rijm
een witte vacht geveegd
verkilt in duizenden parels
als kristal
de schone schijn
van damp
getoverd in een pracht van ijs
straks
met een laatste restje kracht
komt in zekerheid van licht
de zon met warme overschot
zodat alle pracht verdwijnt
en 't groen
nog even mag
de kleur van zomer zijn
want morgen na de nacht
herhaalt misschien
piet winter
die twinkelende pracht.dala

