Naar de inhoud

Tisallemaiet

Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet) - © J. Bauwens, Serskamp
akke.beakke.be
Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet ) - © J. Bauwens, Serskamp

Archief

Vervelende waarheden

 

Vervelende waarheden

3366171-7aef8b34c6c4691ff3304c8dbb2d62d4.jpg

Ongeëvenaard zijn de taferelen waarin het van seniliteit verdachte presidentschap van de machtigste staat op aarde haar onder een ingebeelde triomfboog doorglijdende Führer zich in alle bochten laat wringen om een mouw gepast te krijgen aan de waarheid waar die ook maar een tikkeltje te vervelend wordt. Er is de Epstein-affaire met betrokkenen uit alle hoogste kringen, er is de haat tegenover inwijkelingen en andersdenkenden maar ook tegen het eigen volk, er zijn de vele oorlogen die bergen lijken opleveren en schulden die middels afpersing van 'bevriende' staten zullen worden afbetaald. Edoch, deze piratenregering is geen unicum, haar voorganger en schijnbare tegenpool droeg van hetzelfde laken een broek met de corona-affaire die volgens meer geleerden de rode loper voor de huidige derde wereldoorlog was. En gaat men terug in de geschiedenis dan blijkt dat het nooit anders was.

“Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van het land”, uit een oeroud sprookje, te boek gesteld door de gebroeders Grimm. “De nieuwe kleren van de keizer” van de Deen Hans Andersen. Of waarom niet uit eigen land, “Tijl Uilenspiegel” zoals herschreven door Charles De Coster die zijn publiek laat applaudisseren voor een leeg doek?

“Uilenspiegel stond voor het dichtgesloten gordijn.

—Doorluchtige Landgraaf, sprak hij, en gij, mevrouwe de Landgravinne, en gij, hertog van Luneburg, en gij allen, schoone damen en dappere kapiteins, achter dit gordijn heb ik, op mijn beste, uw lieve of krijgshaftige gezichten geschilderd. Een iegelijk zal zich dadelijk herkennen. Gij zijt nieuwsgierig uw konterfeitsel te zien; ’t is redelijk, doch verweerdigt u geduld te nemen en laat mij nog een woord of vijf zeggen. Gij, schoone damen en dappere kapiteins, die allen van edelen bloede zijt, kunt mijn schilderwerk zien en bewonderen, maar mocht onder u zich iemand bevinden van onadellijk bloed, niets zou hij zien dan een witten muur. En nu, verweerdigt U uwe doorluchtige oogen te openen.

Uilenspiegel schoof het gordijn weg.

—Alleen de edelen kunnen iets zien; lieden van gemeene afkomst blijven blind voor dit kunststuk.

Al de hovelingen sperden de oogen open, gebaarden in bewondering te staan, zich zelven en anderen wederzijds te herkennen, doch in werkelijkheid zagen zij niets dan een naakten muur, hetwelk hen gansch onthutste.

Doch de nar die aanwezig was, sprong drie voet hoog, en, zijn narrenstok zwaaiend, sprak hij:

—Men mag mij uitmaken voor boer, en daarenboven voor schurk, voor deugniet, maar ’k zal het roepen en schreeuwen van de daken, dat ik daar een witte muur, een naakten muur, een blooten muur voor mijnen neus heb! Zoo helpe mij God en alle zijne santen.

Uilenspiegel sprak:

—Als de zotten spreken, is ’t tijd dat de wijzen optrekken.

Hij wilde het paleis verlaten, als de landgraaf hem tegenhield.

—Snaak, sprak hij, die overal gaat en komt om het schoone en goede te prijzen en luidkeels te spotten met de dwaasheid; gij, die in tegenwoordigheid van zooveel grooten der aarde, als man uit het volk, zoo onbermhertig dorst spotten met hunne blazoenen en voorrechten, gij zult eens gehangen worden om uw stoute tong.”1

(J.B., 24 juni 2026)

1Charles De Coster, De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders, hoofdstuk 57, in een Nederlandse vertaling van René de Clercq (liederen) en Richard Delbecq (proza) uit 1919. Zie: https://www.gutenberg.org/cache/epub/11208/pg11208-images.html (Oorspronkelijk: La légende et les aventures héroiques, joyeuses et glorieuses d'Ulenspiegel et de Lamme Goedzak au pays de Flandres et ailleurs, 1867.)

 











Wetten

Wetten

We moeten er niet vanuit gaan dat alle mensen goed zijn want doen we dat dan worden we om de haverklap bestolen; als toerist in een vreemd land of alleen maar in een stadskwartier met een exotische tint door niet vertrouwde talen, kan je het wisselgeld natellen als je wat koopt maar verder heb je geen verhaal als geen gevolg gegeven wordt aan je kritiek. Dat kost één euro, zei je, ik heb betaald met twintig euro en kreeg er zes terug!? Dan hebt u fout geteld mevrouw. En daar staat zij dan, geen mens heeft het gezien, gehoord, gesnopen maar naar haar overige dertien euro kan zij fluiten. Hier kom ik nooit meer, denkt ze en aldus wordt het beschaafde stadsdeel weer een stukje kleiner en de jungle wint veld.

De inzet van camera's en de technologie van de gezichtsherkenning zorgen weliswaar voor nu en dan een kleine trofee maar de techniek blijkt allerminst in staat om de sociale controle van weleer bij te benen, alleen al omdat alras de kleinste kinderen weten waar de camera's hangen, wie zij wel en niet kunnen bestelen en hoe men handelen moet om niet gevat te worden: tasjesdieven, malafide commerçanten en toneelspelers allerhande bewaken eigen territoria die het overleven proberen te garanderen en zo delen zij in het lot van steeds meer volkeren in een stilaan overbevolkte wereld.

Hoe ooit kon mevrouw haar dertien euro opeisen, laten we zeggen in een rechtbank waar ze een klacht neerlegt tegen een allochtoon, een twaalfjarige met een lichaamsgewicht dat amper de helft bedraagt van dat van haar eigen twaalfjarig kind, uiteraard omdat het niet half zoveel te eten heeft daar het afstamt van illegalen, weggevlucht uit een door het beschaafde westen gekoloniseerd land waar nu een oorlog uitgevochten wordt tussen Russen en Amerikanen met deze lichtgewichten als huurling aan het front omdat zij geen keuze hebben?

De jungle van de malafide handelaren die in de beschaafde metropolen steeds grotere stadsdelen controleren blijkt klein bier vergeleken bij de jungle door het zogenaamd beschaafde werelddeel geschapen ter gelegenheid van een 'kerstening' welke een plundering verkapt en vaak ook een genocide.

We moeten er niet vanuit gaan dat alle mensen naïef zijn want doen we dat dan worden we om de haverklap bestolen. We moeten weten dat ooit gemaakte bergen schuld, al is het lang geleden en al is het is den vreemde ver van hier, vereffend willen worden volgens een wet die alle rechtspraak in haar schaduw stelt en die zal zegevieren naar gelang de tijden op hun einde lopen.

(J.B., 24 juni 2026)






De hemel en de afgrond

De hemel en de afgrond

In de tijd dat ons, ons nog kende, was wie uit een eerder liberaal gezin kwam, een vreemde eend in de bijt van de groep rekruten jeugdschrijvers die werden uitgenodigd in de abdij van Averbode. Het geluk dat alleen schrijvers kennen bij het zien verschijnen van hun eerste stukjes: in de jeugdmagazines van de uitgeverij alsook in katholieke kranten en in de door de grote voorbeelden, John Flanders alias Jean Ray en Cyriel Verleyen gespijsde reeks der Vlaamse Filmpjes. Zo was Project Jota een verhaal over een uit de hand gelopen wetenschappelijk experiment met de AEZ-14 schimmel die in de marge van het manuscript het commentaar van “nogal vergezocht” kreeg opgeplakt en de volgende dertig inzendingen van dezelfde auteur werden niet meer opgenomen in de reeks. Vreemd, als men bedenkt hoe actueel het thema intussen wel werd maar tevens vreemd in acht genomen het feit dat de leiding van de bewuste abdij waar de uitgeverij zetelde, nog steeds 's lands centrum voor exorcisme is.

Vergezocht? De kerk en de duivel: ziekten welke hardnekkig voor bezetenheid moeten blijven doorgaan en artsen die een stap opzij zetten voor 'erkende duiveluitdrijvers'. Erkend, weliswaar alleen maar door de kerk maar elk protest vanwege medische en juridische korpsen bleef wel achterwege bij de uitvoering van navenante gruweldaden die niet moesten onderdoen voor de foltertaferelen afgebeeld door middeleeuwse miniaturisten, nog te bezichtigen in Brugge, die Schone.

Edoch niet alleen psychische aandoeningen werden lange tijd beschouwd als demonische bezetenheid, ook het van de norm voor seksuele voorkeur afwijkend gedrag werd door de kerk hardhandig aangepakt en dat wil zeggen met geweld en meer bepaald met lichamelijke verminking van meer specifiek de edele delen, zoals dat nu nog altijd in het jodendom en in de islam gangbaar is. De katholieke kerk hield het niet bij besnijdenissen maar voerde heuse castraties door, onder meer bij gezonde en allerminst criminele mensen met een homoseksuele aanleg en voor de ingreep in kwestie werd men doorverwezen naar specialist dokter Aimé Wijffels, in het Nederlandse Heiloo die met zijn vele honderden ontmanningen gouden zaken deed.1 Pas na luid protest van zelfhulpgroepen en van enkele gerenommeerde schrijvers van wie het werk op de index der door de katholieke kerk verboden geschriften stond, werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw aan de criminele praktijken een halt toegeroepen.

Kennelijk echter blijft het gros der mensen onderontwikkeld, wellicht in hoofdzaak doordat wie geleerd zijn, ook aan het eind van hun dagen zijn beland en worden vervangen door onwetende kinderen. Demonisering immers rukt in sneltempo weer op, hand in hand met uiteraard kerk en geloof, vermeende heldenmoed bij de onderdrukking van anderen en een kersvers elitarisme dat in wezen een verkapt egoïsme is, aangevuld met de nodige misvattingen waaraan het leeuwendeel der ongeletterden onderhevig blijken. Koploper in dezer is vandaag de V.S. die onder het bewind van een bende piraten een gewisse afgrond tegemoet ijlt.

(J.B., 23 juni 2026)

1 Zie: Thys, Erik. (2015). Psychogenocide. Psychiatrie, kunst en massamoord onder de nazi's, Epo, Berchem, alsook: https://www.standaard.be/weekend/het-nederlandse-heiloo-schuiloord-voor-pedopriesters/42862828.html

 







Verbondenheid---

 

  1.  

    Verbondenheid

    In kapitalen siert het woord een steeg langsheen een herberg, de voorbijganger leest het onwillekeurig en denkt er even onwillekeurig een ogenblik over na: verbondenheid, het klinkt zoals veiligheid, maar als ik vraag aan mijn correspondente of zij veilig is, nu ze over een nakend warmte-onweer heeft bericht in de Dolomieten waar zij toeft, luidt het ontnuchterende antwoord: “Veilig? Nooit, en jij ook niet.” Derhalve vraagt men zich af of men ooit wel verbonden is.

    Kennis is pas eigenlijk als die tot actie aan kan zetten en dat geldt evenzeer voor verbondenheid: als de batterij van de iPhone het begeeft, toont zich de onoverbrugbaarheid van de afstanden die wij dachten weggewerkt te hebben. Als wij alleen maar met getikte zinnen in contact stonden met elkaar en als we bovendien elkaar ook nooit fysiek zouden ontmoeten, waren we vervangbaar door robots, wat betekent dat wij er dan evengoed helemaal niet hadden kunnen zijn. Het vleselijke lichaam of het leven is waar het allemaal om draait en al de rest zijn mooie spinsels die met even mooie woorden een bestaan opeisen dat in feite pure fictie is. Cultuur, communicatie, satellieten: het is uiteindelijk alleen ons rauwe vlees dat er een zin aan geeft.

    Want dat is het gevaar van deze 'cultuur': dat hij ons van onze lichamen doet vervreemden, dat hij ons laat geloven dat wij geesten zijn, ja, spoken voor wie louter woorden volstaan terwijl het lichaam er helemaal niet toe doet. Men heeft allerlei zaken uitgevonden die ons in extase brengen of dus buiten onszelf, zodat wij naast onze schoenen lopen. We hoeven geen honger meer te hebben en geen dorst en er zijn pillen die elk pijntje stillen en er is Bach, er is Dostojewski en er is Lippeveld maar ach, zo wordt de mens van vlees en bloed vergeten die gaat geloven dat voedsel, beweging en dergelijke zaken meer voor primitieven zijn.

    Nota bene: wij zijn primitieven of wij zijn niet!

    (J.B., 22 juni 2026)

  2. 3366133-a8442c82eae7121232ad67ad88253264.jpg






Drijfzand

 

  1. Drijfzand

    Men verneemt dezer dagen vaker dat de werken aan een bouwsel moeten onderbroken worden wegens verzakkingen en meestal kan het hele zaakje alsnog rechtgetrokken worden maar als de fundamenten waarop een mensenleven is gebouwd, wankel blijken of vals, zijn de brokken niet zo makkelijk te lijmen. En waar de grondslagen van het leven ter sprake komen, moet men denken aan mens- en wereldbeelden, aan ideologieën en religies. 

    De vraag rijst waar mens- en wereldbeelden dan vandaan komen, of beter: de kwestie of zij ontstaan vanuit een aan de mens inherente nood ofwel of zij ons worden opgedrongen. Het antwoord is complexer dan de vraag: als mensen de handen vol hebben met werken om den brode, zijn metafysische speculaties zeker niet de eerste zorg maar het leidt geen twijfel dat primitieve volkeren in nood soelaas zoeken in de aanroeping van wat men kon bestempelen als ‘hogere machten’ en als het antwoord op die aanroepingen uitblijft, zullen er wel altijd gewiekste lieden opduiken om voor buikspreker te spelen en voor souffleur.

    Tegen een kleine vergoeding uiteraard, die zeker niemand zal misgunnen aan wie alsnog troost weten te bieden aan arme lui in tijden van hoge existentiële nood. Want het lijden en de eindigheid van het bestaan kunnen geen klein bier worden genoemd door wie het klappen van de zweep al hebben moeten leren kennen en er wordt aardig wat vindingrijkheid en talent vereist om dan, in fel contrast met het gezond verstand, alsnog uitgelegd te krijgen dat het lijden een kostelijke illusie is en het leven eeuwigdurend. Dat immers is wat de zogenaamde kerkvaders presteerden in de naar hen genoemde periode van de patristiek en later ook ten tijde van de scholastiek, waar de wondere Thomas Aquinas de kroon spande. 

    Over hem wordt gezegd dat hij zijn werken dicteerde aan zeven scriptores tegelijk, elk van hen schreef een apart hoofdstuk en de geleerde sprong aldus moeiteloos over van het eerste naar het tweede en dan naar het derde hoofdstuk en zo verder tot en met het zevende, voor het dicteren van de openingszin. Vervolgens keerde hij voor het dicteren van de tweede zin terug naar de scriptor van het eerste hoofdstuk, dan naar de tweede, de derde en zo verder, de hele dag lang tot een stuk in de nacht. Op een andere manier immers kan geen mens uitgelegd krijgen hoe de theoloog er kon in slagen om in net geen vijftig levensjaren een oeuvre te creëren dat enkele meters boeken in de rekken van onze universiteitsbibliotheken beslaat - een slordige twintig duizend bladzijden. Alleen een figuur zoals Johann Sebastian Bach deed het hem na, alleen wordt van deze laatste niet gezegd dat hij kon leviteren, al doet hij met zijn muziek nog steeds, en wellicht tot aan het einde van de tijden, alle melomanen zweven. 

    Maar op een dag komt men er onherroepelijk achter dat de theologische constructies van de heiligen op louter drijfzand steunen en wel omdat vervelende professoren er tegen wil en dank toe komen middels gedegen historisch onderzoek, dat van een intrede in de geschiedenis van de godheid zelf nog altijd geen enkel bewijs geleverd werd. Uiteraard worden de brengers van de nare want zo troosteloze mare verketterd, al kunnen zij het helemaal niet helpen dat het de waarheid is waarvan zij bezeten zijn en als de waarheid god is, dan zijn zij van god bezeten en heeft die bezetenheid ervoor gezorgd dat zij de openbaring naar de prullenmand hebben verwezen. Samen met de stoeten wonderbare leugenaars, incluis de ijverige Thomas van Aquino. Van Bach blijft men uiteindelijk alsnog houden zoals men houdt van al het schone - dat dikwijls met het ware vloekt.

    En de ontdekking waarvan sprake is uiteraard niet niks: het is de ontsluiering van een geheim gehouden leugen omtrent de grond van ons bestaan en over de zin van al ons streven. De ontdekking van het metafysisch drijfzand… die paradoxaal genoeg voor de meesten onder ons helemaal geen mijlpaal zal betekenen want wij weten dat bijvoorbeeld de getuigen van Jehovah die al talloze keren het einde van de wereld hebben voorspeld, gewoon doorgaan met geloven omdat zij steeds weer nieuwe uitleggingen weten te verzinnen zoals alle leugenaars dat doen sinds het begin der tijden. 

    Drijfzand, inderdaad, maar kijk vanavond als het helemaal donker is eens naar de sterrenhemel en vraag u af of er een meer ontwrichtend drijfzand kan bestaan dan dat van het lege en ijskoude firmament dat zelfs in de blikken van de krekels en de vissen valt.

    (J.B., 19 juni 2026)

     

 





Het geheel en de delen: burgers van andere werelden

 

Het geheel en de delen: burgers van andere werelden 

De zomer doet zijn intrede en daar zijn de hittegolven al; zoals voorspeld zullen zij begeleid worden door stortregens met navenante overstromingen en dat is dan één van de vele rampzalige gevolgen van wat men verkeerdelijk overbevolking noemt want in feite gaat het hier om overconsumptie, een kwaad dat sterk samenhangt met een economie die moet blijven groeien, zoals dat het geval is met de kapitalistische. Eén procent van de mensen verbruikt evenveel als de overblijvende negenennegentig procent, wat betekent dat mits matiging van het verbruik de aarde in staat is om nog veel meer mensen te dragen dan heden het geval is. Maar dat betekent uiteraard geenszins dat de draagkracht van de aarde oneindig groot is, al kan er wel meer ruimte worden geschapen door bijvoorbeeld de vleesconsumptie te beperken. 

Overbevolking is er nog niet maar het kan komen en in dat geval doet zich een bijzonder ethisch probleem voor dat, zoals de geschiedenis uitwijst, door onze politici meestal helemaal niet wordt begrepen. Het heeft te maken met een misvatting die we al enkele keren mochten bespreken en die hardnekkig en rampzalig genoeg is om dat andermaal te doen. Het gaat om het probleem dat in de wiskunde of in de logica bekend staat als het bollenprobleem en dat, meer algemeen, het waarschijnlijkheidsrekenen domineert. Het geheel is namelijk niet gelijk aan de som van de onderdelen maar wat meer is: de eigenschappen die toepasselijk zijn op de onderdelen hebben geen uitstaans met de eigenschappen van het geheel, al lijkt het vaak zo, en die illusie is een bron van miserie.

In het verleden haalden we in dit verband al de voorbeelden aan van de zogenaamde volksgezondheid en van de ‘gezonde’ economie. Adolf Hitler verving de artsen door beulen en naar zijn inzicht kwam dat de volksgezondheid ten goede. Voor de slechte verstaander: als alle zieken worden vergast, zal de gezondheid van de gemiddelde burger erop vooruitgaan. Evenzo gaat de economie erop vooruit als de mensen meer produceren en meer consumeren. Maar de zaak is dat de gemiddelde burger een fictie van jewelste is en dat de economie niet eindeloos kan opgedreven worden. De gemiddelde burger is de norm maar het enige normaal is de afwijking van de norm - ziedaar de paradox. Het opdrijven van de productie en van de consumptie helpt de economie vooruit maar dan wel in de richting van haar totale instorting en van het einde van de mens. 

In de genoemde gevallen bestaat het kwaad in een (weliswaar verkapte) zogenaamde middeldoelomkering: een volk is geen menselijk lichaam en heeft derhalve helemaal geen gezondheid: het gebruik van die term voor zowel de mens als voor het volk, schept een nooit goed te praten verwarring. De economie is een instrument van de mens en niet andersom: dat wij de economie nodig hebben, maakt haar helemaal niet belangrijker dan de mens en op cruciale momenten moeten wij haar - ten bate van onszelf - kunnen loslaten. 

En dan is er de parabel van de splinter en de balk of het onvermogen om het kwaad dat we bij anderen vaststellen, ook bij onszelf te zien: Hitler wordt heel terecht veroordeeld voor zijn kortzichtigheid maar als wij niet aandachtiger toekijken, dreigen wij precies dezelfde dramatische stommiteiten te begaan want vandaag leest men in de pers bijvoorbeeld dit: ‘Voor het eerst proberen Europese leiders mensenrechten af te zwakken in plaats van uit te breiden’ (1) Migratie zou niet goed zijn voor de economie (wat tussen haakjes op zich al een foute opvatting is) en derhalve dienen mensenrechten eraan opgeofferd te worden. De auteur van het artikel in kwestie waarschuwt dat niet alleen migranten bedreigd worden maar ook vele andere groepen. In feite al wie afwijken van de norm, en dat is zonder uitzondering dus iedereen. 

(J.B., 18 juni 2026)

(1) 

  1. https://www.mo.be/analyse/voor-het-eerst-proberen-europese-leiders-mensenrechten-af-te-zwakken-in-plaats-van-uit-te-breiden?utm_campaign=eMO&utm_medium=newsletter&utm_source=email 

 





Over het (on)herbergzame

 

Over het (on)herbergzame

“Als Zarathustra dreißig Jahre alt war, verließ er seine Heimat und den See seiner Heimat und ging in das Gebirge. ” (1)

Naar het voorbeeld van de grote Duitse wijsgeer en dichter Friedrich Wilhelm Nietzsche, trekken steeds meer mensen de bergen in. Misschien niet zozeer om daar in het gebergte te vertoeven maar wellicht veeleer om de lagere regionen te ontvluchten. Uiteraard begrijpe men dit alles in de figuurlijke zin en niet letterlijk zoals Adolf Hitler deed met zijn arendsnest van waaruit hij in zijn waan van hoogheid neer kon kijken op de wereld aan zijn voeten. Ook onderscheidt zich dit gedrag van de zogenaamde ‘cocooning’, waarmee in 1981 de futuristische schrijfster en trendsetter Faith Plotkin (NYC, 1943) een zich terugtrekken in de eigen knusse woonst ver van de drukte heeft beoogd. Bij de drang om zich terug te trekken in de bergen moet men daarentegen veeleer denken aan de verzuchtingen der heremieten: anders dan de cocooners die een knus verblijf creëren voor zichzelf, begeven kluizenaars zich in het on-herbergzame, een beetje zoals de Nazoreeër deed die zich geregeld terugtrok in de woestijn, en wel omdat zij zijn gaan inzien dat de herbergzaamheid van de cultuur waarin wij heden leven, eerder bedrieglijk is. Liever de authentieke onherbergzaamheid dan een oneigenlijke hospitaliteit.

Vals is immers de herbergzaamheid van het moderne dat louter materieel van aard is en dat de ziel vergeet, de vrede des harten en de rust die voortkomt uit het zich verzoenen met de eenvoud. Uiteraard naast haar selectiviteit want, eigen aan de vermeende thuis die het moderne leven zegt te bieden, zijn de muren die de bewoners ervan afschermen voor het lugubere prijskaartje dat eraan vasthangt en dat het leven en het welzijn aangaat van degenen die van onderdak verstoken moeten blijven. De gastvrijheid immers welke ons moet herbergen, blijkt bijzonder conditioneel; kennelijk kent zij geen ‘erbij horen’ zonder de praktijken van de uitsluiting; kennelijk ontspringt zij aan een polarisering die zij bovendien in de hand werkt; haar inclusie vergt een exclusie; haar ‘wij’ bestaat niet zonder een ‘zij’ en zo bestendigt zij een oorlog, zoniet een geïnstitutionaliseerd geweld.

In het woord ‘herbergzaamheid’ zit het woord ‘berg’ ingesloten: de bergen zijn hetgeen onze vallei omringen en derhalve mogelijk maken; de bergen zijn de muren van de burcht waar wij geborgen zijn, de muren van ons huis, van onze thuis. Zij schermen ons af van allerlei vijandelijkheden waaraan wij onderhevig zijn door onze kwetsbaarheid. Maar muren schermen ons ook af van het licht als zij geen vensters hebben en geen deuren en in het donker zijn wij vanzelfsprekend extra fragiel. Het juiste evenwicht waarover de Antieken spraken, blijkt een devies dat tijdloos is. 

Door ons te verplaatsen in een wildernis die authentiek is, helpen wij het empathische vermogen in onszelf om te begrijpen hoe nefast exclusie inwerkt op het gemoed van wie in onze herbergzaam geachte oorden alle werk opknappen zonder waarachtige gastvrijheid te genieten, zonder erbij te mogen horen. In het onherbergzame van de hoge bergen staan wij bloot aan een natuur die helemaal geen mededogen kent en die daarom gelijkenis vertoont met het onmenselijke in onszelf dat aan het recht van de sterkste alle lof toezwaait zolang het onszelf maar niet belaagt. In de authentieke jungle leren wij het onbeschaafde en het onbeschofte kennen dat, woonachtig in het eigen ‘heart of darkness’, maakt dat de welluidende gastvrijheid die wij aanbieden aan zekere genodigden, met een even lelijke uitsluiting wordt betaald van wie slechts welkom zijn om in het geniep te worden bestolen.

We moeten terug naar de natuur, verder weg van de hedendaagse cultuur die er geen is. Pas in de wildernis kan men het zien, hoe giftig onze steden zijn; pas bij het aan het werk zien van de naarstige bijen die de aarde vruchtbaar houden en de talrijke bomen die ons van zuurstof voorzien bij elke nieuwe ademteug, ziet men waar het echt op aan komt. Het gedoe van wat ze beschaving noemen, blijkt voor het overgrote deel een gigantisch bedrog. Met als kersen op die taart, Sintertrump en Sintermusk met hun door ons aller noeste arbeid te financieren superbommen. De mensen beseffen het niet meer omdat ze allemaal vergiftigd zijn en ziek. 

(1) F.W. Nietzsche, Alzo sprach Zarathustra, Vorrede, eerste zin.

(J.B., 15 juni 2026)





Is het waar dat alles verdwijnt? - Over de fataliteit van het leven

Is het waar dat alles verdwijnt?

Over de fataliteit van het leven

Van Herakleitos, een van de alleroudste filosofen, is de uitspraak panta rei alom bekend, wat letterlijk betekent: alles stroomt, alle dingen veranderen of niets blijft hetzelfde. Alles verandert maar evenwel wordt niet gezegd dat alles verdwijnt en dan rijst de vraag of het ene dat in het andere veranderd is, dan niet echt verdwenen is. Het lijkt weliswaar een woordenspel maar het blijkt ernst van zodra men zich realiseert dat ‘verandering’ misschien wel een eufemisme is voor ‘verdwijning’ of ‘vernietiging’. Die vrees wordt bovendien gevoed door de steeds meer veld winnende overtuiging dat wie geloven in het eeuwig leven, zich wat op de mouw laten spelden. 

Het verlies van geliefden gaat gepaard met een leed dat weliswaar slijt door de tijd maar dat nimmer geheel kan verdwijnen omdat de wens dat zij terugkeren nog nooit werd ingelost. Troost wordt gezocht in de verklaring dat de doden in hun nakomelingen worden herboren maar iedereen weet dat nakomelingen nieuwe en andere mensen zijn: zij kunnen gelijken op hun voorouders maar gelijkenissen zijn even bedrieglijk als luchtspiegelingen en pareidolie. Bovendien herkennen de nakomelingen de geliefden van hun voorzaten helemaal niet en zogenaamd gereïncarneerden zijn door de band ook niet in staat om zich hun vroegere levens voor de geest te brengen. Materie en energie worden voortdurend gerecupereerd maar uitgerekend hetgeen voor ons het meest waardevolle is, glipt ons zoals water door de vingers. 

En dat komt doordat leven, bewegen is en stilstand de dood. Beweging is verandering, in de beweging gaat het ene over in het andere en alleen op die manier kan er beweging zijn. Hetgeen waar wij belang aan hechten, wat betekenis heeft voor ons, dat waarvan wij houden en dat ons zo dierbaar is, is niet de stilstaande materie, het beeld, de prent of de onveranderbare herinnering maar het is een zich uitsluitend in een voorbijgaande beweging manifesterende gestalte. Wij nemen er kennis van, we hechten ons eraan, we willen ze vastgrijpen en ze naar ons toe trekken, ze bezitten en bewaren, ze koesteren en aaien maar terwijl we dat doen en precies doordat we dat doen, onttrekt zij zich aan onze greep en aan ons zicht terwijl wij ons alleen nog een herinnering daaraan voor de geest kunnen brengen - de geest, die leest op bladen die niet echt bestaan dan in een soort van dromen welke evenwel aan de werkelijkheid ontsproten zijn.

Pas als de dingen voorbij zijn, is het hun afwezigheid die ze voor ons aanwezig maakt zoals dat nooit voordien het geval was en zoals dat ook nooit voordien het geval kon zijn omdat het gemis de voorwaarde is voor het daadwerkelijke aanvoelen van het wezenlijke van wat ons te beurt viel. Wij ontmoeten onze geliefden zoals nooit voordien als zij er niet langer zijn, zoals we ook een symfonie pas ten volle kunnen kunnen appreciëren als zij eerst werd uitgevoerd tot de allerlaatste noot. Zij is dan voorbij maar zij is niet verdwenen omdat zij in de herinnering blijft bestaan: onze geest is in staat om ze opnieuw op te roepen, precies zoals ze eenmaal was, met al het goede en het exalterende eraan maar ook met alle soms pijnlijke tekorten. Zij is dan niet meer veranderbaar, zij blijft zoals zij eenmaal was, voor eeuwig en altijd. 

(J.B., 14 juni 2026)






Informatie, desinformatie, ruis - Over het zwarte gat van de huidige tijd

Informatie, desinformatie, ruis

Over het zwarte gat van de huidige tijd

Men zegt ons dat wij leven in het informatietijdperk, het tijdperk van de kennis en kennis is wat resulteert uit feiten en gegevens die verwerkt geworden zijn, waarbij die verwerking energie vertegenwoordigt en derhalve geld en macht. Elon Musk, over wie gezegd wordt dat hij de rijkste mens ooit is, dankt zijn rijkdom aan geld en macht en derhalve aan het bezit van informatie of kennis. In feite beschikt hij over waarheid, wat betekent dat hij de waarheid kent en dat hij dus in staat is om te liegen want alleen wie geïnformeerd zijn, kunnen (anderen) desinformeren, op het verkeerde been zetten, om de tuin leiden en in hun greep houden. De machtigen der aarde zijn zij die geïnformeerd zijn en als zij hun macht uitbreiden, dan doe zij dat door te liegen: zij spreken de waarheid als het hen zo goed uitkomt maar als het in hun kraam past, dan liegen zij er op los en zij houden de touwtjes in handen doordat alleen zij, doordat zij kunnen liegen, de waarheid van de leugen kunnen onderscheiden. Zij weten wat zij doen terwijl alle anderen er op los gokken. Doordat zij machtig zijn, winnen zij sowieso het vertrouwen van alle anderen die immers geen andere keuze hebben en dat vertrouwen misbruiken zij - uiteraard doen zij dat niet altijd, zoals een leugenaar niet altijd liegt: zij doen het zoals het hen best uitkomt. Informatie en desinformatie, het officiële nieuws en de zogenaamde samenzweringstheorieën, de waarheid en de nepwaarheden, de wereld van factcheck en van nep-factcheck, het kluwen van regels en uitzonderingen, de handel in waarheden en in leugens. 

Maar er is niet alleen informatie en desinformatie, er is ook nog een derde ding in het geding, een ding dat minder opvalt dan de twee genoemden maar dat wellicht nog veel belangrijker is om te herkennen omdat het gaat om een realiteit welke elke andere werkelijkheid dreigt op te slorpen, zoals zwarte gaten dat met materie doen in de mysterieuze kosmos van de sterrenkundigen.

Omdat informatie pas informatie is op voorwaarde dat wij er wat kunnen mee aanvangen, zijn gegevens, en ook en vooral ware gegevens, waarmee wij helemaal niets kunnen doen, geheel nutteloos en nutteloze informatie wordt ook wel ruis genoemd.

In zijn Kritik der Grundlagen des Zeitalters. (Nijhoff, Den Haag 1974) ziet de Duitse fenomenoloog Rudolf Boehm de menselijke betrachting naar kennis omwille van de kennis of dus het streven naar kennis als doel op zich, wat de essentie is van de wetenschappen, als de formule bij uitstek voor het bereiken van het ongeluk. Waar de wetenschappen de wiskunde als voorbeeld nemen, lijken zij te vergeten wat reeds René Descartes van zijn melk bracht, namelijk het feit dat wiskundige waarheden ons over de werkelijkheid helemaal niets vertellen. Dat de som van de hoeken van een driehoek altijd honderdtachtig graden is, is waar in de wereld van de wakkeren maar die waarheid geldt evenzeer in de droomwereld, wat in feite betekent dat de wiskunde zich niets aantrekt van het onderscheid tussen werkelijkheid en droom en dat maakt de wiskundige waarheden uiteraard nietszeggend. De wiskunde is een spel dat zich ontvouwt vanuit eenmaal vastgestelde axioma’s maar die hebben geen betrekking op de werkelijkheid: ze worden afgesproken en alles wat eruit voortkomt, zat er al in. Waar de wetenschappen de wiskunde als model hanteren, zijn zij in hetzelfde bedje ziek. Zij geven beschrijvingen van de werkelijkheid, die afbeeldingen zijn, en zij verlangen op de koop toe dat onze kennis zich naar die afbeeldingen richt, zich op die afbeeldingen afstemt, in plaats van op de werkelijkheid zelf. 

Edoch, kennis mag dan al niet onwaar zijn: als zij geen gevolgen heeft voor ons handelen, is zij volstrekt nutteloos. Dat er in het centrum van onze zon een wonderbare muis woont die perfect bestand is tegen de hitte, zou wel eens een waarheid als een koe kunnen wezen maar dat kan niemand interesseren om de heel eenvoudige reden dat het al dan niet waar zijn van dat verhaal, geen enkel gevolg kan hebben voor onze handelwijzen. Het kan waar zijn en het mag dan ook nog een bewezen waarheid zijn: omdat wij er helemaal niets kunnen mee aanvangen, is die informatie nutteloos - zij is ruis.

Maar de ruis waarvan sprake is niet alleen nutteloos en dat is hier nu het punt: de ruis waarover wij het hebben is bijzonder schadelijk. En zij is schadelijk, precies omdat wij haar voor nuttig houden en dat laatste doen wij omdat wij er verkeerdelijk vanuit gaan dat waarheid sowieso nuttig is. 

De diepe waarheid van het zopas gestelde wordt misschien nog het best verduidelijkt bij onze confrontatie met de Artificiële Intelligentie of de AI, de moderne gedaante van de golem of het menselijk instrument dat de mens instrumentaliseert, aan zich onderwerpt. Het resultaat van die middeldoelomkering is een kip zonder kop, een gepraat zonder mond, laat staan verstand en verantwoordelijkheid, een kluwen van roddels die zich onafgebroken herschikken zoals leugenaars dat met hun leugens doen, en die ons in de val trachten te lokken met de belofte dat zij het op een dag wel allemaal zullen weten. 

Er zijn mensen die zich ledig houden met het verzamelen van kennis, zoals er mensen zijn die zich vermaken met het verzamelen van geld maar zoals men helemaal niets meer kan aanvangen met het geld dat men teveel heeft, zo geldt dat ook voor die zogenaamde kennis: het maakt niets uit of men zekere dingen al dan niet weet zoals het ook eender is of men eigenaar is van een biljoen dollar ofwel twee. De schade wordt veroorzaakt door de illusie van die ‘kennis’ en wel omdat zij de aandacht naar zich toetrekt zonder er ooit wat voor terug te geven: zij gaat aan de haal met onze tijd en met onze laatste krachten zoals ook het zwarte gat doet dat, raar maar waar, alle materie opzuigt en laat verdwijnen in de bodemloze put waarop zij nog het beste lijkt.

(J.B., 13 juni 2026)

3365961-ecfbf7a2abb69f28a645f866b1fbc1ba.jpg






Meer van Tisallemaiet

↑ Terug naar de berichten