Vervelende waarheden

|
Vervelende waarheden
Ongeëvenaard zijn de taferelen waarin het van seniliteit verdachte presidentschap van de machtigste staat op aarde haar onder een ingebeelde triomfboog doorglijdende Führer zich in alle bochten laat wringen om een mouw gepast te krijgen aan de waarheid waar die ook maar een tikkeltje te vervelend wordt. Er is de Epstein-affaire met betrokkenen uit alle hoogste kringen, er is de haat tegenover inwijkelingen en andersdenkenden maar ook tegen het eigen volk, er zijn de vele oorlogen die bergen lijken opleveren en schulden die middels afpersing van 'bevriende' staten zullen worden afbetaald. Edoch, deze piratenregering is geen unicum, haar voorganger en schijnbare tegenpool droeg van hetzelfde laken een broek met de corona-affaire die volgens meer geleerden de rode loper voor de huidige derde wereldoorlog was. En gaat men terug in de geschiedenis dan blijkt dat het nooit anders was. “Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van het land”, uit een oeroud sprookje, te boek gesteld door de gebroeders Grimm. “De nieuwe kleren van de keizer” van de Deen Hans Andersen. Of waarom niet uit eigen land, “Tijl Uilenspiegel” zoals herschreven door Charles De Coster die zijn publiek laat applaudisseren voor een leeg doek? “Uilenspiegel stond voor het dichtgesloten gordijn. —Doorluchtige Landgraaf, sprak hij, en gij, mevrouwe de Landgravinne, en gij, hertog van Luneburg, en gij allen, schoone damen en dappere kapiteins, achter dit gordijn heb ik, op mijn beste, uw lieve of krijgshaftige gezichten geschilderd. Een iegelijk zal zich dadelijk herkennen. Gij zijt nieuwsgierig uw konterfeitsel te zien; ’t is redelijk, doch verweerdigt u geduld te nemen en laat mij nog een woord of vijf zeggen. Gij, schoone damen en dappere kapiteins, die allen van edelen bloede zijt, kunt mijn schilderwerk zien en bewonderen, maar mocht onder u zich iemand bevinden van onadellijk bloed, niets zou hij zien dan een witten muur. En nu, verweerdigt U uwe doorluchtige oogen te openen. Uilenspiegel schoof het gordijn weg. —Alleen de edelen kunnen iets zien; lieden van gemeene afkomst blijven blind voor dit kunststuk. Al de hovelingen sperden de oogen open, gebaarden in bewondering te staan, zich zelven en anderen wederzijds te herkennen, doch in werkelijkheid zagen zij niets dan een naakten muur, hetwelk hen gansch onthutste. Doch de nar die aanwezig was, sprong drie voet hoog, en, zijn narrenstok zwaaiend, sprak hij: —Men mag mij uitmaken voor boer, en daarenboven voor schurk, voor deugniet, maar ’k zal het roepen en schreeuwen van de daken, dat ik daar een witte muur, een naakten muur, een blooten muur voor mijnen neus heb! Zoo helpe mij God en alle zijne santen. Uilenspiegel sprak: —Als de zotten spreken, is ’t tijd dat de wijzen optrekken. Hij wilde het paleis verlaten, als de landgraaf hem tegenhield. —Snaak, sprak hij, die overal gaat en komt om het schoone en goede te prijzen en luidkeels te spotten met de dwaasheid; gij, die in tegenwoordigheid van zooveel grooten der aarde, als man uit het volk, zoo onbermhertig dorst spotten met hunne blazoenen en voorrechten, gij zult eens gehangen worden om uw stoute tong.”1 (J.B., 24 juni 2026) 1Charles De Coster, De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders, hoofdstuk 57, in een Nederlandse vertaling van René de Clercq (liederen) en Richard Delbecq (proza) uit 1919. Zie: https://www.gutenberg.org/cache/epub/11208/pg11208-images.html (Oorspronkelijk: La légende et les aventures héroiques, joyeuses et glorieuses d'Ulenspiegel et de Lamme Goedzak au pays de Flandres et ailleurs, 1867.)
|



