Naar de inhoud

Tisallemaiet

Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet) - © J. Bauwens, Serskamp
akke.beakke.be
Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet ) - © J. Bauwens, Serskamp

Archief

Neurodiversiteit - Aflevering 1: Normaliteit en arrogantie

 

Neurodiversiteit

Aflevering 1: Normaliteit en arrogantie

Tot nog niet zo heel lang geleden werd ter gelegenheid van buikoperaties de (intacte) appendix die men daar aantrof maar meteen weggehaald omdat men dacht dat hij geen functie had. En men dacht dat omdat men zijn functie niet kende. De foute conclusie, nota bene gemaakt in medische kringen, berustte op de verkapte overtuiging dat niets kan bestaan wat buiten onze kennis ligt en derhalve is het uitgangspunt van die flater de overtuiging van de eigen alwetendheid. Bizar genoeg heeft aldus de appendix moeten wachten op erkenning. Die kwam er toen men inzicht kreeg in zijn functie. Als infecties de darmflora bedreigen, sluit de appendix een deel daarvan af van de besmette darm om die dan na het verdwijnen van de infectie weer in de darm los te laten.

Uiteraard beperkt het kort-door-de-bocht-geredeneer van het beschreven kaliber zich niet tot de eventuele functie van darmaanhangsels; zij betreft alle mogelijke levenssferen zonder onderscheid, onder meer die van de psychiatrie, met haar zogenaamde 'geestesziekten'. Een daarvan heet 'autisme' en deze 'abnormaliteit' werd tot voor kort gezien als sowieso problematisch, wat wil zeggen dat men nog geen weet had van deze 'afwijking' als opportuniteit voor een zich steeds meer divergerende en specialiserende menselijke samenleving. Want met de opkomst van de computer als bewustzijnsexplosief, blijken mensen met aanleg voor autisme zich vaker wonderwel thuis te voelen in de wereld van het internet. Uiteraard waren zij er vroeger ook, vooral dan - tenminste als zij geluk hadden - relatief verborgen en onzichtbaar in kloosters en in universiteiten maar sinds de gigantische communicatie- en bewustzijnsuitbreiding door het bestaan van het internet, smeekt men als het ware om uitgerekend die mensen die eertijds makkelijk gebrandmerkt werden als communicatief 'gestoord'.

De aangestipte arrogantie brengt een wereld in het vizier waarin men bij een buikoperatie de gehele darm verwijdert omdat men zijn functie niet kent en daar is in de eerste plaats bescheidenheid geboden, in de zin van respect voor de werkelijkheid zoals die is en inzicht in de beperktheid en in de voorlopigheid van het menselijke kennen, zo niet volgt niets minder dan de algehele zelfvernietiging. Want met dit probleem is men helemaal niet aan zijn proefstuk toe: Hitler rekende met de vermeende onvolkomenheden van 'zijn' volk af door degenen in wie hij ze meende te herkennen, gewoon af te slachten in speciaal daartoe opgerichte fabrieken: in enkele jaren tijd, zes miljoen mensen. De V.S. blijken momenteel dezelfde richting uit te gaan. Andermaal: dit alles kan gebeuren met dank aan ordinaire arrogantie.

Op zoek naar wie zich inlaten met de problematiek van 'biodiversiteit' en 'neurodiversiteit', een begrip dat momenteel emergeert vanuit een zich door crisis genoopt heroriënterende wereld, botst men op de gestudeerde auteur, tevens ervaringsdeskundige, Robert Chapman, die met zijn boek uit 2023, getiteld: Empire of Normality. Neurodiversity and Capitalism, het normale een kind noemt van het kapitalistisch systeem dat immers makkelijk manipuleerbare uniformiteit nastreeft en diversiteit bant. Maar het kapitalisme maakt van de wereld een vuilnisbelt en een plek vol ongeluk: het geloof in en de aanmoediging van diversiteit lijkt dan wel de weg bij uitstek om alvast de aberraties van de geldgod een halt toe te roepen. Omdat er geen twee dezelfde mensen zijn, is de enig mogelijke norm de afwijking ervan.

De wereld van de mens heeft niets te maken met die van de statistieken die door zekere potentaten aangewend wordt om ons te overmeesteren: hij zorgt voor de massaproductie van schoeisel met de gemiddelde schoenmaat die echter niemand past. Bij klachten antwoordt de dictator: onze schoenen zijn de perfectie zelf, het zijn uw voeten die ziek zijn, ze zijn abnormaal lang of kort; u bent degene die een ingreep moet ondergaan. Het ergste is uiteraard dat wij dit ook nog slikken, wij wringen onze voeten in het opgedrongen schoeisel en gaan mankend door het leven, als we niet al instemmen met bijvoorbeeld amputatie. Ver gezocht? Traditionele Chinese praktijken van vrouwenvoeteninbinding maar ook de westerse naaldhakkenmode spreken dat letterlijk tegen. En het gaat niet alleen over het schoeisel, het gaat over alles, ook over de manier waarop onze hersenen werken.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 31 maart 2026)






Over geloof en ongeloof

 

Over geloof en ongeloof

Religie en materialisme, het zijn de twee systemen die de wereld verdelen, vooral dan sinds de zeventiende eeuw, de zogenaamde Verlichting, met het grote vertrouwen in de zogenaamde Rede, die heden ten dage echter noodgedwongen afzwakt naar de zogenaamde 'consensus', vaak resulterend uit beslissingen op grond van een meerderheid, wat de vaste redelijkheid van weleer bijzonder problematisch maakt - denk maar aan wat Spinoza hier omtrent zegt in het spoor van Plato: de waarheid is in handen van de meest bekwamen, die een minderheid vormen.

Het materialisme dat alleen het bestaan van materie en energie erkent, ziet alles wat is door een micro-reductionistische bril, wat betekent: als samengesteld uit meer elementaire onderdelen en men stelt daar dat het samengestelde dan ook te begrijpen is vanuit het begrip van de onderdelen, met als bijzonderheid het geloof dat het samengestelde derhalve samenstelbaar moet zijn of dus namaakbaar.

Het gaat in het materialisme dus om een louter geloof, evenmin 'positief wetenschappelijk' gefundeerd als het godsgeloof. Wat dus betekent dat het zogenaamde 'ongeloof' geen resultaat is van het verwerpen van 'het' geloof doch in wezen eveneens berust op een geloof, zij het een heel ander geloof. Uiteraard is de keuze voor dit andere geloof makkelijk te verklaren vanuit de veronderstelling dat de betrokken 'believers' streven naar de kunde om zelf alles te maken, met andere woorden streven zij de (goddelijke) almacht na.

Reductionisten geloven in het zelf kunnen samenstellen van eenvoudige stoffen tot meer complexe en dat zijn dan uiteindelijk ook levende cellen, levende organismen, wezens met uiteraard hersenen die (in de materialistische visie op de zaak) bewustzijn produceren zoals de maag maagzuur produceert.

Edoch, hoe dat dan in zijn werk zou moeten gaan, wordt nog steeds niet begrepen en pogingen om bijvoorbeeld een tarwekiem te maken door deze samen te stellen uit wat men bij analyse als zijn onderdelen aantreft, blijkt helemaal niet te willen lukken: het product ziet er misschien uit zoals een kiem maar de door mensen gemaakte 'kiem' mist de kiemkracht die hem moet maken tot wat hij is.

Ook het begrip van de emergentie schiet tekort om hier verklaringen te kunnen brengen omdat het daar tenslotte gaat om een complementaire verklaringspoging naast de reductionistische. Het nieuwe, meer complexe, dat onvoorzien voortkomt uit het voorgaande, eenvoudigere, was niet voorspelbaar maar eenmaal het er is, wil men het alsnog reductionistisch kunnen 'verklaren'. Maar wat men dan doet, is nimmer verklaren doch louter beschrijven. Anderzijds heeft Aristoteles er op gewezen dat iets bewijzen eigenlijk niet meer om het lijf heeft dan het aanvaardbaar te maken, meer bepaald door het te situeren in een context van (reeds) aanvaarde dingen waaruit het dan lijkt voort te komen.

Emergentie verwijst ernaar dat de eigenschappen van het geheel wezenlijk anders zijn dan die van de onderdelen maar bestaande wiskundige 'raadsels' getuigen ervan dat het begrip hiervan quasi nihil is. Neem als voorbeeld het bollenprobleem uit de waarschijnlijkheidsrekening, de ton met zwarte en witte bollen waaruit men bollen opvist en waarbij blijkt dat naarmate men meer bollen heeft opgevist, ook de kans toeneemt op een gelijke verdeling van zwart en wit in het geheel. Het lijkt iets raadselachtigs maar dat komt omdat men over het hoofd ziet dat de eigenschap van zwart of wit zijn weliswaar toepasselijk is op elke bol apart maar uiteraard nimmer een eigenschap kan zijn van het geheel, dat immers een aantal (bollen) is: aantallen kunnen niet zwart of wit zijn - zo simpel als dat. Het misverstand wordt duidelijker waar men meent het waarschijnlijkheidsrekenen relevant te kunnen toepassen op mensen, waardoor gebeurlijk middel en doel worden omgekeerd en waar bijvoorbeeld een florerende economie, de verarming van de mensen tot voorwaarde heeft, of waar men gelooft een goede gezondheidszorg te hebben als er maar weinig zieken zijn. Om bij dit laatste voorbeeld te blijven: uiteraard is het omgekeerde het geval om de eenvoudige reden dat goede geneeskundige zorg, de zieken in leven houdt. De waanzinnige Hitler geloofde dan ook dat hij het volk gezonder kon maken door de (nota bene: dure) artsen te vervangen door (goedkope) beulen, die de zieken gewoon ombrachten. Het na te streven resultaat van een volk zonder zieken heeft dan uiteraard geen enkel individu gezonder gemaakt, zoals ook een gesaneerde economie niemand verrijkt maar integendeel een heel leger werklozen voortbrengt. De economie en de volksgezondheid bestaan in een andere wereld (die van de statistieken) dan de wereld waarin rijkdom en gezondheid bestaan, die immers eigenschappen zijn van mensen.

Het uiteindelijke falen van het materialisme betekent echter niet dat het geloof in God het pleit wint: in beide gevallen wordt een vrije keuze gemaakt, absurd maar onontkoombaar en enkel gegrond in verwachtingen of in hoop. Wat het belang van die laatst genoemde en vaak onbegrepen begrippen in het licht plaatst. Aurelius Augustinus deed dat wél al in de vierde eeuw door verwachting (en herinnering) te relateren aan wat wij beschouwen aan iets louter fysisch, namelijk de tijd. De tijd krijgt door die begrippen namelijk een onmisbare subjectieve component, namelijk als het 'geheugen': alleen het 'nu' bestaat, het verleden bestaat in het 'nu' als herinnering en de toekomst als verwachting. De tijd bestaat met andere woorden helemaal niet zonder de 'ziel'. En zo gaat het er op lijken dat het fysische universum en de ziel onderling verschillende en onverenigbare doch diep verstrengelde aspecten van onze werkelijkheid zijn.

(J.B., 30 maart 2026)






Trump achterna: “Minister Jambon (N-VA) keldert 40.000 euro steun voor Apache (Tom Cochez)”

Trump achterna: “Minister Jambon (N-VA) keldert 40.000 euro steun voor Apache (Tom Cochez)”

Die 'ons' niet naar de mond praten, hun mond worde gesnoerd, of: het einde van de onafhankelijke journalistiek, nu ook in Europa.

Om te lezen, klik:

https://apache.be/2026/03/18/minister-ja

mbon-n-va-keldert-40000-euro-steun-voor

-apache?cdlnk=UEVCOHBlcG1GZDNiRD

N2cTVpdjBLd

zNvNzFjRCt0U2VGbCtzYzgvVElJTE00WjkvZ2

JIU3JlalFoUmg1MU45SkNxdE5yMVcvdTVQY1p

jZHVWQT09OjowZGM1YTU4YTVkZmNhNzM1

NzdjODI2YWU5MWIzNTdjNA%3D%3D



Lees ook:

https://apache.be/prijzen



'Trauma en levenslust' Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161 - Aflevering 4

 

Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161

Aflevering 4

De aanvaarding van wat is, betekent geen apathie en de zingeving aan het leed wil niet zeggen dat het wel ergens deugd zou kunnen doen: “Eeuwenlang is de cultus van het lijden als werktuig ter rechtvaardiging van het onrecht en tot onderdrukking schaamteloos uitgebuit”2, aldus Sölle, maar tegelijk wijst zij er op dat de verbanning van leed (en van de dood) “tot bijna elke prijs” oneigenlijk is, alsook het marchanderen met leed, het relativeren en het bagatelliseren ervan omwille van de omvang. De aanvaarding van wat is, betreft eveneens “degenen, die overal ontkend werden en die gedwongen werden zichzelf te ontkennen. [Ook tegenover] het zieke, beschadigde incapabele leven, moet men de opvatting der acceptatie van het lijden zien (...)”3

In het boek Job is de (door Sölle aan God toegeschreven4) beproeving tiranniek, maar tegenover de tiran wordt de kleine geholpen: “De gehele schepping, vaak ook de zon, de maan en de sterren worden opgeroepen de zwakke tegenover de overmachtige te helpen. Is de beproeving doorstaan, dan gaat het recht van de machtige zulke beproevingen op touw te zetten te niet. [De beproevers] worden machteloos gemaakt, doordat de beproeving tegen de verwachting en tegen de wil van de tiran in doorstaan wordt. Dat is echter alleen mogelijk bij een absoluut 'rein' ongespleten wezen, dat de dood niet schuwt. Alleen hij, die bereid is zich te offeren (…) zal de beproevende God machteloos kunnen maken.”5 In de interpretatie van Sölle “is Job juist vroom omdat hij niet gelooft”6; hij is sterker dan God daar hij met zijn onbeantwoorde schreeuw op een andere God - Christus - blijft wachten.7

Deze waarheid verwijst onwillekeurig naar de Orpheusmythe (waarover Sölle niet spreekt) in een cultuur die wellicht helemaal losstaat van de joodse (en uiteraard van de christelijke, gezien de datering), waarin de liefde en de kunst een heilig huwelijk aangaan. De liefde van Orpheus voor zijn door een adder doodgebeten Eurydikè krijgt gestalte in een aanklacht van het onrecht in de artistieke vorm van de elegie waarvan de oprechtheid maakt dat zij in staat is de ganse natuur te ontroeren en de macht van de dood over het leven (tijdelijk) ongedaan te maken. Het kunstwerk is daar de drager van de kracht van de waarheid waartegen niets of niemand, ook niet een vermeende godheid, opgewassen kan zijn, en het ontleent aan die waarheid het wonder dat wij benoemen als schoonheid.

(J.B., 18 maart 2026)

 

3364134-5cc065e5b644f6848c1ff12994bb2684.jpg
Kris Lippeveld, Trauma en levenslust (2016)

Met dank aan de kunstenaar

 

2Dorothee Sölle, o.c., pag. 82.

3Dorothee Sölle, o.c., pag. 85.

4Men kon opmerken dat de beproever Satan is en Jahweh staat dit toe omdat Hij het uiteraard niet kan weigeren. Tegelijk valt voor de interpretatie van Sölle wel iets te zeggen want Satan is een schepsel Gods gedoemd om hem te gehoorzamen - waar hij dat niet doet, verliest het verhaal zijn consistentie.

5Dorothee Sölle, o.c., pp. 87-88.

6Dorothee Sölle, o.c., pag. 93.

7Dorothee Sölle, o.c., pag. 93.






'Trauma en levenslust' Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161 - Aflevering 3

 

'Trauma en levenslust'

Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161

Aflevering 3

Trauma en levenslust: de twee in juxtapositie scheppen een koan, een geleide tot nadenken, tot het geven van zin aan iets dat op het eerste gezicht alleen maar tegenstrijdigheden in zich heeft, want dat is de indruk die men krijgt waar in de getraumatiseerde ziel alsnog de levenslust leeft omdat men geneigd kan zijn te denken dat levensleed en levenslust elkander tegenspreken.

Het kunstwerk etaleert met het bloedrode lichaam de alsnog aanwezige, niet te stoppen levensdrang die zich zoekt te bevrijden van het aszwart dat aan de gedachten kleeft en dat ze ook overheersen wil zoals in het sterven, de dood het leven. Maar het lijf verzet zich en bindt de strijd aan zoals ook de kleuren dat doen op het schilderij. Er is een kracht in ons die ervoor zorgt dat wij in die strijd nimmer ten onder gaan en die daarin schuilt dat wij ons niet verzetten tegen wat is.

Die houding van aanvaarding wordt mogelijk als wij de werkelijkheid beminnen, als wij ermee op houden eisen te stellen aan wat het lot ons toebedeelt. Zoals wij pas echt van iemand houden als wij de persoon aanvaarden zoals die is, onvoorwaardelijk, zonder die te willen veranderen of zogezegd 'verbeteren', wat echter totaal anders is dan onverschilligheid, waarin immers geen spoor van liefde te bekennen valt.

Dat is wat Dorothee Sölle lijkt te suggereren.2 “(...) De 'geest van koopmanschap', zoals [de door de kerk verbannen] Meister Eckart het noemt, is hier uitgesloten.”3 Het gaat om “een leer van handelen 'zonder waarom'”4 en “een ik-sterkte die in het lijden niet vernietigd wordt.”5

En hier herinnert men zich de in onze inleiding geciteerde uitspraak van Albert Camus: “Au milieu de l’hiver, j’apprenais enfin qu’il y avait en moi un été invincible.”6 De liefde blijkt sterker dan het ongeluk. En “de mystieke liefde (…) transcendeert iedere God die minder is dan liefde.”7 Het lijden maakt het pijnlijke proces van het zich losmaken van de dingen mogelijk. “Bedoeld is niet alleen, dat het beter is, onrecht te lijden dan onrecht te doen (…) [maar wel] te weten, dat degene, die onrecht lijdt, ook sterker (niet alleen moreel beter) is dan degene, die onrecht doet.”8 En het is wellicht die waarheid welke aan 'Trauma en levenslust' zijn onmiskenbare authenticiteit verleent.

(J.B., 17 maart 2026)


3364107-5cc065e5b644f6848c1ff12994bb2684.jpg

Kris Lippeveld, Trauma en levenslust (2016)

Met dank aan de kunstenaar

2Dorothee Sölle, o.c., pp. 70-93.

3Dorothee Sölle, o.c., pag. 74.

4Dorothee Sölle, o.c., pag. 77.

5Dorothee Sölle, o.c., pag. 74.

6Albert Camus, « Retour à Tipasa », L’Été (1953), de slotzin. Cf.: https://edder.org/literatura/tipasa2.pdf

7Dorothee Sölle, o.c., pag. 75.

8Dorothee Sölle, o.c., pag. 81.



'Trauma en levenslust' - Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 2016 - Aflevering 2

 

'Trauma en levenslust'

Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161

Aflevering 2

Dorothee Sölle betoogt dat nieuwe pijnen de kop opsteken in deze tijd en dat wij ertoe neigen ze te verdringen2 terwijl zij de Japanse theoloog Kazoh Kitamori laat opmerken dat pijn inherent is aan de liefde.3 Sölle stelt het ontvluchten van pijn gelijk aan de apathie: pijn maakt ons sterk, zegt Sölle, en ze verwijst naar het volk van Vietnam4 - een voorbeeld van een hedendaags equivalent zijn wellicht de Palestijnen.

Maar ook de dagelijkse (fabrieks)arbeid in het geïndustrialiseerde westen wordt door leed getekend. Aanvankelijk verstomt het lijden, vervolgens komt het klagen, tenslotte gaat men over tot rationele taal en actie in een poging om de situatie veranderen.5 “Een van de traditionele mogelijkheden om je zelf uit te drukken is vandaag de dag zoek geraakt: het gebed. Het vermogen, met zichzelf in dialoog te treden, lijkt steeds meer mensen zinloos én overbodig.”6 “De vraag welk wereldbeeld iemand heeft (…) is onwezenlijk; beslissend is, wie de partner in de dialoog van de mens is, Christus of de Mammon of de eigen vitaliteit.”7 Bidden is een verzetsdaad: men wenst iets anders dan wat de maatschappij aanbeveelt.8

Voor Dorothee Sölle is de (artistieke en intellectuele) arbeid derhalve gebed, zoals ook in de islam wordt gesuggereerd en het verzet zit hem in het engagement zonder hetwelk de hedendaagse kunst haar naam niet meer verdient. Edoch, de kwestie waarvoor men zich dan moet engageren wordt een wespennest door de macht van (religieus en politiek gestuurde) ideologieën en zo moet kunst zichzelf verheffen boven politieke kleuren en zal waar kunstenaarschap vertrouwd zijn met de bedelaarsstaf. Aan schatrijke artiesten is meestal een reukje, alsook aan religieuzen die hun optrekje hebben in kastelen en die een vette wedde trekken van de staat: hun gesprekspartner kan in geen geval de man zijn van Gethsemane.

Kunst verwijst naar de pathos van het leven die zonder de lijdenservaring oneigenlijk blijft met als wezenlijke component Gethsemane, de verlatenheid, ook door God, wat leidt tot een uiterste opmerkzaamheid.9 En zo beeldt Trauma en levenslust niet de heldhaftigheid van frontsoldaten af zoals de staatse monumenten op bestelling dat doen, die worden opgericht met wat nog rest van het geld van de slachtoffers van de politieke leugens nadat die begraven werden en om de troosteloosheid te verhullen van een leed dat niet te peilen is: wars van alle leugens wijst het kunstwerk naar de waarheid van het leed dat zich verankerd heeft in trauma's waarmee de levenslust een strijd aangaat die van een andere orde is en die niet zoals de oorlog naar de eeuwige dood leidt doch naar oorden waar iets dat schoonheid wordt genoemd misschien ontkiemen kan.

(J.B., 16 maart 2026)

2Dorothee Sölle, o.c., pag. 35.

3Dorothee Sölle, o.c., pag. 37.

4Dorothee Sölle, o.c., pp. 37-49.

5Dorothee Sölle, o.c., pp. 50-60.

6Dorothee Sölle, o.c., pag. 61.

7Dorothee Sölle, o.c., pag. 62.

8Dorothee Sölle, o.c., pag. 63.

9Dorothee Sölle, o.c., pp. 63-69.

3364077-5cc065e5b644f6848c1ff12994bb2684.jpg

Kris Lippeveld, Trauma en levenslust (2016)

Met dank aan de kunstenaar











'Trauma en levenslust' - Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 2016

 

'Trauma en levenslust'

Nog enkele bedenkingen n.a.v. het gelijknamige kunstwerk van Kris Lippeveld, uit 20161


3364069-5cc065e5b644f6848c1ff12994bb2684.jpg

Kris Lippeveld, Trauma en levenslust (2016)

Met dank aan de kunstenaar

Met de massamoordenaars aan de macht, beleven wij heden de barre winter van de tijd, maar herinneren wij ons wat in 1953 de Franse auteur Albert Camus neerpende: “Au milieu de l’hiver, j’apprenais enfin qu’il y avait en moi un été invincible.”2 Deze mysterieuze zin getuigt van een verborgen kracht in het binnenste van de mens, de kracht die het hem mogelijk heeft gemaakt om de tijden te overleven en er ondanks alles vandaag nog te zijn. Zij is moeilijk te definiëren maar zij keert menigmaal terug in de geschiedenis, in allerlei vormen, en in de westerse cultuur bestaat zij zowel in haar Helleense als in haar christelijke pijler. In de Helleense verschijnt zij bijvoorbeeld in de uiteindelijke thuiskomst van Odysseus na zijn omzwervingen in de vele werelden die in normale omstandigheden aan het oog van de stervelingen onttrokken blijven en die zich pas tonen waar een strijd zich aandient op leven of dood en in de weliswaar multi-interpretabele zogenaamde christelijke pijler komt het heil pas via de weg van het kruis in het verschiet.

Paradoxaal maar helemaal niet tegenstrijdig en bijna als een koan dient zich zoals in Augustinus' symbolisme een werkelijkheid achter het louter stoffelijke aan, echter onbereikbaar voor wie niet het vereiste offer brengen, zoals ook het geval is waar de betekenis van een tekst pas kan veroverd worden waar men zich (van kindsbeen af) gewijd heeft aan het zich eigen maken van de taal, waarbij het bereikte resultaat mede afhangt van de geleverde inspanningen: geen gratie zonder offer, al is er ook nog het mysterie van de genade.

“Het zich bewust zijn van de onmacht is iets dat het lijden fundamenteel bepaalt”3, zo schrijft de protestants-marxistische 'god-is-dood-theologe' Dorothee Sölle. Het ongeluk is fysiek en psychisch, in de pijn, maar ook sociaal, in het isolement, zegt Sölle, en zij citeert Simone Weil: “'Het ongeluk maakt belachelijk'”4 - waar vandaan de afwezigheid van solidariteit (het “verloochend, verraden en verlaten worden”5) met de lijdenden en alleen een eigen lijdenservaring kan de neerbuigende caritas tot echt medelijden maken.6 Maar dat kan evenmin een reden zijn om een oorlog goed te praten als een vermeende schuld. “Er zijn vormen van smart [zie bijvoorbeeld het leed van onschuldigen], die iedere vorm van schuld oneindig ver te boven gaan”7, aldus Sölle. “Edith Stein is met andere joden naar de gaskamers gegaan, hoewel zij gered kon worden en haar dood niemand hielp”8 en daarvoor bestaat geen uitleg. Sölle haalt ook het tragisch conflict van Agamemnon aan die zijn dochter in een zoenoffer met de goden betrekt.9

Het te allen prijze uit de weg gaan van leed (heden bekend als het in het materialisme algemeen verbreid sentiëntisme van Peter Singer) brengt geen heil: “Als de ervaringen van het lijden, de 'pathai' van het leven verdrongen worden, verdwijnt ook het pathos van het leven en de kracht en intensiteit van de genoegens ervan.”10 “In deze betekenis kan men de apathie van de maatschappij als een deel van haar nekrofiele oriëntering in de zin van Erich Fromm begrijpen. Nekrofilie is liefde tot het dode, het verstarde, het onbeweeglijke, 'de wens van het organische door 'ordening' in het anorganische te veranderen' (E. Fromm, Das Menschliche in uns, Zürich 1968, 49)”11 - “het ideaal van de middenklasse”12 - “een banaal optimisme”13 - “een verstarring van het leven”14 - wat uitmondt in blindheid voor het lijden en in stompzinnigheid.15

(Wordt vervolgd)

(J.B., 15 maart 2026)

2Albert Camus, « Retour à Tipasa », L’Été (1953), de slotzin.Cf.: https://edder.org/literatura/tipasa2.pdf 

3Dorothee Sölle, Lijden, Ten Have, Baarn 1987 (1973) (Oorspronkelijk: Leiden, Kreuz-Verlag, Stuttgart 1973), pag. 12.

4Dorothee Sölle, o.c., pag. 14.

5Dorothee Sölle, o.c., pag. 16.

6Dorothee Sölle, o.c., pag. 15.

7Dorothee Sölle, o.c., pag. 22.

8Dorothee Sölle, o.c., pag. 26.

9Dorothee Sölle, o.c., pag. 27.

10Dorothee Sölle, o.c., pag. 31.

11Dorothee Sölle, o.c., pag. 32.

12Dorothee Sölle, o.c., pag. 33.

13Dorothee Sölle, o.c., pag. 33.

14Dorothee Sölle, o.c., pag. 33.

15Dorothee Sölle, o.c., pp. 34-35.

 






Meer van Tisallemaiet

↑ Terug naar de berichten