Naar de inhoud

Tisallemaiet

Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet) - © J. Bauwens, Serskamp
akke.beakke.be
Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet ) - © J. Bauwens, Serskamp

Berichten van 1 januari 2023 tot 31 december 2023

De nieuwe Securitate - Aflevering 7: Een voorloper van het Buurtinformatienetwerk: de burgerinformanten van de Stasi in de DDR

De nieuwe Securitate

Aflevering 7: Een voorloper van het Buurtinformatienetwerk: de burgerinformanten van de Stasi in de DDR

Bij onze Noorderburen bestaat het 'burgernet' al langer en onder de kop Veiligheid schrijft Joost van der Wegen in Vrij Nederland over burgernet: “‘Burgernet?’ Rechtspsycholoog Peter van Koppen heeft er nog nooit van gehoord. Maar als hij op verzoek enkele rapporten doorneemt, wordt hem snel duidelijk waar het om gaat. De hoogleraar: ‘Dit is weer zo’n project dat op twee gedachten hinkt: mensen zich veiliger laten voelen, wat het project niet doet. En boeven vangen, wat het project in beperkte mate doet.’” (1)

Wat burgernetwerken wél blijken te doen, is het leven van medeburgers vernietigen. Vooral uit vijandige regimes zijn ons de tactieken bekend. Voor de hereniging van Duitsland na de val van de muur in 1989 was het land opgedeeld in (het ons vijandige communistische) Oost-Duitsland (DDR) en West-Duitsland. Aan de Staatsveiligheid (Ministerium für Staatssicherheit of Stasi) van de DDR werkten 1 op de 50 inwoners mee (91.000 voltijdse medewerkers en 200.000 Inoffizielle Mitarbeiter of burgerinformanten wiens voornaamste taak het was om politieke tegenstanders het leven zuur te maken (Zersetsung) middels loense tactieken. (2) In Wikipedia leest men hier over het volgende:

“Tegen personen werden tactieken gebruikt als het verspreiden van valse geruchten, chantage en het organiseren van mislukkingen in het beroeps- en privé-leven. In oppositionele groepen werd getracht tweedracht te zaaien via infiltratie en door het stimuleren van onderlinge rivaliteit. De mensenrechtengroep Initiative für Frieden un Menschenrechte die aan de basis stond van de oppositiepartij Verbond 90 (Bündnis 90) bleek voor de helft uit Stasi-medewerkers te bestaan.” (3)

Na de val van de muur werden de kantoren van de Stasi bestormd en toen bleek “dat vrienden, collega's, partners en familieleden regelmatig aan de Stasi rapporteerden.” Ook kwam aan het licht dat de Stasi heimelijk terroristen steunde zoals de Rote Armee Fraktion of de Baader-Meinhofgroep. (3)

(Wordt vervolgd)

(J.B., 5 februari 2023)

Verwijzingen:

(1) https://www.vn.nl/samen-met-de-politie/

(2) https://nl.wikipedia.org/wiki/Stasi

(3) https://nl.wikipedia.org/wiki/Stasi#Invloed



De nieuwe Securitate - Aflevering 6: Achterdocht, roddel, karaktermoord, moord, volkerenmoord

De nieuwe Securitate

Aflevering 6: Achterdocht, roddel, karaktermoord, moord, volkerenmoord (Met enkele fragmenten uit "Verborgen massamoord"1 over onder meer de Rwanda-genocide)

Ten tijde van het Derde Rijk maar ook reeds in de daaraan voorafgaande jaren sinds 1933 bestond in Vlaanderen het Vlaams Nationaal Verbond (VNV) onder de leiding van Staf De Clercq, dat in 1936 zestien zetels behaalde in de Kamer en dat aanleunde bij de Duitsers met het blad Volk en Staat dat vanwege het Duits Propagandaministerie (Promi) van de NSDAP een toelage ontving van 800 Reichsmark - toentertijd een bom geld dat door o.m. De Clercq werd opgehaald. In 1939 werd de subsidie zelfs vervijfvoudigd naar 4000 RM per maand. Dat bedrag liep op tot tenminste 40.800 RM. In totaal zou Volk en Staat tussen 1937 en 1939 meer dan 1.200.000 F Nazigeld ontvangen hebben.2 Het VNV-jeugdblad Deltakamp kreeg sinds april 1937 maandelijks 100 RM van het Promi.3 Extreem Duitsgezinde nationaal-socialisten verenigden zich in de NSVAP onder de toen 18-jarige August Segers, geruggensteund door de Nederlandse nazi Van Rappard. De geschiedenis is complex maar vast staat dat de hier genoemde en nog andere Hitlergezinden onder het eigen volk gingen spioneren voor de Duitsers die hen financierden. Een van de meest schrijnende vormen van een dergelijk 'burenverraad' voltrok zich in het Roemenië van Ceaușescu maar de best bestudeerde geschiedenis van moordende achterdocht betreft de Rwandese volkerenmoord zoals ontleed door Abram de Swaan.

In zijn Compartimentering en vernietiging schrijft sociologieprofessor de Swaan4: “De geleerden zijn vrijwel unaniem van mening - een zeldzaamheid in de menswetenschappen - dat niets in de persoonlijkheid van de daders hen méér dan anderen voorbestemt om hun wandaden te begaan (…): de daders zijn 'gewone zelfs “doodgewone” mensen'.” (dS, 26)

En dat is hier nu precies het punt: gewone mensen geven hun buren aan bij malafide bezetters, goed wetende dat die hen dan oppakken en vervolgens worden zij massaal omgebracht - ten tijde van het Derde Rijk ging het om zes miljoen mensen. Geen sadisten, helemaal geen criminelen maar gewone mensen, naaste buren, laten zich door enerzijds geld en anderzijds angst makkelijk reduceren tot handlangers van massamoordenaars en aldus moeten alle burgers voor hun medeburgers op hun hoede zijn.

De moordmachine begint pas goed te draaien van zodra men gaat beseffen dat men zichzelf het beste kan beveiligen door zich zo snel mogelijk bij de moordenaars te voegen. Men gaat kwaadspreken om zelf niet gedemoniseerd te worden want op karaktermoord volgt meestal ook moord. In Rwanda leidde dat tot een volkerenmoord met zo'n miljoen Tutsi-slachtoffers.

Uit Milgram's gehoorzaamheidsexperiment, opgezet vanuit de ontzetting voor de realiteit van het kwaad, blijkt dat twee derden van de mensen gehoorzamen zonder geweten, maar de Swaan benadrukt dat Milgram evenzeer bewees dat alle anderen óngehoorzaam zijn of zich dus verzetten. (dS, 31-32) Het al dan niet moorddadige gedrag blijkt tenslotte afhankelijk van omstandigheden zoals sociale druk en nabijheid van de bevelhebbers en van de slachtoffers. (dS, 33) In dezelfde lijn is het Stanford Gevangenisexperiment van Philip Zimbardo een open vraag gebleven, al lijkt het ook aan te tonen dat het impact van de situatie op ons gedrag groot is. (dS, 38-39) Edoch, situaties die van gewone burgers beulen maken, werden gecreëerd door genocidale regimes en de vraag luidt hoe die dan konden ontstaan: gaat het om een terugval in de barbarij of daarentegen om een gevolg van de moderniteit? De Swaan laat Michael Mann aan het woord: “Moorddadige zuivering is modern omdat het de duistere kant van de democratie is.” (dS, 50) Met hun populisme scheppen politici verdeeldheid maar anderzijds blijken de moordpartijen in dictatoriale regimes onovertroffen. Ook komen dictaturen vaak uit democratieën voort. “Er is iets aan de moderniteit dat dit bijzondere kwaad op een massale schaal los maakt.” (dS, 46-53)

Hoe ontstaat polarisatie? “Een genocidaal regime kiest een bepaalde volksgroep uit als voorwerp van massahaat” gevolgd door een intensieve haatcampagne aansluitend op reeds bestaande meningen en gevoelens. (dS, 56-57) Maar het 'wij-zij'-denken “gebeurt altijd in een dynamiek van concurrentie”: emoties veronderstellen belangen en vergezellen ze, zegt Nico Frijda. En Freud had het over 'projectieve identificatie': men loochent zijn gevoelens en men projecteert ze (middels 'geruchten' - cf. D.L. Horowitz) op de ander en aldus wordt het slachtoffer als dader afgeschilderd. H.F. Stein spreekt over 'antagonistische symbiose': het vijandsbeeld versterkt de cohesie van de eigen groep. (dS, 57-59)

Volgens J. Huizinga kunnen de emoties van een volk zich in een bepaalde richting ontwikkelen. Norbert Elias toont aan hoe beschaving volgt uit historische processen gespreid over 500 jaar waarbij een terugval in barbarij mogelijk blijft, zoals in het nazisme en waarbij onderlinge afhankelijkheid voor eendracht zorgt. Het begint met verwantschap en nabijheid maar met de vorming van staten worden de groepen ('wij' en 'zij') groter. Identificatie en desidentificatie of dus polarisatie komt in de plaats van een nog grotere barbarij, namelijk die van de onwetendheid en de onverschilligheid. (dS, 73-75)

“De moderniteit heeft wellicht genocides gecombineerd met nieuwe ideologieën of met nieuwe technologieën, maar het fenomeen zelf is waarschijnlijk zo oud als de beschaving zelf”. (dS, 82) De geschiedschrijvers in Oudheid en Middeleeuwen verhaalden met wellust over de massaslachtingen van onder meer de Kruisvaarders en de Mongolen, zij bezongen de heldendaden van de massamoordenaars en monumenten werden voor hen opgericht. De Azteken hadden geen verweer tegen het bloedbad dat de Spaanse veroveraars aanrichtten met miljoenen doden. In Afrika werden tien miljoen zwarten als slaven verkocht voor de Amerikaanse plantages maar dit gold als uitbuiting, niet als genocide, al was er ook (ongeremde en ongestrafte) genocide op 'minderwaardigen' door kolonialen (ver van huis!) zoals de Duitse Keizer in Namibië en Kenia, de Tsaar in Centraal-Azië en de Kaukasus en Leopold II in de Congo. Er waren boerenopstanden zoals in 1850-1864 in de Taiping-opstand in Zuid-China waar 20 miljoen doden vielen en de daarop volgende plunderingen zorgden voor hongersnood. “Administratieve capaciteit, logistieke middelen, militaire technologie en propaganda hebben het potentieel van de staat voor het uitvoeren van genocidale campagnes enorm vergroot” (dS, 83-88) “De staat is de grootste mensendoder in de moderne wereld maar zij wist de sporen van haar vernietiging samen met haar documenten uit. (…) De meeste slachtoffers (…) zijn ongewapende burgers” met als doelgroepen ras, etnie, geloof, nationaliteit, klasse of politieke overtuiging ofwel werd lukraak terreur gezaaid. (dS, 89-92) Staan we even stil bij de exemplarische Rwandese genocide.

De massavernietiging van Tutsi's (T) (aristocraten) en verdachte Hutu's (H) (boeren) door de Hutu-Power-beweging in Rwanda in het voorjaar van 1994 (voorafgegaan door wederzijdse slachtingen in 1959 [door H op T] en in 1962 [door T op H]) gebeurde met machetes maar bleek zorgvuldig voorbereid. De VN onttrok zich aan haar beschermingsplicht. H en T werden door de kolonisten bestempeld als verschillende rassen - een puur verzinsel. (dS, 93-100) “(...) de fanatiekste voorstanders van een erfelijk onderscheid tussen T en H waren geobsedeerd door de mogelijkheid dat T zich als H konden voordoen om zo verwarring en verdeeldheid te zaaien” (dS, 100) - de referenties zijn identiteitskaarten... waarmee mogelijkerwijze geknoeid werd en er zijn ook veel gemengde huwelijken. “Toch doodden de Hutu-Power-moordcommando's talloze Rwandezen puur op verdenking van Tutsi-herkomst of connecties, of enkel vanwege veronderstelde loyauteit aan Tutsi's.” (dS, 100) Uiterlijke kenmerken zoals lichaamslengte hebben aanvankelijk niets met ras te maken, wel met rijkdom, met al dan niet doorvoed zijn. Op gelijkaardige wijze werd foutief een onderscheid verondersteld tussen Khmer en Vietnamezen en tussen zuivere Ariërs en andere Duitsers.

In Rwanda leidde de strijd tussen vermeend andere rassen in 1994 tot een genocide met tot een miljoen Tutsi-slachtoffers. H mogen geen medelijden hebben met T die 'kakkerlakken' worden genoemd - zij vertegenwoordigen het absolute kwaad en haat wordt emotieloze vernietigingsdrang (desidentificatie); H moeten andere H als broeders beschouwen (identificatie) - deze berichten worden onophoudelijk via de radio onder de H verspreid. Een radicalisering van deze aldus reeds bestaande gevoelens leidde uiteindelijk tot de genocide van 1994 met als startsein de dood van de Rwandese president Habyarimana na de aanslag op het vliegtuig waarop ook de Burundese president zat. De T van het Rwandees Patriottisch Front (RPF) werden geholpen door de Fransen die vruchteloos probeerden het moorden te voorkomen. De T vielen Oost-Congo binnen en Mobutu werd er vervangen door Kabila, waarna burgertwisten 20 jaar lang miljoenen slachtoffers maakten terwijl de wereld toekeek. “De doelbevolking van een genocidale haatcampagne hoeft niet een 'reële' dreiging te vormen: dat was niet zo in het geval van de joden in Duitsland; de Koelakken in de Sovjet-Unie hadden onteigend kunnen worden in plaats van uitgeroeid; en het is moeilijk voor te stellen dat de slachtoffers van de Culturele Revolutie in China een bedreiging waren voor het Chinese communistische regime. In dit opzicht wordt de betrekkelijke autonomie van de collectieve fantasie nog eens bevestigd, vooral als die aangewakkerd wordt door de propaganda van het regime”. (dS, 100) Binnenlandse instabiliteit, onzekere internationale relaties, economische recessie, tekort aan landbouwgrond, bevolkingsexplosie en navenante concurrentie maakten de toestand explosief. De moordenaars werden door de overheid heimelijk gesteund maar de polarisatie was allang voorbereid. “Velen werden gedwongen mee te doen om niet vermoord te worden.” (dS, 111) (Het was dus mee moorden met de medestanders of door hen vermoord worden.) Er waren 100.000 tot 200.000 daders, de moordpartijen gebeurden in “een sfeer van afschuw en opwinding maar ook van een wreedaardig carnaval.” (dS, 114) “Alles was erop gericht de kring van medeplichtigen uit te breiden” (dS, 114) “De doelstellingen van het genocidale regime: een schoolvoorbeeld van collectieve regressie in dienst van het regime” (dS, 115) “De Rwandese genocide was een geval van autodestructieve destructie, omdat de genocidairs druk waren met het uitmoorden van ongewapende en ongeorganiseerde Tutsi's, maar nauwelijks verzet boden aan het zwaar bewapende en goed georganiseerde RPF dat naar Kigali optrok: 'Wij waren geen partij voor voor de RPF soldaten. Wij vochten alleen tegen mensen die we wel aankonden'” (dS, 115) Het was “een delirium van vernietiging [aangemoedigd via de radio] in het aanzicht van de militaire nederlaag”. (dS, 115) En de Rwandese genocide is in dit opzicht niet uniek. “De moordenaars creëerden gezamenlijk een mobiel, tijdelijk moordcompartiment waarin alles geoorloofd was, waar morele geboden niet meer golden, en waarin zij elkaar opzweepten tot een razernij die ze tot doden dreef, tot de moord die hun razernij nog weer verder opstookte. Aan het eind van de dag gingen de moordenaars naar huis en hielden zich bezig met de dingen van alledag. De volgende dag konden ze evengoed weer meegaan in de koortsige opwinding van de moordbende. (…) Hierin lijken ze op sportfans die, gezamenlijk en tamelijk onschuldig, een sfeer van extase en overgave creëren. (…) Ze opereerden (…) binnen een compartiment van woeste wreedheid dat zij zelf hadden opgetrokken op instigatie en onder dwang van het heersende regime”. (dS, 117)

(Wordt vervolgd)

(J.B., 3 februari 2023)

Verwijzingen:

(1) Voor de integrale tekst, zie: 330786.pdf (bloggen.be)

1Abram de Swaan, The Killing Compartments. On genocidal regimes and their perpetrators, 2014. (Nederlandse vertaling: Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders, Prometheus, 2014), in de tekst afgekort als 'dS'. Voor een synthese, zie: J.B., Verborgen massamoord, Serskamp 2017. Zie: 330786.pdf (bloggen.be)

2Maurice De Wilde, De Nieuwe Orde, De Nederlandsche Boekhandel, A'pen/A'dam (Tweede druk), 1982, pp. 9-12.

3Ib., p. 14.

4Abram de Swaan, The Killing Compartments. On genocidal regimes and their perpetrators, 2014. (Nederlandse vertaling: Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders, Prometheus, 2014), in de tekst afgekort als 'dS'. Voor een synthese, zie: J.B., Verborgen massamoord, Serskamp 2017, hoofdstuk 3. Zie: 330786.pdf (bloggen.be)

De nieuwe Securitate Aflevering 5: Bergoglio, de onfeilbare geschiedenisherschrijver

De nieuwe Securitate

Aflevering 5: Bergoglio, de onfeilbare geschiedenisherschrijver

Spionage, inlichtingen, burenverraad of, anders gezegd, de zaak van het beheer van informatie en de productie van desinformatie vormen de kern van de oude en de nieuwe Securitate waarin de zich onfeilbaar noemende pausen een rol van formaat spelen en, zoals bekend inzake de verantwoordelijkheid van het Vaticaan ten tijde van het Derde Rijk en vooral met betrekking tot haar onderdanigheid aan de omerta, kennen we ook vandaag nog de beproefde methode van krommenaas die onlangs nog het nieuws haalde naar aanleiding van de reclame die Kerk en Leven (het zogenaamde parochieblad) maakte voor de publicatie Sodoma van Frédérick Martel uit 2019. Uitgerekend vandaag haalt paus Franciscus opnieuw het nieuws met de krantenkop: “"Blijf met je handen van Afrika!": Paus Franciscus waarschuwt voor hebzucht tijdens zijn bezoek aan Congo.” En het VRT-nieuws stipuleert: “Na de onafhankelijkheid in 1960 werd de Kerk steeds meer een politieke en sociale stoorzender.” (1)

Of dat zo is, valt nog te bezien want een heel andere uitleg dringt zich op samen met de machtswissel in verband met de exploitatie van de bodemschatten die immers niet langer het monopolie is van westerse belanghebbenden, nu ook China daar sinds kort aan 'ontwikkelingshulp' is gaan doen en China kan niet bepaald een medestander van het westen heten in het licht van de nieuwe machtsverhoudingen ingevolge de actuele oorlog in Europa. Dat de kerk vroeger alles behalve een stoorzender was van de uitbuitende machten maar daarentegen de eerste medewerker, staat geheel buiten kijf.

Reeds in het tiende hoofdstuk van zijn publicatie The Crime of the Congo, waar hij enkele katholieke getuigenissen laat aan bod komen, schrijft Arthur Conan Doyle dat de kerk in de zaak van de Congo nagelaten heeft haar stem te verheffen tegen de onmenselijke praktijken waarvan zij zonder twijfel moet van op de hoogte geweest zijn, precies zoals zij decennia later over de nazi's zweeg waar zij, zoals Dirk Verhofstadt aantoonde, de best geïnformeerde instelling ter wereld was over de genocide op de joden. Maar de kerk excelleerde niet alleen in het doodzwijgen van het kwaad.

The Crime of the Congo werd gepubliceerd in 1909 maar vele jaren later, na de dood van Leopold II en onder het bewind van de aartsbisschop van Elisabethville van 1932 tot 1958, leek zij met de onmenselijke praktijken van foltering en moord ten bate van de uitbuiting en het geldelijk gewin gewoon door te gaan. In De Geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo schrijft de Amerikaanse historicus Adam Hochschild:

“Tientallen jaren na Leopolds dood kwam er een merkwaardige legende tot stand in de Congo. Men geloofde dat de koning helemaal niet dood was maar in zijn voormalige kolonie was komen wonen. Hij had een gedaanteverwisseling ondergaan en was nu een Belgische geestelijke, Jean de Hemptinne, de politiek gezien invloedrijke en zeer uitgesproken katholieke aartsbisschop van Elisabethville. (De legende was duidelijk aangewakkerd door de grote witte baard en de rijzige gestalte van De Hemptinne, die beide van Leopoldiaanse afmetingen waren). De Hemptinne was de reïncarnatie van Leopold, zei men, of misschien was hij de onwettige zoon van de koning en vervulde hij op cruciale momenten de rol van een schimmige figuur achter de schermen, die de politie bevel gaf het vuur te openen op stakende mijnwerkers in één beruchte episode, of een rechter opdroeg streng te zijn voor een aangeklaagde gevangene in een andere.” (2)

Op het internet kan men nog de doodsbrief terugvinden van de geestelijke Jean Felix de Hemptinne, (3) in Wikipedia vermeld met alleen maar zijn tweede voornaam: “Félix de Hemptinne (1876-1958), Benedictijn en apostolisch vicaris van Katanga (Belgisch-Kongo)” die kennelijk een telg is uit het Gentse adellijke geslacht van onder meer vooraanstaande politici, medici en pedagogen (de stichters van de Sint-Lucasscholen) maar ook van industriëlen en textielbaronnen, onder meer medeoprichters van de Union Cotonnière of de UCO, met activiteiten in de Belgische kolonie.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 1 februari 2023)



(1) https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2023/01/31/paus-franciscus-op-vredesbezoek-in-congo-maar-zullen-de-wapens/

(2) Adam Hochschild, De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo, Meulenhoff/Kritak 1998 (in een Nederlandse vertaling door Jan Willem Bos). (Oorspronkelijk: King Leopold's Ghost. A Story of Greed, Terror and Heroism in Colonial Africa, Adam Hochschild 1998), p. 301.

(3) https://www.delcampe.net/nl/verzamelingen/mededelingen/overlijden/gand-elisabethville-congo-jean-felix-de-hemptinne-eveque-de-mileve-vicaire-haut-katanga-1932-1958-doodsbrief-438745329.html 

De nieuwe Securitate - Aflevering 4: De mens is gezien

De nieuwe Securitate

Aflevering 4: De mens is gezien

Ofschoon men niet mag vervallen in simplificaties, is het een onmiskenbaar feit dat het beroepsverleden van de huidige Russische president Vladimir Poetin als spion voor de USSR een aanzienlijke rol speelt in het ontstaan en in het verloop van de huidige oorlog tussen Rusland en de Oekraïne welke reeds geëscaleerd is tot een wereldwijd conflict dat alleen nog alom in geweld hoeft uit te barsten om een nieuwe wereldoorlog te kunnen worden.

Een spion of een geheimagent verzamelt op wettige maar ook op onwettige wijze informatie voor zijn opdrachtgever die de staat kan zijn of een privébedrijf maar men vergeet dikwijls de derde mogelijke werkgever, namelijk: verborgen machtscentra die precies weten wat ze willen en die van de regeringsleden stromannen maken die niet lijken te weten wat ze willen omdat wat ze voorhouden te doen niet overeenkomt met wat ze in feite onder de druk van geheime potentaten moeten trachten te realiseren.

Cruciaal voor een goed begrip van de handelwijze van spionnen is de wetenschap dat hun handelen (onvermijdelijk) finaal gestuurd wordt door achterdocht: een spion die de mensen welke hij onderzoekt ook vertrouwt, wordt beschouwd als volstrekt onbekwaam en is derhalve onbestaande. Om te beginnen opereert een spion in het geheim, wat wil zeggen dat niemand weet dat hij spioneert en dus wantrouwt. Maar dat betekent op de keper beschouwd dat waar spionage aan de orde is, elke weldenkende burger elke andere burger moet beschouwen als een mogelijke spion. Uiteraard verantwoordt zich de praktijk van de spionage door de staat middels het argument dat wie legaal handelen, helemaal niets hoeven te vrezen en dus maar kunnen doen alsof zij niet bespioneerd kunnen worden omdat dat voor hen uiteindelijk geen enkel verschil uitmaakt. Uiteraard liggen de zaken anders waar spionnen opereren in functie van verborgen machtscentra welke aansturen op een totalitair regime waarvan de regels immers vloeken met de legaliteit van dat ogenblik.

Nochtans blijft het nemen van vrede met een toestand waarin men de ander als een mogelijke spion moet beschouwen een bijzonder precaire aangelegenheid, in de eerste plaats omdat het argument dat wie legaal handelen niets te vrezen hebben pas geruststellend kan zijn waar alles loopt zoals het moet, terwijl iedereen heel goed weet dat uiteindelijk niets loopt zoals het hoort. De zenuwachtigheid die dit gegeven meebrengt is vergelijkbaar met het ongemak dat gepaard gaat met het bezit van atoom- en andere wapens ter verdediging van de eigen mensen omdat men ook daar nooit met zekerheid kan zeggen dat ze zich niet keren tegen wie ze zich als verdediging hebben aangeschaft. Wapendracht kan nog geduld worden ter verdediging tegen wie het eigen territorium aanvallen en dat zijn dan vijanden uit het buitenland maar bevinden de vijanden zich onder het eigen volk dan wordt wapendracht een stukje van een wel bijzonder moeilijke puzzel die sterk verwant is aan de puzzel waarmee het gevaar van het terrorisme ons behept. Precies hetzelfde geldt nu voor spionage: waar zij mogelijkerwijze eigen mensen op het oog heeft, moet iedereen ervoor vrezen in het vizier te lopen of achtervolgd te worden. Niemand kan bevroeden of de staat al dan niet van binnenuit ondermijnd wordt door vijanden zoals terroristen, fundamentalisten, maffiosi, sekten en nog andere groepen die heimelijk de eigen wetten boven die van de staat stellen en die er naar streven om de staat omver te werpen door de eigen wetten in de plaats te stellen van de gangbare. Wantrouwen tegenover de vijand maakt bewapening noodzakelijk en ook spionage maar wapenbezit en wapendracht veronderstelt vertrouwen binnen de eigen kring, waarbij dan onvermijdelijk de kwestie rijst waar de grens ligt tussen wat eigen is en wat vreemd is of vijandig.

Waar samenwerking het devies is terwijl tevens wantrouwen wordt vereist, wordt gevraagd dat er een geest tot stand komt welke in staat is om deze twee ogenschijnlijk elkaar tegenstrevende gesteldheden te verenigen: samenwerking én wantrouwen. En de twee zijn kennelijk verenigbaar, namelijk in de realiteit van de concurrentie.

Concurrentie komt van het Latijnse voorzetsel 'con', dat 'samen' betekent en het werkwoord 'currere' dat wil zeggen 'lopen' of 'rennen'. 'Concurrere' is 'samen rennen' maar dan tegen elkaar; het is competitie (van 'con' en 'petere' dat betekent 'begeren' of 'verlangen'): men streeft samen naar de overwinning die slechts één van allen ten deel kan vallen en derhalve streeft men alsnog tegen elkaar. Alle deelnemers hebben dezelfde vijand, namelijk het verlies, en die gemeenschappelijke vijand verenigt hen ondanks het feit dat ze elkaar bestrijden. Ze hebben ook allemaal hetzelfde doel, namelijk de winst, terwijl het tevens zo is dat de winst voor de ene het verlies betekent voor de ander. Maar door zich een abstracte vriend en vijand voor ogen te houden - respectievelijk de zege en het verlies - voltrekt de strijd zich alsnog als een gezamenlijk engagement.

Het dulden van spionage brengt een ongemak mee of een spanning welke verwant is met de spanning eigen aan de competitie; het is de ongemakkelijke geest van de concurrentie. Deze geest dankt zijn draaglijkheid aan een geestesgesteldheid die de sportiviteit wordt genoemd, welke de ethos is van de sport. Het woord 'sport' is verwant met het Latijnse werkwoord 'disportare' dat betekent 'zich verstrooien', 'zich vermaken', 'zich ontspannen' of 'spelen'. Het spel staat tegenover de ernst en op die manier krijgt de strijd van de concurrentie of de competitie een speels karakter omdat de ernst ervan gerelativeerd wordt.

Terwijl een strijd in ernst fysiek wordt gevoerd op leven en dood, verkrijgt de competitie of de concurrentie een speels karakter doordat deze activiteit die zich afspeelt in de 'harde' werkelijkheid zich laat doordringen van de 'zachte' droom. Concurrenten bestrijden elkaar niet met dodelijke wapens maar met papieren geld, met dingen die hun waarde ontlenen aan hun schaarste, met schone dingen of met kennis waarmee zij kunnen pronken. Het winnaarschap vereist niet dat de vijand wordt gedood, hij wordt alleen vernederd, hij krijgt een plek in de pikorde die harde realiteit is maar tevens spel omdat zij op afspraken steunt. Hier wordt het brute geweld overstegen door de mogelijkheid van geweld, de dreiging, het recht, de handel, de economie. De ernst van de oorlog daarentegen ligt alleen maar in het verlengde van de economie en hij wordt vooralsnog door het spel van de economie vermeden.

De activiteit van de spionage vindt zijn oorsprong in het wantrouwen dat echter geduld wordt zoals de concurrentie wordt geduld of de competitie. Spionage bewerkstelligt tevens dat wie weten dat zij er het object van zijn, de spontaneïteit van hun handelwijze gaan inruilen voor acteerprestaties waarmee zij hun achtervolgers op het verkeerde been trachten te zetten terwijl zij anderzijds genoodzaakt worden een draaiboek te volgen dat van de hand van hun achtervolgers is omdat wie gade geslagen worden zich onzichtbaar trachten te maken door te doen wat van hen wordt verlangd door wie hen controleren. De puzzel van de sociale interactie wordt ingewikkeld en mondt uiteindelijk uit in een fatale verwarring die pas middels bruut geweld kan worden beëindigd.

Op die manier is elke vrede uitstel van oorlog en kent elke cultuur of beschaving een opgang maar onvermijdelijk ook een ondergang. Spionage bespoedigt de ondergang omdat zij danig enerverend werkt en verstorend voor de normale interacties welke immers op vertrouwen stoelen. De spanning opgeroepen door het naast elkaar bestaan van noodzakelijk vertrouwen en onvermijdelijke achterdocht is gedoemd om op te lopen en te exploderen. Het installeren van spionage intern in een maatschappij is de inductie van sociale suïcide. Communistische regimes gaan eraan ten onder zoals de Sovjets onder Stalin en Roemenië onder Ceaușescu maar ook het zogenaamd vrije, op de kapitalistische economie gebaseerde maatschappijmodel wordt erdoor bedreigd ingevolge de onvermijdelijke monopolievorming met in haar zog allerlei vormen van dictatuur. Zij maken de religie die het vertrouwen propageert ('religie' betekent immers 'overgave') onwerkbaar maar ook de humanistische ethiek en met het verdwijnen van de ethiek, rest alleen nog de conditionering als regelaar van het gedrag, waardoor mensen volkomen manipuleerbaar worden en moeiteloos kunnen worden herleid tot de tentakels van een totalitair apparaat.

Als aldus het menselijke uit de mens gebannen wordt, blijft alleen een robot over die nog weinig verschil lijkt te vertonen met de computer: hij is dan programmeerbaar, inzetbaar en perfect vervangbaar en reproduceerbaar, persoonlijk waardeloos of gewoon in het niets verdwenen. Hier is dan zoals in de roman van Joseph Conrad het Hart der Duisternis, waarmee de wetteloze jungle wordt bedoeld, nadat het werd veroverd, tot ons eigen hart geworden dat aldus harteloos werd, want dat is de betekenis van wantrouwen. Drieëndertig jaar na de dood van Ceaușescu met zijn Securitate zijn de Roemenen nog altijd getraumatiseerd. Waar mensen zichzelf gereduceerd hebben tot elkaars spionnen omdat naast de pandemie van de camera's uiteindelijk ook de burgers zelf tot camera's werden herleid, is de onvoorstelbare realiteit van een hel bevolkt met demonen springlevend. Het oerwoud heeft zijn plaats afgestaan aan de beschaafde stad maar die beschaafde stad wordt op haar beurt geregeerd door de cultuur van de jungle.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 30 januari 2023)

De nieuwe Securitate - Aflevering 3: Hannah Arendt, totalitarisme, geheime politie en burentoezicht

De nieuwe Securitate

Aflevering 3: Hannah Arendt, totalitarisme, geheime politie en burentoezicht

In haar Totalitarisme legt Hannah Arendt uit hoe een eenpartijsysteem altijd onzichtbaar blijft en opereert in het geheim achter de façade van een normaal bestuur. De regering lijkt dan bijvoorbeeld democratisch maar zij wordt op haar beurt geregeerd door een niet verkozen kliek die de feitelijke macht bezit. “(...) de macht van de partij berust (dan) op een monopolie, gewaarborgd door de staat, en de partij bezit niet langer haar eigen machtscentrum.” (1) Maar een totalitaire macht is nog veel radicaler: “Boven de staat en achter de façades van de ogenschijnlijke macht, in een doolhof van menigvuldige diensten, aan de basis van alle gezagsverschuivingen en temidden van een chaos van inefficiëntie, ligt de machtskern van het land: de superefficiënte en supercompetente diensten van de geheime politie (GP).” (2) En het klinkt ons niet langer onbekend in de oren waar Hannah Arendt dan wat verderop vervolgt: “Voor iemand die 'gevaarlijke gedachten' koestert wordt een buurman in deze fase geleidelijk een gevaarlijker vijand dan de officieel benoemde politieagenten.” (3) Jawel: “(Het) eindigt met de liquidatie van elke georganiseerde vorm van openlijke en geheime weerstand” (4) En Arendt geeft twee voorbeelden: “(...) in Duitsland gebeurde dit rond 1935 en in Rusland bij benadering in 1930.” (5) Een van de meest schrijnende vormen van 'burentoezicht' voltrok zich vanaf 1948 in Roemenië met de beruchte Securitate onder de dictatuur van Nicolae Ceaușescu en de wrede toestand hield aan tot op de dag dat de potentaat en diens vrouw (die hoofd was van de Securitate) op kerstmis 1990 werden gelyncht nadat het volk zich tegen hen had gekeerd.

In de beginfase van de totalitaire staat worden wie weerstand bieden geliquideerd en pas nadat de uitroeiing van vijanden een feit is, komen de terreur en de totale overheersing. "Praktisch gesproken gaat de totalitaire heerser te werk als een man die hardnekkig iemand anders beledigt, tot iedereen weet dat de laatste zijn vijand is, zodat hij met een zekere geloofwaardigheid zijn gang kan gaan en hem kan doden uit zelfverdediging. Dit is bepaald grof, maar het werkt - zoals iedereen weet die ooit heeft gadegeslagen hoe succesvolle carrièrejagers mededingers elimineren." (6) Totalitaristen spreken ook over 'objectieve vijanden' die ideologisch gedefinieerd worden. De GP, gedefinieerd als 'een staat in de staat', ontleent haar macht aan de geheime informatie waarover zij beschikt en zij is onderworpen aan de wil van de leider, die de te liquideren vijanden aanduidt en die de GP ["bemand door agenten die elkaar niet kennen" (7)] daarom als enige vertrouwt.

De GP voert geheel blindelings haar opdrachten uit; blindelings, want "de voor het totalitarisme centrale veronderstelling dat alles mogelijk is, leidt (...) tot de absurde en vreselijke consequentie dat elke misdaad die de heersers kunnen bedenken, bestraft moet worden, ongeacht of die misdaad al dan niet gepleegd werd." (8) "Onder totalitaire regimes wordt provocatie - vroeger alleen de specialiteit van de geheime politie - een methode om met zijn buurman om te gaan, en iedereen wordt er, gewild of ongewild, toe gedwongen deze methode te gebruiken. Iedereen is in zekere zin de agent provocateur van ieder ander (...)." (9) "In een systeem van alomtegenwoordige spionage, waar iedereen politieagent kan zijn en elk individu zich constant geobserveerd voelt - in omstandigheden bovendien waar carrières uiterst onzeker zijn en waar het dagelijkse kost is dat iemands ster op de meest spectaculaire wijze rijst, om morgen alweer te vallen -, wordt elk woord dubbelzinnig en vatbaar voor retrospectieve 'interpretatie'." (10) De medeplichtigheid van tewerkgestelden door het regime garandeert hun loyaliteit. (11)

De moeilijkste taak van de GP bestaat erin de sporen te laten verdwijnen van de door hen geliquideerden. De Ochrana vond een klasseersysteem uit met de namen van principieel alle burgers waarbij middels speciale tekens hun onderlinge relaties aanschouwelijk werden: vriendschapsrelaties, vijanden, kennissen, enzovoort. [En ziedaar de voorloper van 'facebook', dat op dat vlak vandaag aan zijn beheerders uiteraard quasi eindeloze mogelijkheden biedt.] Arendt zegt erover dat als zo'n perfecte kaart ooit bestond, ze het "wellicht mogelijk zou maken om mensen zonder enig spoor uit te wissen, alsof ze helemaal niet hadden bestaan." (12) Dat laatste is dan ook de grootste zorg van de GP nadat ze hun slachtoffers hebben laten verdwijnen. "Het enige strikt bewaarde geheim in een totalitair land (...) betreft de operaties van de politie en de omstandigheden in de concentratiekampen." (13)

De grootste misdaad bestaat erin over die geheimen te spreken. Edoch, "aangezien een mens voor zijn kennis afhankelijk is van de bevestiging en het begrip van zijn medemensen, verliest deze algemeen gedeelde, maar individueel bewaarde, deze nooit besproken informatie haar werkelijkheidskarakter, en wordt ze een pure nachtmerrie. Alleen zij die in het bezit zijn van [die] strikt geheime kennis (...) zijn in staat met elkaar te communiceren over wat in feite de werkelijkheid van allen uitmaakt. Dat is hun geheim, en om dit geheim te bewaren vormen ze een geheime organisatie (...)" (14)

Het geheime genootschap wordt opgericht "met de bedoeling om het onfatsoenlijke experimentele onderzoek naar de grenzen van het mogelijke te kunnen uitvoeren." (15) Arendt besluit dit hoofdstuk als volgt: "(...) het is haast onmogelijk om te weten hoeveel van deze mensen, wanneer ze verder blootgesteld worden aan (...) werkloosheid, blij zullen berusten in een 'bevolkingsbeleid' dat bestaat in een regelmatige eliminatie van het surplus aan mensen, en hoeveel onder hen, wanneer ze hun groeiend onvermogen ervaren om de lasten van het moderne leven te dragen, zich blij zullen conformeren aan een systeem dat, samen met hun spontaniteit, hun verantwoordelijkheid elimineert. Met andere woorden (...) weten we niet hoe goed (...) het geheim van deze GP tegemoet komt aan de geheime verlangens en de geheime medeplichtigheden van de massa's in onze tijd." (16)

Buurtinformatienetwerken op zich lijken uiteraard mijlenver verwijderd van een politieapparaat dat in het geheim opereert maar zij vormen wel reeds de ready-made tentakels van een monster dat vooralsnog sluimert en dat pas verschijnt in vol ornaat op het ogenblik dat de ondermijning van de legale macht voltooid zal zijn en dat wil zeggen: van zodra het verborgen programma wet geworden is.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 29 januari 2023)

Verwijzingen:

(1) Hannah Arendt, Totalitarisme, Boom, Amsterdam, vijfde oplage 2021 (eerste druk 2014), in het Nederlands vertaald door Remi Peeters en Dirk De Schutter. Oorspronkelijk: Totalitarianisme, deel III, alsook (in een appendix) een gedeeltelijk samengevat negende hoofdstuk uit deel II, getiteld: The Decline of the Nation-State and the End of the Rights of Man, p. 237. Voor een synthese, zie: Jan Bauwens, Het grote interview met Omsk Van Togenbirger en andere teksten over de totalitaire wereld, Serskamp 2022, pp. 103-107 (Dit is paragraaf 10, getiteld: De geheime politie en facebook, experimenten en liquidaties.) Waar toepasselijk werden enkele paragrafen uit deze eigen tekst hier quasi integraal (ingekort of aangevuld) weergegeven.

(2) Hannah Arendt, o.c., p. 238.

(3) Ib., p. 240.

(4) Ib., p. 240.

(5) Ib., p. 240.

(6) Ib., p. 243.

(7) Ib., p. 245.

(8) Ib., p. 247.

(9) Ib., pp. 250-251.

(10) Ib., p. 251.

(11) Ib. p. 252-253.

(12) Ib. p. 255-256.

(13) Ib., p. 258.

(14) Ib., p. 258.

(15) Ib., p. 259.

(16) Ib., p. 261.







De nieuwe Securitate Aflevering 2: De heksenprocessen van Salem achterna

De nieuwe Securitate

Aflevering 2: De heksenprocessen van Salem achterna

Informatie begint met waarneming en waarneming is selectief. Die selectiviteit staat in functie van het beoogde maar zij kan ook voor een stuk een gevolg zijn van conditionering, manipulatie of zinsbegoocheling, om maar iets te zeggen.

Vooreerst geldt de regel dat men vindt wat men zoekt of, correcter uitgedrukt, dat men niet vindt wat men niet zoekt: men moet met andere woorden oog hebben voor zekere dingen om ze te kunnen zien. De waarneming wordt bovendien niet alleen gekleurd door wat men weet: ook emoties spelen een rol en zo bijvoorbeeld zullen mensen met specifieke angsten ook zaken registreren die daarmee te maken hebben.

Maar de waarneming wordt niet alleen geaccentueerd door wat we al in ons hebben en door wat we vrezen en wensen: zij wordt daardoor ook op het verkeerde been gezet en wel in die mate dat we niet alleen dingen die er zijn, helemaal niet zien omdat we er geen oog voor hebben maar ook dat we dingen gaan zien die er helemaal niet zijn.

En dan hebben we het nog niet gehad over de kloof tussen onze waarnemingen en het verslag dat wij daarover uitbrengen, niet alleen omdat het geven van een exacte beschrijving van het waargenomene op zich al uiterst moeilijk is, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het problematisch karakter van diagnostisering, proces-verbaal of kennisextractie maar omdat bovendien de mogelijkheid van het al dan niet bewuste liegen om de hoek komt kijken, zoals bijvoorbeeld bij selffulfilling prophecy, bij het liegen om bestwil en bij het minimaliseren of het overdrijven van de 'feiten'. Want wat zijn tenslotte feiten?

“Het is een feit dat het negroïde ras minder intelligent is dan het blanke”, zo beweerde men ooit vanuit de 'rassenleer' die inmiddels allang naar de prullenmand werd verwezen omdat mensenrassen nu eenmaal helemaal niet bestaan. “Het is een feit dat mensen van adel edelmoediger zijn”, zo werd het volk ooit voorgehouden door gezagsdragers, totdat aan het licht kwam dat het misschien wel eens net andersom kon zijn: toen de Titanic zonk, sloten de opvarenden van eerste klas de hekkens van de verdiepingen van de lagere klassen zodat die mensen verdronken en wat later kieperden de mannen uit eerste klas ook hun vrouwen en kinderen uit de reddingssloepen overboord, zoals blijkt uit de cijfers welke pas werden vrijgegeven nadat alle 'daders' overleden waren: de sloepen bleken vrijwel uitsluitend bevolkt met volwassen mannen.

Met het feit van de onfeilbaarheid van de paus en de geloofspunten van de kerk wordt inmiddels zelfs de spot niet meer gedreven omdat de gevolgen van deze flagrante leugens al te veel slachtoffers hebben gemaakt en nog steeds maken en zo zou men de doop allang een bij wet verboden praktijk moeten zijn omdat zij weerloze kinderen inlijft bij een sekte opgericht door zelfverklaarde heiligen en hoogwaardigheidsbekleders die de geest van een groot deel van de mensheid manipuleren en die via die weg ook heersen over de mensen hun wil, hun lichamen, hun daden en hun bezittingen welke zij zich ostentatief toe-eigenen om daarmee 's werelds meest exuberante luxehotel Vaticaan op te smukken terwijl zij tegelijk geheel schaamteloos bij het door hen beroofde volk de armoede propageren - nota bene praktijken die in geval van secularisering lustig worden verdergezet door politici.

De waarneming op zich is geen sinecure, zoals de biologie ons leert en daarna ook de psychologie, de sociologie en ga zo maar door. Zonder microscoop ziet men de microben niet die echter een letaal karakter kunnen hebben maar even dodelijk zijn de 'waarnemers' van wie door hen bestempeld worden als een bedreiging omdat zij een andere taal of huidskleur hebben of omdat zij een al te povere indruk maken en dat leert ons de geschiedenis waarvoor de historie van de heksen van Salem exemplarisch is. Het gaat om heksenprocessen in het Amerikaanse Salem in 1692 en 1693 waarbij tenminste vierentwintig onschuldigen werden terechtgesteld - zij werden beschuldigd van hekserij.

Ingevolge wetteloosheid of het recht van de sterkste keert een meerderheid zich tegen een minderheid en omdat zij bij die minderheid geen kwaad kunnen vinden, nemen zij hun toevlucht tot valse beschuldigingen waaraan zij geloofwaardigheid trachten te doen toekennen middels het demoniseren van hun slachtoffers. De vreemde taal wordt 'gebrabbel' genoemd, wat de betekenis is van 'barbarij', waaruit dan alras wordt afgeleid dat het gaat om geestloze en derhalve onechte mensen. De zwarte huidskleur wordt uitgelegd als een teken van het ontbreken van de ziel en algauw neemt men aan dat het om dieren gaat die in bezit genomen kunnen worden en slavernij krijgt dan de vrije hand. Armoede lijkt zoals in het Bijbelse boek Job een goddelijke straf voor aangericht kwaad zodat armen rap doorgaan voor bozen en hetzelfde lot delen 'lelijkaards', kreupelen, blinden en doofstommen alsook allen die kampen met rampspoed en die aldus twee keer onschuldig worden gestraft zonder hoop op ook maar enige vorm van zelfverdediging in een proces.

Het proces dient overigens voor een groot stuk om vast te leggen wat in feite werd waargenomen, wat de getuigen echt hebben gezien en gehoord, of de afgelegde verklaringen de analyse van de verzamelde alibi's kunnen doorstaan, of zij niet onderling tegenstrijdig zijn of überhaupt mogelijk. Waar echter zoals in de buurtinformatienetwerken dat alles onder de mat dreigt te worden geveegd, lijkt iets gelijkaardigs aan de gang als in de politieke benoemingen waarbij immers diploma's en opleidingscertificaten het onderspit moeten delven voor de willekeur in het nepotisme van politici wiens onbekwaamheid pas aan het licht komt tijdens hun ambtstermijn en voor hun verkiezingssucces wordt geen enkele andere competentie vereist dan voor dat van een venter wiens welslagen, dat gelijkstaat aan financiële winst, louter afhangt van de mate waarin hij de kunst beheerst om met liegen en bedriegen spullen te slijten die hun geld niet waard zijn. Maar dit zijn nog lang niet de gevaarlijkste kapers op de kust.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 28 januari 2023)





De nieuwe Securitate - Aflevering 1: Verkrachters van de waarheid

De nieuwe Securitate

Aflevering 1: Verkrachters van de waarheid

Een democratisch bestel verzamelt informatie in het algemeen belang en als zij de privacy niet schendt en de andere rechten van de burgers, dient die informatie uiteraard openbaar te zijn. Waar informatie wordt geheim gehouden of dus daar waar transparantie ontbreekt, wordt zij sowieso misbruikt: zij dient dan niet het algemeen belang maar wel dat van particulieren en dat zijn bij uitstek leden van de heersende klasse die de info aanwenden in het eigen voordeel en uiteraard ten nadele van het volk - waaruit godbetert op de koop toe vaker informanten worden gerekruteerd - een in wezen illegale handelwijze die echter van een leien dakje gaat lopen van zodra voldoende verdeeldheid werd gezaaid om het verklikken aantrekkelijk te maken. Dat de betrokken machthebbers het gemunt hebben op het inbinden van de vrijheid van wie zij beheersen, is een evidentie en met dat oogmerk wakkeren zij dan ook de onveiligheidsgevoelens bij de massa aan die angstig is en daarom onnadenkend en, paradoxaal en contraproductief genoeg, ook onvoorzichtig.

De ultieme garantie voor de veiligheid én de vrijheid of dus voor de rechten van alle burgers wordt in de eerste plaats geleverd door de wet. En in een democratisch bestel gestemd door de wetgevende macht, ontleent de wet haar kracht aan haar naleving waarover gewaakt wordt door daartoe tot bekwaamheid opgeleide en middels beëdiging tot betrouwbaarheid gedwongen en dus tot onafhankelijkheid gevormde agenten die de rechterlijke macht vertegenwoordigen welke sinds Montesqieu strikt gescheiden dient te zijn en te blijven van de wetgevende (en de uitvoerende) om de eenvoudige reden dat daar waar ze allemaal in handen zijn van een en dezelfde instantie, corruptie uiteraard de vrije teugel krijgt. Een burgemeester aan wie rechterlijke macht zou worden toegekend zou uiteraard veel meer nog dan nu jammer genoeg reeds via allerlei clandestiene wegen het geval is, zichzelf ontzien en hij zou het zijn concurrenten in de verkiezingsstrijd kunnen bemoeilijken. Maar uitgerekend de zo belangrijke scheiding van de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht wordt feitelijk teniet gedaan waar onder allerlei voorwendsels gejongleerd wordt met informatie en met informanten, met rechten en met plichten, met vertrouwen en met wantrouwen, met samenwerking en met concurrentie, met veiligheid en met dreiging, met vrijheid en met de beteugeling daarvan.

Het voor de democratie zo belangrijke principe van de scheiding der machten is onbestaande in een theocratie zoals de islamstaten of de (katholieke) keizerrijken van weleer maar ook in landen met een eenpartijstelsel of dus dictaturen zoals bijvoorbeeld China. Daar zet de overheid gewone burgers in om inlichtingen te winnen die geheim gehouden worden omdat uit de openbaarmaking ervan zou blijken dat ze niet het algemeen belang dienen maar de bestendiging en de uitbreiding van de macht van de dictator. Jammer genoeg delen ook de westerse mogendheden in de algemene tendens naar een toename van machtsconcentratie die de democratische principes feitelijk ondermijnt en een bespoedigende factor is de intensivering en de uitbreiding van allerlei controlemechanismen. Niets aan de hand waar het gaat om machinale controle of om toezicht uitgeoefend door beroepsmatige beschermers van de wet maar waar gewerkt wordt met 'informanten' zonder opleiding, betrouwbaarheid of verloning kan slechts desinformatie worden verwacht omdat de machthebbers dan als het ware de beschikking krijgen over een grabbelton aan inlichtingen waarmee zij de waarheid vanzelfsprekend makkelijk naar hun hand kunnen zetten door daaruit met voorbedachten rade te gaan kiezen - wat hier uiteraard betekent: selecteren en manipuleren. Hier wordt de waarheid zonder meer verkracht en elk verschil met ordinaire leugens is dan louter fictie. En we hebben het hier uiteraard over de modieus en onschuldig klinkende zogenaamde buurtinformatienetwerken.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 26 januari 2023)





e plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910 - Aflevering 25: De hardnekkigheid van het kwaad: kersverse doofpotoperaties in de eenentwintigste eeuw

De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910

Aflevering 25: De hardnekkigheid van het kwaad: kersverse doofpotoperaties in de eenentwintigste eeuw

Congo-Vrijstaat, de Congo als persoonlijk bezit van Leopold II, bestond van 1885 tot 1908. Leopold 'schonk' zijn persoonlijk bezit aan België en Belgisch Congo bestond van 1908 tot 1960. In 1960 werd Congo onafhankelijk - zogezegd, want de democratisch verkozen eerste premier van de Congo, Patrice Lumumba, werd vermoord en met steun van het westen kwam via een staatsgreep Mobutu aan de macht om gedurende nog eens ruim dertig jaar (van 1965 tot 1997) de westerse (Europese en Amerikaanse) belangen in hun 'goudmijn' Midden-Afrika te verdedigen. Het was de Vlaamse socioloog Ludo De Witte die in 1999 bij Van Halewyck De moord op Lumumba publiceerde waarin hij beschrijft hoe deze moord (op 17 of 18 januari 1961) gebeurde met de steun van de leidinggevende Belgische kringen. In het Belgische parlement werd naar aanleiding daarvan een onderzoekscommissie opgericht en in juli 2002 gaven de Verenigde Staten documenten vrij waarin de rol van de CIA in deze moord werd onthuld.

Maar plotseling - in 2010 - wordt de bijzonder rijk gedocumenteerde publicatie uit 1998 van de Amerikaanse historicus Adam Hochschild, King Leopold's Ghost: A Story of Greed, Terror and Heroism in Colonial Africa, afgeschilderd als 'eenzijdig' door een aantal figuren met een rechtse signatuur in het zog van publicist David Van Reybrouck met zijn boek: Congo: een geschiedenis. Dat boek werd de hemel ingeprezen door Andy Morgan in de rijkeluiskrant The Independent, het kreeg tal van onderscheidingen en werd een kassucces. Het doet warempel denken aan de witwasoperaties van koning Leopolds bedrieglijke onderzoekscommissie (2) nadat Roger Casement en andere mensenrechtenactivisten de moorddadigheid van dit regime aan het licht hadden gebracht. Over Van Reybroucks boek merkt de auteur van De moord op Lumumba, Ludo De Witte, op: "Bladzijden die de Belgische autoriteiten in een kwaad daglicht kunnen plaatsen, lijken wel uit het boek gescheurd." (2) De verwijzing naar mondelinge bronnen wordt terecht als ongegrond beschouwd, er wordt immers verwezen naar informanten en analyses van auteurs “die het neokoloniale perspectief genegen zijn”. (2) Van Reybrouck zijn werk zou aldus kaderen in het nieuw soort geschiedschrijving dat een kritische kijk op kolonialisme en neokolonialisme negativistisch acht, onproductief en al te links. (2)

Opgemerkt moet echter worden dat de nieuwe geschiedschrijving door opmerkelijk rechts gekleurde figuren wordt gevoerd. David Van Reybrouck heeft katholieke wortels en is de zoon van een medewerker aan de Congolese spoorwegmaatschappij Bas-Congo-Katanga in het toenmalige Jadotstad (heden: Likasi). Van Reybrouck veegt de kritiek op “de misdaad welke begaan werd in de Congo door koning Leopold van België en zijn volgelingen als de grootste die ooit werd opgetekend in de annalen van het mensdom” (3) van tafel als “postkoloniale zelfkastijding” (2). Wat hij aldus doet wordt exact verwoord door Adam Hochschild waar hij schrijft dat de dader zich gaat verweren door in de slachtofferrol te kruipen: “Terwijl de ovens laaiden in Brussel, gingen er bevelen uit van het paleis naar de Congo om opdracht te geven tot vernietiging van de stukken daar. (…) Hetzelfde soort opzettelijk vergeten vond plaats in de gedachten van de mannen die gestalte gaven aan het regime. Het vergeten van je eigen deelname aan massamoord is niet iets passiefs; het is een actieve daad. Wanneer we kijken naar de opgetekende herinneringen van de vroege blanke veroveraars in Afrika, kunnen we soms getuige zijn van de daad van vergeten op het moment dat deze plaatsvindt. Het is niet het moment waarop hij wordt uitgewist maar waarop de zaken op hun kop worden gezet, het merkwaardige omdraaien, waarbij degene die slachtoffers heeft gemaakt zichzelf geestelijk verandert in slachtoffer.” (4)

Hetzelfde gebeurt overigens door de medeplichtigen aan de actuele massamoord op de ouderen in zogenaamde zorginstellingen, uitnemend geïllustreerd in de Finse opera Covid fan Tutti naar aanleiding van de recente pandemie: de burgers die hun oudjes in deze instellingen hebben opgesloten, klagen dat ze hen nu van voor het venster buiten in de regen moeten staan toewuiven. In deze 'linkse' opera wordt “de hypocrisie aan de kaak gesteld waarbij onze weggegooide bejaarden plotseling blijken te kunnen worden gebruikt in een toneel waarbij zij worden opgevoerd als de te sparen zwakkeren omwille van wiens welzijn een vreemde reeks autoritaire en onsamenhangende volksgezondheidsmaatregelen opgelegd worden die in een mum van tijd de wereldeconomie ondermijnen zoals geen enkele oorlog dat tot nog toe vermocht te bewerken. Echter, de op het eerste gezicht ontzagwekkende empathie met de ouderlingen staat in fel contrast met de egoïstische samenleving die almaar driester de zwakkeren uitsluit terwijl zij meedogenloos het recht van de sterkste huldigt. Geconfronteerd met een dergelijk grotesk voorwendsel kan het gewoon niet verwonderen dat het volk beweert wel degelijk gegronde redenen te hebben om haar leiders te wantrouwen. Dit volstrekt gegronde wantrouwen gekoppeld aan de natuurlijke zelfzorg - de verantwoordelijkheid voor zichzelf en voor de naaste medemensen - ligt aan de basis van de algemene neiging tot ongehoorzaamheid aan een gezag dat zich niet langer het algemeen welzijn behartigt maar nog slechts de eigen macht welke met dwangmaatregelen wordt uitgeoefend tot het zich voltrekken van een fascistisch regime.” (5) Over dit grotesk voorwendsel andermaal Arthur Conan Doyle in 1909: “(...) nooit voordien is er zo'n mengeling geweest van grootschalige plunderingen en grootschalige moordpartijen die zich allemaal voltrokken hebben met de meest platvloerse commerciële motieven onder de verfoeilijke dekmantel van menslievendheid. Het gemene van de hele affaire gekoppeld aan die vettige schijnheiligheid maakt dat de horror van deze misdaad zijn gelijke niet kent.” (3)

(J.B., 24 januari 2023)

Verwijzingen:

(1) Zie: De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910. Aflevering 18: De Commissie van Onderzoek en de dood van de koning. Zie:

https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3308537

(2) https://nl.wikipedia.org/wiki/Congo:_een_geschiedenis

(3) Arthur Conan Doyle zijn Woord Vooraf tot het boek The Crime of the Congo uit 1909. Zie: https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3309481

(4) Adam Hochschild, De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo, Meulenhoff/Kritak 1998 (in een Nederlandse vertaling door Jan Willem Bos). (Oorspronkelijk: King Leopold's Ghost. A Story of Greed, Terror and Heroism in Colonial Africa, Adam Hochschild 1998), pp. 295-296.

(5) J. Bauwens, Panopticum Corona, pp. 861-862. Zie: 170161.pdf (seniorennet.be)



A. Conan Doyle, The Crime of the Congo

A. Conan Doyle, The Crime of the Congo

Aldus begint Arthur Conan Doyle zijn Woord Vooraf tot het boek The Crime of the Congo uit 1909:

"Velen onder ons in Engeland beschouwen de misdaad welke begaan werd in de Congo door koning Leopold van België en zijn volgelingen als de grootste die ooit werd opgetekend in de annalen van het mensdom. Persoonlijk is dat ook mijn eigen stellige overtuiging. Ooit zijn er grote plunderingen geweest zoals die van de Noormannen in Engeland of die van de Engelsen in Ierland. Er werden volkeren afgeslacht zoals de Zuid-Amerikanen door de Spanjaarden of de naties die door de Turken zijn onderworpen. Maar nooit voordien is er zo'n mengeling geweest van grootschalige plunderingen en grootschalige moordpartijen die zich allemaal voltrokken hebben met de meest platvloerse commerciële motieven onder de verfoeilijke dekmantel van menslievendheid. Het gemene van de hele affaire gekoppeld aan die vettige schijnheiligheid maakt dat de horror van deze misdaad zijn gelijke niet kent.

De getuigen van die misdaad zijn van alle nationaliteiten en de feiten kunnen niet in twijfel getrokken worden. (...)"

LEES HIER DE OORSPRONKELIJKE INTEGRALE TEKST:
A. Conan Doyle, The Crime of the Congo


3309427-0334d7b2a0e51b1754db4303b1b00ba9.jpg



Arthur Conan Doyle, Woord Vooraf tot The Crime of the Congo, aanvang

Aldus begint Arthur Conan Doyle zijn Woord Vooraf tot het boek The Crime of the Congo uit 1909:

“Velen onder ons in Engeland beschouwen de misdaad welke begaan werd in de Congo door koning Leopold van België en zijn volgelingen als de grootste die ooit werd opgetekend in de annalen van het mensdom. Persoonlijk is dat ook mijn eigen stellige overtuiging. Ooit zijn er grote plunderingen geweest zoals die van de Noormannen in Engeland of die van de Engelsen in Ierland. Er werden volkeren afgeslacht zoals de Zuid-Amerikanen door de Spanjaarden of de naties die door de Turken zijn onderworpen. Maar nooit voordien is er zo'n mengeling geweest van grootschalige plunderingen en grootschalige moordpartijen die zich allemaal voltrokken hebben met de meest platvloerse commerciële motieven onder de verfoeilijke dekmantel van menslievendheid. Het gemene van de hele affaire gekoppeld aan die vettige schijnheiligheid maakt dat de horror van deze misdaad zijn gelijke niet kent.

De getuigen van die misdaad zijn van alle nationaliteiten en de feiten kunnen niet in twijfel getrokken worden. (...)”



Vooruitgang

Vooruitgang

België heeft het dichtste spoorwegennet ter wereld en qua autowegen kan de dichtheid van het verkeersnet ook wel tellen. Het klinkt ongelooflijk maar niet langer dan een enkele eeuw bleek nodig om de hele wereld met een dicht autowegennet te overspannen: de meest ijverige spinnen zouden er gewis jaloers om worden. Volgens recente tellingen bedraagt het aantal auto's op de wereld momenteel zowat anderhalf miljard (1) en zeer in tegenstelling tot vogels en gepote dieren kunnen mensen met van wielen voorziene voertuigen zich maar moeilijk ofwel helemaal niet voortbewegen over moerassen en akkers en doorheen wouden. Vissen dan hebben alleen maar water nodig maar auto's behoeven speciaal verharde wegen en dat zijn meestal dijken in het met grachten geïrrigeerde moeras.

Een groot probleem met het autowegennet is dat dit netwerk dat bedoeld is om verplaatsingen te vergemakkelijken of dus om de ruimte te beheersen, in feite in het tegendeel van dit oogmerk uitmondt. Autowegen zijn immers zoals muren omdat men er evenmin overheen kan zonder gebruikmaking van speciale tuigen. Over muren heen klauteren doet men met ladders en autowegen dienen met bruggen te worden overspannen om de hinder die zij veroorzaken enigszins te reduceren. Bruggen, tunnels, verkeerslichten die het verkeer dan weer ophouden, rotondes en veel meer kan men momenteel blijkbaar niet bedenken. Maar het autoverkeer brengt nog veel andere problemen mee.

Naast het versnipperen van de ruimte en het daadwerkelijk ontoegankelijk maken van de hele wereld, brengen auto's die bedoeld zijn om het leven stukken aangenamer te maken, elke dag weer een massa doden mee en overlevenden van aanrijdingen en ongevallen wiens lot vergelijkbaar is met dat van frontsoldaten die nipt een oorlog hebben overleefd en die zich voortaan op wielen moeten voortbewegen of met behulp van krukken. Mensen wiens ledematen werden afgerukt, die brandwonden opliepen die hen onherkenbaar maken, die voortaan door het leven moeten met een witte stok of ook nog doof en noem maar op. Wij schuwen oorlogen met explosieven en raketten maar als wij er zelf mee rond razen als dwazen, gebaren wij eensgezind allemaal van krommenaas. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie sterven elke dag weer drieduizendenvijfhonderd mensen in het verkeer (2) en overlijdt aldus één mens op tweehonderd aan de gevolgen van een verkeersongeval (3) waarvan 30 percent automobilisten en maar liefst 43 percent zwakke weggebruikers - fietsers en voetgangers. (4) Het aantal gewonden, vaak met blijvend letsel of handicap, is daar uiteraard een veelvoud van.

Wel te verstaan zijn de calamiteiten die sinds de uitvinding van de auto het gebruik van dit voertuig begeleid hebben en die het in feite hebben getransformeerd tot een van de meest effectieve moordwapens ooit, louter bijwerkingen zoals ook alle andere vruchten van de vooruitgang deze onvermijdelijk met zich meebrengen, waaronder luchtvervuiling en alle ziekten die daarmee gepaard gaan en de snelle uitputting van zowat alle grondstoffen. Edoch, bijwerkingen zijn niet meer dan normaal en zij zijn uiteraard de laatste zaken aan welke men kan toestaan dat zij roet in het eten gooien. Het kan nooit de bedoeling zijn dat de menselijke grootsheid die zich met het wonder van de vooruitgang tooit, zich ooit zou laten kortwieken door onvolmaaktheden en wel omdat de perfectie nu eenmaal niet van deze wereld is.

(J.B., 20 januari 2023)

Verwijzingen:

(1) https://topgear.nl/autonieuws/hoeveel-autos-op-de-wereld/

(2) https://www.mo.be/nieuws/who-aantal-verkeersdoden-moet-wereldwijd-halveren

(3) https://www.cijfers.net/verkeer.html

(4) https://www.cijfers.net/verkeer.html

Juffrouw X

Juffrouw X

Zij is een begaafde pianiste en haar naam is juffrouw X. Reeds op heel jonge leeftijd bleek zij talentvol en haar ouders stuurden haar naar een muziekschool waar zij haar gaven tot volle ontwikkeling kon brengen. Sinds kort treedt zij ook op in zalen waar zij klassieke stukken uitvoert voor steeds meer mensen. De mensen zijn verstandiger geworden, zo zegt men, en zij nemen geen vrede meer met tijdverdrijf zoals televisiekijken en naar voetbalmatchen gaan. Juffrouw X wordt gevierd en men zegt dat het een goede zaak was mocht de regering inspanningen doen om er voor te zorgen dat er meer juffrouwen waren zoals zij en uiteraard ook jongeheren. Helaas is er iets misgelopen: bij een routinecontrole van de gezondheidsinspectiedienst werd bij de juffrouw in kwestie een bijzondere afwijking vastgesteld. Niet alarmerend, zo susten experten de bezorgde ouders, maar toch ook niet om helemaal niet naar om te zien. Geen paniek, zo zegden de doktoren in het hospitaal, want dankzij de geneeskunde die in het zog van de snelle vaart van de computers en het internet in de jongste jaren zevensmijlslaarzen heeft gekregen, kan de zaak omzeggens in een handomdraai worden genormaliseerd. Bij navraag naar de afwijking als zodanig werd gewag gemaakt van een abnormaliteit en kreeg ik een onverstaanbare want blijkbaar Latijnse term voorgeschoteld die, als ik mij niet vergis, als volgt luidt: Abnormalitas Longitudinis brachiorum. In het Nederlands: een Abnormaliteit inzake de Lengte van de Armen. De afwijking van juffrouw X bestaat erin dat de lengte van haar beide armen nogal afwijkend is van de normale armlengte bij juffers van haar leeftijd en gestalte. De juffrouw in kwestie gelooft weliswaar zelf geen last te hebben van haar kwaal maar zij brengt kennelijk niet in rekening dat het nu eenmaal zo is dat ongeacht welke abnormaliteit een mens ook buiten diens medeweten en stoutste vermoeden aardig parten kan spelen in het latere leven. Het kwam er dan vooreerst op aan, aldus de specialisten, om juffrouw X bewust te maken van het feit dat zij een niet te veronachtzamen kwaal te pakken had en dat een ingreep absoluut noodzakelijk was indien zij niet wilde dat haar leven helemaal overhoop gegooid zou worden. Met de welwillende medewerking van de ouders die middels de juiste psychiatrische begeleiding op haar hebben ingepraat, heeft de juffrouw uiteindelijk zonder veel morren een behandeling aanvaard waarvan de experten haar verzekerd hebben dat het de allerbeste van het ogenblik is en zij werd dan ook briljant uitgevoerd zonder complicaties en met alle succes. Toch was er wat kritiek vanwege de patiënte die wat overreageerde op de bijwerkingen waar omtrent wij haar hebben trachten te overtuigen dat die absoluut normaal zijn omdat er nu eenmaal geen behandelingen zonder bijwerkingen bestaan, zoals ook een medaille zonder keerzijde alleen in sprookjesland mogelijk is. Integendeel ware een behandeling zonder bijwerkingen een abnormaliteit. Verder hebben wij de juf geïnformeerd over het gewisse feit dat het wennen aan de bijwerkingen louter een kwestie is van tijd. Een esthetisch chirurg, en niet de minste, heeft er verder voor gezorgd dat niet meer het geringste litteken zichtbaar is. De misnoegdheid van de patiënte over haar behandeling kan overigens helemaal niets te maken hebben met resterende onvolkomenheden omdat de armen van de juffrouw nu perfect even lang zijn als de armen van de gemiddelde jongedame van haar leeftijd en om rechtszaken te voorkomen werden van de bewuste ledematen beelden genomen van 'voor' en 'na' waarbij de arm gefotografeerd werd naast een meetlat die elke mogelijke twijfel omtrent de armlengtes voor en na de behandeling uitsluit. De misnoegdheid betreft kennelijk enkel en alleen de dan toch wat overtrokken vrees van de juffrouw met betrekking tot haar pianospel. Omdat zij beweert dat zij het vak waarvoor zij gestudeerd heeft niet langer kan uitoefenen, hebben wij voor haar een overigens kosteloze psychologische begeleiding geregeld van één uur wekelijks en dat gedurende zeven weken, met het oogmerk haar van die nare en irrationele angsten te bevrijden. Bovendien zal zij ook worden overtuigd van het feit dat mensen hun tijd zonder de minste problemen evengoed kunnen doorbrengen met televisiekijken en met het bijwonen van voetbalmatchen dan met het zitten op harde stoelen in een zaal in afwachting dat het nare getingel dat door een zeker type van afwijkelingen bestempeld wordt als kunst, eindelijk wil ophouden. Ik vertelde u zeker al dat ook juffrouw X nu de draagster is van twee armen van perfect normale lengte, zoals iedereen en dit ingevolge een chirurgisch hoogstandje waarbij de beide armen werden ingekort tot aan de polsen.

(J.B., 20 januari 2023)







Mevrouw X

Mevrouw X

Intussen enkele jaren geleden kreeg de tachtigjarige mevrouw X van de toenmalige huisarts te horen dat haar bloeddruk van 150/70 die zij al sinds haar kindertijd had, volgens de algemene normen te hoog was.

Zij wierp tegen dat zij zich niet alleen perfect gezond voelde maar dat zij dat bovendien ook was, tenminste wanneer het klopt dat het fysieke prestatievermogen een goede parameter voor de gezondheid is: zij kon niet alleen moeiteloos al haar werk doen maar bovendien fietste zij vrijwel dagelijks enkele uren, tot vaak 70 km, louter voor het plezier.

De behandelende arts waarschuwde echter dat men een hoge bloeddruk niet kan voelen en dat die precies daarom een 'stille doder' wordt genoemd: als mevrouw X medicatie weigerde, zou dit voor haar ernstige risico's meebrengen, zoals hartinfarct en hersenbloeding.

Mevrouw X kreeg een medicijn voorgeschreven dat de kringspieren die rond de bloedvaten zitten, een beetje verlamt, wat begrijpelijkerwijze resulteert in een verlaging van de bloeddruk.

De aanvankelijke hoeveelheid van het medicijn (10 mg Coversyl) diende al na enkele dagen gehalveerd te worden omdat die resulteerde in een veel te lage bloeddruk met als gevolg totale futloosheid.

Het lichaam vecht tegen spierverlammers door de prikkeldrempel te verlagen en de spieren kweken een intensere bezenuwing in een poging om de verlamming te compenseren. Immers, na korte tijd had het middel geen enkel effect meer. De teruggekeerde bloeddrukwaarden 150/70 werden voortaan beschouwd als bevredigend.

Maar kennelijk bleef het lichaam zich verzetten, het overreageerde en de bloeddruk klom boven de waarden 150/70.

Daarop werden bijkomende medicijnen voorgesteld, zoals plaspillen en bètablokkers.

Het lichaam reageert tegen de bètablokkers middels de aanmaak van meer receptoren. Die conclusie moet men immers trekken als men kan vaststellen dat mettertijd het effect van het medicijn verzwakt.

De plaspillen verkleinen het bloedvolume en daardoor uiteraard ook de bloeddruk omdat het zoutbinders zijn: zij voeren de (vochtaantrekkende) zouten af die echter anderzijds noodzakelijk zijn voor de goede werking van de zenuwen want zij zijn de essentie van de zogenaamde natriumkaliumpomp. De prikkelgeleiding wordt verstoord, in de spieren en derhalve ook in de hartspier.

De ganse 'aanpassing' wordt automatisch geregeld door de hersenen die spontaan reageren tegen het tekort aan zuurstof dat een gevolg is van de door de bewuste medicamenten geforceerde verlaging van de bloeddruk.

(Het ten berde brengen van de steeds vaker geopperde kritiek van specialisten dat ouderen eigenlijk een wat hogere bloeddruk mogen hebben ter spontane, door de hersenen geregelde compensatie van de vaak wat minder doordringbare bloedvaten, wordt vaak niet geapprecieerd.)

Spierverlammers, bètablokkers en plaspillen lijken te hebben geresulteerd in een paniekerige, plotse en dus ongeordende aanmaak van meer zenuwen in de spieren en in een verstoring van de prikkelgeleiding. Kweekt de hartspier ongecontroleerd zenuwen en slaat dan het hartritme op hol?

Cardioversie, bloedverdunners, Cordarone: het wordt dan uiteraard een moeilijke puzzel en de vraag rijst of men zo nodig aan iemand die zich goed voelt en die ook goed presteert, medicamenten moet opdringen, louter en alleen omdat de bloeddruk van die persoon een beetje afwijkt van de bloeddruk van de doorsneemens. Wordt er in de behandeling wel voldoende rekening gehouden met de eigen aard van elk individu? En bloeddruk is weliswaar één zaak maar consumptiedruk is nog een andere.

Mensen met een hogere bloeddruk hebben een groter risico op zekere aandoeningen maar misschien is niet de bloeddruk daarvoor verantwoordelijk doch een verborgen factor waarvan de bloeddruk slechts een symptoom is of, godbetert, een poging om die factor wat te milderen?

De bloeddruk van mevrouw X is nu in orde maar de patiënte voelt zich moe en is tot niets meer in staat. Maar dat resultaat wordt nu bevredigend genoemd.

Het lijkt er sterk op dat, in luttele jaren, zogenaamde preventieve therapieën gezonde mensen zoals mevrouw X doodziek maken. En farmareuzen steenrijk.

(J.B., 2 november 2022)





Meneer X

Meneer X

Meneer X is een krachtpatser, hij kan met gemak een zak cement van 50 kilogram boven zijn hoofd steken en dat kan hij zelfs verschillende keren naeen. Hij is ermee geboren en het brengt hem ook geluk want zijn uitzonderlijke fysieke kracht gekoppeld aan zijn hulpvaardigheid maakt hem overal tot een graag geziene gast. Maar een tijd geleden vernam ik van een vriend dat meneer X werd opgenomen in een ziekenhuis. Bij een routine-onderzoek zou zijn gebleken dat X een afwijking vertoonde, en op zijn zachtst gezegd geen kleine. De abnormaliteit is danig uitgesproken dat overleg gepleegd moest worden onder specialisten om een manier te bedenken die het mogelijk zou maken om de gevonden afwijking te reduceren tot normaal of dan toch tot een benadering van het normale. De geneeskunde is vandaag de dag tot heel veel in staat en de specialisten hebben zich dan ook bijzonder hoopgevend uitgesproken over het lot van meneer X. Een reeks van operaties gekoppeld aan een specifieke medicamenteuze behandeling zou alles alsnog in acceptabele banen kunnen leiden. De abnormaliteit zou weliswaar niet geheel gespeend van littekens en restverschijnselen alsnog tot zeer aanvaardbare proporties kunnen worden teruggebracht. Ik was bovendien zo vrij om te informeren naar de aard van de afwijking in kwestie die de opname en de behandeling van meneer X noodzakelijk maakte en men heeft mij gezegd dat het zou gaan om een zekere spierziekte: de skeletspieren van meneer X zouden zowat het drievoudige volume hebben van de spieren van een normaal of gezond persoon. Om er enigszins normaal uit te zien, werd gekozen voor een behandeling waarbij de grootte van meneer X zijn skeletspieren tot ongeveer de helft zou worden teruggebracht. Intussen zijn die operaties achter de rug en zij bleken zo succesvol dat de medikamenteuze behandeling beperkt zou kunnen gehouden worden. Dat is ook wenselijk omdat zich reeds een aantal overigens geheel onverwachte bijwerkingen hebben voorgedaan, waarvan de meest in het oog springende de afname is van de fysieke kracht van meneer X. Die bijwerking mag wel bijzonder vervelend heten in het licht van de wetenschap dat uitgerekend deze eigenschap van meneer X een alom graag geziene man maakte. De hulpvaardigheid van meneer X heeft weliswaar standgehouden maar zij levert hem nog weinig op nu het hem geheel ontbreekt aan de fysieke kracht van weleer. Zo kost het de heer X nu heel veel moeite om een halve emmer water van de grond te tillen. Al bij al concluderen de behandelende artsen dat het resultaat van hun chirurgische hoogstandjes zeer bevredigend mag heten aangezien het beoogde resultaat met brio werd bereikt: het volume van de skeletspieren van meneer X verschilt nu nog nauwelijks van dat van de gemiddelde man. Terecht is meneer X zijn geneesheren dankbaar en over de weldaad van de wetenschappen hoort men hem alleen maar spreken in superlatieven. Een goede bekende van mij die zelf in de paramedische sector werkzaam is, heeft mij overigens verteld dat men tegenwoordig niet alleen afwijkingen van de skeletspieren corrigeert: met hetzelfde succes laat men mensen met een afwijkend hersenvolume hun intrede doen in de wereld van de normaliteit. Mensen met een veel te scherp gehoor, mensen met een abnormaal sterk gezichtszintuig, mensen met een exuberante tastzin, al te gevoelige mensen, mensen met een afwijkende intelligentie en noem maar op: geen van hen allen hoeft voortaan nog onbehandeld te blijven. Ja, de toekomst van de geneeskundige wetenschappen is er kennelijk eentje om u tegen te zeggen. Dankzij de snelle evolutie van onze kennis verwachten wij reeds in de zeer nabije toekomst elke mogelijke abnormaliteit te zullen mogen beschouwen als behorend tot de voltooid verleden tijd. De gelijkheid onder alle mensen wordt een feit.

(J.B., 18 januari 2023)





De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910 - Aflevering 24: Mensenrechten bedreigen de gevestigde orde

De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910

Aflevering 24: Mensenrechten bedreigen de gevestigde orde

Verslag uitbrengen over wantoestanden in verre landen of in lang vervlogen tijden is weliswaar noodzakelijk maar het is tevens al te gemakkelijk om daar vrede mee te nemen: de uitdaging is het aanklagen van misbruik en slavernij bij de deur.

Joseph Conrad klaagde de horror in de Congo aan, Roger Casement en Edmund Morel sloten zich samen met andere activisten bij hem aan, Conrad weigerde dan weer zich aan te sluiten bij de intellectuelen die voor de vrijlating van Casement ijverden toen die opgehangen zou worden omdat deze naar zijn mening niet uit grootsheid maar uit ijdelheid zou gehandeld hebben, (1) Jules Marchal was van 1948 tot 1960 koloniaal in Belgisch Congo en als districtscommissaris in Lisala bracht hij nog zelf zweepslagen toe aan de zwarten maar hij beweerde tot de jaren zeventig niet op de hoogte te zijn geweest van de misbruiken, waarna hij zelf de wantoestanden ging aanklagen in zijn geschriften. (2) Nog vele anderen spelen voor mensenrechtenactivist vanuit vet betaalde jobs bij staatsinstellingen die alleen al door te bestaan de wantoestanden camoufleren. En zo willen allen helden zijn daar waar zij helemaal niks te verliezen hebben doch er in tegendeel nog grof geld aan verdienen. De aangehaalde slotzin van Adam Hochschild in zijn Congoboek illustreert het probleem van het vrije woord: “Ten tijde van de Congocontroverse honderd jaar geleden vormde het idee van volledige - politieke, sociale en economische - mensenrechten een ernstige bedreiging voor de gevestigde orde van de meeste landen op aarde. En dat is vandaag de dag nog steeds zo.” (3)

De gevestigde orde weet zich bedreigd door wie opkomen voor de mensenrechten en om die reden kunnen mensenrechtenactivisten de gevestigde orde niet anders opvatten dan als een bedreiging - die aan velen van hen het leven blijft kosten. Maar wat is de gevestigde orde?

Het voorbeeld bij uitstek hier te lande is de moord op veearts-keurder Karel Van Noppen: omwille van het correct uitvoeren van zijn job werd de man op 20 februari 1995 nabij zijn woning in Wechelderzande met drie geweerschoten om het leven gebracht en op één na werden de vier verdachten intussen allemaal weer vrijgelaten. (4)

De gevestigde orde of het establishment zijn degenen die de factum de macht hebben - over anderen uiteraard - en dat zijn in het hier gegeven voorbeeld zogenaamde maffiosi (de 'hormonenmaffia') of criminelen maar niet alleen in het hier gegeven voorbeeld is dat zo. Men moet immers opmerken dat met de gevestigde orde niet het staatsapparaat bedoeld wordt want het staatsapparaat trekt aan het kortste eind waar machtsmisbruik eerst mogelijk en vervolgens feitelijk is. Inzake de moord op Karel Van Noppen moet onder de gevestigde worden verstaan: de vier schurken die de veearts-keurder bedreigd hebben om hem daarna koelbloedig te vermoorden en die handelden als vertegenwoordigers van een niet te tellen aantal bandieten die in eigen kringen doorgaan voor eerbare lui die hun vermeende rechten en die van hun medestanders (degenen met wie zij samenzweren) verdedigen - rechten, die in feite gestolen voorrechten zijn waarmee zij op louche wijze anderen benadelen en beschadigen. Het gaat om een criminele orde die ondergronds gevestigd is en die haar vestiging bestendigt middels dreigementen en, als die niet helpen, door het voltrekken van moorden, waarbij zij de hele staat het zwijgen oplegt middels het doden van een of meer van haar agenten.

Omdat het kwaad zich van het goede onderscheidt in zijn bijzondere eigenschap van lichtschuwheid, moet hierbij eerst opgemerkt worden dat daar waar de gevestigde orde gevreesd moet worden, zij zich per definitie ophoudt in de duisternis terwijl aan het werk van mensenrechtenactivisten geen enkel motief kan toebedacht worden om zich aan het daglicht te onttrekken, het voltrekt zich immers in het belang van ongeacht welke mens aan wie immers van nature uitgerekend die rechten toekomen waarvan het bezit door de bewuste activisten wordt verdedigd.

In zijn Hart der Duisternis maakt Joseph Conrad duidelijk dat mensen gedreven worden door een irrationaliteit met een afgrijselijk gezicht welke ook maakt dat beschaving niet anders dan hypocriet kan zijn. De beschaving toont een orde die op de keper slechts een schijnorde is omdat zij in het verborgene gefnuikt wordt door een feitelijke macht die zich er echter voor hoedt in het voetlicht te treden. Hormonenhandelaars opereren ondergronds en nemen daar ook vrede mee omdat zij aldus alsnog hun wil doordrijven en hun profijt doen terwijl de in feite door hen beheerste politiek de andere kant op kijkt. Vooraleer het Derde Rijk zich in alle openbaarheid vestigde, traden de agenten ervan reeds op in den duik en gingen zij hun gangen, aldus de staat in feite ondermijnend, hetzij binnen de perken van de legaliteit, hetzij op andere ongeziene of niet te bestraffen manieren. Schurken zijn in de regel tevreden met de verborgenheid waarin zij hun handeltje kunnen voeren en daarom streven zij ook niet naar openbare politieke macht die sowieso de eigenlijke motieven van hun handelwijze aan het licht zou brengen (en die op de keper beschouwd ook nog een mogelijkheidsvoorwaarde vormt voor de criminaliteit en derhalve voor hun winsten). Edoch, onder de invloed van zekere omstandigheden gebeurt zulks alsnog, wat altijd catastrofaal zal uitdraaien voor een beschaving omdat dan, paradoxaal genoeg, de voordien verborgen want criminele ondergronds gevestigde orde als zodanig in de openbaarheid treedt daar het daarna niet langer onwettig is om er bepaalde ideeën en praktijken op na te houden. De voordien verborgen gevestigde orde gaat zich politiek manifesteren, wat wil zeggen dat zij in de openbaarheid treedt nadat een nieuwe ideologie haar praktijken heeft gewettigd. Zolang iedereen gelijk is voor de wet, worden de joden alleen maar gepest maar hypocrisie is niet langer nodig waar iedereen het er krachtens nieuwe ideeën en navenante wetten over eens geworden is dat de joden ratten zijn en dat zij dienen uitgeroeid te worden in het teken van het algemeen welzijn. Wettige bestraffing neemt de plaats in van de pesterijen van weleer en de pesters worden nu functionarissen van de staat die de massamoorden voltrekken met het gevoel van comfort dat het volbrengen van de burgerplicht begeleidt. En dat is uiteindelijk ook de betekenis van de immer aangehaalde beruchte uitvlucht welke de vlucht voor verantwoordelijkheid betekent: "Befehl ist Befehl!" Wij moorden net zoals voorheen maar dan met dat cruciale verschil dat we dat nu in alle openbaarheid (kunnen) doen: wij worden er niet langer scheef voor bekeken, laat staan gestraft; wij worden er voor geëerd en betaald. Allen willen helden zijn daar waar zij helemaal niks te verliezen hebben doch er in tegendeel nog grof geld aan verdienen en eer voor opstrijken maar ook andersom achten zij die carrière maken en eerbewijzen in de wacht slepen zichzelf helden, ook al is het moorden wat zij doen.

Mensenrechtenactivisten bedreigen de verborgen gevestigde orde, die de feitelijke macht is, doordat ze het aan het licht komen van haar malafide praktijken forceren. Karel Van Noppen handelde in de legaliteit, zijn moordenaars handelden in de illegaliteit en dat doen zij vandaag nog steeds: zij oefenen macht uit over de legaliteit en die macht continueert zich quasi onverstoord, getuige het opgeblazen vee in het weiland alom. Veekeurders moeten dansen naar de pijpen van de hormonenmaffia zolang de dreiging van de laatst genoemden reëel is en die realiteit wordt geconstitueerd door het feit dat de bestraffingen die maffioso opleggen om hun willetje door te drijven, afschrikwekkender zijn dan deze die de wet hanteert om de misdaad in te perken - veekeurders en ook alle andere agenten wiens job het is ervoor te zorgen dat de wetten worden nageleefd. Bij uitstek mensenrechtenactivisten ijveren ervoor dat die wetten worden nageleefd waarvan elk weldenkend mens wenst dat zij door allen nageleefde wetten zijn of zouden worden.

Mensen daarop attent maken dat zij de wetten dienen na te leven is sowieso mensen (bij uitstek op heterdaad) betrappen op wetsovertredingen of deze aan het licht brengen en criminelen weten dat zijn hun gangetje kunnen gaan zolang zij niet betrapt worden, zodat zij er een sport van maken om hen door wie zij vrezen betrapt te worden, uit te schakelen. En waar niet zomaar rechten doch mensenrechten in het geding zijn, jagen criminelen die immers vaak binnen de perken van de wet ageren doch niets ontziend de mensenrechten schenden, met des te meer furie op hun tegenstrevers.

Dat mensenrechten de gevestigde orde bedreigen betekent tevens niets anders dan dat de mens een bedreiging vormt voor de mammon (en uiteraard ook omgekeerd). Mens en geld - die twee sluiten elkaar uit omdat zij gedoemd zijn om te vechten om de heerschappij: ofwel moet het geld in dienst staan van de mens - het is tenslotte bedoeld als werkmiddel - ofwel staat de mens in dienst van het geld. Is dat laatste het geval, dan moet hij maar verdwijnen waar hij de economie niet langer tot nut is. En dat is het lot van een wereld waarin het wilde kapitalisme heerst want zo'n wereld is de duisternis waarover meer dan honderd jaar geleden de Oekraïner Joseph Conrad schreef dat zij niet alleen de duisternis is die zich openbaart in de brousse maar tevens die welke zich verbergt in het hart van de beschaafde mens. En uitgerekend haar verborgenheid maakt van haar een ongeziene en niet in te schatten bedreiging.

(J.B., 18 januari 2023)

Verwijzingen:

(1) In Het Parool van 4 september 1998 schrijft Kees Tamboer: “Casement wilde de wereld wakker schudden en zocht (in 1896) voor zijn campagne (tegen de misbruiken in de Congo) steun bij Conrad. (…) Toen Casement in 1916 (...) opgehangen zou worden, weigerde Conrad een campagne van intellectuelen voor zijn vrijlating te ondersteunen. Een man die zich puur door emoties laat leiden, oordeelde hij, een tragische figuur, geen spoor van grootsheid, allemaal ijdelheid.” En Conrad brengt Casement onder bij de 'beschavingszeloten'. Zie: https://web.archive.org/web/20010311151142/http://www.parool.nl/boeken/100/34mooi.html

(2) Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Jules_Marchal

(3) Adam Hochschild, De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo, Meulenhoff/Kritak 1998 (in een Nederlandse vertaling door Jan Willem Bos). (Oorspronkelijk: King Leopold's Ghost. A Story of Greed, Terror and Heroism in Colonial Africa, Adam Hochschild 1998), p. 307.

(4) https://nl.wikipedia.org/wiki/Moord_op_Karel_Van_Noppen



De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910 Aflevering 23: Hart der Duisternis

De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910

Aflevering 23: Hart der Duisternis

In zijn nawoord vat de vertaler de roman samen in één zin: Marlow, aan boord van de Nellie op de Theems, vertelt aan zijn gezelschap over zijn tocht per stoomboot op de Congo om de ontspoorde handelsagent Kurtz te vinden. Conrad schrijft in zijn dagboek, aldus Bas Heijne: “Het is ervaring die vergeleken bij de feitelijke gebeurtenis iets is aangedikt (en maar een klein beetje), met het naar mijn mening volledig gerechtvaardigde oogmerk het goed tot het hart en het hoofd van de lezer te laten doordringen.” (1) Het gaat om de duisternis van Afrika maar tevens om de duistere leegte van het hart, zegt Heijne, en die is afschrikwekkend omdat wij onszelf erin herkennen. (p. 154) Op het einde van de roman blijkt Kurtz een erudiet ambtenaar die naar de brousse werd gestuurd om voor de overheid een rapport te maken over de Onderdrukking van de Barbaarse Praktijken. Maar hij blijkt een ivoorverzamelaar, de meest succesrijke van allemaal, dankzij zijn onmenselijkheid. Volgt hier het verhaal.

Varend in de avond op de monding van de Theems, die uitgeeft op “de grootste en voornaamste stad ter wereld” (2), zoals Conrad het Londen van 1899 typeert en waarover Marlow zegt: “ook dit is een van de duistere oorden op aarde geweest” (3), denkt hij aan de komst van de Romeinen in het barbaarse land van de wilden dat Engeland lang geleden was. Het gaat om “het veroveren van de aarde, wat meestal betekent dat ze wordt afgenomen van mensen met een andere huidskleur of met iets plattere neuzen dan wij.” (4) Marlow vertelt hoe hij als kind ontdekkingsreiziger wilde worden en vooral de Congo trok hem aan. Als jongeman stak hij dan het Kanaal over en arriveerde in “een stad die me altijd aan een gepleisterd graf doet denken.” (5) Hij begaf zich naar de kantoren van de Compagnie: “Ze gingen een overzees rijk bestieren en bergen geld verdienen aan handel.” (6) Marlow tekent een contract waarin hij zich akkoord verklaart geen handelsgeheimen te zullen prijsgeven, een arts neemt zijn pols en meet zijn schedel op. (7)

Wat later vaart hij mee op een kleine zeestomer. Iemand heeft zich verhangen en mensen, naak en zwart, lopen af en aan als mieren wanneer ze arriveren bij een handelspost van de compagnie waar ze een spoorweg aan het aanleggen zijn. “Een licht gerinkel achter mij deed me omkijken. Zes zwarte mannen kwamen in een rij zwoegend het pad op. Ze liepen traag en rechtop, volle mandjes aarde op hun hoofd balancerend, en het gerinkel hield maat met hun tred. (…) Ik kon hun ribben tellen, hun gewrichten waren als knopen in een touw. Elk van hen droeg een ijzeren halsband om hun nek en ze zaten allemaal om elkaar vast met een ketting die ritmisch rinkelend tussen hen heen en weer zwaaide. (…) Ze liepen rakelings langs mij heen, zonder opzij te kijken, met die volslagen doodse onverschilligheid van ongelukkige wilden.” (8) Wat verderop:“Zwarte gedaanten kropen, lagen, zaten tussen de bomen (…) En hier was de plek waar een aantal knechten zich had teruggetrokken om te sterven. (...) Vanuit alle uithoeken (…) hier naartoe gebracht met alle wettigheid van een tijdelijk arbeidscontract, verloren in een wezensvreemde omgeving, gevoed met onbekende kost, waren zij ziek en onbruikbaar geworden en mochten zij vervolgens wegkruipen en rusten. Deze stervende schimmen waren zo vrij als lucht - en bijna zo dun.” (9) Aan de handelspost ontmoet Marlow de boekhouder, een elegante blanke heer. “Zeker, hij zag eruit als een pop in een kapperszaak, maar te midden van de algehele ontaarding in dit land bleef hij zijn uiterlijk verzorgen. Dat getuigt van ruggengraat. (…) Bovendien was hij vreselijk aan zijn boeken gehecht, die piekfijn in orde waren (…) Al het andere in de handelspost was ontregeld. (...) Een stroom fabrieksgoederen, voddige katoentjes, kralen en koperdraad verdween de diepste duisternis in en in ruil daarvoor sijpelde kostbaar ivoor binnen.” (10) “Op een dag zei hij zonder op te kijken: 'In het binnenland zult u ongetwijfeld meneer Kurtz ontmoeten - een voortreffelijk agent. (…) Stuurt hier evenveel ivoor naartoe als alle anderen bij elkaar.” (11) “O, hij zal het daar ver schoppen, heel ver. (…) Zij daarboven - de Raad van Beheer in Europa, weet u - hebben dat met hem voor.” (12)

De volgende dag vertrekt Marlow voor een voettocht van tweehonderd mijl. Ze lopen door een verlatenheid, iedereen is op de loop voor de gewapende nikkers die zwarten oppakken om hen als dragers te laten werken. Ook de huizen zijn verdwenen. Marlow, met achter hem de karavaan: “Kamp opslaan, slapen, opbreken, lopen. Zo nu en dan een dode drager, gestorven in het harnas, te rusten gelegd in het hoge gras bij het pad, met naast hem een lege kalebas en zijn lange staf.” (13) Op zijn pad “het lichaam van een neger van middelbare leeftijd met een kogelgat in zijn hoofd.” (14)

Op een gegeven ogenblik is er averij aan de stomer, Marlow ontmoet de administrateur. “Er gingen geruchten dat een heel belangrijke post gevaar liep, en dat het hoofd, meneer Kurtz, ziek was.” (15) Op die plek “zwierven ze rond met hun absurd lange stokken in hun hand als een stel ongelovige pelgrims, die door hekserij binnen een verrotte omheining werden gehouden. Het woord 'ivoor' hing in de lucht. (…) Alles daar was doortrokken van imbeciele hebzucht, als van een lijkenlucht.” (16) Een schuur met katoentjes en kralen brandde uit, er werd een neger afgetuigd, de stomer wordt gerepareerd in ruil voor enkele manden kralen. Een neef van de administrateur heeft de Expeditie ter Exploratie van Eldorado opgezet. (17)

De stomer vaart weer de jungle in. “Het opvaren van de rivier was als een reis naar het vroegste begin van de wereld, toen planten de aarde overwoekerden en grote bomen koningen waren.” (18) Op de stomer werkt een neger waarover Marlow zegt: “Eigenlijk had hij op de oever moeten staan klappen met zijn handen en stampen met zijn voeten (zoals de wilde stammen die ze passeerden) maar in plaats daarvan was hij hard aan het werk, een slaaf van vreemde toverij, vervuld van verheffende kennis. Hij was nuttig omdat hij was onderwezen.” (19)

Onderweg worden ze beschoten met pijlen. Marlow realiseert zich dat hij deze hele reis maakt, alleen om meneer Kurtz te vinden, die bergen ivoor verzamelt: “Alles behoorde hem toe (…) maar het ging erom te weten waartoe hij behoorde, hoeveel machten der duisternis hem opeisten als de hunne.” (20) Eenzaam in de wildernis is men alleen en moet men terugvallen op de eigen innerlijke kracht, op het eigen vermogen trouw te blijven aan zichzelf. Kurtz was een erudiet en Marlow vertelt: “Heel Europa had bijgedragen aan de wording van de heer Kurtz en na verloop van tijd kwam ik te weten dat, toepasselijk genoeg, het Internationale Genootschap ter Onderdrukking van Barbaarse Praktijken hem had opgedragen een rapport te schrijven als leidraad voor toekomstig beleid.” (21) “Het begon met de stelling dat wij blanken, gezien het peil dat onze ontwikkeling bereikt had, 'hun (de wilden) noodzakelijkerwijs wel moest voorkomen als waren wij bovennatuurlijke wezens (…). 'Door eenvoudig wilsvertoon kunnen wij een praktisch onbeperkte macht ten goede uitoefenen.' (…) Het slotbetoog was schitterend. (…) Dit was de onbegrensde macht der welsprekendheid. (…) aan het eind van dat ontroerende appel (…): 'Uitroeien die beesten!'” (22)

De stomer arriveert bij de handelspost van Kurtz. “Vlakbij het huis stond nog een zestal dunne palen op een rij, ruw bewerkt en vanboven versierd met ronde, van houtsneewerk voorziene bollen.” (23) Een knecht van Kurtz wenkt en zegt dat hij daarboven is en dat hij er slecht aan toe is. Wanneer Marlow nogmaals met de verrekijker de hut in ogenschouw neemt, ziet hij dat op de palen geen houten bollen staan maar uitgedroogde mensenhoofden. Hoofden van rebellen. (24)

Dan ontmoet Marlow meneer Kurz, hij ligt op een veldbed, ziek, quasi stervende. Marlow: “Ik zag het onvoorstelbare raadsel van een ziel die geen enkele beteugeling kende, geen geloof, en geen angst, en die niettemin blind met zichzelf worstelde.” (25) Kurtz laatste gedachten gaan uit naar zijn 'aanstaande', zijn handelspost, zijn carrière, zijn ideeën. “Hij verlangde bij zijn terugkomst uit een of ander afschuwelijk Niemandsland, waar hij grootse dingen zou verrichten, op het treinstation opgewacht te worden door koningen. 'Je toont hun dat je iets in je hebt dat hen werkelijks iets oplevert, en dan kent hun erkentelijkheid voor je capaciteiten geen grenzen meer', placht hij te zeggen.” (26) Kurtz sterft, kortstondig aanschouwt hij de waarheid en zijn laatste woorden zijn: “Afgrijselijk! Zo afgrijselijk!”

Terug in de dodenstad ergert Marlow zich “aan de aanblik van de mensen die zich door de straten haastten om elkaar wat geld af te gaan troggelen, om hun afschuwelijk eten te verorberen, om hun ongezonde bier naar binnen te gieten, om hun onbeduidende en onnozele dromen te dromen.” (27) Marlow gaat bij de commissie het rapport indienen van meneer Kurz die daar door iedereen wordt geloofd maar hij herinnert zich alleen “een schaduw met een onvoorstelbare dorst naar schone schijn.” (28) Tenslotte ontmoet Marlow Kurtz' aanstaande, wiens familie haar toentertijd verhinderde met hem te huwen om financiële redenen, en als zij hem naar de laatste woorden van haar geliefde vraagt, ziet Marlow zich genoodzaakt haar in haar illusie te laten en hij antwoordt: “Het laatste woord dat hij uitbracht, was - uw naam.” (29)

Ten slotte

Nog niet zo heel lang geleden was het zo dat het oerwoud met zijn eigen wetten, de wetten van de natuur, de wetten van de jungle of kortom de wetteloosheid, zich uitstrekte over de hele aardbol. Alleen was er hier en daar een enclave, een nederzetting van mensen, een beschaving waarin wetten golden die tegen de wetten van de jungle in gingen omdat deze 'onmenselijk' werden geacht. Het wilde oerwoud van de wetteloosheid met daarin hier en daar een tamme of een door mensenwetten geregelde stad.

De mens lijkt op zijn minst 'niet zonder meer natuurlijk', om niet te zeggen 'onnatuurlijk', 'tegennatuurlijk' of 'bovennatuurlijk': hij voert wetten in waar er voorheen geen waren. Hij legt zichzelf beperkingen op. Op de keper beschouwd doen ook meer ontwikkelde dieren dat. Men betreedt het territorium van een ander niet omdat men kan anticiperen op een reactie die het eigen leven in het gedrang brengt. Wetten hebben te maken met anticipatievermogen en anticipatievermogen is denkkracht. Wetten zijn producten van groepswezens die beschikken over denkkracht. En denkkracht heeft te maken met de grote hersenen. Zoals de grote hersenen de kleine overwoekerd hebben, zo overwoekerden de beschavingen het oerwoud van weleer.

Vandaag wordt de hele aardbol overwoekerd met zogenaamd beschaafd volkeren en het oerwoud van weleer werd gereduceerd tot hier en daar nog een kleine enclave - een museum - middenin een volledig geciviliseerde wereld.

Edoch, wij weten hoe die strijd meestal verloopt in oorlogen en veroveringen: het sterkere land onderwerpt het zwakkere maar al te vaak blijkt de cultuur van het zwakkere sterker en wordt zij door het land dat is gaan heersen, overgenomen. Kennelijk is precies hetzelfde gebeurd in de genoemde evolutie: het oerwoud heeft zijn plaats afgestaan aan de beschaafde stad maar die beschaafde stad wordt nu op haar beurt overheerst door de cultuur van de jungle. Wij zijn met andere woorden beland in een beschaving van wetteloosheid.

De grote hersenen triomferen over de hersenstam waar het gemoed zich situeert en de instincten maar op de een of andere manier hebben de instincten op hun beurt de grote hersenen voor zich weten te winnen en stellen zij het denken in hun dienst. De beschaving heeft de aarde overwoekerd, zij heeft vrijwel alle plekken ingenomen die eertijds toebehoorden aan het oerwoud of de jungle maar in het hart van de beschaving heerst voortaan de wet van de jungle.

De oerinstincten uit de hersenstam van weleer regeren over de rationaliteit van de overwoekerende grote hersenen. En dat zij dat doen, blijkt uit het ontstaan van een bijzondere discrepantie, met name de kloof tussen redenen en drijfveren. Dat onze beschaving hypocriet is, betekent dat zij zich voordoet als menselijk terwijl zij dat allerminst is: haar rationaliteit heeft volstrekt irrationele gronden. En de nieuwe jungle waarin wij heden beland zijn, blijkt afgrijselijker dan het oerwoud van weleer.

Wellicht ligt daar de betekenis van de slotzin in het nawoord van Bas Heijne, de vertaler van Conrad's Heart of Darkness naar het Nederlands: “Als hij (Joseph Conrad) ons in Hart der Duisternis iets verteld heeft, is het dat ze diep in onszelf ligt.” (30)

(J.B., 16 januari 2023)

Verwijzingen:

(1) Joseph Conrad, Hart der Duisternis, L.J. Veen Klassiek, Atlas Contact Amsterdam/Antwerpen (dertiende druk) 2021 (1994), p. 153-154. (Oorspronkelijk: Heart of Darkness, Blackwood's Magazine, London/Edinburgh 1899 (in drie delen verschenen) en in 1902 gepubliceerd in boekvorm.

(2) O.c., p. 5.

(3) O.c., p. 9.

(4) O.c., p. 12.

(5) O.c., pp. 17-18.

(6) O.c., p. 18.

(7) O.c., p. 25.

(8) O.c., p. 29.

(9) O.c., pp. 31-32.

(10) O.c., pp. 33-34.

(11) O.c., p. 35.

(12) O.c., p. 36.

(13) O.c., p. 37.

(14) O.c., p. 38.

(15) O.c., p. 42.

(16) O.c., p. 44.

(17) O.c., p. 58.

(18) O.c., pp. 64-65.

(19) O.c., p. 71.

(20) O.c., p. 94.

(21) O.c., p. 96.

(22) O.c., p. 97.

(23) O.c., p. 101.

(24) O.c., p. 114.

(25) O.c., pp. 129-130.

(26) O.c., p. 133.

(27) O.c., p. 138.

(28) O.c., p. 142.

(28) O.c., p. 150.

(30) O.c., p. 157.



De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910 - Aflevering 22: Addendum 2: Zo brengt de nar de wereld in een stupor

De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910

Aflevering 22: Addendum 2: Zo brengt de nar de wereld in een stupor

Wanneer een haas op de vlucht geen uitweg meer ziet, probeert hij alsnog zijn belagers te verschalken met zijn laatste redmiddel: hij brengt zichzelf in een toestand van 'stupor': hij laat zich vallen, trekt zijn rug krom en beweegt niet meer, zodat het eruitziet alsof hij dood is, waarvandaan de uitdrukking: 'zich van krommenaas gebaren'. Wie zich van krommenaas gebaren, doen alsof zij even niet bestaan; zij weigeren halsstarrig te zien of te horen wat er van de kwestie is, zij houden zich voor dood, zij willen er niet bij zijn, zij pogen zich aan hun verantwoordelijkheid te onttrekken. En dat kan heel ver gaan. Bij de publicatie van Frédéric Martels schandaalboek over het Vaticaan, getiteld: Sodoma. Het geheim van het Vaticaan, (1) publiceerde Kerk en Leven, alias het parochieblad, een bespreking van het boek en bovendien kon het werk van Martel aldaar worden besteld, zodat het leek alsof de kerk helemaal niets te maken had met haar schandalen. (2) Overigens typeert het moordenaars dat zij hun misdaad nooit bekennen. Nazi's volharden in het kwaad en houden het been stijf, zij houden voet bij stuk dat ze niets anders deden dan hun plicht, waar vandaan het beruchte gezegde: “Befehl ist Befehl”. Tijl Uylenspiegel liet een hele hofhouding applaudisseren voor een leeg doek en ook de nieuwe kleren van de keizer illustreren de kramp waarin de hypocrieten zichzelf brengen om te ontsnappen aan schuldbekentenis, spijtbetuiging, excuus, schadeloosstelling en straf.

Met de gelijkluidende titel van het slothoofdstuk van zijn King Leopold's Ghost (3) merkt Adam Hochschild op dat “het grote vergeten” met betrekking tot het Belgische koloniale verleden de verdoezeling zijn genocidaal bewind door Stalin nog wordt overtroffen. De Belgische monarchie en het land België gebaren alsof er over haar vroegere kolonie die de Congo is, helemaal niets te vertellen valt dat haar in een kwaad daglicht kon plaatsen. Het Tervurense museum met zijn twintig zalen rept met geen woord over de massamoord op twaalf miljoen Congolezen in de periode van pakweg 1890 tot 1910.

De gruwelijke geschiedenis wordt verteld door Joseph Conrad die daar op reis ging, die alle calamiteiten minutieus optekende en ze in 1899 in romanvorm publiceerde met zijn Heart of Darkness (4) alsof het over een fictief land ging. In feite is hij de hoofdfiguur van zijn roman en worden zijn werkelijke ervaringen nauwgezet beschreven. Op de zesde pagina van het eerste deel steekt hij het Kanaal over en komt in een niet nader genoemde stad die hem doet denken aan een witgekalkt graf. Witgekalkte graven, zo worden de farizeeën genoemd door Christus, die daarmee hun hypocrisie aan het licht wil brengen. Hij bezoekt daar de kantoren van de 'compagnie' waar men niet naast kan kijken omdat ze gigantische bouwwerken zijn, een compagnie die handel drijft met een overzees gebied dat leeggeroofd zal worden:

“I flew around like mad to get ready, and before forty-eight hours I was crossing the Channel to show myself to my employers, and sign the contract. In a very few hours I arrived in a city that always makes me think of a whited sepulchre. Prejudice no doubt. I had no difficulty in finding the Company’s offices. It was the biggest thing in the town, and everybody I met was full of it. They were going to run an over-sea empire, and make no end of coin by trade.” (Joseph Conrad, Heart Of Darkness, deel I, pag 6).

Conrad is het Kanaal overgevaren, de stad die hem altijd doet denken aan een witgekalkt graf, is onmiskenbaar Brussel; de Compagnie waarvan sprake is de Congo-compagnie van Leopold II, waarvan de kantoren gehuisvest zijn in één van de gigantische bouwwerken van de megalomane koning; het niet nader genoemde overzeese rijk is uiteraard de Congo en de handel die gedreven wordt is, zoals E.D. Morel, toentertijd werkzaam als klerk in de Antwerpse haven, opmerkte, helemaal geen handel doch roof middels dwangarbeid, slavernij, gruwelijke martelingen en massamoord.

Die 'handel' heeft uiteindelijk aan twaalf miljoen zwarten het leven gekost, Conrad trof hun vergane lijken aan langs zijn pad overgroeid met mos ofwel werden zij gedumpt in massagraven. Met de opbrengsten van die handel bouwde de grootheidswaanzinnige vorst onder meer het groteske Jubelpark in de Europese hoofdstad, met monumentale beeldhouwwerken, die Emile Vandervelde in 1905 aan de kaak stelde in het Belgische parlement:

“Monumentale bogen die men op een dag de Bogen van de Afgehakte Handen zal noemen.” (5)



De geschiedenis gaat haar gang, wandaden worden in de doofpot gestopt maar 'al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel' en zij doet dat middels haar goede bondgenoot die de zotskap is of de artiest, de nar die onder goddelijke bescherming altijd onbestrafbaar blijven zal. Verwijzend naar het 'fictief land' van Joseph Conrad wordt bij de aanvang van de videoclip Fils de Joie van Stromae aangekondigd:

“Dans un pays imaginaire, l' état organise les funerailles d'une travailleuse de sexe défunte” (6)

Want op uitgerekend die plek in de 'grafstad' laat Stromae, in zijn nummer, een 'fils de joie' zijn moeder begraven die, net zoals de minnares van Leopold, sekswerkster was. De kunstenaar zelf is de zoon van een Belgische moeder en een afwezige zwarte vader die omkwam in de Rwandese genocide en naar wie verwezen wordt in het nummer Papaoutai ('Papa ou t' es?'). Rwanda is een voormalige Duitse kolonie die evenwel in 1916 door de Force Publique van Belgisch-Congo werd gecontroleerd en waar de vorst ook aandelen had voor de winning van rubber. In 1994 vond in het deels door België gecontroleerde land een genocide plaats in een (volgens het principe divide et impera) opgezette strijd tussen Hutu's en Tutsi's. (7)

Kennelijk werd ook deze nar, ja, zeg maar kunstenaar, geen strobreed in de weg gelegd om te onthullen wat niemand ooit wil zien en wat derhalve iedereen slaat met de blindheid eigen aan de hoger beschreven verkramping. De artiest kreeg alle faciliteiten van de Belgische overheden om zijn ding te doen en inderdaad niemand legde expliciet de link met het gruwelijke koloniale verleden van het land. De ontmenselijkte mens die zowat twaalf miljoen mensen met een gelijkaardig lot vertegenwoordigt, krijgt een eeuw na datum een staatsbegrafenis in het monumentale 'witgekalkte graf' - Christus' typering van de farizeeërs - dat overigens, cynisch genoeg, tegen heug en meug door henzelf werd bekostigd.

Het westen gebaart zich unaniem van krommenaas, geen samenzwering onder misdadigers mag immers worden verklapt, daar immers geldt de strenge omerta, de zwijgplicht die het ondenkbare mogelijk maakt. Maar de nar spreekt, hij zingt, hij buldert het uit. En alle krommenaas ten spijt staan de raketten uit het oosten reeds klaar voor de kers op deze wansmakelijke taart, door de bakkers zelf te verorberen, zoals ooit de buitenechtelijke Henry Morton Stanley aan zijn hond de eigen staart van het beest te verslinden gaf.

(J.B., 12 januari 2023)

Verwijzingen:

(1) Frédéric Martel, Sodoma. Het geheim van het Vaticaan, Balans 2019. (Oorspr.: Sodoma. Enquête au cœur du Vatican, Editions Robert Laffont, Paris 2019.)

(2) https://www.kerknet.be/kerknet-shop/product/sodoma

(3) Adam Hochschild, De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo, Meulenhoff/Kritak 1998 (in een Nederlandse vertaling door Jan Willem Bos). (Oorspronkelijk: King Leopold's Ghost. A Story of Greed, Terror and Heroism in Colonial Africa, Adam Hochschild 1998).

(4) Joseph Conrad, Heart of Darkness, Blackwood's Magazine, London/Edinburgh 1899 (in drie delen verschenen) en in 1902 gepubliceerd in boekvorm. Voor de oorspronkelijke tekst, zie: https://www.gutenberg.org/cache/epub/219/pg219-images.html#link2H_4_0001 ofwel: https://en.wikisource.org/wiki/Youth:_a_Narrative,_and_Two_Other_Stories/Heart_of_Darkness

(5) Adam Hochschild, o.c., p. 169.

(6) https://www.youtube.com/watch?v=M7Z2tgJo8Hg

(7) Zie: Abram de Swaan, Compartimenten van vernietiging, in: Jan Bauwens, Verborgen massamoord, deel 3: 330786.pdf (bloggen.be) . In twee woorden: De massavernietiging van Tutsi's (T) (aristocraten) en verdachte Hutu's (H) (boeren) door de Hutu-Power-beweging in Rwanda in het voorjaar van 1994 (voorafgegaan door wederzijdse slachtingen in 1959 [door H op T] en in 1962 [door T op H]) gebeurde met machetes maar bleek zorgvuldig voorbereid. De VN onttrok zich aan haar beschermingsplicht. H en T werden door de kolonisten bestempeld als verschillende rassen – een puur verzinsel.(…) Dit leidde uiteindelijk tot de genocide van 1994 met als startsein de dood van de Rwandese president Habyarimana na de aanslag op het vliegtuig waarop ook de Burundese president zat. De T van het Rwandees Patriottisch Front (RPF) werden geholpen door de Fransen die vruchteloos probeerden het moorden te voorkomen. De T vielen Oost-Congo binnen en Mobutu werd er vervangen door Kabila, waarna burgertwisten 20 jaar lang miljoenen slachtoffers maakten terwijl de wereld toekeek. Zie ook: Abram de Swaan, o.c., 93v.

De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910 - Aflevering 21: Addendum: Over het goochelen met contexten. (In het kader van het tijdperk van de leugen).

De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910

Aflevering 21: Addendum: Over het goochelen met contexten. (In het kader van het tijdperk van de leugen).

Zie : https://www.fantrippers.com/fr/fanspots/parc-du-cinquantenaire/



De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910 - Aflevering 20 (slot): Het verleden wordt uitgewist, de gruwel gaat door

De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910

Aflevering 20 (slot): Het verleden wordt uitgewist, de gruwel gaat door

“Het grote vergeten”, aldus luidt de titel van het slothoofdstuk uit Adam Hochschilds boek over de Congo van Leopold II. Het Moskouse Museum van de Revolutie toont honderden foto's en schilderijen van revolutionairen maar niet één prent van de 20 miljoen Sovjetburgers die stierven in executiekelders, kunstmatige hongersnoden en de goelag. Inzake het uitwissen van het verleden wordt Stalin alleen nog overtroffen door Leopold II van België: “(...) in geen van de twintig grote toonzalen van het (Tervurense) museum (voor Afrikaanse kunst) is er de minste of geringste aanwijzing dat miljoenen Congolezen op onnatuurlijke wijze aan hun einde zijn gekomen. Er zijn nergens in Brussel aanwijzingen hiervoor” (1), aldus Adam Hochschild. En men zou hier andermaal kunnen aan toevoegen dat de Congocommissie het een eeuw na de aanvang van de gruwel in alle ernst heeft over haar hoop op een 'eervol slotakkoord'. (2)

“Een deel van de skyline van de stad wordt gedomineerd door de meest grandioze met Congowinsten gefinancierde extravagantie van allemaal, de reusachtige Jubelboog, overladen met heroïsche beeldhouwwerken; hij ziet eruit als een opgeblazen combinatie van de Arc de Triomphe en de Branderburger Poort, met gebogen vleugels eraan toegevoegd. De compacte stenen en betonnen massa van de boog doet denken aan Conrads beschrijving van de niet nader genoemde Europese hoofdstad in Heart of Darkness als 'de grafstad'. Maar van de miljoenen Afrikanen wier inspanningen voor dit alles hebben betaald en die als gevolg daarvan in een graf van ongemarkeerde aarde zijn terechtgekomen, ontbreekt ieder spoor.” (3) Maar “Leopolds Congo is slechts één van die stiltes in de geschiedenis.” (4)

In Brussel “brandden de ovens acht dagen na elkaar, zodat het grootste deel van de overheidsstukken van de Congo tot as en rook in de lucht boven Brussel werd veranderd.” (5) Leopold zei: “'Ze hebben niet het recht om te weten wat ik daar heb gedaan'?” (6) De koning beval om ook de stukken in de Congo ter plekke te vernietigen. Dat gebeurde naar het zeggen van Kolonel Strauch “omwille van overwegingen van een hogere orde.” (7)

“Hetzelfde soort opzettelijke vergeten vond plaats in de gedachten van de mannen die gestalte gaven aan het regime. Het vergeten van je eigen deelname aan massamoord is niet iets passiefs; het is een actieve daad.” (8) De daad van vergeten “is niet het moment waarop hij wordt uitgewist maar waarop de zaken op hun kop worden gezet, het merkwaardige omdraaien, waarbij degene die slachtoffers heeft gemaakt zichzelf geestelijk verandert in slachtoffer.” (9)

“In heel Afrika schreven de kolonialen de schoolboeken; gecombineerd met de wijd verspreide praktijk van het verbieden van boeken en van de perscensuur zorgde dit voor vergetelheid van het geschreven woord.” (10)

Tientallen jaren na Leopolds dood dachten de zwarten dat de koning gereïncarneerd was in Jean de Hemptinne, de Belgische aartsbisschop van Elisabethville: hij was “een schimmige figuur achter de schermen, die de politie bevel gaf het vuur te openen op stakende mijnwerkers (…) of een rechter opdroeg streng te zijn (voor een aangeklaagde gevangene).” (11)

“De belangrijkste erfenis uit het koloniale tijdperk die Europa Afrika naliet, was niet democratie (…) het was autoritair bewind en roof.” (12)

In 1959 kwamen in de Congo massabetogingen die bloedig onderdrukt werden door de Force Publique. “Koning Boudewijn van België kwam naar Leopoldville om de Congo, officieel en paternalistisch, zijn vrijheid te verlenen. Hij zei: 'Het is nu aan u, heren, te laten zien dat u ons vertrouwen waardig bent.'” (13) Er volgde een boze reactie door Lumumba die een maand eerder democratisch tot premier verkozen was. Lumumba wilde niet alleen politieke maar ook economische onafhankelijkheid maar Belgische, Britse en Amerikaanse bedrijven met grote investeringen in de Congolese industrieën (koper, kobalt,diamanten, goud, tin, mangaan, zink...) vreesden voor hun gigantische winsten en zij negeerden Lumumba, die dan maar aansluiting zocht bij de Sovjet-Unie.

“Minder dan twee maanden nadat hij was aangesteld als de eerste democratisch verkozen premier van de Congo gaf het subcomité voor geheime operaties van de Nationale Veiligheidsraad van de Verenigde Staten (…) toestemming voor een moordaanslag op Lumumba.” (14) De baas van de CIA zei later dat de president het liever anders had aangepakt. “Alternatieven (…) werden overwogen, waaronder vergif (waarvan een voorraadje naar het hoofd van de CIA-post in Leopoldville werd gestuurd), een lange afstandsgeweer en huurmoordenaars.” (15) Ze lieten de klus uiteindelijk klaren door Lumumba's politieke vijanden onder leiding van de toen jonge Mobutu, stafchef van het leger en oud gediende bij de Force Publique die de westerse belangen in de Congo zou behartigen.

In januari 1961 werd Lumumba gearresteerd, mishandeld en in het geheim doodgeschoten in Elisabethville. “Uiteindelijk zou een CIA-agent door de stad rondrijden met het lichaam van Lumumba in zijn kofferbak, op zoek naar een plaats waar hij zich ervan kon ontdoen. (…) Net als miljoenen Congolezen voor hem eindigde hij gedumpt in een anoniem graf.” (16)

Het westen zette haar dictatuur voort in de persoon van Mobutu die in 1963 van president Kennedy een privévliegtuig cadeau kreeg bemand door leden van de Amerikaanse luchtmacht. “Aangemoedigd door de Verenigde Staten voerde Mobutu in 1965 een staatsgreep uit waardoor hij de dictator van het land werd.” (17) Tot 1997. Van de V.S. alsook van Europese mogendheden ontving hij ruim een miljard dollar. In de media werd hij de gids en de messias genoemd. De presidenten Reagan en G. Bush ontvingen hem met eer. Zijn persoonlijk vermogen werd geschat op vier miljard dollar. Hij kreeg aandelen in elk westers bedrijf in de Congo en beschouwde het bezit van het land als het zijne.

Adam Hochschild benadrukt twee wapenfeiten van de beweging ter hervorming van de Congo onder Morel, Casement en hun medestanders: de noodzaak om de waarheid vast te leggen en het vermogen tot verontwaardiging. Het hele verhaal gaat om mensenrechten als rechten waarop alle mensen van bij hun geboorte aanspraak kunnen maken. De slotzin van het boek luidt: “Ten tijde van de Congocontroverse honderd jaar geleden vormde het idee van volledige - politieke, sociale en economische - mensenrechten een ernstige bedreiging voor de gevestigde orde van de meeste landen op aarde. En dat is vandaag de dag nog steeds zo.” (18)

(J.B., 10 januari 2023)

Verwijzingen:

(1) Adam Hochschild, De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo, Meulenhoff/Kritak 1998 (in een Nederlandse vertaling door Jan Willem Bos). (Oorspronkelijk: King Leopold's Ghost. A Story of Greed, Terror and Heroism in Colonial Africa, Adam Hochschild 1998), p. 294.

(2) https://www.standaard.be/cnt/dmf20221122_97460252

(3) O.c., pp. 294-295.

(4) Ib., p. 295.

(5) Ib., p. 295.

(6) Ib., p. 295.

(7) Ib., p. 295.

(8) Ib., pp. 295-296.

(9) Ib., p. 296.

(10) Ib., p. 300.

(11) Ib., p. 301.

(12) Ib., p. 302.

(13) Ib. p. 302.

(14) Ib., p. 303.

(15) Ib., p. 303.

(16) Ib., p. 303.

(17) Ib., pp. 303-304.

(18) Ib., p. 307.

De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910 - Aflevering 19: Martelaarschap, het lot der helden

De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910

Aflevering 19: Martelaarschap, het lot der helden

Leopold was dood maar zijn geest bleef bestaan, vooreerst waar hij dicteerde wat er met de rest van zijn fortuin, dat werd geschat op veertig miljard Belgische frank, moest gebeuren: het zou via de regering vooral geïnvesteerd worden in bouwwerken; zijn dochters ontvingen niets.

De beweging voor de hervorming van de Congo wierp uiteindelijk maar weinig vruchten af. Het afhakken van handen leek te stoppen maar dat kwam enerzijds omdat nu met gecultiveerde rubber werd gewerkt en anderzijds omdat de dwangarbeid bleef, en zij nu enkel op een andere methode berustte: belastingheffing “dwong mensen te gaan werken op de plantages of te helpen bij het oogsten van katoen, palmolie en andere producten - en bleek eveneens een doelmatige manier om het verzamelen van de nodige wilde rubber voort te zetten.” (1) En tijdens de eerste wereldoorlog werd dwangarbeid met geweld ingevoerd door de Force Publique in Duits Oost-Afrika (nu: Tanzania). “Enorme aantallen Congolezen werden ingelijfd als soldaten en dragers (die) werden gedwongen zich dood te werken of stierven aan ziekte. Er heersten hongersnoden. (…) De jaren na de oorlog zagen een groei van de koper-, goud- en tinwinning. Als altijd vloeiden de winsten het gebied uit.” (2) Uit archieven blijkt dat in de eerste helft van 1920 aan de bovenloop van de Uele 26.579 zweepslagen werden uitgedeeld, dat is 9 per Afrikaan per dag. Het ronselen van mijnslaven gebeurde zoals ten tijde van Leopold: “Het opperhoofd (…) stuurde hen aan elkaar gebonden bij de nek naar de bestuurspost. Daarvandaan werden ze in ketenen naar het hoofdkantoor van het district gestuurd. (…) Opperhoofden kregen tien frank betaald voor iedere rekruut. Als een arbeider op de vlucht sloeg, kon een lid van zijn gezin gevangen genomen worden (...).” (3) In de kopermijnen en smelterijen in Kartanga kwamen duizenden slaven om het leven. Het aantal doden bij de heraanleg met dwangarbeid van de spoorwegen tussen 1921 en 1931 overtrof dat van de jaren 1890 en dat liep nog op in W.O.II. “Meer dan tachtig procent van het uranium in de bommen die werden uitgeworpen boven Hiroshima en Nagasaki kwam uit de zwaar bewaakte Congolese mijn in Shinkolobwe.” (4) Er was ook meer rubber nodig voor de militaire voertuigen.

Met tien miljoenen doden lijkt de Congo de meest moorddadige plek in de Europese strijd om Afrika maar dit is “helaas niet erger dan wat zich in de buurlanden heeft afgespeeld.” (5) Quasi eenzelfde onmenselijke plundering met een bevolkingsverlies van telkens meer dan 50 percent speelde zich af in de kolonies van Frankrijk (ten noodwesten van de Congo), Portugal (Angola) en Duitsland (Kameroen), tot grote tevredenheid van de effectenmakelaars. Grafieken tonen hoe “in Salanga tussen 1904 en 1907 de maandelijkse stijging en daling van de rubberproductie bijna volkomen evenredig was aan de stijging en daling van het aantal kogels dat werd gebruikt door 'wachters' van het bedrijf - bijna vierhonderd in een drukke maand.” (6) Ook de Franse kolonialen bleken niet vies van gruweldaden en zij wisten even ijverig de sporen ervan uit. In het Duitse Zuidwest-Afrika (nu: Namibië) was sprake van regelrechte volkerenmoord door Lothar von Trotha op de Herero's die rebelleerden in 1904. “Van de (…) 80.000 Herero's (…) waren er in 1906 minder dan 20.000 (…) overgebleven. De overigen waren de woestijn ingejaagd om van dorst om te komen (de Duitsers hadden de waterpoelen vergiftigd), doodgeschoten of - om kogels te besparen - met bajonetten of geweerkolven afgemaakt.” (7) Daarover alleen internationale stilte. Leopold II bleek overigens een belangrijke aandeelhouder te zijn van de Franse Congo alsook van het Duitse Kameroen. Tegelijkertijd decimeerden de V.S. de Amerikaanse Indianen en voerden zij een bloedige contraguerrilla in de Filipijnen waarbij gemarteld werd en dorpen werden platgebrand (met 20.000 doden) en evenmin kregen de Engelsen kritiek voor het uitmoorden van de Aboriginals in Australië. (8) “Conrad zei het 't best: 'Alle Europeanen hebben bijgedragen aan het maken van Kurtz.'” (9)

In 1913 nam mensenrechtenactivist Roger Casement ontslag als Brits consul, hij streed voortaan voor de vrijheid van zijn Ierland. Tijdens W.O.I leunde hij voor bewapening aan bij de Duitsers die Ierland's onafhankelijkheid voorstonden maar hij werd opgepakt, beschuldigd van hoogverraad en opgesloten. In zijn beroemde redevoering verklaarde hij: “'Zelfbestuur is ons recht. Iets wat bij onze geboorte in ons is geboren; iets wat evenmin aan ons kan worden toebedeeld of van ons afgenomen door andere mensen als het recht op leven zelf - als het recht de zon te voelen of de bloemen te ruiken, of van onze medemens te houden. (…) Wanneer mannen met ingehouden adem moeten smeken om het recht in hun eigen land te leven, hun eigen gedachten te denken, hun eigen liederen te zingen, de vruchten van hun eigen inspanningen te plukken (…) dan is het stellig een dapperder, verstandiger en waarachtiger iets om rebel te zijn. (...)” (10) Casement kreeg eenzame opsluiting in de Pentonvillegevangenis in Londen. Men vond zijn dagboeken met aantekeningen over zijn (toen verboden) homoseksualiteit en men maakte die openbaar zodat de kritiek achterwege bleef tot hij op 3 augustus 1916 werd opgeknoopt.

Intussen voerde Morel een soort pacifistische verzetsstrijd tegen de waanzin van de oorlog (die achteneenhalf miljoen doden maakte) en hij werd afgeluisterd en belaagd. In 1917 werd hij gearresteerd “voor het overtreden van een obscure wet die het sturen van antioorlogsliteratuur naar neutrale landen verbood” (11) en veroordeeld tot zes maanden dwangarbeid. (12) Geheel ondervoed stortte hij na zijn vrijlating in, hij kreeg hartaanvallen, ging alsnog in de politiek maar stierf op 12 november 1924, eenenvijftig jaar oud. (13)

(Wordt vervolgd)

(J.B., 10 januari 2023)

Verwijzingen:

(1) Adam Hochschild, De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo, Meulenhoff/Kritak 1998 (in een Nederlandse vertaling door Jan Willem Bos). (Oorspronkelijk: King Leopold's Ghost. A Story of Greed, Terror and Heroism in Colonial Africa, Adam Hochschild 1998), p. 279.

(2) O.c., p. 279.

(3) Ib., p. 280.

(4) Ib., p. 280.

(5) Ib., p. 281.

(6) Ib., p. 281.

(7) Ib., p. 283.

(8) Ib., pp. 283-284.

(9) Ib., p. 284.

(10) Ib., p. 287.

(11) Ib., p. 290.

(12) Ib., p. 290.

(13) Ib., pp. 291-292.

De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910 - Aflevering 18: De Commissie van Onderzoek en de dood van de koning

De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910

Aflevering 18: De Commissie van Onderzoek en de dood van de koning

Omdat het werken met een commissie reeds bevredigend was gebleken voor Leopold, vormde hij een nieuwe commissie, de Commissie van Onderzoek, ter plekke in de Congo. Edoch, bedoeld als een schijnvertoning om zijn naam te zuiveren, draaide alles uit op een echt onderzoek waarin de aantijgingen zoals geformuleerd door Casement en Morel punt na punt werden herhaald. Om ook dit te camoufleren, “(...) kregen alle belangrijke kranten in Engeland een document met een begeleidende brief waarin werd uitgelegd dat dit een 'volledige en authentieke samenvatting van het rapport' betrof. Deze (…) werd geleverd door de West-Afrikaanse Missievereniging, wat zonder meer betrouwbaar klonk. (…) in het Engels.” (1) Weken na publicatie van de samenvatting in Engeland en in de V.S. “werd duidelijk dat de zogenaamde samenvatting weinig had uit te staan met het rapport. Telkens werden belangrijke punten in het rapport eruit gelicht en 'samengevat' tot er niets meer overbleef.” (2) En de West-Afrikaanse Missievereniging... bleek een “uit één vertrek bestaand kantoor (…) met een pas geverfd bord op de deur. De enige persoon daarin was een portier.” (3)

De Commissie van onderzoek, die maakte dat een gouverneur-generaal zich met een scheermes de keel doorsneed en die een rechter in tranen deed uitbarsten, (4) stond bol van getuigenissen van de ergst denkbare gruweldaden “bij honderden (…) de stemmen van de Congolezen zelf”. (5) “Niemand las ze echter. Ondanks de kritische conclusies van het rapport, werden de verklaringen van de Afrikaanse getuigen nooit rechtstreeks geciteerd. Het rapport van de Commissie verwoordde algemeenheden. De verhalen werden niet afzonderlijk gepubliceerd en evenmin mochten ze door derden worden ingezien. Ze kwamen terecht in de gesloten afdeling van het staatsarchief in Brussel. Pas in de jaren tachtig van deze eeuw (i.e. de twintigste eeuw) mochten mensen ze uiteindelijk vrij lezen en kopiëren.” (6) Leopold zou de Congo nog tijdens zijn leven als kolonie aan België overlaten, of beter: verkopen, en voor veel geld. Geld dat uit de Congo zelf zou worden gehaald.

Intussen echter stelden de zwarte Amerikaanse missionaris William Sheppard en de blanke dominee William Morrison de wreedheden in de Congo verder aan de kaak en er kwam rebellie maar de aanklagers werden in Leopoldville berecht voor smaad. Morel zorgde ervoor dat zij met brio verdedigd werden door de Belgische socialist Emile Vandervelde. Maar een spitsvondige rechterlijke uitspraak maakte “dat Sheppard onschuldig werd bevonden, zonder dat de Compagnie du Kasai (de geweldplegers in kwestie) schuldig werd bevonden.” (7)

“In december 1909, minder dan twee maanden na de rechtszaak tegen Sheppard, werd de vierenzeventigjarige koning ernstig ziek.” (8) Leopold huwde nog met zijn minnares en kort na een darmoperatie stierf hij, nadat hij zijn fortuin aan zijn Caroline had nagelaten en binnen het jaar hertrouwde zij met haar pooier van weleer. (9)

Roger Casement vergeleek de onderdrukking van zijn Ierland door de Engelsen met deze in de Congo. Hij werd naar het Putumayogebied in Peru gestuurd waar hij een gelijkaardig onderzoek voerde naar de wreedheden tegen de Indianen door functionarissen van de Peruviaanse Amazone Rubbercompagnie. (10) Hij vernam dat hij geridderd zou worden “(...)maar toen de dag van de feitelijke ceremonie - die van hem zou hebben verlangd dat hij knielde voor de Britse koning - aanbrak, gaf hij voor ziek te zijn.” (11)

Intussen ijverde Morel verder voor de zaak van de mensenrechten. “In 1909, tientallen jaren zijn tijd vooruit en in scherpe tegenstelling tot de zelfgenoegzame stemming om hem heen, schreef hij een scherpzinnige waarschuwing voor de 'verstrekkende gevolgen voor de algemene lotsbestemming, niet alleen van Zuid-Afrika maar van heel zwart Afrika' die zouden voortkomen uit het feit dat Groot-Brittannië de nieuwe, onafhankelijke Unie van Zuid-Afrika had opgezet met een uitsluitend uit blanken bestaande volksvertegenwoordiging.” (12)

(Wordt vervolgd)

(J.B., 9 januari 2023)

Verwijzingen:

(1) Adam Hochschild, De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo, Meulenhoff/Kritak 1998 (in een Nederlandse vertaling door Jan Willem Bos). (Oorspronkelijk: King Leopold's Ghost. A Story of Greed, Terror and Heroism in Colonial Africa, Adam Hochschild 1998), p. 252.

(2) O.c., p. 252.

(3) Ib., p. 253.

(4) Ib., p. 251.

(5) Ib., pp. 254v.

(6) Ib., p. 256.

(7) Ib., p. 266.

(8) Ib., p. 266.

(9) Ib., pp. 266-267.

(10) Ib., pp. 268-270.

(11) Ib., p. 271.

(12) Ib., p. 274.

De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910 - Aflevering 17: De koning-omkoper

De plundering van de Congo en de genocide van 1890 tot 1910

Aflevering 17: De koning-omkoper

De titel van het zestiende hoofdstuk in Hochschilds Congoboek, 'Journalisten geven u geen kwitanties', verwijst uiteraard naar het ontbreken van betalingsbewijzen voor ontvangen steekpenningen.

“(...) Stanley was ongelukkig over de gruwelkamer die de Congo was geworden” maar hij bleef Leopold verdedigen. Zijn gezondheid ging achteruit, waarschijnlijk verergerd door de drommen al te enthousiaste doktoren die hun beroemde patiënt maar al te graag de allernieuwste behandelingen lieten ondergaan: strychnine-injecties, ammonia, ether en elektrische schokken.” (1) Hij stierf in 1904 en werd drieënzestig. Leopold werd nu langs alle kanten aangevallen en hij beschouwde Morel, Casement en hun aanhangers als leden van een internationale samenzwering tegen hem. Daarop lanceerde hij “een geheime missie naar Brits Afrika om onderzoek te doen naar misstanden die overeenkwamen met degene die Casement in de Congo had ontdekt.” (2) Hij kocht kranten- en tijdschriftenredacteuren om: zij schreven stukken zoals “'De opium in Brits-India' (…), geselingen in Zuid-Afrika, mensenoffers in Nigeria (…).” (3) Hij chanteerde sir Alfred Jones om de Britse kritiek te temperen: deze stuurde twee reizigers voor 3000 £ naar de Congo die er dan positief over schreven: in 1906 schreef burggraaf William Mountmorres in zijn Congoboek over een goede en humane regering aldaar: “'Het is een bijzondere ervaring getuige te zijn van de oprechte ijver waarmee de ambtenaren (…) zich aan hun werk wijden. ” (4) De reisauteur Mary French Sheldon kreeg alleen het aantrekkelijke van het land te zien en zij schreef: “'Ik ben getuige geweest van meer wreedheden in de straten van London dan ik ooit in de Congo heb gezien'” (5) “De koning zette haar vervolgens bij hem op de loonlijst voor 1500 frank per maand (…) om te lobbyen onder parlementsleden.” (6) Hij maakte ook gebruik van “tussenpersonen om zijn sporen uit te wissen.” (7) “Leopolds public relations-campagne werd uitgevoerd door een uitgebreide staf.” (8) “Binnen een jaar of twee rolden er nieuwe pro-Leopoldboeken van de persen. Het persbureau (van Leopold (9)) subsidieerde in het geheim verscheidene Belgische kranten en een in Edingburgh verschijnend tijdschrift genaamd New Afrika - The Truth on the Congo Free State.” (10) Het persbureau werkte ondergronds met smeergeld. “De agenten ervan overhandigden in het geheim contanten aan redacteuren en verslaggevers in alle delen van Europa; rond 1907 ontvingen de correspondenten in Brussel van zowel de Times of London als de Duitse Kölnischer Zeitung steekpenningen. Twee redacteuren (…) ontvingen de tegenwaarde van wat nu (i.e.: in 1998) 140.000 gulden zou zijn” (11) “De krant Corriere della Sera weigerde een groot omkoopbedrag en stelde in plaats daarvan een onderzoek in.” (12) Een aanvankelijk kritische Duitse krant schetste een enthousiast portret van een welvarende Congo: “In 1907 werd de hoofdredacteur gedecoreerd door de koning”. (13) Maar: “Lezers merkten soortgelijke mysterieuze koerswijzigingen op in andere Duitse kranten.” (14)

Morel wees nu ook de V.S. op hun verantwoordelijkheid daar ze de Congo als eerste hadden erkend. (15) en op uitnodiging van president Roosevelt sprak hij op een mensenrechtenconferentie in Boston wat leidde tot de oprichting van de Amerikaanse Vereniging voor de Hervorming van de Congo waarvan Mark Twain een van de voortrekkers was en die schreef aan Morel: “(...) dat de zaak van de Congohervorming in de Verenigde Staten een 'gigantische onderneming was (…) (die) een organisatie als U.S. Steel vereist.” (16) Zijn pamflet uit 1905, King Leopold's Soliloquy, is een denkbeeldige monoloog door Leopold waarin hij geërgerd zegt: “In deze twintig jaar heb ik miljoenen uitgegeven om de pers van de twee halfronden stil te houden en toch blijven er dingen uitlekken.” (17) Zijn “'kodak'”, zo klaagt hij, is “de enige getuige (…) die ik niet kon omkopen.” (18)

Leopolds propagandamachine reageert met An Answer to Mark Twain. (19) Leopold engageerde sprekers tegen Morel en richtte zich tot onder meer “(...) senator Nelson W. Aldrich van Rhode Island, (…) een multimiljonair, kaartpartner van J. Pierpont Morgan, de schoonvader van John D. Rockefeller jr. (…) een grootmeester in machtsspelletjes.” (20) Aan allen beloofde hij een aandeel in de buit. (21) Zijn strategie blijkt uit een adviesbrief van en van zijn Amerikaanse agenten: “'Stel een strook land dwars door de Congo (…) open ten gunste van Amerikaans kapitaal. Grijp de huidige concessionairs zo nodig bij de keel en dwing hen hun privileges met de Amerikanen te delen. Op deze manier zult u een Amerikaans belang tot stand brengen in de Congo dat het gekef van de Engelse opruiers en de Belgische socialisten vergeefs zal maken.'” (22) Leopold deed een schenking van meer dan drieduizend kunstwerken aan het Amerikaans Museum voor Natuurlijke Historie waarvan J.P. Morgan bestuurslid was, wat de gewenste uitwerking had. (23) Leopold speelde ook de slachtofferrol van de (door protestanten) vervolgde katholiek en het Vaticaan steunde hem via kardinaal Gibbons die luidruchtig voor Leopold pleitte en dan van hem het Grootkruis van de Orde van de Kroon ontving. (24) Via zijn lobbyisten gelukte het de koning een nieuw Engelstalig tijdschrift over de Congo te stichten en Frederick Starr van de universiteit van Chicago, overtuigd van de minderwaardigheid van primitieve volkeren, schreef vijftien lovende artikelen over Congo in de Chicago Daily Tribune (ook verschenen als boek, getiteld Waarheid over de Congo Vrijstaat) in ruil voor talloze medailles en een door Leopold betaalde rondreis van een jaar in de Congo. (25) Ook Henry W. Wack, jurist bij een bedrijf in gepatenteerde geneesmiddelen, schreef een vleiend Congo-boek dat in alle bibliotheken te vinden was. “De instructies vanuit Brussel luidden dat Wack 'moest doen alsof hij niet in dienst van de Staat was, maar louter een onafhankelijke publicist'.” (26)

(Wordt vervolgd)

(J.B., 4 januari 2023)

Verwijzingen:

(1) Adam Hochschild, De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo, Meulenhoff/Kritak 1998 (in een Nederlandse vertaling door Jan Willem Bos). (Oorspronkelijk: King Leopold's Ghost. A Story of Greed, Terror and Heroism in Colonial Africa, Adam Hochschild 1998), p. 236.

(2) O.c., pp. 237-238.

(3) Ib., p. 238.

(4) Ib., p. 238.

(5) Ib., pp. 238-239.

(6) Ib., p. 239. Het bedrag komt overeen met 300.000 Belgische frank in 1998.

(7) Ib., p. 239.

(8) Ib., p. 239.

(9) Ib., p. 239.

(10) Ib., p. 240.

(11) Ib., p. 240.

(12) Ib., p. 240.

(13) Ib., p. 241.

(14) Ib., p. 241.

(15) Ib., p. 242.

(16) Ib., p. 242. U.S. Steel of de United States Steel Corporation werd opgericht in 1901 door John Pierpont Morgan.

(17) Ib., p. 243.

(18) Ib., p. 243.

(19) Ib., p. 243.

(20) Ib., p. 244.

(21) Ib., p. 244.

(22) Ib., p. 244.

(23) Ib., pp. 244-245.

(24) Ib., p. 245.

(25) Ib., p. 245.

(26) Ib., p. 245.

'Einstein on the Beach' en het martelaarschap

'Einstein on the Beach' en het martelaarschap

De auteur van het interessante artikel over geneeskunde en Griekse mythologie (beginnende met de zin: “Theologische beschouwingen leiden tot de opvatting dat de ziekte (en andere rampen die de mens overkomen) een straf is van de goden" (1)) laat iemand ergens in een van zijn andere teksten beweren dat gehuwden, indien zij op hun huwelijk zouden kunnen zien welke moeilijkheden hen ingevolge de trouwpartij te wachten staan, op staande voet weer naar huis zouden lopen. Edoch, hoe vanzelfsprekend de beide standpunten ook klinken: velen denken daar heel anders over.

Of kan men zich dan niet voorstellen dat op een trouw de twee verloofden, wanneer ze elkaar voor het jawoord in de ogen kijken, in een flits hun toekomst zien passeren met al het lief maar ook met al het soms onnoemelijke leed? Men hoeft helemaal niet te beschikken over de fantasie van een romanschrijver om zich dat te kunnen voorstellen. Maar kan men zich ook voorstellen dat gedurende die flits het koppel zou ontkoppeld worden van de roes en van de romantiek van dat zo zalige moment van trouwen en dat elk van beiden heel bewust, rationeel en nuchter zou kunnen beslissen over het al dan niet voortzetten van de op til zijnde ceremonie?

De vraag die zij dan elk voor zich te stellen hadden, luidt uiteraard: zie ik de ander graag genoeg om naast het zoete geluk ook al dat te verwachten leed erbij te nemen waarvan, krachtens die bliksemschicht van helderziendheid, de komst voortaan een feit is dat ons verhindert om te hopen dat het alsnog anders zal uitdraaien? Ja, stel nu eens dat zij op voorhand konden kiezen.

On the Beach (in het Nederlands vertaald als De laatste oever) is een roman uit 1957 van de naar Australië uitgeweken Brit Nevil Shute, behorende tot de post-apocalyptische fictie en handelend over de mensheid die, ten prooi aan radioactieve straling, haar nakende einde tegemoet ziet na een vernietigende kernoorlog. De roman is wellicht geïnspireerd op het gedicht The Hollow Men van T.S. Elliot: In this last of meeting places/ We grope together/ And avoid speech/ Gathered on this beach of the tumid river… / This is the way the world ends/ This is the way the world ends/ This is the way the world ends / Not with a bang but a whimper. In Shute's verhaal stelt de regering zelfmoordpillen ter beschikking waarmee de laatste overlevenden zich euthanaseren om niet te hoeven lijden.

De opera Einstein on the Beach van Philip Glass (met teksten van Christopher Knowles, Samuel M. Johnson en Lucinda Childs) lijkt naar deze roman te verwijzen maar vertelt dan toch weer een ander verhaal. Het zandstrand van de verliefden lijkt te verwijzen naar de woestijn waar de eerste kernproef plaatshad (met op de achtergrond Max Wildiers' bezinning Afscheid van Los Alamos) en zo zijn daar naast het romantische koppel ook aanwezig: het metafysische koppel van de liefde en de dood, maar nu elk in hun oneindigheidsdimensie want elkaar onophoudelijk versterkend.

De opera van Philip Glass begint als volgt: "Two lovers sat on a park bench with their bodies touching each other, holding hands in the moonlight. There was silence between them. So profound was their love for each other, they needed no words to express it."

Een van beiden verbreekt de stilte: ""Do you love me, John?" she asked. En hij antwoordt: "You know I love you, darling, I love you more than tongue can tell. You are the light of my life, my sun, moon and stars. You are my everything. Without you I have no reason for being.""

Opnieuw valt een stilte en zij stelt de volgende vraag: "How much do you love me, John?" En het antwoord luidt: "How much do I love you? Count the stars in the sky. Measure the waters of the oceans with a teaspoon. Number the grains of sand on the seashore. Impossible, you say. Yes and it is just as impossible for me to say how much I love you. My love for you is higher than the heavens, deeper than Hades, and broader than the Earth. It has no limits, no bounds. Everything must have an ending except my love for you."

Edoch, zowel het eerste als het tweede antwoord is er een van woorden: "Words, words, words." In het Bijbelse boek Job wordt om een antwoord van een heel ander kaliber gevraagd: de duivel eist daar dat de naar zijn smaak al te dure woorden worden gewogen middels daden en derhalve staat de Schepper toe dat de duivel de condities wegneemt die volgens zijn kwade trouw maken dat Job al te dure woorden spreekt. En Job wordt gemarteld.

"Zou je met mij in het huwelijk getreden zijn indien je had geweten dat ik je ongewild ging laten lijden?" En dezelfde vraag stelt zich met betrekking tot het krijgen van kinderen, over wie men immers kan veronderstellen dat zij aan hun ouders ooit de vraag stellen: "Zou je mij gehouden hebben mocht je geweten hebben dat ik je ongewild ging laten lijden?" In een hedendaagse versie is dat uiteraard ook een door velen nog onontgonnen vraagstuk van de abortusproblematiek.

Geliefden zweren in hun romantiek dat ze elkander meer beminnen dan dat er zandkorrels op het strand zijn of sterren aan het uitspansel. Dat klinkt heel poëtisch maar de werkelijke vraag luidt of de liefde inderdaad zo groot is dat zij ook het meest onnoemelijke leed in haar schaduw stelt: is de liefde groot genoeg om de dood te overwinnen? En is zij ueberhaupt nog liefde als zij dat niet kan?

Het zal altijd vreemd blijven klinken in de oren van wie het wel horen doch niet vatten kunnen maar pas daar waar de proef op de som genomen wordt, manifesteert de liefde zich om te beamen: "Ja, jij bent het allemaal waard."

(J.B., 2 januari 2022)

Verwijzingen:

(1) https://www.bloggen.be/pierpont/archief.php?ID=3307428

Meer van Tisallemaiet

↑ Terug naar de berichten