Naar de inhoud

Tisallemaiet

Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet) - © J. Bauwens, Serskamp
akke.beakke.be
Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet ) - © J. Bauwens, Serskamp

Archief

Kerst

 

 



Kerst

Als in een wazige spiegel van de Vlaamse auteur Ludo Noens confronteert sciëntisten met het bijzonder precair karakter van hun wereldbeeld en met de voorbarigheid van een enthousiasme dat met de zelfverheerlijking, of is het een zelfvergoddelijking, van de mens speelt. Niet zozeer omdat het werk een aantal hiaten blootlegt in die zelfverzekerde opvattingen - wat het weliswaar doet - maar eerst en vooral omdat daar de vinger wordt gelegd op een nog veel pijnlijkere wonde: het uiteindelijk fictief karakter van de criteria welke de zogenaamde realiteit moeten scheiden van de fictie.

Het belichten van die flinterdunne of misschien wel geheel onbestaande, genoemde grens maakte sinds de vroegste publicaties van deze hedendaagse auteur deel uit van de kern van de betekenis van zijn werk maar in de jongste publicaties treedt de ernst van de kwestie steeds meer op de voorgrond: terwijl Noens zich er aanvankelijk op toelegde om middels niet meteen simpele literaire middelen de werkelijkheidswaarde van de fictie aan het licht te brengen, maakte hij ook werk van het aan het licht brengen van het fictief karakter van zekere 'onbetwijfelbare' realiteiten. Deze verwoording vertoont niet geheel toevallig enige verwantschap met die met betrekking tot 'the unsinkable', zoals ooit de Titanic werd genoemd, waarvan echter de noodlottige bestemming binnen de kortste keren de zeebodem bleek te zijn want een gelijkaardig zwaard van Damocles lijkt met de overpeinzingen in de genoemde literatuur boven het hoofd van steeds meer takken van de boom van de wetenschappen te hangen.

Om te beginnen is er de zichzelf tot 'heilige wetenschap' verklarende theologie die het moet opnemen tegen het geschiedkundig onderzoek, de fysica en de psychologie. Tegelijk blijkt steeds vaker hoe ook historisch onderzoek vervalst wordt (denk maar aan inspanningen die nog steeds geleverd worden om de Congohistorie te verdonkeremanen) en ook de psychologie heeft haar beste tijden gehad: de haring van haar menigvuldige veroordelingen van zogenaamde 'abnormalen' bakt niet meer sinds de slachtoffers van die ronduit demoniserende praktijken op de barricaden zijn gaan staan en de dieptepsychologie alsook de psychoanalyse werden grotendeels naar het rijk der fabels verwezen.

Wat betreft de laatstgenoemde discipline worden de zaakjes nu veeleer beheerd door de farmacie die op haar beurt in ongenade dreigt te vallen bij de massa nadat zij als economische topbedrijvigheid volgens velen een wat onfrisse rol speelde in een recente wereldwijde zogenaamde coronacrisis die een totalitarisme aan het licht bracht waarin menigeen de voorbode van een nieuwe wereldoorlog meende te ontwaren.

In de zogenaamde 'harde' wetenschappen dan met op kop de fysica en de kosmologie, schuift de vaste grond onder de voeten van de onderzoekers weg ingevolge zich om de haverklap verversende theorieën en paradigma's waarvan de kwantummechanica niet de geringste is, naast de ooit als absolute waarheid voorgestelde speculaties over het ontstaan van het heelal.

Voor een meer uitvoerige behandeling van deze kwestie, wende men zich tot het werk van Ludo Noens maar hier belangt ons een zekere paragraaf aan in zijn jongste publicatie met betrekking tot het verschijnsel van de levitatie.

Die 'onmogelijkheid' wordt daar allerminst lichtzinnig behandeld: zij kadert in een positief wetenschappelijk gefundeerde situering en meer bepaald leent het boek ons de ogen (en de geest) van verschillende vooraanstaande natuurvorsers voor het beschouwen van het verschijnsel van de zwaartekracht. Maar dus ook voor het verschijnsel van de levitatie bestaan verschillende wetenschappelijk verklaringen, meer bepaald waar die het gevolg is van de werking van zekere winden, van magnetisme of van geluid (de zogenaamde ultrasone of akoestische levitatie waarmee monniken in Tibet zware stenen zouden verplaatsen) maar in het geval van heiligen zou de bevrijding van de zwaartekracht het gevolg zijn van een mystieke extase. Nu wijst onze auteur op de volgens zijn onderzoek meer dan tweehonderd geregistreerde gevallen van levitatie onder (meestal) heiligen van de katholieke kerk en onder hen bevindt zich Thomas van Aquino.

Zoals enkele afbeeldingen van de geleerde van inmiddels duizend jaar geleden tonen, was Thomas nogal corpulent, wat aanleiding zou hebben gegeven tot enige hilariteit bij het ter sprake komen van de genoemde bijwerkingen van de mystieke vervoering tijdens zijn gebed. Sinds de opkomst van fotografie en film is het aantal meldingen van levitatie enigszins geslonken, wat inzake het verschijnsel lijkt te wijzen op een soort lensschuwheid maar toch blijft er een niet weg te werken residu van ernst bestaan hetwelke wordt gevoed, enerzijds door steeds vaker opduikende verklaringen binnen de wetenschappen zelf maar anderzijds ook door het bewaren van een vrome stilte in religieuze middens waarop deze 'bovennatuurlijke' zaken betrekking hebben. Het is de rol van vorsers om het onzichtbare aan het licht te brengen teneinde het ook te kunnen verklaren en op die manier werden in het verleden boze geesten vervangen door microscopisch waarneembare bacteriën, virussen of vergiften en werden aan goden en demonen toegeschreven verschijnselen verklaard met wiskundige formules. Maar toch: er is een onverklaarbare hardnekkigheid in het geloof dat miljarden mensen, onder wie vele vorsers en geleerden, ervan weerhoudt om het onverklaarbare dat nu en dan verschijnt in een wereld waarin het niet thuis lijkt te horen, zomaar af te wijzen omdat er een schijn van heiligheid mee gemoeid is.

Om te beginnen is er het mysterie dat de tand des tijds helemaal geen vat blijkt te hebben op 'heilige gebeurtenissen' zoals bij uitstek het jaarlijkse kerstfeest wereldwijd, dat zich aldus in de dimensie van de onsterfelijkheid lijkt te situeren. Wetenschappelijke bevindingen smelten weg als sneeuw in de zon bij de aanblik van de kerststal waarvan niemand nog betwijfelt dat die een product is van de kinderlijke fantasie. Edoch, wetenschappelijke criteria blijken gewoon niet van toepassing op deze zaken, zoals men ook niet kan beoordelen of het goede en het schone, waar zijn. Waarom ook zou men de vliegkunst van de grote kerkvader Sint Thomas van Aquino, auteur van het Thomisme, fundament voor de katholieke theologie, in twijfel trekken als het nog veel groter mysterie van de verrijzenis de kern uitmaakt van het christelijke geloof?

De beschreven getuigenissen van de eerste opstanding kunnen weliswaar worden afgedaan als historische vervalsingen of als inbeeldingen maar waaraan niet getornd kan worden is aan de hoop dat de verrijzenis alsnog een realiteit zal blijken en die hoop is gegrondvest in de liefde die geen mens kan loochenen en die de mythische Orpheus ertoe aanzette om af te dalen in de diepste krochten van de hel.

(J.B., 21 december 2025)

Sympathie voor schurken

 

 



Sympathie voor schurken

Nu Trump aan de macht is, de clown die zich verkleedt in de paus van Rome en die de mond vol heeft over 'God' terwijl hij alles behalve de parabel van de rijke jongeling genegen blijkt, lustig om zich heen bombardeert en tegelijk hengelt naar de Nobelprijs voor de Vrede, is een woordje over sympathie voor schurken geen luxe-aangelegenheid.

Sympathie voor schurken is een gedrag dat van alle tijden is en dat de menselijke nood aan confirmatie en aan consolidatie etaleert, meer bepaald de nood om de zogenaamde cognitieve dissonantie op te heffen.

Cognitieve dissonantie is een begrip uit 1957 van de socio-psycholoog Leon Festinger en het beduidt de onlust veroorzaakt door psychosociale onverenigbaarheden. Men tracht die op te heffen middels pogingen om de genoemde onlust weg te werken en dus om een zekere consonantie ter zake te herstellen teneinde de consistentie binnen de persoonlijkheid terug te winnen.

Dit kan op verschillende manieren gebeuren, en zo bijvoorbeeld betekent dat voor een katholiek gelovige dat hij ophoudt met zondigen: de zonde immers schept een kloof tussen, enerzijds, wat hij doet en, anderzijds, wat hij (volgens zijn religie) zou moeten doen - de bekende kloof tussen Sein en Sollen. Maar deze gelovige kan de genoemde kloof ook op een heel andere manier dicht maken.

De 'zondaar' kan de genoemde dissonantie namelijk ook wegwerken door zijn religie te verwerpen. Hij kan dan bijvoorbeeld de veeleisende Christusfiguur vervangen door Lucifer die immers in het zondigen helemaal geen graten ziet. En het is voor een deel ook in die zin dat men het sympathiseren met zogenaamde schurken moet verstaan.

De tendens om met schurken te gaan sympathiseren neemt toe onder invloed van uiteenlopende factoren. Om het gemakshalve bij het gegeven voorbeeld te houden, is het duidelijk dat de druk die de heersende moraal uitoefent op het volk, van grote betekenis zal zijn: de neiging om te 'zondigen' (tegen de regels van de heersende moraal) wordt door die moraal ingeperkt, of beter nog: zij wordt ingeperkt door de middelen die door de heersende moraal worden aangewend om het gedrag te reguleren.

Zo zullen mensen minder geneigd zijn om te stelen wanneer bij diefstal het afhakken van een hand als strafmaat geldt. Waar daarentegen straffeloosheid van de partij is, zal men zich niet langer aan de morele voorschriften storen en zal men de moraal verwerpen of verwisselen voor een moraal waarin dieven optreden als de nieuwe helden. Bij uitstek gebeurt dit dan waar dieven aan de macht zijn en waar derhalve niet slechts straffeloosheid geldt maar waar bovendien beloningen worden uitgeloofd aan wie het voorbeeld in kwestie genegen zijn.

Het probleem is niet min omdat het hele zaakje draait om de vraag of de criteria welke gehandhaafd worden teneinde goed en kwaad te onderscheiden, gerechtvaardigd zijn. Met andere woorden duikt hier de vraag op welke moraal dan wel de goede moraal is. En het is evident dat we hier te maken krijgen met een slang die in haar eigen staart bijt; men moet immers eerst beschikken over een moraal vooraleer men zich kan uitspreken over het al dan niet deugen van een zaak, in casu een bepaalde moraal.

Een objectief of wetenschappelijk fundament voor een moraal is niet te vinden, hoezeer men ook zoekt: het zal steeds willekeurig zijn omdat de vraag of het goede waar of onwaar kan zijn, absurd is, evenals de vraag of het schone waar of onwaar is. In een maatschappelijke context zal een fundament voor een moraal veelal worden gekozen of gefabrikeerd en aangewend door de sterkste, in functie van het consolideren van diens machtspositie.

Zo bijvoorbeeld wordt het katholicisme al gedurende twee millennia benut door potentaten om het volk eronder te houden, zoals door Friedrich Nietzsche werd verklaard. Het christendom als slavenmoraal is in overeenstemming met de wensen van de heersers en schenkt aan de slaven een zekere gemoedsrust of een consonantie van het innerlijk, die echter verdwijnt en verandert in onvrede van zodra de betrokken 'gelovigen' zich tegen die opgedrongen religie gaan verzetten.

Het adjectief 'opgedrongen' volgt nota bene helemaal niet uit gevoelens van vijandigheid jegens de moraal in kwestie maar uit de vaststelling dat mensen als katholiek worden beschouwd van zodra zij het zogenaamde doopsel hebben ontvangen, wat gebeurt op een ogenblik dat zij pas enkele dagen oud zijn en derhalve in het volstrekte onvermogen verkeren om zich tegen de inlijving door deze religie te verzetten. Dat verzet kan later komen, na de bewustwording van wat men werd aangedaan, en sympathie met zogenaamde 'ketters' zal dan uiteraard worden aanzien als vanzelfsprekend.

Volledigheidshalve: aldus werd het christendom als zodanig, dat een niet altijd even duidelijke verzameling is van uitspraken gedaan door een bepaalde persoon, helemaal niet veroordeeld noch goedgepraat, echter wel de aanwending ervan door machtswellustelingen. En het is geen sinecure om in dat wespennest enige klaarheid te scheppen.

(J.B., 20 december 2025)

A.W.W.

A.W.W.



3362198-b9d6bc0ce4cd789f91b8c495aa478ca9.jpg

Over wat verborgen is (2)

 

 



Over wat verborgen is (2)

De betekenis van wereldbeelden verandert in de mate dat de wereld verandert, ook als aan die wereldbeelden zelf helemaal niets gewijzigd wordt. Dit is zo omdat een wereldbeeld betrekking heeft op de wereld en het geldt des te meer naarmate die betrekking authentieker is. Zo is een wereldbeeld volgens welk de zon rond de aarde draait, waar totdat wordt aangetoond dat de aarde rond de zon draait. Maar andersom is het ook denkbaar dat een wereldbeeld geheel onwaarachtig lijkt tot op het ogenblik dat de wereld zelf zodanig kentert dat het wereldbeeld in kwestie waar wordt: objectief gezien is het altijd waar geweest, zoals ook het geocentrisme altijd fout was, alleen blijkt dit pas nadat de wereld in het daartoe vereiste stadium is beland.

Men zegt dan dat de waarheid 'uitkomt' en dat gezegde geeft gehoor aan een ander gezegde, namelijk: “Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel.” In dat gezegde kan de leugen verwijzen naar de veroordeling van een wereldbeeld dat mettertijd alsnog waar zal blijken. En 'mettertijd' betekent dan: nadat de wereld een zekere verandering heeft ondergaan, bijvoorbeeld door een ontdekking of ingevolge een andere gebeurtenis.

Het precair karakter van wereldbeelden komt echter pas aan het licht in ogenblikken van grote ontdekkingen of van ingrijpende gebeurtenissen. Zolang ontdekkingen uitblijven en er verder niets gebeurt, zijn wereldbeelden stabiel, ze lijken waar en betrouwbaar. Een wereldbeeld dat onvergankelijk lijkt, wijst dan ook vooreerst op het uitblijven van ingrijpende gebeurtenissen en vooral dan op een stilstand inzake inzicht en begrip.

Dat impliceert echter niet dat waar inzichten zich wijzigen, de wereldbeelden die daarmee in strijd blijken, ook meteen vergaan. Ze kunnen een hardnekkigheid vertonen die doet denken aan de wet van de traagheid, omdat zij vast geworteld zitten in het leven. Anderzijds is het tevens niet ondenkbaar dat inzichten louter vermeende inzichten zijn, die achteraf alsnog onjuist blijken want niets of niemand garandeert dat verandering per definitie gelijk is aan verbetering of vooruitgang. Want het is niet zo dat alles spontaan evolueert naar steeds meer waarheid, ook al lijkt die illusie sterk gevoed te worden door het zich opstapelen van technische verworvenheden - die zijn vaak louter en alleen te wijten aan de voortgang van de tijd die als zodanig de opstapeling van ongeacht wat meebrengt. Een garantie dat verandering meer waarheid brengt, is er evenmin als een garantie dat het verloop van tijd (dat spontaan verandering meebrengt) zou volstaan voor een toename van schoonheid of van goedheid en voor de hand ligt het voorbeeld van de eeuwig groeiende afvalberg alsook dat van een steeds meedogenlozer wereldgebeuren.

Het is ook mogelijk dat de hardnekkigheid van wereldbeelden niets te maken heeft met de hoger genoemde 'traagheid' maar wel met een verborgen zekerheid. Die zekerheid manifesteert zich niet in wetenschappelijke bewijzen maar blijkt uit een vorm van trouw welke men ook terugvindt onder mensen die om elkander geven. Ook wanneer buitenstaanders geliefden attent maken op de onzekerheden die zij aangaan door blindelings aan elkaar trouw te zweren, laten die zich niet van de wijs brengen door de weliswaar goedbedoelde waarschuwingen, ook al hebben die hun waarde al menigmaal bewezen. Mensen eigenen zich het recht toe om te handelen wars van zekere bewezen waarheden, waarschijnlijkheden en zekerheden en dat recht komt in feite neer op het recht op vrijheid.

Zonder vrijheid is er slechts het 'kristallen paleis' van Dostojewski of een totalitair systeem in eender welke vorm. De mens is daarin dan herleid tot een loutere uitvoerder van programma's, voorgeschreven door wie aldus over hem heersen: degenen die hem zijn menselijkheid, zijn leven en zijn toekomst trachten te ontfutselen en die een voorganger hebben in Herodes.

Dat de zekerheden waarvan sprake verborgen blijven, heeft het nadeel dat ze zich niet meteen bewijzen aan de wereld maar tegelijk het voordeel dat zij niet zo makkelijk geaccapareerd kunnen worden. De takken van een grote palmboom sluiten zich er omheen zolang zij weerloos zijn en totdat zij zich vanuit de kracht van de waarheid zelf kunnen meten met de openbaarheid. Wat aldus tot leven komt, wordt gewis alsnog veroordeeld door een wereld die alleen oren heeft naar klinkende munten, bewijzen en programma's en het moet zich daarom blijvend verhullen in een geheim dat aan elk werelds oog ontsnapt.

(J.B., 18 december 2025)

Over wat verborgen is

 

 



Over wat verborgen is

Opscheppen lijkt onschuldig maar dat is het misschien wel allerminst en daarom moet daar worden bij stilgestaan nu de feesten naderen want op feesten zijn opscheppers van de partij. Het scheppen laten zij aan anderen over maar opscheppen kunnen zij dus wel en zo bijvoorbeeld scheppen zij op over de geplande gigantische balzalen waarin de festiviteiten van de toekomst hun bestemming zullen krijgen. Samen met collega-opscheppers zullen zij in die zalen hun gigantische successen vieren van het afgelopen jaar. Niemand immers op de hele wereld zal kunnen zeggen dat zijn balzaal groter is, niemand kan aanspraak maken op een gelijkaardig recht op de Nobelprijs voor de Vrede en niemand op aarde kan zeggen zoveel zorg te dragen voor mens en milieu of zoveel respect op te brengen voor de soevereiniteit van andere naties, niemand in de ganse geschiedenis heeft zoveel durf vertoond om met de vier alom en ook door alle kinderen gekende initialen op het voorhoofd aan iedereen kenbaar te maken dat hij de grootste narcist aller tijden is. En als hij voorwaar de allermachtigste man op aarde is, zal zijn voorbeeld uiteraard aanstekelijk werken - ook en vooral voor kinderen - en krijgen wij binnen de kortste keren een Unwertung aller Werte, zoals ze dat een dikke eeuw geleden Nietzsche nazegden en zoals het nu herhaald wordt: een omkering van alle waarden, precies zoals voorspeld in George Orwell zijn 1984: oorlog is vrede, vrede is oorlog. Weg met het christendom en een warm welkom aan de nieuwe 'herenmoraal', de moraal van het recht van de sterkste!

Want het is uiteraard de sterkste die opschept en meer bepaald schept hij op over het feit dat hij sterker is dan wie zwakker zijn. Want al wie opscheppen moeten, krachtens wat zij doen, ook eer betuigen aan alle opscheppers die hen in die kunde overtreffen, totdat zij van de piramide van de pikorde de absolute top bereiken, de top van wie zij het schitterende voorbeeld volgen, dat zij nooit zullen evenaren en waaraan zij derhalve alle eerbetoon en dank verschuldigd zijn: de dood die eeuwig op ons aller graven danst.

(J.B., 17 december 2025)

Estafette

 

 



Estafette

“Nihil nove sub sole”: het lijkt een onschuldige uitdrukking maar de vraag luidt of zij wel waarheid in zich bergt want zij verklankt een statische geschiedenisopvatting, zij staat voor de overtuiging dat er wezenlijk niets verandert zodat de waarheden zoals aangereikt in het boek Genesis, in de Veda's of in de Helleense mythen, niet kunnen inboeten aan geldigheid. Het starre vasthouden aan de wetten van de Thora, de lessen in het Nieuwe Testament, de verzen van de Koran, de Sanātana Dharma uit de Bhāgavata-Purāṇa of de voorschriften uit de Avesta, laat eigenlijk geen wezenlijke ontwikkeling toe inzake het beeld dat men van de wereld heeft.

De statische opvatting van de geschiedenis kan wel cyclisch zijn maar ook in dat geval gelooft men dat de dingen zich weliswaar kunnen ontwikkelen doch zij veranderen niet wezenlijk, zij keren telkenmale naar hun oorsprong terug. Soms vergelijkt men het verloop van de geschiedenis met de beweging van een slinger en in die opvatting pendelt men van het ene uiterste naar het andere terwijl men aan het rustpunt voorbij zoemt met een maximale snelheid zonder de mogelijkheid om halt te houden. Zelfs het teleologisch geschiedenisconcept is star: het ziet een zin of een einddoel in de loop van de gebeurtenissen en wekt daardoor een streven dat tot handelen aanzet maar het einddoel zelf ligt van bij het begin verankerd, het wordt voorspeld, men leeft er naartoe, men stemt zijn hele wezen er op af. En de naar vrijheid strevende mens vraagt zich af of een ontsnapping uit die kerker mogelijk is en hij komt tot het besluit dat hij het weliswaar niet weet maar dat hij hoe dan ook ontsnappen wil.

En dat is uiteraard pas mogelijk waar men gelooft de geschiedenis zelf te kunnen maken. Dat is geen sinecure en een opzet waar durf voor nodig is, zelfvertrouwen, moed en vooral zin voor verantwoordelijkheid want zodoende torst de mens op zijn schouders die gigantische last die anders door het noodlot wordt gedragen. Het is een revolte waarin de mens de goden uitdaagt maar onvermijdelijk zadelt hij aldus zichzelf op met het lot van Sysiphus, terwijl hij ook doet denken aan Atlas, die leefde in Atlantis en die vanwege een straf de wereld torsen moet.

De vertogen over de teleurgang van de oude waarden klinken goed in de oren van wie in donkere tijden op zoek zijn naar een reddingsboei maar zij houden een gevaar in dat niet altijd even zichtbaar is. De overtuiging dat alles altijd hetzelfde blijft en de moraal dat alles ook moet blijven zoals het is, impliceren in het licht van de wetenschappelijke opvattingen over het ontstaan van de mens immers ook de onmogelijkheid om ooit aan onze dierlijke oorsprong te ontkomen. Ze zetten een rem op het wetenschappelijk onderzoek dat immers vooreerst vrijheid vereist alsook de bereidheid tot het verlies van oude, vermeende zekerheden en het aangaan van een verbintenis met een partner die geen enkele garantie biedt, althans niet in de vorm van ruggensteun, omdat wij die partner zelf zijn. Want in de verwerping van de oude 'zekerheden' werpt de mens zich op zichzelf terug, hij wordt zich ervan bewust dat hij op fictie leunde en krijgt nu een koude douche maar tegelijk bestaat er geen alternatief voor wie weg willen uit de kerker van al die schijnzekerheden, dan in de keuze voor het volle licht dat buiten schijnt, achter de dikke en veilige maar ook alles verduisterende muren.

De Verlichting is een onderneming waaraan risico's inherent zijn maar buiten die keuze slinkt in feite alle hoop om ooit te komen tot een bevrijding die alleen kennis bieden kan omdat kennis de wil is om de werkelijkheid recht in de ogen te kijken. De risico's van die onderneming zijn niet min maar of zij ons zullen verlammen, is een kwestie die alleen wijzelf te beslechten hebben. Waar zij zich manifesteren, wordt de verleiding groot om terug te krabbelen naar oude wereldbeelden waar men zich braaf neerlegt bij wat 'de geschriften' ons dicteren maar het is zonde voor die verleiding te bezwijken in een tijd die alle middelen biedt om in te kunnen zien dat ook de auteurs van al die heilige boeken mensen waren die, indien zij daartoe nog in staat waren, ons het verwijt naar het hoofd zouden slingeren dat wij aldus uit pure gemakzucht, ja, uit lafheid, de lasten van het leven op hun schouders lieten liggen. Inderdaad, zij moeten worden afgelost.

(J.B., 16 december 2025)

Meer van Tisallemaiet

↑ Terug naar de berichten