mensen zomaar prijs te geven en hetzelfde probleem doet zich vandaag nog steeds wereldwijd voor, met slavernij, loonslavernij en ongelijkheid in het algemeen. Het pleidooi voor een liberalisme met een financiële elite van in moreel opzicht criminele samenzweerders kan slechts een herhaling zijn van de onnoembare misdaden tegen de mensheid die de geschiedenis bevlekken in steeds dezelfde terugkerende verschijningsvormen: feitelijke uitbuiting en genocide door een gewetenloze minderheid van rovers die zich bedienen van de nieuwste technologie inzake wapens maar ook inzake retoriek en jurisdictie (geknoei met wetgevingen), gepaard gaande met een schijn van heiligheid en zich verbergend achter een masker van waarheid, schoonheid en goedheid, en zich hullend in een rookgordijn van educatie en ontwikkeling. Leopold II was de eindverantwoordelijke voor een van de grootste misdaden en genocides in de geschiedenis maar hij genoot wereldwijde faam als filantroop en als verbreider van de beschaving en van het christendom in het Afrikaanse continent en nog steeds geniet deze eigenlijk compleet Victoriaanse figuur van standbeelden en van vele andere eretekens. Helaas is zijn handel en wandel allerminst uitzonderlijk maar veeleer representatief voor hoe het er door de band aan toe gaat, zoals Joseph Conrad dat suggereert in zijn Heart of Darkness zelfs zonder eenmaal naar deze koning te verwijzen. Alleen wordt aan de handel en wandel van figuren die koninklijke titels moeten ontberen en die geen schijn hebben hoog te houden, lang niet zoveel ruchtbaarheid gegeven. Met betrekking tot de geschiedenis van de jongste pandemie is ongetwijfeld een gelijkaardig toneel aan de gang en een grondig onderzoek van het gebeuren is daarom een uiterst dringende noodzaak. Alleen al om die ene reden is het een heilige plicht jegens de mensheid om zelfs de meest dissidente stemmen te laten klinken. Wie pleiten voor spreekverbod (terwijl zij zich op de koop toe vaak nog uitgeven voor volgelingen van Socrates en voor verdedigers van de open debatcultuur) verstikken met deze onvervreemdbare vrijheid tevens de waarheid die zij paradoxaal genoeg geloven in pacht te hebben en zij doen dat om geen andere reden dan omdat zij de waarheid te vrezen hebben daar zij zichzelf maar al te dikwijls weten stand te houden middels leugens en bedrog. De zich verlicht achtende geesten maar ook de gelovigen in allerlei onzinnigheden hebben recht op hun eigen waanzin zolang zij die voor zichzelf houden en hem niet aan anderen opleggen want niemand kan rechten over anderen doen gelden omdat alle mensen evenwaardig zijn. Elkeen mag geloven in het leven of in de dood, in goden, demonen, elfen en kabouters, in paradijzen, in vakantiereizen en in peperdure spijzen, zolang men ook alle anderen van diezelfde vrijheden laat genieten. Gezondheid is weliswaar een persoonlijke zaak maar wordt een zaak van gemeenschappelijk belang waar inzake ziekten besmettelijkheid aan de orde is. Maar de waarde van gezondheid is niet absoluut: niet iedereen kan te allen tijde voor de volle honderd percent gezond willen zijn ten koste van ontelbare andere waarden. Het bepalen van prioriteiten dient omwille van het algemeen belang in alle openheid te gebeuren en ook in alle sereniteit. Het punt dat Desmet maakt met zijn De Psychologie van Totalitarisme is ons inziens dat die vereiste sereniteit onmogelijk gemaakt wordt van zodra angst in het spel komt waarvan sinds oudsher gezegd wordt dat die een slechte leermeester is. Het is de bijzondere verdienste van de besproken auteur om daaraan te herinneren en het strekt de man tot eer dat hij met dat edel doel voor ogen ook zijn nek uitsteekt. Het betoog dat hij brengt en waarvan de kern zich misschien het beste laat samenvatten in de boodschap dat angst een slechte leermeester is, blijkt nog veel dringender dan de noodzaak bij de WHO om een vaccin te vinden tegen covid-19 en zijn taak blijkt tevens nog veel moeilijker omdat een enkeling zijn pad naar het publiek eigenhandig en dikwijls in alle eenzaamheid moet plaveien terwijl voor een wereldomvattende organisatie die wordt bemand door corrupte toppolitici de weg door de door hen aan hen onderdanig gemaakte massa's allang en alom geëffend werd. Alleen al om die reden zijn gebeurlijke onvolkomenheden in dat betoog menselijkerwijze onvermijdelijk en vergeeflijk. Iets wat men overigens bezwaarlijk kan zeggen over over de 'onvolkomenheden' van zekere toppolitici zoals die in de jongste weken aan het licht kwamen. Het gewicht van de autoriteiten is zoals dat van de massa's die hen in het zadel hielpen. Was het Alexander de Grote die zegde één man te verkiezen boven een heel leger als hij maar de beste is? (Wordt vervolgd) (J.B., 7 maart 2023) |
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme - Aflevering 15: Wetenschap en waarheid? Leugen en... Kapitalisme!
|
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme Aflevering 15: Wetenschap en waarheid? Leugen en... Kapitalisme! Wanneer Mattias Desmet bij de aanvang van zijn elfde hoofdstuk, Wetenschap en waarheid, herhaalt dat de Verlichting aan de basis ligt van het totalitarisme1, vergeet hij de totalitaire kerk. Zo bijvoorbeeld betoogt O. Noordenbos: “(De Rooms-Katholieke Kerk) is een geestelijke macht, want zij beschouwt zich als de enige ware kerk die door Christus is gesticht. Maar zij is evenzeer een wereldlijke macht (...). Zij acht zich immers geroepen, ter wille van het eeuwig heil van het aan haar toevertrouwde mensdom, dat in het leven ‘hier beneden’ al wordt voorbereid, ook het leven op aarde te leiden en te ordenen volgens haar leringen en geboden. Dit betekent dat de kerk een totalitair karakter heeft.”2 De menselijke Rede mag weliswaar niet vergoddelijkt worden maar met een terugkeer naar het geloof van weleer belanden wij op dat vlak van de regen in den drop. Als zoals Desmet het stelt, nazisme en stalinisme consequenties zijn van de Verlichting, dan zijn vele eeuwen van kolonialisme en van slavenhandel alsook de verdrukking van vrouwen en allerlei minderheden consequenties van de hegemonie van de kerk. En wie zich keren tegen de vierde industriële revolutie, vergeten dat de versmelting van de mens met zijn technologie zo oud is als de mensheid zelf, alleen al omdat de mens (vaak) gedefinieerd wordt als 'het dier dat werktuigen gebruikt' en werktuigen zijn 'verlengstukken' van het lichaam, ongeacht of het hier een hamer betreft of een taal.3 Het verlangen naar een wereld zonder pakweg machinale mobiliteit, bouwkunde, brillen en prothesen is een absurditeit als men niet wil gaan leven zoals de Amish die zich te paard verplaatsen of de Jehovah-getuigen die liever hun kinderen laten sterven dan op hen bloedtransfusies toe te staan. Kritiek op de menselijke technologie is weliswaar mogelijk, zoals bijvoorbeeld bij Martin Heidegger (1889-1976), in Die Technik und die Kehre uit 1962 waarin deze filosoof het technische denken bekritiseert waarin activiteit en controle centraal staan - hij opponeert het aan het bezinnende denken, gericht op authenticiteit en beleving.4 Tussen haakjes: Hannah Arendt (1906-1975) was een tijdgenote en een leerlinge van hem. Edoch, zeer zeker is niet zozeer de technologie op zich verantwoordelijk voor de door Desmet opgesomde ontsporingen maar wel, zoals Herbert Marcuse in zijn One-dimensional Man uit 1964 uitvoerig heeft betoogd, het samenspel van wetenschap en techniek met het kapitalisme, hier te lande ook behandeld door Rudolf Boehm en later, namelijk als het 'WTK-bestel', door Etienne Vermeersch in zijn milieu-essay De ogen van de panda uit 1988. En de oorsprong van het kapitalisme moet (andermaal) niet in de Verlichting worden gezocht maar in de (vooral protestantse) religie: in zijn werk De protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme legt Max Weber uit hoe kapitaal en kapitalisme resulteren uit het samenspel van enerzijds hard labeur en anderzijds de (bijbels geïnspireerde) afkeer van genot of dus, met twee woorden gezegd, uit het verdienen van geld dat wordt opgespaard. (Wordt vervolgd) (J.B., 6 maart 2023) 1Mattias Desmet, De psychologie van totalitarisme, Mattias Desmet en Pelckmans Uitgevers nv, Kalmthout 2023 (2022), p. 233: “Totalitarisme is het geloof dat het menselijke verstand het leidinggevende principe kan zijn in leven en maatschappij.” 2Dr. O. Noordenbos in de dertiende jaargang (1965-1966) van het tijdschrift Maatstaf (Zie de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren) met het artikel Het katholieke element in de wereldpolitiek : Zie: https://www.dbnl.org/tekst/_maa003196501_01/_maa003196501_01_0007.php : 3Zie bijvoorbeeld Martin Heidegger, Die Technik und die Kehre (1962). Zie: https://www.bard.edu/library/arendt/pdfs/Heidegger-TechnikundKehre.pdf |
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme - Aflevering 14: Fysiek en ethiek!?
|
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme Aflevering 14: Fysiek en ethiek!? Mattias Desmet schrijft dat de stelling volgens welke de materie primeert op de geest, achterhaald is: de geest is niet een bijproduct van de hersenen zoals de kwantumfysica volgens de auteur bewijst en daaruit zou bovendien blijken dat ook de materie in feite geest is. Edoch, het (filosofisch) zogenaamde mind-bodyproblem is van een heel andere orde dan hier door Desmet wordt voorgesteld en het biedt ook een waaier van filosofisch te onderzoeken mogelijkheden waarbij doorslaggevende argumenten voor het innemen van welbepaalde posities alsnog ontbreken. Alleen al de auteur zijn tweedeling van materie en geest wijst op een volstrekt ongegronde vooringenomenheid en op het niet vertrouwd zijn met de essentie van het probleem. En de neiging van de auteur om het belang van de psychologie te onderstrepen of om hoop te kunnen koesteren op soelaas van de kant van de fysica is weliswaar begrijpelijk maar op de keper beschouwd is het een wetenschappelijke uitschuiver. Wanneer hij deze uitschuiver dan doortrekt om het belang van zijn vak te onderstrepen -“het psychische kan oorzaak zijn van het lichamelijke, eerder dan omgekeerd”1 - en hij geeft het voorbeeld van iemand die in één nacht grijs wordt ingevolgde angst of verdriet, lijkt het hek wel helemaal van de dam. Dat de vloek van een sjamaan een stamlid kan doden (psychogene dood) en dat operaties met diepe insneden zonder verdoving of middels schijnverdoving (placebo-effect) kunnen worden uitgevoerd, zou te wijten zijn aan een mechanisme dat erin bestaat dat een autoriteit een krachtige mentale voorstelling opwekt bij zijn subject. “Daarop 'smelt' het lichaam zich bij wijze van spreken in die voorstelling: het lichaam neemt de vorm of de toestand aan van die voorstelling, dat wil zeggen, het wordt gezond, het sterft, het wordt ziek enzovoort.”2 Zo zal een duif die het beeld van een soortgenoot nooit te zien krijgt, onvruchtbaar blijven. Desmet haalt er opnieuw de negentiende-eeuwse (massapsycholoog) Gustave Le Bon bij voor de stelling dat overtuigingen van de massa dezelfde invloed hebben op het lichaam als hypnose en wel in die mate dat angst voor ziekte en dood bij de massa, zou volstaan om die te veroorzaken. Een milieu van psychische ontreddering zou immers ook de weerstand van het biologisch milieu breken. Snijdt het hout wanneer Desmet er in dit verband Béchamps en Louis Pasteur bij te pas brengt met hun uitspraak: “De microbe is niets, het is het milieu dat telt”3? Narratieven (mythen) houden mens en maatschappij in hun greep, aldus Desmet: “Het is niet overdreven te stellen dat ons lichaam volledig geabsorbeerd en gekoloniseerd wordt door het mythische verhaal waarin we opgegroeid zijn.”4 Er wordt verwezen naar L'efficacité symbolique van antropoloog Claude Lévi-Strauss die verhaalt hoe in primitieve stammen bevallingen ingeleid worden middels suggestieve verhalen. Ook de Verlichtingsmens is opgevoed in een mythe - die van het mechanistisch universum waarin de sjamaan nu de medische expert is en zijn invloed is eigenlijk van dezelfde orde als die van de sjamaan: het effect van medicijnen zou dan voornamelijk te wijten zijn aan hun placebo-effect. Desmet geeft de figuur van Grygoriev uit Solzhenitsyns Goelag Archipel die gezond blijft ondanks ouderdom en koude als een van de “voorbeelden van mensen die door zich strikt aan ethische principes te houden, van de meest verbazingwekkende fysieke veerkracht blijk hebben gegeven.”5 Talloze naar zin zoekende mensen zullen Desmet heel graag geloven en er zal ongetwijfeld wel een zekere waarheid schuilen in wat hij daar promoot maar wij zullen beslist niet alleen staan met de sterke indruk dat de auteur zich hier niet zozeer laat leiden door feiten als wel door wensen. En paradoxaal genoeg deelt hij deze wensen met zijn tegenstanders die de Verlichting aanhangen want hun beider ultieme streven is eender: een uiteindelijk beheersbare werkelijkheid - in de Verlichting middels de wetenschappen, in het andere geval middels 'een andere vorm van tovenarij', om het uit te drukken vanuit het standpunt van Mattias Desmet. En de vraag luidt dan of de auteur met zijn nieuw mens- en wereldbeeld daadwerkelijk de rede zal overstijgen ofwel of hij niet veeleer dreigt terug te vallen in een irrationaliteit die, net zoals in het tijdperk dat voorafgaat aan de Verlichting, de vrije loop laat aan willekeur en onrecht met een dan nog bijzonder moeilijk te bestrijden want zeer goed vermomde wet van de jungle, met in haar verlengde een totalitarisme om u tegen te zeggen. (Wordt vervolgd) (J.B., 5 maart 2023) 1O.c., p. 220. 2Mattias Desmet, De psychologie van totalitarisme, Mattias Desmet en Pelckmans Uitgevers nv, Kalmthout 2023 (2022), p. 225. 3O.c., p. 226. 4O.c., p. 227. 5O.c., p. 229. |
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme - Aflevering 13: Oude wijn in nieuwe zakken
|
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme Aflevering 13: Oude wijn in nieuwe zakken In het derde en laatste deel (de hoofdstukken 9 tot 11) wil Mattias Desmet een mens- en wereldbeeld aanreiken “dat het universum weer zwanger van zin”1 maakt, een ander wereldbeeld dan het mechanistische waarover hij zegt dat massavorming en totalitarisme er in feite de symptomen van zijn. Het mechanistisch wereldbeeld (de kosmos als toevallig en doelloos) is wetenschappelijk achterhaald zoals de kwantummechanica leert maar gezien de complexiteit daarvan wendt men zich hier tot de chaostheorie. Mandelbroth ontdekte een orde in ruis, chaos. Levende organismen organiseren zichzelf maar ook de anorganische wereld blijkt aan zelforganisatie te doen en dat is middels een mechanistisch wereldbeeld onverklaarbaar: men moet dit beschouwen als creatieve processen. “De beroemde uitspraak van Galilei (1623) 'Het boek van de natuur is geschreven in de taal van de wiskunde', valt blijkbaar letterlijk te nemen”2 Het chaotische waterrad van Lorenz toont: “Ongeacht hoe chaotisch de bewegingen zijn, ze blijken verrassend genoeg toch strikt gedetermineerd te zijn.”3 (Deterministische onvoorspelbaarheid). Ze doen denken aan irrationele getallen. “Dergelijke getallen kan men zich inderdaad niet rationeel voorstellen. Dat maakt dat ze storend zijn in een logisch geordend, rationeel wereldbeeld. (…) De grenzen van de ratio leiden in eerste instantie altijd tot onzekerheid, angst en agressie.”4 Een meetkundige afbeelding van een chaotisch systeem resulteert niet in een wolk maar in een regelmatige esthetische figuur, 'Lorenz-attractor' genaamd. Achter de chaos verbergt zich aldus een sublieme orde die doet denken aan de ideeënwereld van Plato. Ook de kwantumtheorie komt tot het besluit dat de kleinste partikeltjes geen materie zijn doch vormen of ideeën.5 Er is geen rationele maar wel intuïtieve voorspelbaarheid. Het nastreven van louter logisch begrip kan volgens Pioncaré het juiste intuïtieve aanvoelen zelfs in de weg staan. “(...) als je je kunt inleven in het rad (van Lorenz) en voeling krijgt met de diepere ritmiek die in de verscheidenheid van de bewegingen aanwezig is (…) , dan ervaar je de tijdloze, creatieve harmonie die onder de verscheidenheid van de oppervlakkige bewegingen aanwezig is en wordt het rad een rustgevend fenomeen.”6 Dit is wellicht ook van toepassing op het leven zelf waarvan we de tijdloze principes moeten leren aanvoelen en ontdekken om de essentie ervan te kunnen begrijpen “en in contact te staan met het grootste ordenende principe dat uit heel het universum spreekt”7, aldus Mattias Desmet die hiermee wel bijzonder kort door de bocht gaat, zo kort dat hij samen met zijn fantasierijke inspiratoren blijkbaar niet beseft dat zijn conclusie bestaat in het huldigen van een universum met een volstrekt mechanistisch karakter: de werkelijkheid beantwoordt weliswaar niet aan simpele wiskundige wetten maar wel aan een wiskunde die verwijst naar een wat complexere orde maar nog steeds naar een in wetten te vatten orde, wat het aloude geloof van de Verlichting spekt, namelijk het geloof in een principieel beheersbare werkelijkheid. Hij gaat dan zowaar een pleidooi ontwikkelen voor de herwaardering van principes en het verwerpen van de opportunistische moraal om op die manier opnieuw de zin te kunnen ervaren van het leven, die door de Verlichting verloren ging omdat zij met haar enge rationaliteit de menselijkheid vernietigt. “Dit is misschien wel de meest directe en concrete illustratie van de stelling van Hannah Arendt dat totalitarisme uiteindelijk het symptoom is van een naïef geloof in de almacht van de menselijke ratio.”8 Desmet verwijst m.b.t. de chaostheorie naar J. Gleich zijn Chaos: making a new science uit 1987. Een herwaardering van de veronachtzaamde causa finalis van Aristoteles is uiteraard wel op zijn plaats inzake de kritiek op het nu heersende wereldbeeld maar deze zal zich sowieso blijvend aan alle mogelijke berekeningen onttrekken omdat zij te maken heeft met de subject-objectspanning en derhalve van een heel andere orde is dan alle zaken welke geobjectiveerd kunnen worden. (Wordt vervolgd) (J.B., 4 maart 2023) 1O.c., p. 214. 2Mattias Desmet, De psychologie van totalitarisme, Mattias Desmet en Pelckmans Uitgevers nv, Kalmthout 2023 (2022), p. 205. 3O.c., p. 206. 4O.c., p. 207. 5O.c., p. 208. 6O.c., pp. 209-210. 7O.c., p. 210. 8O.c., p. 212. |
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme - Aflevering 12: Over het verdoezelen van het complot
|
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme Aflevering 12: Over het verdoezelen van het complot Mattias Desmet beweert dat niet een complot de oorzaak is van bijvoorbeeld een totalitair systeem maar wel een ideologie. Hiermee zendt hij wie naar de oorzaak zoeken uiteraard van het kastje naar de muur. Het smeden van een complot is in wezen immers quasi hetzelfde als het fabriceren van een ideologie omdat een ideologie een theorie is welke posities inneemt inzake wat goed en kwaad is of gewenst en ongewenst, waaruit dan de agenda van de samenzweerders voortspruit en de som van theorie en agenda vormen de ideologie. Complotteren is in wezen niets anders dan het maken en vervolgens uiteraard ook het volgen van een ideologie, waarbij uiteraard de ideologie eerst gefabriceerd dient te worden, wat gebeurt door een kleine groep, een elite, en vervolgens gevolgd wordt door een massa mensen die er onder sociale druk mee 'instemmen'. De ideologie gaat weliswaar vooraf aan wat de massa doet die haar volgt maar uiteraard gaat de ideologie niet vooraf aan wat een elite bekokstooft wanneer zij complotteert. In het bestempelen van de ideologie als oorzaak van (bijvoorbeeld) een totalitair systeem en het complot als een fata morgana, wordt een bedrieglijke 'vereenvoudiging' van de gang van zaken doorgevoerd met de bedoeling om elk vermoeden omtrent complotvorming de kop in te drukken. Het is niet zo dat de ideologie het (totalitair) systeem veroorzaakt: de gang van zaken is dusdanig dat, in eerste instantie, een elite de smid is van een complot of de fabrikant van een ideologie en dat de ideologie op haar beurt, maar dan samen met een zekere sociale druk, het doen en laten van de massa regelt. Die sociale druk is overigens een alles behalve bijkomstig ingrediënt dat door de genoemde elite met forse middelen dient aangewend te worden om de ideologie aan de massa te kunnen opdringen en waar dat eertijds gebeurde door het hanteren van de zweep of de chicotte (uit het koloniale tijdperk), gebeurt dat vandaag met fikse boetes die diep in het vlees snijden alsook met allerlei vormen van excommunicatie, gaande van spreekverbod en boekenverbranding tot beroepsverbod en (karakter)moord. De aanwending van die tactiek heeft tijdens de pandemie haar superioriteit en haar efficiëntie andermaal bewezen. Dat de leider louter een uitvoerder zou zijn van de wil van de massa, kan in dit geval slechts betekenen dat hier uiteindelijk noch mensen noch ideologieën aan het werk zijn maar wel blinde driften of zuchten, zoals bij uitstek de hebzucht, de machtshonger en gelijkaardige lusten. Zo bijvoorbeeld is het in de koloniale geschiedenis van de Congo overduidelijk hoe (per definitie immer onbevredigbare) lusten en zuchten koning Leopold II van België en zijn medewerkers hebben gestuurd om ideologieën na te volgen (zoals het racisme) of om begane wreedheden (de genocide op naar schatting twaalf miljoen Congolezen) te verdoezelen, in casu onder de dekmantel van beschavingswerk en christianisering. Leopold wilde in de gunst komen van een prostituee (die op haar beurt in dienst stond van de hebzucht van een pooier) die hij bedacht met kostbare geschenken (onder meer kastelen), waartoe rijkdom verzameld moest worden, wat gebeurde middels slavernij en massamoord welke mogelijk werden gemaakt door bij de uitvoering daarvan de afstand tussen dader en slachtoffer zo gigantisch te maken dat zelfs vermeden werd dat de opdrachtgever zijn 'slagveld' ooit bezocht zodat hij met het geslachtofferde volk slechts in contact kwam zoals de bezoeker van een zoo in contact komt met gekooide dieren achter een plakkaat: “Verboden te voederen”. Vergeet derhalve de ideologie, het complot, de massa en de elite als vaak genoemde oorzaken van het totalitair systeem of welke andere hel dan ook: de oorzaak van het kwaad is niet een mens, een mensenmassa, een gedachte of een theorie maar veeleer de volstrekte afwezigheid van het persoonlijke en van het menselijke en de volstrekte afwezigheid van alle denken en van alle redelijkheid, de afwezigheid van doelen ook omdat een zucht geen doel kan hebben daar hij intrinsiek onbevredigbaar moet blijven. Het kwaad, zo formuleerde het Augustinus van Hippo het reeds in de vierde eeuw, is niet een entiteit op zich, doch een tekort aan het goede, een afwezigheid, een leegte. Insgelijks is het goede niet een natuurlijke toestand die er spontaan zou zijn maar wel een met veel inspanningen en zorg ter wereld gekomen situatie die voortdurend blijvende inspanningen vergt - immers: “Niets schoons werd ooit geboren waarvoor een mens niet zijn heetste hartebloed gegeven heeft”, zoals de negenennegentig jaar geleden gestorven Adama Van Scheltema het eenmaal dichtte. Het leven maar ook het menselijk leven en vervolgens het moreel goede leven zijn geen vanzelfsprekendheden doch realiteiten die moeten worden opgericht en onderhouden en waar de inspanningen daartoe, die uiteraard grote offers vergen en uiteindelijk ook het offer van het eigen leven, ontbreken, neemt het kwaad bezit van alle zijn, in allerlei gedaanten, waarvan het totalitarisme er slechts één is. (Wordt vervolgd) (J.B., 2 maart 2023) |
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme - Aflevering 11: De verborgen misdaad
|
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme Aflevering 11: De verborgen misdaad Het achtste hoofdstuk van De Psychologie van Totalitarisme draagt de titel: “Complot en ideologie”. De Sierpinski-driehoek is een meetkundige figuur die geheel ongewild ontstaat wars van onze kennis door toepassing van enkele eenvoudige regels en op dezelfde manier ontstaat een complottheorie. Massavorming en complottheorieën houden gelijke tred en zo worden menners van de massa vaak als complotteurs gezien. De Protocollen van de Wijzen van Sion is hier voorbeeldig als (bewezen) verzinsel (met enorme bijval) van de Russische orthodoxen om het antisemitisme te verantwoorden. Een ander voorbeeld is de vermeende samenzwering van de Jezuïeten zoals beschreven in de Monita Secreta in de haatcampagne tegen deze orde. De benaming 'complottheorie' wordt vaak onjuist gebruikt maar “hij wordt zelden of nooit toegepast op theorieën die in lijn liggen met het dominante verhaal en nochtans échte complottheorieën zijn”1 (ongeacht of ze waar of onwaar zijn). Vaak geven gedeelde leugens en roddels de indruk van een complot, een plan. Er lijkt een plan te zitten achter het samenstromen van een massa naar één punt maar dat is bedrog: “het (enige) doel (van alle mensen in de massa) is het zwartste punt - de plek waar de meeste mensen bij elkaar zijn”2 Idem inzake de harmonische patronen gevormd door een zwerm spreeuwen, door etholoog N. Tinbergen nog een 'superindividu' genoemd. “De moderne massa stuwt altijd in dezelfde richting: de hypergecontroleerde maatschappij.”3 Het 'complot' bevredigt de behoefte aan uitleg bij wie zich niet laten meeslepen door de massa en daardoor in onduidelijkheid verkeren: men wil een zondebok om zijn agressie op te richten. Op die manier vervult het complotdenken dezelfde functie als de massavorming: “de wereld is niet langer absurd maar logisch”4 : het complot geeft een verklaring. “Uiteindelijk ontstaat er een zo fundamenteel wantrouwen dat men ervan uitgaat dat wat 'de mainstream' als juist beschouwt, zeker verkeerd moet zijn: als het mainstreamverhaal bijvoorbeeld zegt dat de aarde rond is, dan moet ze plat zijn.”5 Men ontmenselijkt dan bijvoorbeeld de elite van wie men gelooft dat zij het wereldgebeuren in de hand heeft, wat pure fictie is. Zelfs de auteur van het boek over totalitarisme werd ervan verdacht complotteur te zijn, namelijk in de 'controlled opposition'. Er wordt wel gestuurd en gemanipuleerd, zegt Mattias Desmet, maar die sturing gebeurt niet door personen maar door een ideologie en dat is vandaag de mechanistische: de wereld is een te repareren machine en daar komt geen ethiek meer aan te pas. Desmet wil nu ook de achterdocht ontkrachten die een gevolg is van de publicatie The Great Reset van Klaus Schwab: “van een geheim complot is er niet veel sprake, want alle genoemde 'plannen' zijn open en bloot te vinden op het internet.”6 Maar het antwoord op die tegenwerping gaven wij reeds in een tekst d.d. 5 maart 2021, meer bepaald de eerste paragraaf getiteld: “Nikolaj Stawrogin, Andrej Mysjkin en het Vierde Rijk” in het hoofdstuk: “The great reset”: over schatrijke megalomane barbaren en hun speelgoed” in Panopticum Corona, 7 welke hierna wordt herhaald: “The Purloined Letter uit 1844 van Edgar Allan Poe8 toont op een nimmer geëvenaarde wijze hoe de beste plaats om een misdaad te verbergen de openbaarheid is: niemand zal het in zijn hoofd halen om wat tot elke prijs verborgen hoort te zijn, te gaan zoeken in het volle licht. Onder de titel Covid-19. The Great Reset9 publiceerde op 9 juli 2020 met de assistentie van de neoliberale econoom Thierry Malleret, de stichter van het Wereld Economisch Forum (WEF), Klaus Schwab, zijn plan uit 1971 voor een complete omvorming van niet alleen de economie maar van het hele mensdom. Een omvorming van het mensdom tot wat? Het gaat om een plan dat niet toevallig in de beginfase van de coronapandemie (in juni 2020) op tafel werd gelegd en wel door niemand minder dan Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins van Wales. Deze prins van wat nog rest van The British Empire, dat hem kennelijk achterliet met nostalgie, deed dat samen met de stichter van het WEF, Klaus Schwab, die het ontwerp al sinds 1971 in de koelkast had liggen en die ter gelegenheid van de pandemie het ogenblik aangebroken achtte om het ten uitvoer te brengen. Schwab stichtte in 1971 namelijk het WEF (toen nog het Europees Management Forum genoemd) met de bedoeling... “de wereld te verbeteren”! “Der Weltverbesserer” is de titel van het luttele jaren later (in 1979) gepubliceerde toneelstuk van Thomas Bernhard over een wereldverbeteraar. Maar zo diepzinnig en pessimistisch als Bernards hoofdfiguur is, zo ondoordacht en luchthartig is het plan van prins Charles en zijn entourage van wereldverbeteraars: een utopie die door de Deense politica en WEF-medewerkster Ida Auken in Forbes Magazine van 10 november 2016 gekenschetst werd onder de verbijsterende titel die ook het motto is van de voortrekkers van deze fabel: “Welcome To 2030: I Own Nothing, Have No Privacy And Life Has Never Been Better”10. De gruwelijke distopie van een bezitsloos bestaan zonder privacy wordt de nieuwste utopie van de huidige machthebbers! Deze gemene streek wordt inderdaad verborgen in het volle licht: het plan om alle mensen, zoveel als er op de aardbol leven, te beroven van hun bezit én van zichzelf, want dat is de betekenis van het ontzeggen van een mens van zijn privacy: wie geen geheimen meer heeft, bestaat niet langer omdat hij zich niet meer van anderen onderscheidt; hij is datgene kwijt wat hem uniek maakt en hij wordt gelijk aan ieder ander. Door de roof van de privacy wordt de bonte mensheid gereduceerd tot een leger van allemaal eendere, slaafse robots. En uiteraard volgt daar dan onvermijdelijk uit dat voortaan niemand nog onvervangbaar zal zijn. De waarde van een mens wordt herleid tot zijn economisch nut; de mens wordt een voorwerp. Hij is zonder bezit en kopen doet hij derhalve niet meer: hij is daarentegen zelf koopwaar geworden. En omdat hij vervangbaar is door principieel ieder ander, kan hij ook probleemloos worden 'uitgeschakeld' van zodra hij niet langer nuttig is. Wanneer hij aanklopt bij de overheid om zich erover te beklagen dat hij als louter koopwaar wordt behandeld, zal zij hem antwoorden: “Excuseer, mijnheer, maar u bestaat niet meer.” Erger nog dan de misdaden begaan in de concentratiekampen, aldus overlever van de nazikampen Primo Lévi, is de onverschilligheid. De grote Russische schrijver Fjodor Michailowitsj Dostojewskij (1821-1881) verpersoonlijkte die onverschilligheid in de figuur van Nikolaj Stawrogin in zijn roman Demonen. Stawrogin ervaart het doen van kwaad als een verrukking; hij beseft zijn laagheid en hij geniet ervan; hij leeft in een angstwekkende oppervlakkigheid. Maar met de onverschilligheid van Stawrogin schildert Dostojewskij deze van de ganse negentiende-eeuwse Russische intelligentsia én de westerse cultuur: het is een ontworteling, een verlies van de banden met het levende leven, dat goddeloosheid en gewetenloosheid meebrengt: “Wie geen grond onder de voeten heeft, bezit ook geen God”, zo zegt Andrej Mysjkin in De idioot en Dostojevski laat zien hoe het verloren gaan van de religieuze dimensie, de diepte onttrekt aan het bestaan zelf, waardoor alles losser wordt, wat volgens hem de oorzaak is van het toenemend aantal zelfmoorden in het toenmalige Rusland en in de hele westerse civilisatie: “De mensen verliezen niet alleen de band met de aarde, maar evenzeer de band met elkaar. De levende communicatie tussen de mensen onderling heeft aan diepte verloren. Er voltrekt zich een soort desintegratie, een versplintering van de waarachtige samen-leving tot ontelbare geïsoleerde levens.”11 Uitgerekend deze door Dostojewskij raak beschreven hel wordt wordt met een satanisch enthousiasme nagestreefd door de samenzweerders tegen de huidige mensheid die zich verenigen in het WEF en die elitaire samenkomsten houden in Davos en op nog andere geheim gehouden plaatsen. Zij amuseren zich met het treffen van beslissingen over het leven van ontelbare anderen en op die wijze trachten zij in hun zieke geestestoestand aan zichzelf de illusie te verkopen dat zij inderdaad zelf geen mensen zijn doch goden. Zij zijn hoe dan ook miljardairs en derhalve hogepriesters in de eredienst aan de Mammon. En zo duur en hoogdravend als zij hun plannen laten uitschijnen, zo arrogant, oppervlakkig, megalomaan, laaghartig en misdadig zijn ze. Zij hebben de mond vol over een vierde industriële revolutie en over transhumanisme maar een overzicht van de inhoud van hun pamflet verraadt een culturele barbarij die deze van het Derde Rijk naar de kroon steekt en met in het verschiet een totalitarisme dat de tijd van Goelags en van concentratiekampen in zijn schaduw stelt.” Tot hier deze tegenwerping. Dat het wel degelijk vaker om plannen gaat, wordt behandeld in de daarop volgende paragraaf, getiteld: Een eindeloze rij van 'wereldverbeteraars'.12 (Wordt vervolgd) (J.B., 1 maart 2023) 1O.c., p. 169. 2O.c., p. 171. De auteur verwijst hier naar Elias Canetti (Masse und Macht, 1960). 3O.c., p. 171. 4O.c., p. 173. 5O.c., p. 174. 6O.c., p. 180. 7Zie : Jan Bauwens, Panopticum Corona, pp. 1010v. Voor de integrale tekst op het internet, zie: 170161.pdf (seniorennet.be) 11Lathouwers, M.A. (1968). Dostojewskij, Desclée De Brouwer, Brugge/Utrecht 1968, pp. 38-44. 12Zie: Jan Bauwens, Panopticum Corona, pp. 1013v. Voor de integrale tekst op het internet, zie: 170161.pdf (seniorennet.be) |
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme - Aflevering 10: De menners van de massa
|
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme Aflevering 10: De menners van de massa Een snood plan achter de menners van de massa moet men niet gaan zoeken: zij zijn nog het meest van allen onder hypnose. Hiermee waarschuwt Mattias Desmet tegen het complotdenken waarvan men hem meent te kunnen beschuldigen. Het kwaad is banaal, zegt Hannah Arendt: er is veeleer meeloperij dan boosaardigheid; men wordt betoverd door een ideologie zoals het racisme. Idem tijdens de coronacrisis: sommigen willen antivaxers sociaal discrimineren omdat de cijfers zouden zeggen dat zij het virus verspreiden en zo ontstaat totalitarisme: zowel Hitler als Stalin schreven hun gezag toe aan 'genadeloze dialectiek'. “Wat de menners (…) kenmerkt, is (…) hun morbide ideologische gedrevenheid: de realiteit zal en moet worden aangepast aan de ideologische fictie.”1 In het vervolg van dit (zevende) hoofdstuk volgt Mattias Desmet voornamelijk Hannah Arendt.“De nazi's (bij uitstek Eichmann) waren in veel opzichten wel degelijk overtuigd van hun goede bedoelingen (...)”2 En Eichmann kon de joden overtuigen wetens en willens mee te werken aan hun eigen eliminatie: “'Immerzu fahren hier die Leute zu ihrem eigenen Begräbnis.'”3 “De Duitsers zelf bleven Hitler trouw in zijn plannen, ook als die inhielden dat er ook onder hen grote zuiveringen zouden worden doorgevoerd (gepland was de eliminatie van Duitsers met hart- en longproblemen (...))”4 De massa en haar leiders hypnotiseren elkaar: “(...) de feiten werden aangepast om de cijfers te doen kloppen”5, wat charlatanisme is. Onschuldigen bekennen gedwee schuld om bij de partij te kunnen blijven. Zelfs eigenbelang wordt blindelings opgeofferd aan een ideologische fictie alsook de eigen economie. “Experimenteren op mensen is (…) de ultieme onderwerping van de realiteit aan de pseudowetenschappelijke, ideologische fictie.”6 Uit de aanname van de doctrine volgen dan logischerwijs de meest absurde regels: “'Je kunt geen A zeggen zonder B en C te zeggen, en zo verder tot aan het einde van het dodelijke alfabet', zei Hannah Arendt”7 De psychologische essentie van totalitarisme: “(het) is een poging om de meerduidigheid van menselijke taal te reduceren tot de eenduidigheid van een tekensysteem.”8 Totalitarisme wil zich van de onzekerheid die uit de menselijke taalrijkdom voortvloeit, ontdoen of dus taal herleiden tot het vaste conditionerende signalen waarmee dieren interageren. “De logica van een totalitair systeem (…) wordt typisch absurder en absurder. (…) De richtlijnen (…) veranderen voortdurend, er zijn altijd maar nieuwe reacties op nieuwe bedreigingen nodig. Denk aan de varkens op Animal Farm die 's nachts nieuwe regels op de muur kalkten.”9 Hetzelfde gebeurt met de coronaregels: van flatten the curve, over crush the curve, naar prevent the curve. Strengere maatregelen maken meer slachtoffers maar ook andersom worden de maatregelen onmenselijk streng, zoals “het idee dat tijdens de coronacrisis geopperd werd om mensen onder te brengen in isolatiecentra.”10 En zo ontstaat willekeur. Maar totalitaire systemen zijn (gelukkig) zelfdestructief: de leider wordt op zijn beurt geleid door waanzin - de bevrijdende tegenstemmen heeft hij al geïsoleerd en geëlimineerd. Zoals ook onder Stalin worden steeds meer 'objectieve vijanden' gecreëerd: mensen die niets hebben gedaan maar er wel toe in staat geacht worden. De 'grote zuiveringen' volgen dan de willekeur. Onder Hitler werd (cynisch genoeg) de totale destructie verhinderd door de oorlog. Het totalitarisme onderwerpt de maatschappij aan een ideaalbeeld zoals raszuiverheid en zowel de massa als de leiders worden er door meegesleurd. (Wordt vervolgd) (J.B., 27 februari 2023) 1O.c., p. 147. 2O.c., p. 148. 3Zo noteerde het een Berlijnse jodin in 1943: o.c., p. 150. 4O.c., pp. 150-151. 5O.c., p. 152. 6O.c., p. 154. 7O.c., p. 155. 8O.c., p. 155. 9O.c., p. 156-157. 10O.c., pp. 158-159. |
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme - Aflevering 9: Liefdevolle verbondenheid of solidariteit?
|
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme Aflevering 9: Liefdevolle verbondenheid of solidariteit? De coronamaatregelen zijn absurd maar “de boodschap is duidelijk: het individu moet op elk moment tonen dat het zich onderwerpt aan het belang van het collectief door opgelegde symbolische (rituele) gedragingen te stellen.”1 Solidariteit dus. Het groepsdrukexperiment van Asch illustreert de enorme impact van massavorming op het oordeelsvermogen van het individu. Als iets apert zwart is maar het gaat bij iedereen door voor wit, dan zal een enkeling zich daar bijna nooit tegen verzetten en dat is ook wat gebeurt in het virusverhaal. Het effect van massavorming is gelijk aan dat van hypnose veroorzaakt door de vibrerende stem van de leider die alle andere stemmen uitschakelt en (middels verklikken) zelfs doordringt tot in de privésfeer. “Anderzijds zuivert totalitarisme de privésfeer ook van alternatieve stemmen door een verregaande sociale fragmentering en isolering teweeg te brengen.”2 Hierdoor zorgt massavorming ook voor het uitschakelen van alle dissidente stemmen waartoe deze van Mattias Desmet behoort. Het absurde zegeviert dankzij de vernauwing van het aandachtsveld dat in de context van de pandemie alleen nog de strijd tegen het virus ziet en niets van door die strijd aangerichte schade (de zogenaamde collateral damage) en alleen wat het verhaal ondersteunt, wordt in grafieken uitgedrukt of krijgt empathie. De door de massa gevormde fictie is voor de 'massamens' de enige realiteit en dissidente stemmen worden niet verdragen: “wie niet meedoet, is een verrader van het collectief.”3 Meer nog: “de massa is geneigd tot wreedheden jegens wie haar weerstaat en voert die typisch uit alsof het een ethische, heilige plicht is. (…) Got mit uns.”4 En hier maakt Desmet zijn punt: “Dat is uiteindelijk het verschil tussen de solidariteit van de massa en liefdevolle verbondenheid: de eerste gaat altijd ten koste van een bepaalde groep, de tweede niet.”5 Dat beweert Desmet. Edoch, hiermee kan men het bezwaarlijk eens zijn want waar solidariteit geen wet is, ontbreekt de bescherming van de zwakkeren en zo ook waar men zich vertrouwt op de goedheid van het volk: liefdadigheid kan de sociale zekerheid niet vervangen en een witte streep op straat beschermt de zwakke weggebruikers niet. (Wordt vervolgd) (J.B., 24 februari 2023) 1O.c., p. 135. 2O.c., p. 138. 3O.c., p. 142. 4O.c., p. 142. 5O.c., p. 143. |
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme - Aflevering 8: De ultieme belediging
|
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme Aflevering 8: De ultieme belediging Het achtste hoofdstuk heet: “De opkomst van de massa”. In 1784 zet Immanuel Kant de Verlichting in, het tijdperk van de Rede, maar anderhalve eeuw later verkeert die in haar tegendeel met in Duitsland het nazisme en in Rusland het Stalinisme, beide totalitaire staten en dus gegrond in het maatschappelijk-psychologisch proces van massavorming met als kenmerken: “de bereidheid (…) om persoonlijke belangen blind op te offeren voor het collectief, radicale intolerantie ten aanzien van dissidente stemmen, een paranoïde verklikkersmentaliteit (in functie van de staatscontrole), de merkwaardige vatbaarheid voor absurde (pseudowetenschappelijke) indoctrinatie (…), (…) enge logica (…), teloorgang van diversiteit en creativiteit (…), zelfdestructiviteit (…).”1 De massapsychologie is actueel, zo beweert de auteur, omdat “een nieuw soort (technocratisch) totalitarisme aan het oprijzen is.”2 Wij evolueren namelijk naar een surveillancemaatschappij met verklikking en het verdwijnen van de privacy. Bijvoorbeeld met “de introductie van de QR-code en een eraan gekoppeld experimenteel vaccinatieprogramma als voorwaarde om toegang te krijgen tot de publieke ruimte”3 In dit vijfde hoofdstuk wordt beschreven hoe de massa zich vormt. Een massa bestaat volgens Le Bon uit allemaal uniforme elementen die niet langer rationeel denken maar zich overgeven aan impulsen wars van rede en moraal. Massa's bestaan sinds lange tijd en in soorten maar kwamen fors op sinds de negentiende eeuw en de waarschuwing van Le Bon uit 1895 dat ze konden leiden tot totalitarisme werd bewaarheid met de opkomst van nazisme en Stalinisme. “(Massavorming) was een logisch uitvloeisel van de effecten van de rationalisering en de mechanisering (...)”4 Desmet vergelijkt de vorming van een massa met de vorming van convectiepatronen in opgewarmd water: “(ze) veranderen het gedrag van de individuele watermoleculen (…) volledig (…).”5 In de loop van de geschiedenis werden massa's steeds groter en vandaag omspant de massa n.a.v. de pandemie de totale wereldbevolking. De vorming van grote massa's beantwoordt aan vier voorwaarden welke nu weer apert aanwezig zijn: sociaal isolement, gebrek aan zingeving, angst of psychisch onbehagen en tenslotte ongebonden frustratie en “agressie die nog op zoek is naar een object.”6 Dat object van angst wordt gesuggereerd in de publieke ruimte en wordt tot de gezamenlijk te bestrijden zondebok of vijand, zoals de joden onder de nazi's of de antivaxers in het pandemietijdperk - de gezamenlijke vijand is meteen de verenigende vijand waarop de frustratie wordt afgereageerd, wat de eenzamen weer onderling verbindt die dit als een roes ervaren, bijvoorbeeld in de samenzang en de inhoud doet er niet toe, men neemt het meest absurde voor waar aan. De samenleving is dan plots omgekanteld van rationeel individualisme naar irrationeel collectivisme “met als doel om het individu aan de groep te onderwerpen.”7 Desmet geeft het voorbeeld van de “absurditeit van de coronamaatregelen”8 die vaak geen weerstand oproept en dit aperte spreken van de waarheid vanuit de onaantastbare wetenschap is onvermijdelijk het equivalent van de ultieme belediging van de leugenachtige gezagsdragers. Hun enige redding bestaat erin om samen met de waarheid de wetenschap zelf geweld aan te doen, wat gebeurt in de veroordeling van de 'theorie' van Desmet als zijnde iets volstrekt onwetenschappelijks en leugenachtig. En jawel, men heeft ongetwijfeld lang moeten zoeken, maar men heeft een 'leugen' gevonden: Desmet heeft met eigen ogen geen openhartoperatie onder hypnose zien gebeuren. Om deze zo nijdige wraak van een vergezocht kwaad volledig onzichtbaar te kunnen maken, moeten we nu uiteraard ook in alle talen verzwijgen dat in arme streken waar lachgas of gepaste apparatuur ontbreken, ook de pijnlijkste operaties onverdoofd gebeuren terwijl een geïmproviseerde anesthesist de patiënt ledig houdt met een of ander bezwerend lied of verhaal. (Wordt vervolgd) (J.B., 24 februari 2023) 1O.c., p. 125. 2O.c., p. 125. 3O.c., p. 126. 4O.c., p. 128. 5O.c., p. 129. 6O.c., p. 132. 7O.c., p. 134. 8O.c., p. 134. |
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme - Aflevering 7: Het verlangen naar een Meester (vervolg)
|
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme Aflevering 7: Het verlangen naar een Meester (vervolg) De Verlichting zou de angst voor ziekte en lijden bestrijden maar dat gebeurde niet, de mens blijkt minder weerbaar dan ooit voordien, wat zich bijvoorbeeld uit in pijnstillergebruik en verzekeringsdrift, waardoor de kuur erger wordt dan de kwaal, zo legt Mattias Desmet uit en men zou verwachten dat de auteur hier zou verwijzen naar de opnieuw bijzonder actuele maatschappijcriticus Ivan Illich met zijn Medical Nemesis d.d. 1975 waarin het begrip van de iatrogenese (dit wil zeggen: de ziek makende werking van de geneeskunde) centraal staat maar dat gebeurt dus niet. Wel komt hij in wat volgt voor de dag met enkele (volgens sommige sterk betwijfelbare) theorieën uit de ontwikkelings- en de dieptepsychologie uit het begin van de voorgaande eeuw en vroeger en teruggaand naar figuren zoals massapsycholoog Gustave Le Bon die behalve Hannah Arendt ook Sigmund Freud inspireerde over welke onderzoek verregaand bedrog aan het licht bracht, met name verzonnen gevalstudies en heel veel fantasie en dat laatste geldt des te meer voor de zogenaamde dieptepsychologen uit dezelfde periode die theorieën hebben verzonnen die met een grote korrel zout dienen te worden genomen. Le Bon werd op zijn beurt geïnspireerd door de massapsycholoog Scipio Sighele... een positivist! Overbezorgdheid en controle tasten rechten en vrijheden aan alsook het sociale weefsel, daar men vreest gevaarlijk te zijn voor elkaar, zoals tijdens de pandemie, wat leidt tot narcisme en regeldrang, aldus Desmet en hij bespreekt beide verschijnselen en ziet ze ook opduiken in de huidige maatschappij. Wat betreft narcisme legt hij uit hoe dieren onderling eenduidig tekens uitwisselen terwijl menselijke taal nooit eenduidig is, wat de twijfel voedt. Het spiegelbeeld heft die twijfel op: “Dat beeld zegt hem (de baby) in één klap wie het is en moet zijn om het object van het verlangen van de moeder te kunnen zijn. (Het) lijkt een antwoord te bieden dat de taal nooit kan bieden (…) het archetype van de narcistische ervaring.”1 Die eist een tol want die vergt de 'uitschakeling' van alle anderen: de narcist boet in aan menselijkheid, hij raakt opgesloten in zijn zelfbeeld en verliest zijn empathisch vermogen, isoleert en vereenzaamt, wat meteen zelfdestructie betekent. Zo brengt overdreven investering in uiterlijke schijn, innerlijke leegte mee. Nu neemt het narcisme in de jongste decennia toe tezamen met onzekerheidsgevoelens en burn-out. Regeldrang is een tweede fenomeen dat samengaat met onzekerheidsgevoelens: het kind wil (obsessief) de regels kennen die het moet volgen om bemind te worden, wat nooit eenduidig is en om voortdurende specificatie vraagt (de 'waarom-fase' rond de leeftijd van 3,5 jaar) waarbij van de ouder geëist wordt dat hij de alwetende meester is. Blijkt dat niet zo, dan ontstaan oeronzekerheid, oerangst en het gevoel verstoten te zijn (door de moeder). Het kind verzandt dan in een eindeloos streven naar mentale perfectie en wordt daarvan pas verlost door de aanvaarding dat er geen definitief antwoord bestaat. Ook op maatschappelijk vlak gebeurt nu iets gelijkaardig, zegt Desmet: regeldrang, zowel door de overheid als door het volk dat om strengere regels vraagt - uiteindelijk opnieuw om de onzekerheid te bekampen. En de auteur somt een aantal voorbeelden op van de nieuwe, hypocriete en hyperstrenge moraal van de zogenaamde 'woke-cultuur' gaande van de reglementering van studentendopen, de MeToo-affaires, de Black Lives Matter-beweging, de bekladding van standbeelden van kolonialen en de regels ter bescherming van het milieu tot de absurditeiten inzake looprichting, afstandhouden en 'bubbels' in de coronacrisis. Nu zijn de problemen die door de Nieuwe Moraal aan de kaak worden gesteld wel legitiem, aldus Desmet, maar de voorgestelde oplossingen zijn dat niet, ze zijn vaak contraproductief: regeldwang doet op eieren lopen en de auteur verwijst naar Freud met de stelling dat het verdrongene verheftigd terugkeert en dat de nieuwe moraal steeds agressiever afgedwongen wordt.2 Vroeger waren er ook regels en taboes maar die waren stabieler, zegt Desmet: vandaag veranderen ze om de haverklap. Maar dat doen inzichten toch ook? Desmet wil het euvel wijten aan toegenomen wantrouwen en controle (bureaucratie en administratie) die steeds meer tijd en energie opeist van iedereen en dan nemen de psychische problemen toe. Desmet meent dat voorrangsregels in het verkeer (zoals het verplichte ritsen) onze vrijheid beperken maar hij ziet de essentie van de wetten over het hoofd: zij bevrijden ons immers van de moordende willekeur welke tot spijt van wie het benijdt sowieso een feit is ingevolge het recht van de sterkste, de wet van de jungle - met andere woorden: de wetteloosheid. Neemt Desmet dan vrede met de 'moordstrookjes' voor de zwakke weggebruikers? Wil hij dan de bescherming van de oudjes overlaten aan het kroost en het pensioen afschaffen? Wil hij in zijn wereldvreemheid de sociale zekerheid vervangen door vrijwillige giften aan de armen? Wil hij de wetten tegen het racisme afschaffen en de veiligheid van homo's overlaten aan de goedheid van het volk zoals dat het geval is in het Tsetsjenië van Ramzan Kadyrov? Het sociale weefsel waar hij zo hoog mee oploopt zal dunkt mij veeleer zorgen voor sociale uitsluiting van andersdenkenden, gehandicapten of al dan niet gekleurde buitenlanders. Dijken wij maar tijdig de zogenaamde 'buurtinformatienetwerken' in en laten wij die taken verder toevertrouwen aan wel opgeleide politiemensen vooraleer het te laat is en zich toestanden gaan voordoen met overijverige burgerwachten en spionnen zoals destijds in Roemenië, in Oost-Duitsland of in het eigen Vlaamse gewest ten tijde van de VNV, de Hitlergetrouwen en de slippendragers van de kerkvorsten. Of is het dan niet verkieslijker dat macho's zich beledigd voelen en gefrustreerd als de wet hen verbiedt om vrouwen na te fluiten op straat dan dat vrouwen de straat niet meer op durven uit angst voor verkrachting? Want alras gaat die wetteloosheid het gelijk voeden van wie (en dan godbetert nog in universiteiten) uitroepen dat het huwelijk aan mannen het recht verschaft om vrouwen te verplichten “hun benen open te doen”3 alsof het ging om vee maar dan in het tijdperk dat voorafging aan dat van de dierenrechten. Maar vermoedelijk heeft Desmet helemaal geen boodschap aan dierenrechten en wil hij een lans breken voor het rituele slachten en waarom ook niet voor het slachten van de eerstgeborene, ter bevestiging van de trouw aan Jahweh, de 'jaloerse god', zoals in het tijdperk dat nog voortduurde tot aan Abraham en Isaak? Neen, de wetgeving is geen schijnoplossing tegen onzekerheid en angst, de geschiedenis zelf leert ons dat wij op twee oren kunnen slapen als wij aannemen dat precies het tegendeel het geval is. De ouders zijn niet onwetend en almachtig maar ook de goden die projecties van de ouders zijn, zijn dat niet: zij zijn geen goden, of beter: goden bestaan niet. En als de principes die zij ons opleggen, met hen wegvallen, dan “sind wir selber Götter”4 “(De symptomen van regeldwang) komen vooral voort uit de prangende nood bij de bevolking aan een autoritaire instantie die richting geeft, die de last van de vrijheid en de daarmee gepaard gaande onzekerheid van de schouders neemt”5, zo citeert hij Hannah Arendt, “En de overheid vult die vacature ook gewillig in.”6 Desmet vergeet dat de kerk daartoe het voorbeeld heeft gegeven want hier pleit niemand minder dan de hoger al vermelde grootinquisiteur van Dostojevski. Moeten wij nu echt terug naar de autoritaire leer van de kerk met haar index van verboden boeken of kiezen wij resoluut voor Wikipedia dat, overeenkomstig de essentie van wetenschap en waarheid, die transparantie is, de encyclopedie is van principieel iedereen? (Wordt vervolgd) (J.B., 23 februari 2023) 1O.c., p. 99. 2O.c., pp. 107-108. 3“Vrouwen willen wel privileges, maar willen niet meer hun benen opendoen”: dat zijn letterlijk de woorden van dr. Jeff Hoeyberghs in de Ugent tijdens een voordracht op 4 december 2019.4Franz Schubert, Winterreise (gedichtencyclus van Wilhelm Müller op toon gezet door Franz Schubert), zang 23, Mut, laatste strofe: Lustig in die Welt hinein/Gegen Wind und Wetter!/Will kein Gott auf Erden sein,/Sind wir selber Götter! 5O.c., p. 116. 6O.c., p. 116. |
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme Aflevering 6: Het verlangen naar een Meester
|
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme Aflevering 6: Het verlangen naar een Meester De mechanistische wereld geeft aanleiding tot recessie, depressie, ziektes en uiteindelijk ook de totalitaire staat vanuit de overtuiging dat de eigen fictie de realiteit is en derhalve aan anderen mag worden opgelegd, zo schrijft Mattias Desmet over de verlichte wereld die nu de plek inneemt van de kerk van weleer maar kennelijk vergeet deze auteur dat men in de katholieke geloofsbelijdenis het totalitarisme terugvindt zoals nergens anders: “Ik geloof in de ene heilige katholieke en apostolische kerk” die 'alleenzaligmakend' wordt genoemd. De Verlichting daarentegen gelooft in het (uiteindelijk) bereiken van de waarheid door middel van de Rede, welke principieel voor alle mensen toegankelijk is en wel met het eigen verstand dat principieel aan allen gegeven is zonder onderscheid van rang of stand of huidskleur of nog andere eigenheden. Daarnaast is het ook een feit dat het geloof in 'de natuur' of in 'natuurlijke' dingen een bijzonder vage bedoening is waarbij men alras afglijdt naar vormen van zogenaamd bijgeloof welke onmiddellijk aanleiding geven tot waanzin en ten hemel schreiend onrecht. Empathie is een mooi begrip en ook resonantie klinkt veelbelovend maar wie zal uiteindelijk bepalen of het de diepste waarheid is ofwel een ziekelijke waanzin wanneer iemand beweert dat hij of zij aanvoelt dat een ander 'behekst' is en een gevaar vormt voor de samenleving? De intrieste geschiedenis van de heksen van Salem, het toeschrijven van de zwarte huidskleur van mensen aan het vermeende ontbreken van de ziel, het identificeren van fysieke afwijkingen met menselijke minderwaardigheid, de discriminatie van zwakkeren, van minderheidsgroepen of van andersdenkenden: dit zijn geschiedenissen van volstrekte redeloosheid die zich denken te kunnen verantwoorden met zekere vormen van een of ander subjectief en oncontroleerbaar aanvoelen dat jammer genoeg vaker ernstig wordt genomen wanneer het ontspringt aan personen met sociale invloed en macht en dat dan leidt tot vervolging, excommunicatie en zelfs terechtstelling van onschuldigen die er het al dan niet toevallige object van uitmaken. De kerk, waarvan de bedienaren tweeduizend jaar lang geïnspireerd werden door de harddrug alcohol, heeft daardoor altijd fantasie te over gehad om daarmee haar hellepreken te spijzigen, haar vijanden te definiëren, de angst van de massa aan te wakkeren voor op de keper beschouwd tegenstanders van haar macht of gewoon hulpelozen en onschuldigen. Bij de verovering van het Amerikaanse continent door Columbus werd de genocide gerechtvaardigd middels een pauselijk geschrift gericht tot de Indianenstammen en hen bezwerend dat zij als schepselen van de ene god die werd vertegenwoordigd door de paus van Rome, absolute gehoorzaamheid verschuldigd waren aan deze laatste en derhalve ook aan het Spaanse gezag waarmee hij scheep ging toentertijd. De inboorlingen hadden de keuze: ofwel zich laten dopen en zich onderwerpen aan de Spaanse kroon ofwel tot slaaf worden gemaakt of vermoord. Resonantie, willekeur, fantasie, tovenarij, het 'diepe aanvoelen' van een 'hogere werkelijkheid', het voltrekken van de door profeten van hogere machten vertaalde goddelijke wil: het bleek de tovenaars op het einde van de rit alleen maar schatrijk gemaakt te hebben en al hun wreedheden te hebben gerechtvaardigd. Het vijfde hoofdstuk van het boek van Mattias Desmet heet “Het verlangen naar een Meester”1 en 'Meester' staat er met een hoofdletter, het verwijst onmiskenbaar naar god zelf. En daar liggen nu de kiemen van het bedrog want god is onzichtbaar en derhalve ook onhoorbaar, alleen profeten horen wat Hij zegt en alleen zij hebben het recht en de macht om zijn woorden door te geven aan het volk dat alleen van hen verneemt of zij al dan niet tot de uitverkorenen behoren; het volk dat alleen van zekere profeten verneemt dat god jaloers is en de zijnen bijstaat in de oorlogen die hen zullen leiden naar het beloofde land. In 1976 heeft de Amerikaanse psycholoog Julian Jaynes in zijn boek The Origin of Consciousness in the Breakdown of the Bicameral Mind een heel andere uitleg gegeven aan het verschijnsel van de profetieën: het horen van stemmen, waarvan ook nu nog zekere geesteszieken last hebben, bleek toentertijd in feite te slaan op het begin van het denken, het hebben van gedachten, waarvan men meende dat zij, van buiten uit, de (profeterende) mens te binnen vielen; nog geheel onvertrouwd met de idee van wat ideeën zijn, schreef men hun oorsprong toe aan derden, aan goden die ze de profeten influisterden. Valt die 'onttovering' van het mens- en wereldbeeld dan te betreuren? Men moet immers weten dat elk volk altijd zijn eigen goden heeft gehad, zijn eigen profeten ook, over wiens profetieën werd geredetwist en ook getwist in eindeloze, bloedige oorlogen waaraan doorheen de geschiedenis van de mensheid talloze gelovigen hun levens opgeofferd hebben, die ganse beschavingen verwoest hebben en die ook vandaag nog de wereld in de greep houden van verdrukking en terreur. Het vijfde hoofdstuk vangt aan met een overzicht van het voorgaande en een vooruitzicht op wat komt: hoofdstuk 1 besprak de overgang van (open) wetenschap naar (dogmatische) ideologie; 2 ging over hoe mensen daardoor van elkaar en van de natuur geïsoleerd werden; 3 over het levenloos artificiële; 4 over hoe het absurde geloof in het 'meten is weten' tot willekeur leidt en 5 zal handelen over de ambitie van de wetenschapsideologie om zowel de angst weg te nemen als de moraal. Religie verzuurde het leven met de angst voor de hel als straf voor zondig genot. De Verlichting bracht vertrouwen in het menselijk verstand en verwierp de angst voor de vleselijke lusten: “De liefde werd ontdaan van de plicht tot trouwen en kinderen krijgen, de seksualiteit werd in ere hersteld en zijn verbanning naar het oord van zonde en bederf werd ongedaan gemaakt”2. Maar volgens de auteur bereikte men het tegendeel van het beoogde: de angst voor ziekte en lijden nam toe en er kwamen verwarring en “een wirwar aan regels en regeltjes en een nieuwe, hyperstrenge moraal”3 Kennelijk is de auteur hier ten prooi aan een eigenaardige blindheid want de aanpassing van de feiten aan de fictie van een totalitair systeem kan bezwaarlijk meer uitgesproken zijn dan in het hardnekkige vasthouden aan de fictie ontsproten aan een zekere interpretatie van een oeroud wetboek dat immers geheel wars van de wetenschappelijke bevindingen declameert: “Man en vrouw schiep Hij hen.” Dient de mens weerstand te bieden aan de werkelijkheid waarmee hij resoneert en moet hij zich wringen in de dwangbuis van een fictie van een zesduizend jaar oud ideaalbeeld uit een welbepaalde cultuur die zich uitverkoren acht boven alle andere beschavingen of is het daarentegen regelrechte waanzin om een totalitair systeem te gaan verdedigen terwijl men pretendeert een gladiator tegen het totalitarisme te zijn? Een wel heel bijzonder psychologisch mechanisme moet hier werkzaam zijn; het is niet ons vakgebied maar wij gissen dat het te maken heeft met de angst en het fanatisme welke men gewoonlijk toeschrijft aan de geatomiseerde subjecten die de massa vormen in het totalitair systeem van het stuiptrekkende katholicisme dat nog nagalmt tot in de redevoering van de oorlogvoerende Russische president Poetin van vandaag, 21 februari 2023, amper enkele minuten geleden, waar hij aan het Westen het geloof verwijt in een 'genderneutrale god'.4 Inderdaad: “Hoe het ook uitdraait, binnen het dominante verhaal heeft het dominante verhaal altijd gelijk.”5 (Wordt vervolgd) (J.B., 21 februari 2023) 1O.c., p. 91. 2O.c., p. 92. 3O.c., p. 92. 4https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/buitenland/artikel/5367163/poetin-toespraak-oorlog-oekraine-offensief 5O.c., p. 84. |
CENSUUR wereldwijd

Gezichtsreddingsoperatie voor dictators - een recept
|
Gezichtsreddingsoperatie voor dictators - een recept Omsk Van Togenbirger, hij wilde er vandoor, deed alsof hij ons niet zag maar kon niet rap genoeg meer lopen en zo konden wij hem daar op de parking van de supermarkt nog heel eventjes opzadelen met de vraag hoe hij het stelde en hoe het met de oorlog gaan zou in de zeer nabije toekomst want iedereen weet wel dat het nu spannend is gaan worden, nu de beide potentaten als hanen tegenover elkaar staan en ze allebei hun gezicht willen redden want daar gaat het hanen om als zij tot vechten zijn veroordeeld en er geen ontsnappen meer is aan de krijsende kring van toeschouwers die hoe dan ook bloed willen zien vloeien en liefst in beken, stromen, zeeën. OVT: Je weet wat er met de Roemeense dictator Nicolae Ceaușescu is gebeurd en met zijn vrouw Elena, toch? Het volk hield niet op met hulde brengen en applaus maar toen het koppel gelyncht werd, juichte de massa want zo is nu eenmaal het volk. - Heb je het nu over Poetin? OVT: Ik heb het over Europa, mijn beste en dan pas over Poetin, die immers over 'historische momenten' sprak. - Ik geloof niet dat ik je nu begrijp... OVT: Je kent toch de geschiedenis van het westen dat eeuwenlang de wereld heeft gepluimd? De Engelse kroon bevat meer diamanten dan een koninklijke nek kan dragen en tijdens een optreden van Charles bleek een toeschouwer zo venijnig dat hij er enkele maanden gevangenisstraf voor over had om ook publiekelijk uit te roepen wat iedereen allang weet: dat het land zijn rijkdom dankt aan slavernij. Indië, bijvoorbeeld, werd tot op het bot door de Engelsen kaalgevreten. In China was op een zeker ogenblik een kwart van de volwassen mannelijke bevolking verslaafd aan de opium die de Britten aldaar gingen slijten en ze hebben er een oorlog om gevoerd om met dat handeltje daar door te kunnen gaan, in the British Empire ging net zoals in het rijk van Alexander de zon nooit onder. Over Leopold II in de Congo heb ik geloof ik al verteld en over hoe een meesterlijke nazaat van een Rwandees het westen dat zich gebaart van krommenaas voor schut zette in een performance met als decor de 'bogen van de afgehakte handen' van het jubelpark in de door een der grootste romanschrijvers zo genaamde 'grafstad'? - Joseph Conrad? Daar heb je over verteld, ja. OVT: Ook over Columbus had ik een verhaal, of liever: twéé verhalen, dat herinner je toch nog? Eentje over de uitdunning van de Indianen en nog een ander over de miljoenen zwarte slaven die doorheen de eeuwen opeengepakt in zeilschepen van Afrika naar de plantages van Amerika versast werden? Las ik je niet voor uit “Barracoon”? - Ook daarover heb je verteld, ja. Maar wat heeft dat nu te maken met de moord op Ceaușescu en zijn vrouw? OVT: Uiteraard kon binnenkort de hele wereld in de as worden gelegd maar dat wil ik vooralsnog niet geloven. Maar wat denk je dat er zal gebeuren als in luttele minuten Europa weggevaagd wordt van de wereldkaart of misschien alleen maar Engeland? Geloof jij dat dan Afrika en Azië zullen huilen? Ik begreep nu vrijwel onmiddellijk wat Poetin bedoelde met de 'historische momenten' waarover hij het in zijn speech had: het eeuwenlang naar gerechtigheid hunkerende hongerige zuiden zal juichen als zijn wrede onderdrukkers in het westen nu eindelijk hun welverdiende straf krijgen en zullen dan de resterende mensen, en dat zijn uiteraard de allerarmsten, zich daarvan nog kunnen weerhouden om Poetin zelf te vieren als hun grote held? - Maar nu ga je wel heel kort door de bocht, meneer Van Togenbirger, zo antwoordde ik de oude man maar hij zei niets meer en verdween zomaar tussen de geparkeerde auto's in het niets, er kennelijk van overtuigd dat zijn gelijk als een paaltje boven water stond. (J.B., 22 februari 2023) |
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme - Aflevering 5: Het (on)meetbare universum
|
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme Aflevering 5: Het (on)meetbare universum Mattias Desmet bekampt de Verlichting maar het mechanistisch universum is geen misvatting van de Verlichting maar een 'onoverkomelijke' vergissing waarvoor reeds Augustinus waarschuwde in de vierde eeuw: wij zien het heelal als een constructie omdat wij zelf architecten zijn die complexere dingen samenstellen uit meer elementaire bouwstenen: wij projecteren onze creativiteit verkeerdelijk op die van de Schepper die echter schept uit het niets. En die kritiek is uiteraard niet alleen van toepassing op het cijfermatige kennen maar op ongeacht welke vorm van (menselijk) begrip. In die zin is een kritiek op het meten middels cijfers van toepassing op ongeacht welke manier om de werkelijkheid af te beelden: de afbeelding zelf, of dus de kennis als zodanig, kampt met een onmogelijk weg te werken fundamenteel probleem van de epistemologie: de finaal onoverbrugbare kloof tussen kenner en gekende of tussen subject en object. Houdt men met psychologische theorieën die gebruik maken van begrippen zoals empathie en resonantie dan zichzelf niet aan het lijntje en belandt men aldus niet in een doolhof dat reeds lang geleden doorploegd werd door filosofen van allerlei pluimage die uiteindelijk allemaal in hun eigen gelijk zijn blijven geloven en die het bovendien vaak tot in het absurde zijn blijven verdedigen? Mattias Desmet vertelt hoe de subjectieve en irrationele verhalen met gruwelijke consequenties staan tegenover de objectieve en rationele cijfers die een reductie van het menselijk leed beloven en hoe nu de coronacrisis de aperte tekorten van die wetenschappelijke bedrijvigheid op straat gooit. Iedereen wordt geconfronteerd met wat de replicatiecrisis in 2005 aan het licht bracht: “fouten, slordigheden, geforceerde besluitvorming en fraude”1 Zelfs onderlinge tegenspraken onder wetenschappers, grillige meningsveranderingen, financiële belangen en opzettelijke misleiding zijn van de partij. De coronacijfers waren alles behalve objectief: het aantal besmettingen bepaald met de PCR-test alsook de evolutie ervan werden foutief geregistreerd: “men rapporteerde het absolute aantal positieve tests in plaats van de positiviteitsratio.”2 Het aantal besmettingen bleek twintig tot zeventig keer lager dan de in de media vermelde schattingen. Ook de telling van het aantal ziekenhuisopnames was onjuist: de Schotse telling (die rekening hield met het al dan niet aanwezig zijn van covid-symptomen) rapporteerde nog slechts 13 pct. van het oorspronkelijke aantal covid-patiënten. Een onderzoeksjournalist bracht uit dat zorginstellingen hun aantal doden kunstmatig verhoogden met het oog op financieel profijt. Het aantal coronadoden ging ook mank omdat 95 pct. van hen onderliggende aandoeningen had. Geen objectieve cijfers dus maar cijfers die de eigen subjectieve overtuigingen bevestigen. Sommigen spreken daarom liever van een griep of zij beweren dat er helemaal niets aan de hand is; het gaat om tegengestelde meningen die elk een beroep doen op 'objectieve cijfers'. Maar de maatregelen worden niet bijgestuurd als blijkt dat de modellen waarop ze gebaseerd zijn radicaal fout zijn: “Iets zorgde dat de maatschappij op dezelfde, krampachtige manier bleef reageren, alsof ze daar een prangende psychologische nood aan had.”3 “Het epidemiologisch-statistisch discours klinkt gesofisticeerd en oogt indrukwekkend (…) maar het is vooral een indrukwekkende demonstratie van schijnexactheid en pseudo-objectiviteit.”4 De overbelasting van Intensive Care in ziekenhuizen komt ook voor bij griepepidemieën, de zware longsymptomen bij corona blijken ook bij griep aanwezig en de oversterftecijfers zijn multi-interpreteerbaar. Bovendien zijn duizenden ouderlingen gestorven door eenzaamheid en verwaarlozing terwijl de hoge sterfte op Intensive Care voor de helft toe te schrijven was aan massale beademing. De remedie was de oorzaak van een aanzienlijk deel van de miserie: angst volgt in beperkte mate uit reële gevaren maar creëert zelf wel reële gevaren. Het dominante verhaal vertelt dat vaccinatie helpt maar aan verhalen die het tegendeel vertellen, wordt geen ruchtbaarheid gegeven: een Harvard-studie vond geen verschillen tussen landen met hoge en lage vaccinatiegraad en een andere studie vond bij gevaccineerde vrouwen acht keer meer miskramen. “Verhalen maken de cijfers, eerder dan dat cijfers de verhalen maken. Daar gaat het hier om”5 en aldus verwijst Mattias Desmet eigenlijk naar Hannah Arendt haar thesis over totalitarisme waarin een fictie bepaalt wat de feiten zullen zijn. Aan nevenschade (aan bijvoorbeeld de economie en de psychische volksgezondheid) werd geen aandacht gegeven terwijl die meer slachtoffers maakte dan de pandemie: de epidemiologen antwoordden dat dit buiten hun expertise lag. Desmet: “(...) we stuiten op een uiterst merkwaardige, psychische blindheid.”6 Aan de cruciale vraag of de remedie niet erger is dan de kwaal, wordt gewoon voorbijgegaan en die vernauwing van het gezichtsveld is een effect van massavorming. “Hoe het ook uitdraait, binnen het dominante verhaal heeft het dominante verhaal altijd gelijk.”7 Ideologische meningsverschillen maken de cijfers nietszeggend en polariseren de maatschappij errond. We moeten ons afvragen: “bekijken we de mens als een biochemische machine die technologisch gemonitord en farmaceutisch bijgestuurd moet worden of als een wezen dat in mystieke resonantie met de Ander en met de eeuwige vormentaal van de natuur zijn bestemming vindt?”8 “Iedereen kan cijfers selecteren die aansluiten bij zijn eigen vooroordelen. (…) De quasi onweerstaanbare illusie dat cijfers feiten representeren zorgt ervoor dat men steeds vaster overtuigd raakt dat de eigen fictie de realiteit is.”9 Blijkt verder dat ook wetenschappelijke onderzoekers onbewust die keuzes maken die de resultaten opleveren die zij wenselijk achten: het fanatieke geloof in de objectiviteit van cijfers is onterecht maar tevens gevaarlijk: een angstige maatschappij kiest die cijfers die haar angst rechtvaardigen en die cijfers versterken op hun beurt de angst. Daaruit volgen economische recessie, angst en depressie, stress en ziekte en uiteindelijk ook de totalitaire staat vanuit de overtuiging dat de eigen fictie de realiteit is en derhalve aan anderen mag worden opgelegd. De fictie rechtvaardigt verregaande maatregelen waar de menselijkheid onder lijdt, een Ministerie van Waarheid smoort alternatieve stemmen, de meningsvrijheid en het zelfbeschikkingsrecht worden ingeperkt. Die vlucht in schijnzekerheid volgt nu uit het gestaag toegenomen onvermogen om onzekerheid te dragen... (Wordt vervolgd) (J.B., 20 februari 2023) 1O.c., p. 73. 2O.c., p. 74. 3O.c., p. 77. 4O.c., p. 77. 5O.c., p. 81. 6O.c., p. 82. 7O.c., p. 84. 8O.c., p. 85. 9O.c., p. 85. |
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme - Aflevering 4: De kunstmatige maatschappij
|
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme Aflevering 4: De kunstmatige maatschappij Zelfs een slingerbeweging is geen louter mechanische en berekenbare gebeurtenis, zo is gebleken: slingers opgehangen aan eenzelfde muur stemmen op de een of andere manier hun bewegingen op elkaar af, zij blijken een 'sociale' component te hebben. Veralgemeend: “Theoretische modellen vatten nooit alles, ze laten een onverklaarbare rest over”, die “de essentie is van het object, de levende component ervan”1 Die is ook merkbaar bij een vergelijking tussen natuurlijke en kunstmatige producten en het subtiele verschil is cruciaal. Op gedigitaliseerde menselijke interactie, zoals die in de coronacrisis gepromoot werd, zit verlies en dat blijkt te leiden tot burn-out, tot 'digitale depressie' want de lichamelijke component is essentieel. Het taal lerende kind reageert niet op audio of video; het leert een taal pas aan als de spreker lichamelijk aanwezig is; hij bootst de klanken en het gelaat van de moeder na en dergelijke synchronisatie voltrekt zich reeds voor de geboorte. Door die resonantie voelt het kind ook wat de moeder voelt. Die trillingen en spanningen zetten zich in het kinderlichaam vast, in het 'lichaamsgeheugen'. Bij het raken van de gevoelige snaar wordt samen met het lichaam ook de ziel geraakt - ziek gemaakt of genezen. Ook communicerende volwassenen voelen elkaar aan via (de uitwisseling van) mimiek en lichaamstaal, zoals volmaakte danspartners. Digitalisering verstoort dat. Desmet citeert hier G. Petriglieri: “Onze geest wordt er in de digitale interacties toe misleid om te geloven dat we bij elkaar zijn, maar onze lichamen weten dat dit niet het geval is; wat er zo uitputtend is aan digitale gesprekken, is om voortdurend in de aanwezigheid te zijn van de ander zijn afwezigheid.”2 En dat brengt depressie mee: als de (geliefde) ander afwezig is en niet reageert, bootsen we die na. “Digitalisering ontmenselijkt een gesprek.”3 Het overbrugt grote afstanden maar houdt de ander op afstand. Alweer: digitalisering creëert het geatomiseerd subject, Hannah Arendts elementaire bestanddeel van de massa en van de totalitaire staat. Vervolgens neemt de auteur de verwisseling van feit en fictie onder handen: “Wetenschap past haar theorie aan de werkelijkheid aan, ideologie past de werkelijkheid aan de theorie aan. Dat geldt ook voor de mechanistische ideologie: ze wilde de werkelijkheid aanpassen aan haar theoretische fictie.”4 In de mechanistische ideologie is een steriele kunstmatige baarmoeder beter voor het kind en worden wie daar anders over oordelen onwaardig geacht voor het ouderschap. “Instituten die zich graag bezighouden met de maatschappij van de toekomst, zoals het World Economisch Forum, gaan er voetstoots van uit dat we naar een Digikosmos evolueren - een 'samenleving' waarin het menselijke leven zich grotendeels online afspeelt.”5 En aan het infuus. En dan wordt de romantische natuurmens een gevaar. Doel is een maatschappij van strikt gecontroleerde cyborgs, die is namelijk veiliger, onder meer door de praktijk van de genetische manipulatie en de preventieve geneeskunde die “de natuurlijke weerbaarheid van het lichaam vervangt door met vaccins opgewekte kunstmatige immuniteit.”6 De mechanistische ideologie met haar transhumanisme belooft het paradijs maar brengt alsnog ziektes en depressie. Men trapt in “de illusie dat men de ongemakken van het leven kan wegnemen zonder zichzelf als mens in vraag te moeten stellen.”7 Ziekte wordt onterecht herleid tot een mechanische fout, te verhelpen met een pil. Maar het psychisch lijden neemt toe. Zoals Hannah Arendt betreurt Mattias Desmet het verdwijnen van de standen- en klassenmaatschappij onder invloed van de industrialisering. De onttoverde mechanistische wereld ontneemt de (eertijds door de religie verstrekte) zin aan het leven en het verdwijnen van de angst voor de hel bevordert frustratie en agressie. En op dit punt lijkt Mattias Desmet een poging te ondernemen om ons opnieuw de aloude erfzonde als een realiteit te doen aanvaarden en het menselijke schuldbewustzijn. Zijn pleidooi klinkt gelijkaardig aan dat van de grootinquisiteur van Dostojevski, die het bedrog van de roomse kerk rechtvaardigt met de uitleg dat deze leugen het volk van de moeilijke vrijheid en verantwoordelijkheid bevrijdt door met blinde gehoorzaamheid aan de kerk, de last van de zonde af te kopen. De Verlichting met haar tot ideologie verheven wetenschap is met andere woorden een even gebrekkig alternatief als het geloof van weleer. “Het van overheidswege reguleren van de intieme sfeer leidt tot psychische ontreddering en uiteindelijk ook tot een verval van de fysieke gezondheid (...)”8, zo schrijft Desmet, maar hij blijkt niet in te zien dat dit alles de praktijk van het geloof niet kan vergoelijken omdat het in een nog veel grotere mate vervreemdend werkt. Immers, net zoals de wetenschap heeft ook de theologie haar praktische toepassingen in de machinerie van de kerk welke een mens creëert die een kunstmatige en desastreuze waanwereld bewoont met een eigen opium waaraan dat van de Verlichting misschien niet eens kan tippen. (Wordt vervolgd) (J.B., 20 februari 2023) 1O.c., p. 55. 2O.c., p. 60. 3O.c., p. 60. 4O.c., p. 62. 5O.c., pp. 63-64. 6O.c., p. 64. 7O.c., p. 66. 8O.c., p. 68. |
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme - Aflevering 3: wetenschap en haar aanwending
|
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme Aflevering 3: wetenschap en haar aanwending Het hoger behandelde eerste hoofdstuk in het boek van Mattias Desmet luistert uiteraard naar de spreuk: “Niets nieuws onder de zon”. Een uitgebreide, meer gedetailleerde kritiek op het materialisme vindt men bij een groot aantal auteurs die wat uitvoeriger behandeld werden in Trans-atheïsme1, een publicatie uit 2003 (gebaseerd op een verhandeling uit 1994). De 'spirituele' benadering van de wetenschap en meer bepaald (van de vooral Kopenhagense interpretatie) van de kwantummechanica werd in het Nederlandse taalgebied eerder in een gepopulariseerde versie uitgewerkt door enerzijds Gerard Bodifée en anderzijds reeds door diens mentor, Max Wildiers, die het voorwoord schreef voor de integrale uitgave van het werk van Teillard de Chardin, de wetenschapper-theoloog die als allereerste de brug maakte tussen het christelijk geïnspireerde geloof en de moderne rede. Teillard de Chardin en Max Wildiers zijn overigens meteen bijzondere voorbeelden van 'moed tot waarheid' daar zij met een flink stuk van hun carrière betaalden voor de openheid waarmee zij deze onderwerpen onder de aandacht hebben gebracht. Omdat alvast in dit eerste hoofdstuk geen verwijzingen te vinden zijn naar deze bijzonder verdienstelijke auteurs zonder welke de onderhavige kritiek op de Verlichting onbestaande was, kan men voor een summiere synthese van de inhoud van hun werk alsnog terecht op het internet voor de integrale tekst van Het goede zoeken.2 Met betrekking tot de verwording van wetenschap tot ideologie en meer bepaald met betrekking tot de 'wetenschappelijke' aanpak van de pandemie, verwijzen wij graag naar onze publicatie uit 2021, getiteld: Panopticum Corona.3 Het tweede hoofdstuk van het boek van Mattias Desmet draagt de titel: “Wetenschap en haar praktische toepassingen”. Wetenschap brengt beheersing van de natuur, mechanisering en industrialisering, massaproductie maar ook vervreemding en de vervreemde, vereenzaamde mens wordt zelf een machine-onderdeel en met de woorden van Hannah Arendt: een “geatomiseerd subject”... het elementaire bestanddeel van de totalitaire staat. Met betrekking tot de medische wetenschap die centraal staat in het hele coronagebeuren merkt Desmet op: “Fouten, slordigheden en fraude zorgen ervoor dat tot 85 pct. van de medische studies tot twijfelachtige besluiten komt.”4 De nevenwerkingen blijken dikwijls desastreus, zoals bij thalidomide (Softenon), het kunstmatige hormoon DES en de pijnstillers. Een actueel voorbeeld: “Van parcetamol, de meest populaire pijnstiller die al sinds midden vorige eeuw op de markt is, werd bijvoorbeeld pas in 2021 ontdekt dat hij kankerverwekkende stoffen bevat en dat hij schadelijk kan zijn voor foetussen.”5 “Enkel vanuit een naïef mechanistisch denken kan men geloven dat men via experimenten de effecten van medische interventies objectief kan bepalen.”6 Er is een “genadeloze experimenteerdrift” die fataal is voor jaarlijks 200 miljoen proefdieren en ook zinloos, rekening houdend met het feit dat 85 pct. van de medische studies fout zijn. Maar mechanisering en industrialisering kunnen ook worden aangewend om te vernietigen: oorlogen maken nu tientallen miljoenen doden door vernietigingsmachines en de chemische industrie produceert vergif met hetzelfde oogmerk. “Monsanto produceerde 76 miljoen liter Agent Orange, dat in Vietnam uitgesproeid werd om de bomen te ontbladeren en de Vietcong uit de jungle te verdrijven. Miljoenen Vietnamezen en ook Amerikaanse soldaten werden er ernstig ziek van (in veel gevallen tumoren en kankers) en het veroorzaakte bij minstens 150.000 kinderen misvormingen.”7 Wie geïnteresseerd zijn in een uitgebreide behandeling van de catastrofale nevenwerkingen van de geneeskunde als zodanig kunnen uiteraard terecht bij Ivan Illich met zijn Medical Nemesis uit 19758 - sindsdien is de toestand alleen nog verergerd. (Wordt vervolgd) (J.B., 19 februari 2023) 1Jan Bauwens, TRANS-ATHEISME Een christelijk geïnspireerde verrijzenis uit het hedendaags materialisme (Bijgewerkte versie van de tekst, gedateerd: JUNI 2003), pp. 27-297. Lees hier de integrale tekst op het internet: 564.pdf (bloggen.be) Een meer gevulgariseerde benadering vindt men in: Jan Bauwens, Schepping. De werkelijkheid is een creatie, geen constructie, Serskamp 2003. e 2Zie: Jan Bauwens, Het goede zoeken. Inleiding tot een christelijk 'zin-denken', Serskamp 2003. 3Zie: Jan Bauwens, Panopticum Corona. Lees hier de integrale tekst op het internet: 170161.pdf (seniorennet.be) 4O.c., p. 47. 5O.c., pp. 48-49. 6O.c., p. 50. 7O.c., p. 51. 8Illich, Ivan. (1978). Grenzen aan de geneeskunde. Het medisch bedrijf - een bedreiging voor de gezondheid? Het Wereldvenster, Baarn 1978. (Oorspronkelijke titel en uitgave: Medical Nemesis - The Expropriation of Health, Marion Boyars, Londen 1975). Zie ook: https://ratical.org/ratville/AoS/MedicalNemesis.pdf |
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme - Aflevering 2: Wanneer wetenschap verwordt tot ideologie
|
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme Aflevering 2: Wanneer wetenschap verwordt tot ideologie Het geloof wordt ingeruild voor het vertrouwen in het eigen verstand, in de Rede, die voor iedereen eender is en daarom is wetenschap in wezen openheid van geest. Het universum lijkt geschreven in de taal van de wiskunde omdat het met wiskunde wordt gemeten. Denken en waarheidsspreken vereisen de moed om het heersende discours achter zich te laten: de waarheid spreken is noodzakelijk maar tegelijk gevaarlijk. Twijfel en onzekerheid zijn voorwaarden voor het denken. Er zijn geen feiten los van het waarnemend subject en de waarneming verandert de observatie. Feiten kunnen niet objectief zijn, kwaliteiten kunnen niet gekwantificeerd worden zonder hun inhoud te verliezen. Wetenschap is daarom geen zaak van objectief meten maar wel van inlevingsvermogen, empathie, identificatie, mee-resoneren met wat men onderzoekt. Het logisch-mathematische weten krijgt slechts kennis van een zeer beperkt deel van de realiteit, de essentie ontsnapt daaraan. Wie vasthouden aan de meetbaarheid van alles, vervallen in de ideologie van het micro-reductionisme, het mechanistisch materialisme. Wetenschap verwordt dan tot machtsmiddel, zoals blijkt uit de replicatiecrisis in 2005: onderzoeksresultaten worden (in 72 pct. van de gevallen) verdraaid, zij blijken onstabiel en onbetrouwbaar; wetenschappelijke kennis is vaak nietszeggend en waardeloos, omdat kwaliteiten niet in droge cijfers kunnen worden uitgedrukt. Cijfers lijken exact maar zijn zonder inhoud. In de economie mislukte replicatie in 50 pct. van de gevallen, bij kankeronderzoek was dat 60 pct., in biomedisch onderzoek 85 pct. en gerenommeerde statistici schrijven artikels met titels zoals: “Waarom het merendeel van de gepubliceerde onderzoeksresultaten fout zijn.”1 Feiten zijn niet in cijfers te wringen. Specifiek met betrekking tot de pandemie geldt nu dat de PCR-test multi-interpreteerbaar is en wisselvallige resultaten geeft. “Door het onmeetbare toch te proberen meten, wordt meten een vorm van pseudo-objectiviteit. (…) Het onderzochte object verdwijnt achter een scherm van cijfers”2 De anonimiteit die nodig is voor de objectiviteit bij de beoordeling van onderzoek blijkt in de praktijk vaak onbestaande zodat de waarde van wetenschappelijk onderzoek vooreerst afhangt van het morele gehalte van de expert. Onderzoekers zijn zich vaak niet eens bewust van deze beperkingen en ten onrechte heeft de massa een blind vertrouwen in de wetenschap. “Het is op dit niveau dat Hannah Arendt het ideale subject van de totalitaire staat situeert: het subject dat het verschil niet meer kent tussen (pseudo)wetenschappelijke fictie en realiteit.”3 (Wordt vervolgd) (J.B., 18 februari 2023) 1Mattias Desmet, De psychologie van totalitarisme, Mattias Desmet en Pelckmans Uitgevers nv, Kalmthout 2023 (2022), p. 31. 2O.c., p. 34. 3O.c., p. 37. |
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme - Aflevering 1: inleiding

|
Mattias Desmet en De psychologie van totalitarisme
Aflevering 1: inleiding Het gaat om een boek en zijn auteur over welke dezer dagen veel te doen is omwille van een controverse: een kennelijk wereldomspannend regime legt naar eigen zeggen uit veiligheidsoverwegingen in het kader van een acuut volksgezondheidsprobleem aan de bevolking inderhaast nieuwe geïmproviseerde, om de haverklap veranderende en uiteindelijk weinig effectieve regels op terwijl kritische stemmen met onder meer Mattias Desmet de maatregelen interpreteren als onredelijk en illegaal omdat veiligheid als drogreden zou worden aangewend, als voorwendsel met het oog op het vestigen van een totalitair regime. De ontstaansgeschiedenis van de totalitaire staat werd welhaast een eeuw geleden al bijzonder grondig geanalyseerd door de joodse filosofe Hannah Arendt die haar bevindingen daaromtrent publiceerde als (het derde deel van) The Origins of Totalitarianism in 1951. Dat gebeurde naar aanleiding van de geschiedenis rond enerzijds het Derde Rijk en anderzijds het regime onder de Sovjetleider Jozef Stalin.1 Mattias Desmet lijkt het laken een beetje naar zich toe te trekken door te vertellen zich op 4 november 2017 te hebben afgevraagd waarom het totalitarisme ontstond in de eerste helft van de twintigste eeuw en waarin het verschil bestaat met de dictaturen: het is de verdienste van Hannah Arendt zich deze twee vragen expliciet te hebben gesteld, intussen bijna een eeuw geleden. Desmet heeft het dan wel over psychologische wortels van het totalitarisme zoals het vandaag zou verschijnen waar hij zegt aangevoeld te hebben hoe onder de invloed van de terreuraanslagen en de klimaatcrisis de overheid het privéleven begon te ontnemen aan de burger die nog slechts een dystopie te verwachten heeft van een wereld geleid door bureaucraten en technocraten. Reeds in 2005 hebben Arendts vertalers in hun inleiding2 haar werk samengevat als handelend over de oorsprong van de totalitaire staat die de feiten verwisselt met de fictie en die alle vrijheid en zin vernietigt: terwijl de tiran terreur zaait vanuit willekeur, acht de totalitaire heerser zich een dienaar van de (wrede) natuur en van de geschiedenis. De terreur (in de vorm van de volledige overheersing van iedereen, altijd en overal) is haar eigen doel geworden; ze minacht de waarheid en reduceert het eigen volk tot massa. Het regime verbergt zich, dicteert de staat en liquideert zijn vijanden. Arendts vertalers illustreren de actualiteit van het thema met verwijzingen naar de almachtswaan ingevolge wetenschap en techniek die zich bijvoorbeeld toont in de verregaande medicalisering die slechts afhankelijk maakt en die luttele jaren later toeslaat met het gebeuren van de pandemie. De democratie wordt bedreigd door een bureaucratie waarin niemand verantwoordelijkheid draagt en zo ontstaat het kwaad als banaliteit. Eveneens actueel: in haar woord vooraf bij de eerste uitgave profeteert de filosofe dat twee wereldoorlogen geen vrede brachten doch het voorgevoel dat een derde wereldoorlog dreigt. Arendt omschreef de kenmerken (van de opkomst) van het totalitarisme en in zijn boek meent Mattias Desmet - nota bene professor in de Klinische Psychologie aan de Universiteit Gent - aan te tonen dat al deze kenmerken opduiken ter gelegenheid van de politieke constructies welke opgezet worden - naar verluidt met het oog op de beheersing van de aan de gang zijnde pandemie. In twee woorden vestigt zich een totalitair regime via een welbepaalde en ondertussen beproefde weg waarbij om te beginnen het weefsel dat een volk samenhoudt, vernietigd wordt door de mensen te 'atomiseren', af te zonderen, eenzaam en hulpeloos te maken en volledig afhankelijk van vadertje staat en wel door middel van het induceren van gevoelens van angst en onveiligheid. Om die angst te boven te komen, worden maatregelen genomen die in wezen de vrijheid van de burgers beperken terwijl zij uiteraard tegelijk de speelruimte van de heersers uitbreiden tot dictatoriale proporties. Het heersende regime dat nu wereldomvattend blijkt, met name als de Wereldgezondheidsorganisatie die nu volgens zekere critici in feite wordt gemanipuleerd door een verkapte wereldregering met totalitaire trekken, probeert haar machtsuitoefening te rechtvaardigen middels een veiligheidsargument - (wereld)volksgezondheid - maar het met geweld afdwingen van haar nieuwe en vaak absurde wetten verraadt uiteraard de onzuiverheid van de door haar voorgewende motieven. Terwijl het zich loens verbergende en tegelijk steeds meer macht uitoefenende regime ermee schermt dat een onbehandelde pandemie het voortbestaan van de mensheid of althans het leven van miljoenen mensen zou bedreigen, wekt haar werkwijze argwaan bij wakkere burgers die niet zozeer in de pandemie een bedreiging zien maar wel in de opgedrongen 'bestrijding' ervan. Interessant is Desmets verwijzing naar de (ook in zijn doctoraat behandelde) vervalsingen in het wetenschappelijk onderzoek die een crisis veroorzaakten in 2005: tot vijfentachtig percent van de besluitvorming blijkt fout; de onderzoeksresultaten blijken ficties. Arendt verbindt dit met de grondstroom van het totalitarisme: het blinde geloof in cijfers die niet stroken met de feiten, de minachting voor de waarheid vanuit het enge wereldbeeld van de Verlichting. En uiteraard jaagt de professor met deze stellingname de vertegenwoordigers van het heersende paradigma tegen zich in het harnas. In de eerste bladzijden worden wij zelfs geconfronteerd met een ietwat rancuneuze homofobe uitlating welke nog slechts kan gedijen in middens van gestagneerde katholieken.3 Wij hopen dat wij ons vergissen wanneer wij menen te bespeuren dat het oeuvre van Desmet godbetert een zekere heimwee uitwasemt naar de kerk van weleer maar voor een terugkeer naar het tijdperk van huichelarij, bedrog met waanzinnige verzinsels en sociale ongelijkheid waarbij de vos, terwijl hij zijn wijnkelder etaleert, de passie preekt voor een onder de duim gehouden, hongerig volk in lompen, bedanken wij feestelijk: een specifieke vorm van totalitarisme triomfeert nergens zo meedogenloos als in de theocratie op welker leest ook het geloof van de Verlichting is geschoeid die nu in navolging van de kerk fataal alle krediet verspeelt. Er zal inderdaad een totaal nieuw paradigma moeten verzonnen worden. Desmet vertelt de historie van de pandemie als een realisatie van het onvoorstelbare en hij haalt er Orwell bij om de virologen te vergelijken met de varkens uit zijn Animal farm: “En net als de varkens van Orwell veranderden ze 's nachts soms ongemerkt de regels”.4 En wat verderop:“Daar willen de varkens naartoe: ons herleiden tot een QR-code in een groot technocratisch-medisch experiment”.5 Angstwekkende objecten vereisen controle en controle brengt nog meer angst: een vicieuze cirkel die uitmondt in de vernietiging van de menselijke integriteit. Zoals gezegd ziet Desmet de oorzaak in het reductionistische mens- en wereldbeeld van de Verlichting dat hij zal bespreken in zijn boek omdat het de voedingsbodem is voor massavorming en totalitarisme. Het onderwerp wordt nu genuanceerd: “De focus (…) ligt niet zozeer op wat men gewoonlijk met totalitarisme associeert - concentratiekampen, indoctrinatie, propaganda, enzovoort - maar wel op het ruimere cultuurhistorische proces.”6 Desmet belooft soelaas in een nieuw mens- en wereldbeeld (!) met een herwaardering voor het spreken van waarheid... (Wordt vervolgd) (J.B., 18 februari 2023) 1Voor onze synthese, zie: Hannah Arendt over totalitarisme, in: Het grote interview met Omsk Van Togenbirger en andere teksten over de totalitaire wereld, pp. 72v. Zie voor de integrale tekst op het internet als PDF: 93208117591.pdf (bloggen.be) 2Hannah Arendt, Totalitarisme, Boom, Amsterdam, vijfde oplage 2021 (eerste druk 2014), in het Nederlands vertaald door Remi Peeters en Dirk De Schutter. Oorspronkelijk: Totalitarianisme, deel III, alsook (in een appendix) een gedeeltelijk samengevat negende hoofdstuk uit deel II, getiteld: The Decline of the Nation-State and the End of the Rights of Man. 3Mattias Desmet, De psychologie van totalitarisme, Mattias Desmet en Pelckmans Uitgevers nv, Kalmthout 2023 (2022), pp. 7-8: “Terroristen, klimaatveranderingen, heteroseksuele mannen en later ook virussen waren te gevaarlijk om met ouderwetse middelen aan te pakken.” 4O.c., p. 13. 5O.c., p. 14. 6O.c., p. 16. |
De stok en de hond
|
De stok en de hond Wanneer Ben Weyts (en dan nog op Tv) verontwaardigd uitroept dat hij toch niet met een Toyota Corolla kan rijden, dan lacht men eens en dan wordt hem dat vergeven omdat Weyts nu eenmaal minister is en zodoende behoort tot de geprivilegieerden: Quod licet Iovis, non licet bovis. Om dezelfde reden kan oud-minister Herman De Croo (eveneens op de buis) zeggen dat wij Belgen in de Congo toch ook veel goeds gedaan hebben en in het zog van deze hoogwaardigheidsbekleders streven parlementairen dan naar een eervol slotakkoord voor de Congocommissie terwijl sinds het boek van Ludo De Witte en de onthullingen omtrent de activiteiten van de CIA ter zake iedereen weet dat Lumumba werd vermoord met het medeweten, de goedkeuring en de actieve hulp van de westerse beleidsmakers. Na de ontdekking van een massagraf van kinderen in een door katholieken beheerd internaat komt de paus ermee weg zijn excuses aan te bieden. Na gedurende verschillende jaren te zijn aangewend en bij meer dan tienduizend kinderen focomelie te hebben veroorzaakt, werd in 1961 het door Chemie Grünenthal geproduceerde Thalidomide (hier het best bekend als Softenon) van de markt gehaald en de firma vond het zelfs niet nodig zich te verontschuldigen totdat het middel achtentwintig jaar later ook werkzaam bleek voor de bestrijding van hiv-complicaties en het opnieuw geproduceerd moest kunnen worden. De Arabische prinsen snijden een journalist in stukjes en spoelen de restanten gewoon door om vervolgens weer op het wereldtoneel te verschijnen alsof er geen vuiltje aan de lucht is: zij organiseren lustig voetbaltornooien en wielerwedstrijden en geen haan die ernaar kraait. Koning Charles van Engeland laat een voorbijganger oppakken en straffen nadat die in het openbaar heeft uitgeroepen wat iedereen al wist: dat de rijkdom van de Britse kroon te danken is aan slavernij. En zo kan men nog uren doorgaan. Feit is dat er gemeten wordt met twee maten en twee gewichten want wanneer een man die tegen de stroomt in vaart door voor de democratie catastrofale misdaden die in de lijn liggen van de hier boven beschreven feiten, in een dure talkshow inderhaast iets heeft gezegd dat misschien niet helemaal klopt, halen de criminelen van zo-even onmiddellijk de stok boven om de hond die hen ontmaskerd heeft te slaan. En de massa applaudisseert want men wil altijd bloed zien, het zien van bloed werkt kennelijk verheugend. Dat hier allerminst sprake is van desinformatie, is zo klaar als een klontje. Iedereen en bij uitstek een professor moet zijn bronnen raadplegen maar iedereen weet ook dat de perfectie niet van deze wereld is en dan vooral ook niet wanneer bedrog en listen in het spel zijn. Want wat is er gebeurd? Mattias Desmet zou met eigen ogen een open hartoperatie onder hypnose hebben zien plaatsgrijpen. Er zijn een aantal zaken die wij allemaal kritiekloos slikken en onder die zaken bevinden zich de nieuwsberichten. Niemand zal het een ander ooit kwalijk nemen dat hij dat doet, integendeel: "Het is in het nieuws geweest!" klinkt als een bewijs. Edoch, enkele jaren geleden hebben narren met programma's op de staatszenders verklaard dat zij gedurende jaren en louter voor de lol, tientallen nepnieuwsberichten de wereld hebben ingestuurd, louter verzinselen: sensatie stuwt de kijkcijfers de hoogte in en zo ook de winsten. Het gaat om aankondigingen die verzonnen zijn maar die nog net niet helemaal onmogelijk klinken, zoals het bericht dat open hartoperaties nu met succes worden gedaan zonder een andere verdoving dan deze middels hypnose. Wie nu geïnformeerd willen zijn, volgen het nieuws van de dag waarvan de waarheidswaarde niet wordt in vraag gesteld omdat men zich terecht vertrouwt op de journalisten: men mag veronderstellen dat het nieuws de filter van de kritiek al gepasseerd is. Het nieuwsbericht wordt beschouwd als even betrouwbaar als de eigen kritische waarneming. Maar na verloop van enkele jaren blijkt het vaker zo te zijn dat wel het bericht nog werd onthouden als zijnde waar terwijl de bron in vergetelheid is geraakt. Uiteraard zijn er nog andere mogelijke oorzaken voor de besproken vergissing maar de zaak is dat vergissingen menselijk zijn en dat ze met gulheid worden vergeven aan vrienden en met gramschap worden aangewend om zich van zijn vijanden te ontdoen. Of zijn zij dan geen vijanden van de totalitaire staat die haar slinkse handelwijzen op een voortreffelijk wetenschappelijke manier onthullen? (J.B., 13 februari 2023) |
'Gaat en vermenigvuldigt u!'
|
'Gaat en vermenigvuldigt u!' Nu de demografie weer aan de orde is, moet worden herhaald dat sommige voorstanders van een wereldwijd opgelegde geboortebeperking wel heel hardhorend zijn daar zij die politici blijven ondersteunen die de hypocriete houding aanhangen waarbij de schuld voor de bevolkingsexplosie bij hongerige Afrikanen wordt gelegd en bij Indiase paria's die, geconfronteerd met armoede in hun oude dagen, geen andere keuze hebben dan zoveel mogelijk kinderen te kopen. Bovendien en vooral zijn het allerminst deze armen die het probleem van de overbevolking veroorzaken omdat dit in wezen een probleem is van verbruik en afval, ook wel 'ecologische voetafdruk' genoemd: indien het verbruik en de afvalproductie van de rijke minderheid werden beperkt tot moreel aanvaardbare proporties, dan kon de aarde zonder twijfel nog tien keer meer mensen herbergen dan vandaag het geval is. Het devies 'Gaat en vermenigvuldigt u!' slaat immers niet op mensen zonder meer doch op mensen die er naar streven om op een ethisch verantwoorde manier te leven. (J.B., 10 februari 2023) |
De eeuwige duisternis van de 'verlichte geesten'
|
De eeuwige duisternis van de 'verlichte geesten' Dezer dagen kon iedereen lezen in het nieuws dat astronomen (ja, degenen die foto's nemen van een schijfje salami die ze dan aan de lichtgelovige massa slijten als telescopische beelden van het heelal!) - astronomen van godbetert de University of Utah - plannen maken om raketten af te schieten op de maan. Ze beelden zich in dat het opgewaaide maanstof op de juiste hoogte en in de juiste densiteit een scherm zal vormen dat het zonlicht zal dimmen en zo de klimaatopwarming zal temperen om aldus de aarde weer op de gewenste temperatuur te brengen. Op de koop toe zouden naar het eigen zeggen van deze 'geleerden' de zandkorrels van de maan exact de vereiste grootte hebben voor de job. Het probleem is hier kennelijk dat van zodra de 'verlichte massamens' het woord 'universiteit' hoort weerklinken, hij warempel dubbel plooit voor een alwetendheid en een onfeilbaarheid die niet langer toebehoort aan pausen maar die voortaan het monopolie blijkt van volgelingen van de ellendeling die luistert naar de naam van Auguste Comte met zijn 'religie van de mensheid' waarvoor hij toentertijd zelfs een eigen kalender bedacht met een nieuwe tijdrekening - op de kalender werden de heiligen van weleer vervangen door geleerden waartoe hij onmiskenbaar ook zichzelf gerekend heeft. De volstrekt kritiekloze houding tegenover de volgelingen van de genoemde positivist met in zijn zog het hele santenkraam van de 'Verlichting' is op zijn zachtst gezegd bijzonder alarmerend. Maar die waanzin wordt pas bijzonder moeilijk te bestrijden in combinatie met een tweede. Utah immers is een staat die geïnspireerd wordt door een sekte met momenteel wereldwijd zo'n 16,8 miljoen aanhangers en waarvan het geloof werd gefabriceerd door ene Joseph Smith (1805-1844). Deze 'profeet' beweerde dat hij visioenen kreeg waarin God en Jezus Christus aan hem verschenen alsook apostelen en engelen, met specifieke boodschappen omtrent het lot der mensheid en wat ons zou te doen staan. Joseph Smith zou zelf ook vrijmetselaar geweest zijn. De godsdienstvrijheid beschermt weliswaar het recht op elk zijn eigen waanzin maar als waanzinnigen er gewag van maken om raketten af te schieten op de maan in de bizarre overtuiging als redders van de mensheid op te treden terwijl zodoende de blauwe planeet die immers ook door 'ongelovigen' wordt bewoond (en dat zijn er dan amper 16,8 miljoen minder dan 8 miljard) voor eeuwig zal gehuld worden in duisternis en in onvruchtbaarheid, zou het uitblijven van actie eigenlijk niet langer als een redelijk te verantwoorden optie mogen worden beschouwd. (J.B., 10 februari 2023) |
John Waters: De psychologie van een afrekening
De arrestatie (uit De Goelag Archipel, pp. 3v) Aleksandr Solzjenitsyn

De arrestatie (herhaling d.d. 13 maart 2018)
De arrestatie (herhaling d.d. 13 maart 2018)
|
De arrestatie "Ik schrijf zelf, ik redigeer zelf, ik censureer zelf, ik geef zelf uit, ik verspreid zelf en ik zit er zelf een straf voor uit." – aldus definieert de voormalige Sovjet-dissident Vladimir Boekovski de 'Samizdat': de dissidente geschriften die clandestien circuleerden in de voormalige USSR. (1) In de jaren vijftig van de vorige eeuw was een van die 'Samizdat' De Goelag Archipel van de Nobelprijswinnaar voor de Literatuur in 1970, Aleksandr Solzjenitsyn (1918-2008) die in 1945 gearresteerd werd en in de strafkampen verdween tot 1953. (2) De Goelag Archipel verscheen in Parijs tussen 1973 en 1975 en is een ooggetuigeverslag over die strafkampen waarin achttien miljoen mensen terecht kwamen zonder enige vorm van proces omdat zij ervan verdacht werden het Stalinistische regime (1922-1953) niet genegen te zijn en van deze gevangenen kwamen er 2.749.163 om. (3) Na de publicatie van enkele delen van zijn boek werd Solzjenitsyn opnieuw gearresteerd en uitgewezen – in 1974 – waarna hij via Zwitserland nog twee jaar later in Vermont (USA) belandde. (4) Over de hallucinante manier waarop Sovjet-burgers welhaast volkomen willekeurig gearresteerd werden en (vaak voorgoed) verdwenen achter de muren en de staketsels waar men achteloos voorbij liep terwijl niemand kon vermoeden welke hel ze verborgen, handelt het eerste hoofdstuk van zijn meesterwerk. “Een arrestatie of een aanhouding is het ontnemen van de bewegingsvrijheid van een persoon door politiediensten of, in geval van heterdaad, door burgers”. (4a) Gearresteerd worden – onder Stalin kon het iedereen overkomen: men werd van zijn bed gelicht of onder een of ander voorwendsel ergens heen gelokt en prompt ingerekend; de slachtoffers vermoedden dat het een vergissing was, maar neen: hun leven bleek op slag voorbij en zou voortaan alleen nog maar bestaan uit dwangarbeid op een onbekende en onbereikbare plek. (5) Men moet het eerste hoofdstuk over de arrestatie in De Goelag Archipel van Aleksandr Solzenitsyn gelezen hebben om een idee te kunnen hebben van de verschrikkelijke realiteit achter zoveel koele historische data. Deze literaire meesterwerken ten spijt, blijkt het echter niet te willen doordringen tot het leeuwendeel van de huidige wereldbevolking – waarvan toch mag aangenomen worden dat zij een zeker beschavingspeil heeft bereikt – dat gelijkaardige mistoestanden van een mogelijks nog grotere omvang in de huidige tijd schering en inslag zijn in grote gedeelten van de wereld en dat de betrokken tirannen door iedereen niet alleen met rust worden gelaten maar bovendien kunnen rekenen op applaus vanwege de door hen verdrukte massa, op eretekens vanwege politici en vorsten wereldwijd en op een oorverdovend stilzwijgen omtrent het ten hemel schreiend onrecht waarvan zij elk hun handelsmerk hebben gemaakt. Zo heeft recentelijk Xi Jinping zichzelf in maart 2018 voor het leven benoemd tot leider van straks een kwart van de wereldbevolking – zowat anderhalf miljard Chinezen (6) en hij werd bij die gelegenheid toegejuicht door de Amerikaanse president Donald Trump: “He’s now president for life. President for life. And he’s great (…) And look, he was able to do that. I think it’s great. Maybe we’ll give that a shot some day.” (7) Verheerlijkt de huidige president van het land van de voortrekkers van de vrijheid en de vooruitgang hier de dictatuur of hebben wij hem dan fout verstaan? Want in zijn toespraak op het 19de Nationaal Congres van de Communistische Partij van China, gehouden in oktober 2017, liet Xi er geen twijfel over bestaan dat het hem erom te doen is met China op het voorplan te treden in de wereldpolitiek, zich te keren tegen de westerse democratieën en Taiwan alsook Hong-Kong opnieuw in te lijven. (8) De mooie beloften om de bureaucratie, de genotzucht, de verkwisting en de corruptie te bestrijden blijken verkappingen van censuur (van onder meer het internet) en van grootschalige vervolgingen met folterpraktijken. (9) Homoseksualiteit wordt er sinds kort opnieuw beschouwd als een ziekte (10) en in dezer steken de Verenigde Staten de communisten zelfs naar de kroon met de 'verwezenlijkingen' van hun vicepresident Pence die het als gouverneur van Indiana (althans voor een zekere periode) voor elkaar kreeg om aan homofobie een wettelijk statuut te verlenen ten koste van de mensenrechten. (11) Ook in Turkije – een land met tachtig miljoen inwoners – worden de mensenrechten met de voeten getreden – onlangs nog werden duizenden kritische journalisten gearresteerd en kranten opgedoekt (11a) en op de jongste gay parade in Istanboel werden de manifestanten prompt beschoten door de politie (12) – Erdogan loopt in dezer kennelijk in het spoor van de Russische president Poetin (13) en van zijn collega Kadyrov van de Tsjetsjeense Russische autonome republiek die ervan beschuldigd wordt middels folterende en moordende doodeskaders terreur te zaaien in het ganse land. Het herinnert aan de joodse filosofe Hannah Arendt die wreedheid koppelt aan een gebrek aan intelligentie, als men moet vernemen dat Kadyrov de lagere school niet afmaakte. (14) En het Internationaal Olympisch Comité blijkt de wortels van de Spelen wel helemaal vergeten waar het de Russische vijandige opstelling jegens holebi's en transgenders steunt en atleten bedreigt met bestraffing als zij het wagen om op de Russische homofobie kritiek te hebben en de mensenrechten – in casu de homorechten – te verdedigen. (15) En dan hebben we het nog niet gehad over de opvattingen en de praktijken in Azië, Afrika en de islamwereld. Sinds Hitler, Stalin en Mussolini waren er nog vele dictators waarvan men zich deze West-Europese nog zal herinneren – en, andermaal: dit zijn slechts de droge data; alleen een literair meesterwerk zoals dat van Solzjenitsyn kan ons hun eigenlijke betekenis onthullen. Er was Georghiu-Dej die in 1945 de drie maanden geleden op 96-jarige leeftijd in Zwitserland overleden koning Michaël van Roemenië tot aftreden dwong en die er aanbleef tot 1965 gevolgd door de paranoïde Nicolae Ceaușescu die in 1967 aan de macht kwam en die in 1989 samen met zijn vrouw werd vermoord (16); Salazar in Portugal (1932-1968); de drie Griekse dictators Zoitakis, Papadopoulos en Ghizikis van 1967 tot 1974; de wrede generaal Franco in Spanje (1939-1975) die zich 'leider van Spanje bij de Gratie Gods' liet noemen (17) en Jaruzelski in Polen (1981-1990). (18) In de rest van de wereld herinnert men zich vooral Papa Doc (1957-1971) en Baby Doc (1971-1986) in Haïti ; Mao in China (1945-1976); Pol Pot in Cambodja (1975-1979); Idi Amin in Oeganda (1971-1979); Tito in Joegoeslavië (1953-1980); Vileda in Argentinië (1976-1981); Marcos op de Filippijnen (1965-1986); Kádár in Hongarije (1956-1988); Pinochet in Chili (1973-1990); Kim-Il-Sung (1972-1994) en Kim Jong-il (1994-2011) in Noord-Korea ; Mobutu in Zaïre (1965-1997) en in zijn spoor Laurent-Désiré Kabila (1997-2001) en zijn zoon (2001-2018) in de republiek Congo; Soeharto in Indonesië (1967-1998); Hafiz al-Assad (1971-2000) en zijn zoon (2000-2018) in Syrië; Milošević in Joegoslavië (1997-2000); Saddam Houssein in Irak (1979-2003); Fidel Castro (1976-2008), opgevolgd door zijn broer Raoel (2008-2018) in Cuba en dan zijn er nog de tijdens de Noord-Afrikaanse revolutie in 2011 afgetreden dictators Ben Ali in Tunesië (1987-2011); Moebarak in Egypte (1981-2011) en al-Qadhafi in Libië (1967-2011). (19) Vandaag zijn er nog de absolute monarchieën van Bruneï, Oman, Bahrein en Saoedi-Arabië. Dictaturen zijn ook de presidentiële republieken van Equatoriaal Guinea, Angola, Zimbabwe, Kameroen, Oezbekistan, Tsjaad, Kazachstan, Eritrea, Soedan, Gambia, Wit-Rusland, Algerije, Djibouti, Syrië, Rwanda, Congo, Azerbeidzjan, Cuba, Noord-Korea en Turkije. (19) Een dictator blijkt een gestoorde persoonlijkheid: narcistisch, grootheidswaanzinnig, paranoïde en wreed, dikwijls opgegroeid in een gezin met een onderdrukkende vader; hij dringt zijn eigen persoonlijke visie op aan het volk dat hij onderwerpt; hij arresteert zijn tegenstanders massaal, wat betekent dat hij hen de bewegingsvrijheid ontneemt – in vele gevallen gaat hij over tot (massa)moord. Leven onder een dictator is bestaan onder een voortdurende dreiging. Omdat men gearresteerd kan worden van zodra men zich veroorlooft om alleen nog maar te denken wat men wil, omdat er in een dictatuur totale willekeur heerst en er derhalve geen reden hoeft te zijn waarom iemand wordt gearresteerd, leeft iedereen er in feite in voortdurende gevangenschap, ook al is men niet of nog niet aangehouden. Solzjenitsyn beschrijft die realiteit ook treffend in het verhaal over de priester Irakliej die, na acht jaar ondergedoken geleefd te hebben bij zijn parochianen, zo opgejaagd was dat hij bij zijn uiteindelijke arrestatie van pure blijdschap de lof zong van de Heer. Het slachtoffer gaat zijn lot uiteindelijk beminnen – omdat dit nu eenmaal zijn eigenste lot is... De dictatuur is verwerpelijk omdat zij mensen verhindert mens te zijn; zij reduceert mensen tot minder nog dan dieren – tot werktuigen van de alleenheerser. Dictators hoeven niet elke burger feitelijk te arresteren opdat elkeen ook echt beroofd zou zijn van zijn bewegingsvrijheid want de dreiging tot arrestatie heeft hetzelfde effect als de arrestatie zelf ofwel overtreft zij dit effect nog; tirannen hoeven niet iedereen te vermoorden opdat het volk helemaal geen mensen meer zou tellen. Maar van zodra het volk kan, grijpt het zijn kans: de potentaat in rouw die elk van zijn onderdanen kan dwingen tot het plengen van tranen, wordt van zodra hij de kans schoon ziet, door dezelfde onderdanen onder luid gejubel in een ontembare feestvreugde gelyncht. Arrestatie of aanhouding betekent letterlijk: afremmen en tot stilstand brengen, verhinderen om nog voort te gaan, doen stoppen en doen ophouden. Als we de bijbel mogen geloven zijn er slechts een handvol uitzonderingen op de regel dat het leven zelf alle mensen vroeg of laat tot stilstand dwingt. De ouderdom en de kwalen remmen de levensloop af, zij brengen ons letterlijk tot stilstand, tot stil zitten of tot stil liggen en zo worden we aan ons bed gekluisterd – als we al niet abrupt uit het leven worden weggeplukt. Het leven zelf rekent ons in en lijkt wel om verantwoording te vragen zoals de engel aan Job, na diens klacht, om verantwoording vroeg: “Op grond van welk recht bestaat gij? Gij hebt helemaal geen recht om te bestaan, zegt gij? Wees dan zo goed mij te volgen!” – en zo worden wij dan door een poort geleid en is dat niet de arrestatie bij uitstek? Er staat geschreven: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Toen gij jonger waart, omgorddet gij uzelf en gij gingt, waar gij wildet, maar wanneer gij eenmaal oud wordt, zult gij uw handen uitstrekken en een ander zal u omgorden en u brengen, waar gij niet wilt.” (Johannes 21, 18) (20) (J.B., 13 maart 2018) Verwijzingen: (1) Vladimir Boekovski, En de wind keert terug, autobiografische roman, New York, Хроника, 1978: 126. Vladimir Boekovski (°1942) [niet te verwarren met Charles Bukovski – ook een dichter] schreef over de dwangbehandelingen in psychiatrische klinieken die dienst deden als speciale gevangenissen in de USSR. Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Vladimir_Boekovski ; https://nl.wikipedia.org/wiki/Samizdat ; (2) Aleksandr Solzjenitsyn zat gevangen in de goelag van 1945 tot 1953 (onder Stalin). Hij schreef De Goelag Archipel tussen 1958 en 1968. Zie ook: (4). Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/De_Goelag_Archipel (3) https://nl.wikipedia.org/wiki/Goelag#Aantal_slachtoffers (4) https://nl.wikipedia.org/wiki/Aleksandr_Solzjenitsyn (4a) https://nl.wikipedia.org/wiki/Aanhouding (5) Voor de Engelstalige tekst "The Gulag Archpelago" (in 3 volumes), zie: https://archive.org/stream/TheGulagArchipelago-Threevolumes/The-Gulag-Archipelago__vol1__I-II__Solzhenitsyn#page/n13/mode/2up (6) https://nl.wikipedia.org/wiki/Xi_Jinping https://www.telegraaf.nl/nieuws/1745003/trump-feliciteert-xi-met-levenslange-baan (8) https://www.theguardian.com/world/2017/oct/18/xi-jinping-speech-five-things-you-need-to-know (9) https://www.volkskrant.nl/archief/partijlid-in-china-verdronken-bij-verhoor~a3504069/ (11) http://time.com/4406337/mike-pence-gay-rights-lgbt-religious-freedom/ (14) https://nl.wikipedia.org/wiki/Ramzan_Kadyrov#Kadyrov_en_beschuldigingen_van_wreedheden (15) “IOC gaat atleten straffen wanneer die opkomen voor holebi's en transgenders”: http://holebi.info/phpnews/kortnews.php?action=fullnews&id=12007 (16) https://nl.wikipedia.org/wiki/Gheorghe_Gheorghiu-Dej ; https://nl.wikipedia.org/wiki/Micha%C3%ABl_I_van_Roemeni%C3%AB (17) https://nl.wikipedia.org/wiki/Francisco_Franco (18) https://nl.wikipedia.org/wiki/Wojciech_Jaruzelski (19) http://nl.wikisage.org/wiki/Lijst_van_dictaturen (20) Vertaling volgens het NBG, 1951. |
De nieuwe Securitate - Aflevering 9: De Securitate vandaag in België: doceren onder toezicht van de staatsveiligheid
|
De nieuwe Securitate Aflevering 9: De Securitate vandaag in België: doceren onder toezicht van de staatsveiligheid Dat de realiteit de stoutste fantasie overtreft en wel in niet geringe mate, blijkt vandaag andermaal: het lesmateriaal van professor in de klinische psychologie, Mattias Desmet, wordt door de Belgische staat in beslag genomen, verboden, in feite verbrand, en de hoogleraar staat nu tijdens het lesgeven onder toezicht van de staatsveiligheid, die erover waakt dat hij tijdens het doceren 'wetenschappelijk' blijft! (1) Blijkbaar zit er in de staatsveiligheid een persoon die de klinische psychologie beter kent dan professor Desmet zelf en die eigenlijk allang in diens plaats les had moeten geven, alleen weten wij niet wie dat dan wel mag zijn. Wij vermoeden dat het gaat om een afgevaardigde van een hogere macht! (J.B., 6 februari 2023) Verwijzingen: |
De nieuwe Securitate - Aflevering 8: Andere voorlopers van het Buurtinformatienetwerk: de Gestapo, de KGB en de RKK
|
De nieuwe Securitate Aflevering 8: Andere voorlopers van het Buurtinformatienetwerk: de Gestapo, de KGB en de RKK Over de Geheime Staatspolizei die werd opgericht in het Duitsland van 1933 leest men: “Alhoewel de Gestapo geen grote eenheid was, had het een uitgebreid netwerk van informanten die massaal overgingen tot het verklikken van iedere mogelijke vijand van het Hitler-regime. Ontegensprekelijk kwamen personen zonder enige blaam of schuld aan hoogverraad met deze terreurtactiek in de vele concentratiekampen.” (1) In de Sovjet-Unie was er de KGB, “(...) belast met spionage, het ontfutselen van geheime informatie uit niet-communistische landen (met name de VS), de liquidatie van niet-communistische personen (...) en het uitbannen van anticommunistische elementen. (...)” (2) Zij voerde “een ware staatsterreur tegen dissidente schrijvers, intellectuelen, geleerden en andersdenkenden (waaronder joodse, katholieke en orthodoxe religieuzen) en anti-stalinistische marxisten”. (2) Alles was goed om hen “het leven zuur te maken, te achtervolgen, te vermoorden of thuis binnen te vallen voor een 'onderzoek' naar staatsgevaarlijke activiteiten. Wie (….) weigerde zich te conformeren (…) kon opgesloten worden in een psychiatrische kliniek.” (2) “(...) “Zes afdelingen (van het tweede hoofddirectoraat) waren belast met het corrumperen van Westerse diplomaten." (2) Een ander directoraat "(...) was verantwoordelijk voor het ontwikkelen van wapens, chemicaliën, en vergiften die tegen politieke opponenten werden ingezet." (2) In de surveillance "(...) werden agenten opgeleid in het schaduwen van personen." (2) Bekende KGB-ers zijn Vladimir Poetin, oud-president Joeri Andropov en de vermoorde KGB-er en dissident Aleksandr Litvinenko. (2) Edoch, qua spionage spant De RKK de kroon daar alle leden van deze machtsgroep informanten zijn en daar deze informanten bovendien zichzelf moeten verraden, namelijk in het sacrament van de biecht. De burgemeester, de pastoor en de huisdokter samen beschikken over alle mogelijke en onmogelijke informatie van alle leden (dopelingen) van de Kerk van Rome. Er wordt zelfs gegarandeerd dat de macht van de kerk groter zal zijn dan die van de staat, daar de kennis en derhalve de macht van de pastoor deze van de rechter zal overtreffen krachtens de zogenaamde paasplicht. (3) (J.B., 6 februari 2023) Verwijzingen: (1) https://nl.wikipedia.org/wiki/Gestapo (2) https://nl.wikipedia.org/wiki/KGB_(Sovjet-Unie)#Geschiedenis (3) https://nl.wikipedia.org/wiki/Biecht#Paasplicht |


