In 2006 vierden we het 100e geboortejaar van André Demedts. In 2012 herdenken we hem 20 jaar na overlijden...
Zoeken in blog

Inhoud blog
  • 47ste André Demedtsprijs voor Sigiswald Kuijken
  • André Demedtshuis viert 40 jaar Cultuur- en Kunstencentrum
  • Heemdag rond André Demedts
  • 46e André Demedtsprijs voor Tinneke Beeckman
  • Afscheid aan Gaston Durnez
  • 45e Demedtsprijs voor Dirk Vyncke
  • Uit Het Kerkhof van André Demedts
  • André Demedts inspireert voor 11-julitoespraak
  • Uitreiking André Demedtsprijs 2017 aan Dirk Brossé
  • André Demedtsprijs 2017 voor Dirk Brossé
  • Met een krijt voor een bord van verleden...
  • André Demedts: Vlaams-Nederlands cultuurpromotor
  • Wandelen in de voetsporen van Schrijver-Dichter André Demedts
  • André Demedtsweekend
  • André Demedtsweekend 3-4 november
  • Kunstenaar Georges Dheedene te gast bij Demedts
  • Nieuwpoort herdenkt zijn ereburger André Demedts
  • Schrijver-landbouwer inspireert jongeren
  • André
  • André Demedtsjaar, van de Leie tot Zuid-Afrika
  • 2012 Herdenkingsjaar André Demedts
  • Het André Demedtsmuseum in een nieuw jasje
  • Vernieuwd André Demedtshuis krijgt educatieve invulling
  • Afscheid Hilde Demedts
  • Voor Hilde
  • In Memoriam Hilde Demedts
  • Scheepstrekkers in werk André Demedts
  • 40e André Demedtsprijs voor EUVO (Europa der Volkeren)
  • Georges Leroy (1930-1977)
  • juryverslag Demedtsprijs 2008
  • De Taalkoffer ontvangt 39e André Demedtsprijs
  • 38e André Demedtsprijs voor De Boekenbende
  • Overzicht André Demedtsjaar in feestnummer KFV-Mededelingen
  • Met André Demedts uit in West-Vlaanderen
  • 100 jaar geleden publiceerde Streuvels '˜De Vlaschaard'
  • André Demedts over het tijdsbeeld van priester Adolf Daens
  • Bij het begin van het Daensjaar!
  • André Demedts als mentor en mens
  • Vlaams mag weer!
  • Felicitaties van Minister Anciaux
    Laatste commentaren
  • mevrouw (Sabine Leroy)
        op Georges Leroy (1930-1977)
  • herinnering (bernard)
        op Recente getuigenis van zijn weduwe Germaine Ide
  • kloosterzuster-verpleegkundige (josee jansen)
        op Witte kerstmis
  • Kerstgedicht van André Demedts (Annie Tanghe)
        op Witte kerstmis
  • Vernieuwing André Demedtsmuseum (Bert De Smet)
        op Vernieuwd André Demedtshuis krijgt educatieve invulling
  • Foto
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     

    U kunt nog steeds meewerken met dit blog door het doorsturen van uw herinneringen of getuigenisssen over André Demedts.

    boeiend
  • Gezelle
  • Streuvels
  • Demedtshuis
  • Demedtsjaar 2012
  • Wido pedia
  • Timmermans
  • Boon
  • KFV
  • Luc Verbeke
  • e-Waregem
    André Demedtsjaar 2006
    Over veelzijdige persoonlijkheid van André Demedts
    We willen hier een archief aanleggen over André Demedts. Uw bijdrage en/of informatie over de veelzijdige activiteiten van André Demedts is hierbij van harte welkom...
    24-06-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fragment uit De Belgische Republiek van André Demedts
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Ter illustratie van de romankunst van André Demedts publiceren we hieronder de laatste drie hoofdstukken van De Belgische Republiek (1973), het eerste deel van het historische vierluik De eer van ons volk. Het fragment wordt door Anton van Wilderode (1976) omschreven als “een uniek stuk proza dat pulseert van mannelijke tederheid, intense inleving en groot vormvermogen.” Volgens van Wilderode kunnen deze hoofdstukken, waarin Demedts een mens, bestaan en noodlot creëert, zich meten met de grootste literatuur.

     

    Op het einde van De Belgische Republiek sterft het dappere maar ongelukkige boerenmeisje Maria aan tering. Terwijl zij volgens de aloude gebruiken wordt 'afgelegd', zondert vader Karel Gillemijn zich af in de schemerende koeienstal, bij de snuivende en herkauwende dieren, beladen met al het verdriet van de wereld.

     

    67

     

    Stilletjes ging hij weg van de voute. Het vuur brandde in de winterkeuken, maar er was niemand en hij liep naar buiten. Het sneeuwde weer en de sneeuw knerp­te en kreunde onder zijn stap. Maar ze kraakte niet doordat het er nog niet op gevroren had. Ook was het niet donker, want de sneeuw scheen licht te weer­kaatsen, hoewel er geen lichtbron was. Karel liep rond de mesthoop, de hond kwam uit zijn hok en zei iets in zijn beestentaal.

    "Hou je maar koest, Castor," zei hij. "Kruip diep in je kot, want het zal koud worden als het ophoudt met sneeuwen."

    Hij ging langs de deur van het etenhok in de koestal. Hij wist er de weg als in zijn huis, stak de deur achter zich dicht en vond een melkstoel, waar zijn hand ernaar tastte. Daarop ging hij zitten met zijn rug tegen de muur. De koeien hadden geslapen tot hij binnenkwam. Nu waren er die wakker werden en een stond moeizaam recht, ongerust om de ongewoonheid van mensenbezoek in de nacht.

    Hij begon te wenen. De koeien zouden het horen, zij zouden het niet zien. Alle herinneringen en vooruitzichten, bekommernissen en verwachtingen had­den hem verlaten. Zij waren weggegaan, zoals hij van de mensen weggevlucht was, om hem alleen te laten. Want zij konden hem toch niet helpen. Keizers en regeringen, het nieuws van de wereld, revoluties, moorden en branden, politiek, rederijkerskamers en muziek, het had geen belang meer, het waren tijdpasserin­gen, liefhebberijen, dwaasheden om een nutteloos bestaan te vullen. Alles liep op hetzelfde uit, op de dood, op Maria, die nu door de handen van meiden ge­wassen werd. Zij zouden de naaktheid van haar lichaam aanschouwen en ze be­dekken met haar beste kleren. Vreemden zouden haar begraven en het graf met aarde vullen. Niemand, niemand zou nog om haar treuren, de dag dat haar va­der er niet meer was. Zij was zijn liefste kind geweest, nu kon er niets meer ge­beuren erger dan deze nacht.

    Er gleed een hoop sneeuw van het dak, met een plof op het plankier en hij zag Maria weer, drie of vier jaar oud, ongelooflijke deugniete die zij was en zij kwam op zijn schoot zitten opdat hij zou vertellen. Zij deed haar plechtige com­munie, het was lente en al de kerselaars bloeiden, zij stonden rond het hof in hun witte mantels te glimlachen om het feest van zijn dochtertje. Maria was ze­ventien jaar die keer dat hij zag dat zij hield van Djaak en haar vader gaf het een steek in zijn hart, maar hij was onmiddellijk over het ongenoegen heen, hij zou er wel iets op vinden dat zij later wisten waarin en waaruit, zij mochten beminnen, trouwen, werken, de wereld voortzetten en soms een beetje gelukkig zijn, als zij daar het minst aan dachten.

    Was het niet beter zijn hoofd veel meer met rust te laten, dan hij het had ge­daan? Denken scheurde de wereld in flarden en stukken, de grote werkelijkheid waarin het al begrepen was, hemel en aarde, met de vele sterrenbeelden, met de blauwe ruimte van een vrijheid zonder grenzen daar omheen, het trok de stuk­ken nog eens uit elkaar, het ging daarmee verder tot iedere mens een afzonderlij­ke snipper geworden was en nog bleek het niet gesust, want ook dat laatste nie­tigheidje werd verdeeld tot het zo klein geworden was dat het niet anders meer kon dan alleen en eenzaam zijn. Wat belang kon een stofje zonder binding met het grote geheel nog hebben? Wie slachtoffer van het denken geworden was, kon de weg naar de eenheid en de geborgenheid niet meer vinden. Niet alleen omdat zijn leven te kort bleek, wel omdat er zoveel snippers van zijn wezen wegge­scheurd waren, weggewaaid op de wind, op een mesthoop geworpen of met het onkruid verbrand.

    Zij alleen konden leven als deze koeien, rustig slapend en nog herkauwend in hun slaap, degenen die ongeschonden en rond en ondoordringbaar waren. Het zat in het ras of het zat er niet in. Wie onder zijn voorouders was het geweest, die de eerste barst in zijn wezen opgelopen of zelf veroorzaakt had? Waarom was hij kwetsbaarder geweest dan anderen? Zijn mismaaktheid was erfelijk ge­worden en wie kon ze nu nog uitbannen? Niet iemand als hij zou het zijn, die al­tijd zijn persoonlijkheid bevestigd en daardoor versterkt had. Er zou een zwak­keling moeten komen, een hele reeks zwakkelingen zouden moeten geboren worden, die zich lieten beheersen door hun vrouwen, hun buren, de dieren, het weer, de natuur, de vele domme en onverantwoordelijke dingen van een dage­lijks bestaan.

    Hij stelde vast dat hij niet meer weende. De koe die van haar stro opgestaan was, toen zij hem hoorde binnenkomen, had het al door dat het nog geen mor­gen kon zijn en vlijde zich weer neer. Door te denken aan zichzelf, door te den­ken aan het denken, had Karel zijn verdriet buiten zichzelf kunnen leggen. Hij kon ernaar kijken als naar een werkelijkheid buiten hem. Het was als een inker­ving in de schuurdeuren aan de binnenkant. Als de dorsers een poosje uitrust­ten, was er altijd wel iemand bij, dikwijls de jongste en levensdriftigste, die zijn mes bovenhaalde. Hij sneed een teken in het hout en zo lang de schuurdeuren bestonden, zouden die insnijdingen blijven bestaan. Maar niemand zou nog we­ten van wie zij kwamen en welke betekenis zij eens hadden bezeten.

     

    68

     

    "Wij zullen verder leven en over drie dagen zullen wij haar begraven."

    Hij zag het achter zijn gesloten ogen, hij liep aan de kop van de lijkstoet, achter de wagen. Onder het dekzeil zaten vier meisjes uit de buurt, de ongehuw­de klaagsters, die Maria zouden uitgeleide doen tot aan haar graf. Barbara zou ze uitkiezen en noden. Geen enkele die zou weigeren te komen voor die laatste lief­dedienst. Zij zouden het niet durven ontzeggen, ook niet als het zomer en ver­laan tijd was op het land. Zij zouden laten vallen wat viel, om de wereld van het generzijds niet te ontstemmen. Aan iedere kruisstraat zou de boever de paarden doen stil houden en Barbara zou luidop voorbidden, een onzevader en een wees­gegroet, terwijl David Paepe een kruisje zou planten, waar die kruisjes bij iedere begrafenis geplant werden, om de boosheid af te weren van de levenden die een dode vergezelden op haar laatste tocht.

    Karel zou aan Djaak van der Velde vragen of hij de paarden wilde mennen. "Het komt je toe, Djaak. Zij zal er blij om zijn."

    Nu vloeiden beelden over elkander heen. Gelui van de klokken, kaarslicht, orgelspel en Seef Vermeire die zong dat Gods engelen haar naar het paradijs zou­den geleiden, geschuif van voeten over de schorren van de kerkvloer, koude bij het buiten komen van de kerk en het verlangen naar het einde. Zo moest het zijn als iemand wilde zelfmoord plegen. Laat ik er nu gedaan mee maken, met de koord aan de schuurbalk, de sprong in het water, het scheermes nog even nage­wet op zijn hand. Op het kerkhof, een reusachtig wit demkleed nu onder de be­sneeuwde linden, zou het graf doen denken aan een wonde. De aarde lag aan beide zijden van de put opgeworpen en de grafmaker stond met de koord in zijn handen, om de kist te laten neerzinken en hij keek alsof hij geen eigen gezicht had. Lang geleden was het al, dat de naaste familie van een overledene zijn graf­kuil maakte. Nu was het geen gewoonte meer, Maria, kersebloesems, vlinder­kind. De grafmaker zou Karel Gillernijn zijn spade aanbieden, Karel zou er wat aarde mee opscheppen en wat sneeuw, afgereuzeld van de lindekruinen. Hij zag het in zijn verbeelding. Daarna zou hij weg moeten gaan.

    "Je zult hier zo alleen zijn, kind."

    De andere aanwezigen naderden en ook zij wierpen een handvol aarde op de kist. Ten slotte zag hij Djaak van der Velde en hun ogen ontmoetten elkander plotseling, geleid door een toeval dat geen toeval was. Ik moet nog eens met hem spreken, dacht Karel. In mijn wereld zal zijn bestaan met dat van mijn dochtertje verbonden blijven. Hij zag ze nu beiden nevens elkaar, elkaar het naast van alle aanwezigen, zoals die keer dat hij hen verraste aan de gevel tegen de muur.

    Hij ving plotseling een geritsel op, uit het stro tussen de koeien scheen het, alsof daar iemand was. Nieuwsgierig richtte hij zijn hoofd op en in de diepte van de stal, waar zijn blik, hoewel reeds gewend aan de duisternis, niets dan vage vormen en gedaanten kon vermoeden, zag hij iets wits, een begin van klaarte, als een eerste speling van het morgenlicht in het oosten. De klaarte werd helderder, uit zichzelf, want er was geen venster, geen opening naar buiten en wat aanvan­kelijk een lichtvlek was geweest, een trilling van glinsterende stofdeeltjes, kreeg vaste omtreklijnen. Het was een mens die van tussen de koeien, door de lange tussengang van de stal, op hem toe kwam. Hij herkende haar. Zijn ogen werden vochtig en hij wilde zich oprichten, maar zijn ledematen wilden niet mee. Zo bleef hij zitten en zij was het, die naar hem toe kwam. Als door een aangeslagen ruit zag hij haar en het docht hem dat zij glimlachte.

    Zij was nog even teruggekeerd, om hem iets toe te vertrouwen dat hij moest weten. Van iemand anders zou hij het immers niet aannemen. Hij zou zeggen: dat vertellen zij slechts om mij te troosten. Hoe hebben zij dat ondervonden? Maria zei dat hij mocht wenen, als hem dat verlichtte. Hij hoefde het alleen niet om haar te doen. Huilen omdat alles zo onvolmaakt is op de wereld, zo voorlo­pig en zo gemengd, kwaad met goed, licht met donker en vreugde met verdriet. Huilen omdat de mensen op de aarde gevangen zitten en er nooit thuis zullen zijn. Omdat zij er niet van weg kunnen, tenzij door de zwarte deur van de dood; omdat er niemand vanachter die deur teruggekeerd is om over zijn wedervaren te vertellen, omdat er geen mogelijkheid is om opnieuw te beginnen, zelfs niet om de trappen van de jaren weer af te dalen naar zijn kindertijd, en het nog eens mee te maken, in omgekeerde richting, maar geleerd en onderwezen in de le­venskunst nu, zodat er geen jaar, geen maand, geen dag, geen uur verloren ging. Eindelijk vrij en gelukkig, om als een klein wicht, een naakte boorling, weer in de moederschoot te verdwijnen.

     

    69

     

    Hij zag dat zijn gedachten Maria vrolijk maakten.

    "Zal het ook alzo niet gaan, vader?"

    Zij bedoelde niet langs het leven heen, maar er dwars door en toch gelukkig? Om haar mocht hij niet treuren. Zij zou toch altijd zijn oudste dochter blijven, zijn meisje dat voor zij Djaak kende van hem gehouden had en hem was blijven beminnen, anders, maar dieper nog, sinds zij van de opperboever haar gedacht had gemaakt. Kon dat uitgewist, kon dat ongedaan gemaakt worden?

    Hij wilde haar antwoorden, vragen waar zij was en wat zij deed. Maar zijn keel was als toegezwollen en hij kon geen klank uitbrengen. Hij hief zijn gezicht naar haar op en hij zag haar glimlachen, zoals zij altijd geglimlacht had, een beetje plagend en guitig. Het licht verzwakte, het zweefde uiteen, naar alle rich­tingen toe en werd door de duisternis opgenomen. Er ritselde iets in het stro. Een koe die haar kop uitstrekte of een poot verlegde en van buiten drong weer het geluid door van een pak sneeuw die van het dak viel.

    Karel kon eindelijk opstaan, hij schoof zijn melkstoeltje tegen de muur, op­dat de eersten die morgenvroeg in de stal zouden komen er niet over zouden val­len en hij ging naar buiten. Nacht, sneeuw, duisternis en stilte. Zelfs de hond liet zich niet horen. In huis zaten Barbara en David Paepe te bidden. Zij zouden wa­ken de hele nacht. Hij wilde zeggen dat het niet nodig was, hij haar vader, en als hij het niet deed, was het omdat hij begreep dat hij de oude gewoonten en wet­ten moest eerbiedigen. Zij zouden het niet goedschiks aanvaarden als hij zei: "Ga naar bed. Welk kwaad zou haar nog kunnen bedreigen?"

    Barbara vroeg: "Kom nog eens mee op de voute, Karel. Je kunt niet geloven hoe schoon zij daar ligt."

    Zij gingen naar de voute en de oppermeid hield een kaars zo dat het licht langs de trekken van de dode gleed en het streelde als met tere vingertoppen. Maria was ingesluimerd en hoewel haar oogleden gesloten waren, scheen zij toch te zien en het vermakelijk te vinden dat er naar haar gekeken werd alsof zij dood was. Zo'n plaaggeest was zij altijd geweest.

     

    Bronnen

    André Demedts, De Belgische Republiek, Davidsfonds/Clauwaert, 1995, 332 p.

    24-06-2006 om 15:23 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    20-06-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen..André Demedts was een bijzondere leraar
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    In het kader van het André Demedtsjaar past het hier zeker zijn Waregemse periode nader toe te lichten. Een belangrijke wending in zijn leven gaf principaal Deweer, door hem als ‘buitenstaander’ te benoemen in het H. Hartcollege. Tot dan was hij landbouwer, weliswaar met een rijke literaire reputatie. Hij zou daar 12 jaar blijven lesgeven van 1937 tot 1949, wanneer hij inging op het verzoek van Directeur-Generaal Jan Boon om diensthoofd te worden bij de West-Vlaamse radio-omroep NIR in Kortrijk.  Bij zijn huwelijk op 17 augustus 1938 verliet André Demedts ook zijn thuisbasis op de Elsbos en vestigde zich in de Karel Vandewoestijnelaan nabij het station in Waregem. In 1948 verhuisde hij naar de Guido Gezellestraat, waar hij zou blijven wonen tot 1954.

     

    André Demedts heeft zijn periode in het H.Hartcollege meermaals zijn gelukkigste periode genoemd. Hij beschouwde het omgaan met de jeugd als zijn meest waardevolle ervaring. Iets bijbrengen aan de jeugd is niet alleen heel belangrijk voor hun vorming, maar ook voor de toekomst van een volk. Het zijn hen die het zullen moeten waarmaken binnen 20 – 25 jaar, die de toekomstige economie zullen moeten dragen. Waregem en het H.Hartcollege heeft trouwens altijd bij hem kunnen genieten van een bijzondere band. Hij was hier ook nauw verbonden met het culturele leven, zij het in het plaatselijk Kultuurverbond waarvan hij voorzitter was van de literaire kring, maar ook bij tal van activiteiten van bijvoorbeeld theatergroepen Pogen en Kunst & Eendracht en natuurlijk de oprichting en het uitgroeien van het Komitee voor Frans-Vlaanderen.

     

    In H.Hartcollege wordt André Demedts  dit jaar naar aanleiding van zijn 100e geboortejaar alvast niet vergeten. Bij de lessen tekstverwerking werden ondermeer teksten gebruikt met een levensbeschrijving van André Demedts en zijn activiteit in het H. Hartcollege. De leerlingen van 1e ASO maakten een tekening van de vroegere leraar. Tijdens het derde trimester werd een overzichtstentoonstelling opgesteld in de gang van het André Demedtsauditorium. Op 27 april mochten we getuige zijn bij een verhelderende herdenkingssessie met getuigenissen van Hilde Demedts, als dochter van de schrijver,  en oud-directeur Oscar Martens, als leerling en collega.

     

    André Demedts was bij deze sessie ook aanwezig in beeld en klank bij een fragment uit de TV-uitzending “In de voetsporen van André Demedts”, die het laatst op BRT in heruitzending kwam in november 1992 naar aanleiding van zijn overlijden. De mogelijkheid bestaat dat deze uitzending integraal opnieuw wordt vertoond op 8 augustus 2006 op Canvas. Het fragment toont André Demedts naar aanleiding van een voordracht in het kader van het Jaar van het Dorp 1978 in zaal Den Aert in zijn geboortedorp Sint-Baafs-Vijve.  De uitzending zelf toont André Demedts bij verschillende optredens overal in Vlaanderen. André Demedts toonde zich ook een groot leraar bij zijn zowat vierduizend voordrachten, waarmee hij zijn Vlaamse volk cultuur wilde bijbrengen.

    20-06-2006 om 00:00 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    19-06-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Getuigenis van leerling en collega Oscar Martens
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Uit de getuigenis van Oscar Martens op 27 april 2006 bij de André Demedts-sessie in het H.Hartcollege:

    “André Demedts maakte zowel bij leerkrachten als bij al zijn leerlingen een bijzondere indruk. Hij gaf als hoofdvak Nederlands, meer hij gaf daarnaast ook Nederlandse Handelscorrespondentie en Economische Geschiedenis (in het Graduaat). Aanvankelijk heeft hij een korte periode les gegeven in de lagere cyclus, maar veruit het grootste deel van zijn lessen gaf hij in de hogere cyclus van de handel. Toen in 1940 het Graduaat ontstond (2 jaar hoger onderwijs) was hij ook daar leraar.

     

    Toen hij in 1937 leraar werd in het college was hij al een bekend figuur. Zijn naam als dichter en romanschrijver was hem al voorafgegaan. We keken naar hem op met achting. Zijn naambekendheid, zijn competentie, zijn eenvoudig optreden en zijn toewijding maakten dat hij een natuurlijk gezag had. Het was vanzelfsprekend dat we hem waardeerden. Naderhand groeide nog de waardering voor de leraar en de mens Demedts.

     

    Hij gaf les op een rustig tempo, kon goed vertellen, bracht gedegen leerstof aan. Daardoor waren zijn lessen nooit saai. Aan hem was geen oppervlakkigheid. Alles aan hem was gedegen, menselijk, fundamenteel. Hij huldigde het devies : “Niet gelijkaardig, wel gelijkwaardig”. Met discipline had hij geen problemen. Ik herinner mij niet dat hij een straf uitdeelde.  De achting voor André Demedts kwam niet alleen van de leerlingen. Bij sommige gelegenheden trad hij ook op als spreekbuis van het lerarenkorps. Zo herinner ik mij een feestdag in het college (aanstelling E.H. Depoortere als principaal). Er was ’s middags een feestmaal voorzien, waarop het lerarenkorps was uitgenodigd. Wie hield daar de tafelrede ? André Demedts.

     

    In het Graduaat kregen we Economische geschiedenis van André Demedts. Dat was voor ons een complete verrassing. We hadden eerder verwacht dat dit vak zou gegeven worden door een licentiaat Geschiedenis of Economie. Hier stelden we eens te meer vast hoe knap en belezen hij was. Ik was in het college geen grote liefhebber van het vak Geschiedenis, maar die slechte ervaring werd door het optreden van André Demedts volledig omgeturnd.

    We stonden verwonderd  - zelfs verbaasd – over het feit dat hij zo goed op de hoogte was van dit vak. Zijn uitgebreide kennis samen met zijn eenvoudige en klare aanbreng, heeft bij mij veel interesse voor Geschiedenis opgewekt.  We waren onder de indruk van zijn brede kennis. Het gaf ons het sterke vermoeden dat hij zo knap was dat het voor hem volstond iets gelezen (of gehoord) te hebben om het te begrijpen. Daaronder verstaan we niet alleen weten, maar ook inzien en onthouden en dat is een kenmerk van de heel knappe geesten !  En we mogen daarbij nog zeggen dat hij, met al zijn talenten, altijd een eenvoudige nederige mens bleef.

      

    Zijn inzet voor de leerlingen

     

    André Demedts was ongetwijfeld een harde werker. Naast zijn taak in het onderwijs schreef hij romans, gedichten, bijdragen in tijdschriften en boekbesprekingen. Hij heeft ook talloze voordrachten gegeven in binnen- en buitenland : Nederland, Frankrijk, Duitsland, … zelfs Zuid-Afrika. Zijn werk als leraar heeft  - naar mijn weten en overtuiging –  nooit geleden onder het vele andere werk. Hijzelf kon hard en snel werken, zich goed organiseren en slaagde er dus in om op één dag heel veel te presteren.

     

    Voor zichzelf volgde hij een vaste dagorde van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, waarin plaats was voor al zijn activiteiten. Kwart na acht was hij al op het college voor de lessen van 8.30 u. Hij was ook zeer stipt in het terugbezorgen van de nazien van avondtaken. Buiten de lessen was hij steeds beschikbaar en aanspreekbaar voor de leerlingen met vragen of problemen. Waar hij kon was hij behulpzaam en betrokken.

     

    Voor de laatstejaars organiseerde Mr Demedts een culturele club. De bedoeling was om ons meer algemene vorming bij te brengen; ook om te leren het woord te voeren voor een publiek.

    Mr Demedts was de organisator en zat de bijeenkomst voor. De club was volledig vrij en er werd geen enkele druk uitgeoefend. Een leerling gaf dan een spreekbeurt over een zelfgekozen onderwerp. De onderwerpen waren heel verscheiden, maar meestal heel interessant. Ze konden zowel gaan over oude Vlaamse volksgebruiken of de werking van een motor als over een muziekstuk of optreden van een student-muzikant.

    Tot slot nam Dhr Demedts het woord. Zijn eenvoudige en gemoedelijke manier om verstandige dingen te zeggen, waren keer op keer een succes bij de toehoorders. Alleen al om dat slotwoord was het de moeite waard om naar de club te komen.

     

    Eind 1949 werd André Demedts benoemd tot directeur van radio Kortrijk. Na 12 jaar leraarschap verliet hij het college. Hij had er altijd graag les gegeven, en het was met weemoed dat hij voor het laatst de voordeur achter zich toetrok. We beseften duidelijk dat dit een groot verlies was voor het college, maar ook voor de gemeenschap van Waregem en het wijde omliggende. Dat hij in het college een zaal naar zijn naam gekregen heeft, en hier nu ook gevierd wordt, bewijst dat het college hem in de herinnering blijft bewaren. Ik ben er het college dan ook dankbaar voor.”

    19-06-2006 om 00:00 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    15-06-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ambulant theater project '˜DE LEVENDEN EN DE DODEN' van Anton Cogen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Op 12, 13 en 14 augustus wordt in de tuin en de omgeving van het André Demedtshuis te Sint-Baafs-Vijve het ambulant theaterproject ‘De levenden en de doden’ van Anton Cogen opgevoerd naar de gelijknamige roman van ANDRE DEMEDTS. De opvoeringen kaderen in het “André Demedtsjaar” naar aanleiding van zijn geboorte op 8 augustus 1906, 100 jaar geleden. Het openlucht theatergebeuren wordt uitgevoerd door de vzw. Het ES-battement in opdracht van de André Demedtsstichting.

     

    Omschrijving van het project

     

    Het project is multispectraal.

    Het wil zowel de auteur en zijn literair-filosofische aspecten, als het natuurlijke decor St.Baafs-Vijve en zijn unieke Demedtssite aan de dode arm van de Leie, artistiek-toeristisch, aan een zo ruim mogelijk publiek voorstellen. Daarom is het ambulant bedacht.

     

    Het publiek wordt ontvangen in een soort info-room. Daar zijn alle iconen en componenten, zowel van de auteur en zijn oeuvre, als van de voorliggende roman en diens entourage, ondergebracht. Men zal er zowel een foto van Martin Heidegger, Joris Van Severen als Vladimir Iljitsj Lenin, aantreffen. Zij worden er door de gids becommentarieerd en als mentaal richtsnoer voor de theaterwandeling, uitgezet.

     

    De gids is Anton Cogen. Hij vertelt de overgangsfasen van het verhaal, terwijl het publiek zich verplaatst van de ene locatie naar de andere. Aangekomen op de nieuwe locatie, wordt het voorgaande gebeuren, telkens emotioneel samengevat in een soort van Brechtiaanse ballade, te zingen door de marktzanger van dienst.

     

    De hoofdscènes worden gespeeeld op de locaties, de boorden van de Leie, de kerk, het kerkhof, het André Demedtshuis, het schooltje, een ouderwets parochiezaaltje, een simpel woonhuis en een drijvende platbodem op de Leie. Regelmatig wordt het publiek vergast op een natje en een droogje, een streekproduct of een leuke artistieke gadget. De wandeling eindigt zoals ze begon: in de info-room, waar alle uitgezette iconen, nu in een helder daglicht komen te staan.

     

    Op 8 augustus is er een try-outwandeling om 20u, voor genodigden en pers, sponsors en eventuele subsidianten. Op 12,13 en 14 augustus start er een theaterwandeling om 18 u. en 20u.

    De wandeling duurt 90 minuten. Van de theaterwandeling is er ook een zaalversie voorhanden, speciaal bedoeld voor reisvoorstellingen.

     

    De levenden en de doden

     

    De roman behandelt op een indringende, analyserende en toch meeslepende wijze, het leven van mensen, wiens verhaal start aan de vooravond van de 2de Wereldoorlog.  Het fictieve West-Vlaamse dorpje Elselo, maar ook China en Rome, Brussel en Normandië, fungeren als startplaatsen.

     

    In tegenstelling tot de romanfiguren van vele andere coryfeeën, die deze woelige periode hebben aangepakt, vertrekt André Demedts vanuit een volstrekte normaliteit, zonder extreme wezens, zonder opvallende excessen. Het zijn bijzonder herkenbare types, handelingen, reacties en reflexen, van doodgewone reality-mensen, die elk op hun manier een remedie zoeken tegen de mentale vernielzucht van deze niets ontziende oorlog, zijn aanloop en zijn nasleep.

     

    Een zoekende priester, een verdwaalde jonge rebel, een cynische vader, een chaotische moeder, een verstarde rechter, een libidineus-verlaten echtgenote, een idealistische communist, een geïdealiseerde geliefde, een verharde “witte” brigadist, een gedesoriënteerde Vlaamse wachter, allemaal proberen ze hun verstoorde dramatische lijn in deze tijden zonder houvast, door te trekken. Zij bevinden zich in hun moestuin, in China, in een werkkamp in Frankrijk, in een strafkamp voor incivieken, in huiskamers, klaslokalen, op een boot naar het Westen of in genoeglijke natuurbeschrijvingen. Thanatos slaat toe, maar ook Eros is present!

     

    De romanfiguren werken zich, elk op hun eigen manier, naar de finale loutering toe, terwijl hun levens zich kruisen, mekaar beïnvloeden, kapot maken en genezen. De gemotiveerde lezer ziet in dit prachtige epos, de aanwezigheid van Demedts, die gedeeltelijk huist in elk van deze personages en hun lijdensweg of vreugdetocht telkens gedeeltelijk volgt en een extra waarde geeft.

     

    Het artistiek concept

     

    Het ligt niet in de bedoeling om de roman zonder meer te vertalen in een realistische theatercode. Eerder dan op een filmreële wijze te werk te gaan, worden de hoofdscènes opgeroepen en becommentariëren de personages zichzelf. De actie verloopt niet geïsoleerd, maar filtert de meningen, gedachtegangen en overtuigingen, de ideologieën en de historische feiten.

     

    Het project probeert ook de geregistreerde ervaringen op onze actualiteit toe te passen, te toetsen wat blijft, in te schatten wat verandert en te signaleren wat ons bedreigt. Zonder belerend te willen zijn, wordt het een historische medicatie, een kunstzinnige therapie. Zij laat de locaties meespelen en maakt ruimte voor de pro- of anti-emoties van het publiek.

    Met andere woorden, het concept probeert, met de soberste middelen van het theater, te doen wat Demedts, op een meesterlijke wijze, met de literaire middelen van de roman heeft gedaan.

     

    Het ES-battement en DE PLOEG

     

    Het theatergezelschap werkt sowieso altijd met een heterogene ploeg. In dit geval betreft het een vrij uitgebreide rolbezetting, wat een nationale “extending”, bijna noodzakelijk maakt. De ploeg is samengesteld uit full-professionals, gediplomeerde en “op basis van verworven rechten”, semi-professionelen, en gedreven eersterangs amateurs. Kortom, de traditionele samenstelling van een heleboel gesubsidieerde projecten en gezelschappen of gesponsorde televisieproducties.

     

    WERKINGS-EN PRODUCTIEKOSTEN

     

    De “André Demedtsstichting” draait op voor de basiskosten van dit artistieke product en van dit multispectrale opzet. De uiteindelijke finesse van de afwerking, zowel wat het concept, de regie, de spelers, de sets, de kostumering, de make-up, de licht- en geluidsinfrastructuur, kortom “ het haalbare” betreft, zijn natuurlijk afhankelijk van de financiële mogelijkheden. Ook als men de tering naar de nering zet of de fameuze stelregel hanteert, dat armoede de artistieke vindingrijkheid provoceert, kan het project een financiële duw in de rug zeer goed gebruiken.

     

    Gemeentelijke, Provinciale, Vlaamse en Federale culturele instanties bezitten vangarmen die tot in de kern van dit product reiken, en hebben artistiek belang bij het internationalisme en de volksverbondenheid van deze auteur, filosoof, radioman en mens, wiens grote waarde, door de geestelijke luiheid, de gewenningsverschijnselen en het clansysteem van de grote denkers over cultuur, dreigt te verzeilen in het wassenbeeldenmuseum van de Vlaamse en/of Belgische cultuurgeschiedenis.

     

    CONTACT

     

    Wij zijn er vast van overtuigd dat u voor dit opzet iets kan betekenen. U werkt voor een persinstantie, de media… U zit in een cultureel circuit, u hebt de leiding van een cultureel fonds of een vereniging, u bepaalt de culturele teneur van een onderwijsinstelling, u bent op zoek naar een originele uitstap, waarbij uw leden een ervaring van het hoogste inhoudelijke niveau kunnen meemaken. Of u wenst informatie over de zaalversie van dit project?

     

    En wat natuurlijk te mooi zou zijn…

    U bent iemand die door uw gezag en interesse, de keuze van de verdeler kan beïnvloeden…

    Gedenk ons dan. Een heleboel Vlaamse, Belgische en Frans-Vlaamse Vlamingen zullen u er dankbaar om zijn!

     

    voor de “André Demedtsstichting”

    voor vzw. het ES-battement,

     

    Anton Cogen

    15-06-2006 om 00:00 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    29-05-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Belgische Republiek
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Januari 1790. De Staten-Generaal te Brussel roepen de Verenigde Staten van België uit, nadat de Oostenrijkers werden verdreven. Dat prille democratische streven ontaardt echter in anarchie wanneer onenigheid ontstaat tussen de leidende figuren. In november 1790 bezetten de Oostenrijkers het land opnieuw en herstellen het despotisme van Jozef II.

     

    De Brabantse Omwenteling heeft ook ingrijpende gevolgen voor het gezin van Karel Gillemijn. de trotse, onafhankelijke boer van De Neringen. Zijn zoon Gillis, die met de Franse encyclopedisten dweept, vlucht naar Frankrijk. Hijzelf kiest, ondanks veel tegenwind, voor de politiek van Jozef II. Wanneer anti-Oostenrijkse patriotten brand bij hem stichten, loopt de gezondheid van zijn dochter Maria onherstelbare schade op...

     

    Als groot verteller neemt André Demedts de lezer mee op een epische tocht door het eigen verleden. De Belgische Republiek is een breed, meeslepend historisch fresco, waaruit oprecht engagement en diepe sociale bewogenheid spreekt.

     

    Naar aanleiding van de heruitgave van “De eer van ons volk” schreef Rudolf van de Perre een UITLEIDING voor elk boek uit de cyclus. Hierin licht hij de voorgeschiedenis en bedoeling van de romancyclus. De Belgische Republiek, verschenen in 1973, omvat twee delen en overspant de beperkte periode 1789-1790. De titel verwijst naar de Verenigde of Soevereine Belgische Staten die na de Brabantse Omwenteling van 1789, die de Oostenrijkers uit het land verdreef, op 11 januari 1790 door de Staten-Generaal te Brussel waren uitgeroepen. Als gevolg van interne onenigheid en tweedracht tussen de leiders van de Belgische Staten, ontaardt de opstand in broedertwist en anarchie.

     

    ANDRÉ DEMEDTS (1906-1992) is een van de belangrijkste Vlaamse auteurs van de afgelopen zestig jaar. De Belgische Republiek is het eerste deel van de tetralogie De eer van ons volk, Demedts' magnum opus, zijn klassieke meester werk.

     

    André Demedts, De Belgische Republiek, 332 blz., 25 cm.

    ISBN 90-6306-324-5  productcode 9789063063245

    In verzamelbox door het Davidsfonds aangeboden met andere drie boeken uit de cyclus De eer van ons volk en Verzamelde gedichten. Speciaal aanbod aan gelegenheidsprijs 35 euro (zie bijdrage 17 mei 2006 verder op deze site).

    29-05-2006 om 14:59 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hooitijd
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    In 1792 delven de Oostenrijkers het onderspit tegen de Franse sansculotten bij Jemappes. Hetzelfde gebeurt twee jaar later bij de slag van Fleurus. De Zuidelijke Nederlanden worden bij Frankrijk ingelijfd en blijven in Franse handen tot de val van Napoleon in 1814. Onze streken blijven jarenlang het slagveld van de grote Europese mogendheden, en de opeenvolgende overheersingen laten diepe littekens achter.

     

    Gillis Gillemijn sluit zich aan bij het revolutionaire leger, maar voelt zich ontworteld: niet langer thuis in de oude wereld, maar evenmin in de nieuwe... De priester Eugenius Cremers wordt door de sansculotten vermoord. Mensen worden mishandeld en gedood, of worden weggevoerd...

     

    Het schrijnende leed, de gruweldaden, de ellende, de brutale Franse bezetting: met groot inlevingsvermogen en indringende verbeeldingskracht beschrijft André Demedts hoe de kleine, gewone mensen worden meegezogen in de maalstroom van de geschiedenis. Hooitijd is een aangrijpende, indrukwekkende roman.

     

    Ook hier heeft Rudolf van de Perre gezorgd voor een UITLEIDING. Ofschoon De eer van ons volk in eerste instantie een familiekroniek is, gaat Demedts de grote vragen omtrent de zin van het leven opnieuw niet uit de weg. Meer dan in De Belgische Republiek laat hij in Hooitijd de personages, die als spreekbuis van de auteur fungeren, tot reflecties overgaan. Arnout Gillemijn blijft de bewuste, vrije, sociaalvoelende Vlaming, bekommerd om de toekomst van zijn volk. Ondanks zijn zeventig jaar en zijn aangeboren zwaarmoedigheid, is hij vooruitziend en vooruitstrevend, met een sterk geloof in de toekomst, zowel van de tijdelijke als van de eeuwige bestemming van zijn (het) volk.

     

    ANDRÉ DEMEDTS (1906-1992) is een van de belangrijkste Vlaamse auteurs van de afgelopen zestig jaar. Hooitijd is het tweede deel van de tetralogie De eer van ons volk, Demedts' magnum opus, zijn klassieke meesterwerk.

     

    André Demedts, Hooitijd, 338 blz., 25 cm.

    ISBN 90-6306-325-3  productcode 9789063063252

    In verzamelbox door het Davidsfonds aangeboden met andere drie boeken uit de cyclus De eer van ons volk en Verzamelde gedichten. Speciaal aanbod aan gelegenheidsprijs 35 euro (zie bijdrage 17 mei 2006 verder op deze site).

    29-05-2006 om 14:42 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Goede avond
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    1797. De Zuidelijke Nederlanden zijn in Franse handen. De sansculotten leggen hardhandig hun principes op van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Kerken worden gesloten, kloosterlingen worden onteerd en verjaagd. In 1798 breekt de Boerenkrijg uit: de plattelandsbevolking keert zich tegen de bezetter. Maar de strijd is ongelijk...

     

    Tegen de achtergrond van deze moeilijke en verwarde tijd, speelt zich het verhaal af van de familie Gillemijn. Kanunnik Arnout Gillemijn weigert de eed van trouw aan de nieuwe grondwet af te leggen. Zijn zus Cecilia wordt uit het klooster in Oudenaarde verjaagd. Volkwin van Kempen, kind aan huis bij de Gillemijns, voert een groep Brigands aan...

     

    Vanuit een milde menselijkheid schildert rasverteller André Demedts het harde leven van mensen in een tumultueuze tijd. Goede avond  is een roman over de pijn van het afscheid: afscheid van de oude wereld, van vrienden, van het leven zelf. Een diepbewogen, stevige en rijke roman.

     

    Ook hier geeft Rudolf van de Perre ons een rijke ‘UITLEIDING’ mee. Wat aanvankelijk bedoeld was als een familiekroniek, was inmiddels uitgegroeid tot een romancyclus die in totaal bijna 1600 bladzijden omvat en die Demedts de gezamenlijke titel De eer van ons volk meegaf.  In feite kan hij beschouwd worden als een soort ‘summa summarum’ van al wat hij als mens èn als schrijver te bieden had, omdat heel zijn leven en streven er als een geheel in vervlochten zijn. Demedts, die van oordeel was dat de geschiedenis de beste leermeester is, wilde het Vlaamse volk een inzicht bijbrengen in zijn verleden. De ontvoogdingsstrijd kan door de komende generaties slechts begrepen worden in het licht van wat geweest is. Uit de lessen van het verleden moeten zij de kracht putten om de duurzame dingen als ongeschonden erfgoed over te maken aan hun nakomelingen.

     

    ANDRÉ DEMEDTS (1906-1992) is een van de belangrijkste Vlaamse auteurs van de afgelopen zestig jaar. Goede avond is het derde deel van de tetralogie De eer van ons volk, Demedts' magnum opus, zijn klassieke meesterwerk.

     

    André Demedts, Goede avond, 320 blz., 25 cm.

    ISBN 90-6306-326-1  productcode 9789063063269

    In verzamelbox door het Davidsfonds aangeboden met andere drie boeken uit de cyclus De eer van ons volk en Verzamelde gedichten. Speciaal aanbod aan gelegenheidsprijs 35 euro (zie bijdrage 17 mei 2006 verder op deze site).

    29-05-2006 om 14:17 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een houten kroon
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Napoleon Bonaparte bereikt in 1808 het hoogtepunt van zijn macht. Hij brengt de Grande Armee op de been voor een veldtocht tegen Rusland, maar de strenge winter van 1812 heeft desastreuze gevolgen voor het Franse leger. In 1815 wordt Napoleon definitief verslagen bij Waterloo. De Zuidelijke Nederlanden worden verenigd met het Noorden in het Koninkrijk der Nederlanden onder Willem I.

     

    André Demedts belicht de turbulente 'grote' geschiedenis aan de hand van de lotgevallen van de Westvlaamse familie Gillemijn. Met zijn uitzonderlijke verteltalent biedt hij een indringend beeld van de groeiende sociale wantoestanden en de opkomende economische crisis, de rampzalige Russische veldtocht met zijn Siberische vrieskou en de brand van Moskou... Daartussen schetst hij raak en trefzeker het machtsspel van de groten der aarde.

    Een houten kroon is een stevig gedocumenteerde en veelzijdige kroniek, geschreven met een bezielende gedrevenheid. Een schitterend tijdsbeeld.

     

    Dit boek bevat nog een ‘Uitleiding’ van Rudolf van de Perre. Hij schetst hierin uitgebreid de achtergrond en het belang van de romancyclus De eer van ons volk. Binnen het historisch kader kunnen de vele personages, dragers van het menselijk gebeuren, ondergebracht worden in vier concentrische kringen. Deze schets is ook afgebeeld in dit laatste boek uit de cyclus. Achteraan het boek vindt u ook de stamboom van de familie Karel Ghellemijn (1765-1848) en Sebastiaan De Mets (1792-1870), waarvan meerdere leden in romans en verhalen van André Demedts als personage aantreden.   

     

    ANDRÉ DEMEDTS (1906-1992) is een van de belangrijkste Vlaamse auteurs van de afgelopen zestig jaar. Een houten kroon is het sluitstuk van zijn tetralogie De eer van ons volk, Demedts' magnum opus, zijn klassieke meesterwerk.

     

    André Demedts, Een houten kroon, 415 blz., 25 cm.

    ISBN 90-6306-327-X  productcode 9789063063276.

    Wordt aangeboden in bundel verzamelbox door het Davidsfonds met andere drie boeken uit de cyclus De eer van ons volk en Verzamelde gedichten.

    29-05-2006 om 13:56 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verzamelde gedichten
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Verzamelde gedichten biedt de definitieve uitgave van het volledig poëtisch werk van André Demedts. Deze bundel bevat de editie Verzamelde gedichten uit 1976, die door de dichter zelf werd samengesteld, en werd verrijkt met zijn latere poëzie, de bundels De jaargetijden (1979) en Na jaar en dag (1986), die nog niet eerder in een verzamelbundel werden opgenomen.

     

    De uitgave bevat de hoofdstukken Voortijds (in de Verzamelde gedichten uit 1976 hield de auteur nog elf bewerkte gedichten over uit zijn eerste twee bundels), Vaarwel (24 gedichten uit zijn meest meest succesvolle bundel), Daarna (12 gedichten uit het in 1968 verschenen bundel), cyclus Jaargetijden (4 gedichten) en ‘Der maanden krans’ (12 gedichten),  Schemeravond (27 gedichten met lyrisch-verhalende neerslag van de weg Terug naar huis), De Jaargetijden (meest lyrische bundel uit 1979 met  56 gedichten over lente, zomer, herfst en winter) en tenslotte Na jaar en dag (29 gedichten  uit in 1986 verschenen bundel). Het boek bevat nog een interessant naschrift van Rudolf Van de Perre over “De poëzie van André Demedts”.

     

    Uit Demedts' poëzie spreekt een melancholische sfeer. Centraal staan de vragen naar de kern van ons bestaan en het geluk als onbereikbare droom. Een doorvoelde, hartstochtelijk beleefde rusteloosheid, die later evolueert naar wijsheid en berusting. De poëzie van Demedts is een diepmenselijke en eerlijke zoektocht naar de kern van het eigen wezen, een oprecht hunkeren naar begrip, tederheid en liefde. Een innerlijk dagboek met een radicale, aangrijpende authenticiteit.

     

    ANDRÉ DEMEDTS (1906-1992) is een van de belangrijkste Vlaamse auteurs van de afgelopen vijftig jaar. Hij schreef vooral romans, verhalen, kritieken en essays, maar debuteerde als dichter. Hij was twintig jaar lang directeur van BRT-West-Vlaanderen en was o.m. ook de inspirator van het tijdschrift OnsErfdeel.

     

    André Demedts, Verzamelde Gedichten, 272 blz., 25 cm.

    In bundel verzamelbox van Davidsfonds met vier boeken uit reeks ‘De eer van ons volk’.

    29-05-2006 om 13:25 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    28-05-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bij de heruitgave van 'œDe eer van ons volk'
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Uit tijdschrift ‘Vlaanderen’, 45e jaargang, 1996, blz. 46-48.

     

    N.a.v. de heruitgave in verzamelbox van de vier werken van ‘De eer van ons volk’ en de ‘Verzamelde gedichten’ van André Demedts willen we hier graag citeren uit een toespraak van essayist Rudolf van de Perre op 19 december 1995 in het André Demedtshuis in Sint-Baafs-Vijve bij de voorstelling van een eerdere uitgave van deze werken.

     

    Een houten kroon, het sluitstuk van de vierdelige romancyclus De eer van ons volk, eindigt op een soort epiloog, waarin André Demedts, in de traditie van de grote klassieke vertellers, de verdere lotgevallen van de familie Gillemijn ter sprake brengt. Het is er André Demedts om te doen geweest ons, bij monde van Karel Gillemijn, ongetwijfeld de belangrijkste woordvoerder van de auteur zelf, de opzet van zijn romancyclus toe te lichten. Deze is er duidelijk op gericht het erfgoed van het verleden, inclusief de eigen familiegeschiedenis, vast te leggen en van generatie op generatie door te geven. Het antwoord op de vraag naar deze gedrevenheid, geeft ons meteen ook een antwoord  - één van de antwoorden -  op het waarom van de romancyclus en in ruimere zin ook op het schrijversschap van Demedts.

     

    Tijdens de laatste levensmaanden vertelde Karel Gillemijn op lange wandelingen aan zijn kleinzoon Hugo allerlei zaken over het verleden, aangevuld met zijn eigen wijsheid… Karel besluit uiteindelijk dat alles toch eens op te tekenen en dit na herhaaldelijk aandringen van zijn zonen en de vraag :  “ Schrijf alles op, vader, en dan zullen mijn zonen en dochters weten wat er allemaal geweest is en wie zij zelf zijn. Dat zal hen helpen mens te worden.”.  Het schrijven werd een taak, een opdracht, die hij alleen kon vervullen en nog tot een goed einde moest brengen. Hij schreef  in de hoop dat er nog lezers zouden zijn en misschien ook iemand een vervolg op zijn werk zou schrijven. Zijn eigen geschiedenis heeft Karel niet kunnen voltooien en dat vervolg erop heeft André Demedts zelf geschreven…

     

    André Demedts had de familiegeschiedenis als kind vernomen uit de mond van zijn grootvader, op zijn beurt de kleinzoon van het hoofdpersonage Karel Gillemijn. Hij werd in zijn voornemen nog gesteund en aangemoedigd door het schrift dat zijn eigen vader reeds begonnen was en de titel Boek der overleveringen had gekregen. Daarmee is de cirkel gesloten en is de vereenzelviging van auteur en personage nog reëler en intenser, zeker op geestelijk vlak.

     

    Toch gaat het in De eer van ons volk om méér dan de overlevering van het erfgoed. André Demedts wou niet alleen de rechtstreekse erfgenamen, maar eventueel een zo ruim mogelijke kring van lezers inzicht geven in de algemene en nationale geschiedenis. Als een rode draad loopt doorheen de romancyclus de gedachte dat een volk dat zijn geschiedenis niet kent, geen volk meer zal blijven. Die zorg is van bij de aanvang aanwezig. Zij is tevens vervlochten met de sociale bewogenheid van de vooruitstrevende Karel Gillemijn, die reeds in De Belgische republiek opkomt voor de rechten van dat volk. Hij heeft de eenvoudigen lief  “omdat zij de bewaarders zijn van onze eigenheid als volk”. Elders zegt Karel “Wat in het volk leeft, kan niet slecht zijn. God leeft in het volk, omdat het gehoorzaamt aan de natuur. Het is zuiver als tin, eerlijk als goud.”  In Hooitijd geeft de begrijpende kanunnik Arnout Gillemijn de raad : “Keer terug tot je volk, als je ooit inziet dat je ervan afgedwaald bent. Je zult nergens op de wereld veiliger zijn, wij hebben geen andere thuis dan ons volk.” En in Goede avond, tijdens de jaarlijkse kermistafel op De Neringen, is het weer Arnout Gillemijns die zegt : “Het gaat niet om wat het profijtigst uitkomt, maar om de eer en het voortbestaan van ons volk”. Hiermee neemt hij tevens de titel van de romancyclus in de mond… Op meer dan een plaats lezen we “dat een volk dat geen geschiedenis maakt uit de geschiedenis verdwijnt” of bij gebrek aan kennis van zijn verleden, geen volk meer zal blijven.

     

    Achter deze woorden schuilt onder meer de specifieke bekommernis van André Demedts, dat de ontvoogdingsstrijd van het Vlaamse volk, dus dat wat is,  door de komende generaties slechts kan begrepen worden in het licht van wat geweest is. Daarom koos hij als achtergrond voor zijn romancyclus de ongemeen belangrijke periode, volgend op de Franse Revolutie (1789-1815), waarin de grondslag werd gelegd van de huidige politieke en sociaal-economische verhoudingen. Een periode, zo noodzakelijk om het latere ontvoogdingsproces te begrijpen.

     

    Via de familiekroniek, gebaseerd op documenten en overleveringen, heeft hij ook de poort geopend op het wereldgebeuren. Vanuit de microkosmos van De Neringen, de fictieve naam voor de hoeve De Elsbos in Sint-Baafs-Vijve, heeft André Demedts de macrokosmos van het toenmalige Europa verkend. Wij worden op de hoogte gebracht van en krijgen een visie op het tijdsgewricht, op de grote nationale en internationale gebeurtenissen, die op nauwkeurige en correcte wijze  - dat werd door historici bevestigd – opgeroepen werden. Belangrijker dan deze uiterlijke gebeurtenissen is de weerslag ervan op onze bevolking over het algemeen en op het gezin van Karel Gillemijn in het bijzonder, dat als kristallisatiepunt van de overvloedige gebeurtenissen kan beschouwd worden.

     

    Wij mogen immers niet vergeten dat De eer van ons volk in de eerste plaats een indrukwekkende romanschepping is met de allures van een epos. De tetralogie bezit alles wat aan een epos zijn bestaansrecht verleent. Dan denk ik niet alleen aan de onuitputtelijke verbeeldingskracht en aan het verfijnde poëtische aanvoelen, maar ook aan de werkelijke epische adem. Zich ontwikkelend op en gedragen door verschillende naast en door elkaar heen lopende verhaalniveaus, ontvouwt het boek een breed fresco van mensen en feiten, die ook kennis bijbrengen op het universeel-menselijke vlak. Hiervoor staan zowel model de bewoners van De Neringen en allen die in direct dienstverband met de familie Gillemijn verbonden zijn, als de vele personages uit de dorpsgemeenschap in Aksele en de streek en ten slotte ook de officiële wereld van gedragsdragers, de groten der aarde. Allen beleven ze hun grotere of kleinere drama’s in een bewogen tijd en worden ze psychologisch indringend benaderd. De geschiedenis, heeft André Demedts ooit gezegd, biedt “de ideale achtergrond voor het levensecht verhaal van mensen met altijd dezelfde weerkerende behoeften en verzuchtingen”. ..

     

    Karel Gillemijn is een afsplitsing van zijn auteur. Hij heeft een open oog op de wereld, verdedigt humane waarden en progressieve ideeën. Op het einde komt hij echter tot het berustende inzicht dat een verander(en)de wereld niet noodzakelijk de mensen verandert. Zij blijven dezelfden met hun  zelfde problemen. Lang had hij gedacht dat vooruitgang, onderwijs, kennis en opvoeding, meer vrijheid, gelijkheid en vriendschap onder de mensen zouden brengen, maar de woelige gebeurtenissen hebben zijn vertrouwen daarin geschokt. Ouder geworden gaat zijn aandacht steeds meer naar het bestaansmysterie zelf.

     

    Deze bedenkingen bieden me nog even de gelegenheid om de brug te leggen naar de Verzamelde gedichten, die samen met De eer van het volk op zo een prachtige en stijlvolle wijze door het Davidsfonds werden heruitgegeven. Het is geweten dat het werk van Demedts een coherent geheel vormt. De verschillende literaire genres overstijgen en doorkuisen elkaar, omdat ze in feite hetzelfde ideeëngoed behandelen, vanuit dezelfde artistieke instelling. Alleen bood het proza hem meer armslag om zijn “opheldering van het levenslot” – voor hem de functie van het schrijven – in een ruimer menselijk perspectief te plaatsen.

     

    De poëzie van André Demedts heeft de waarde van een innerlijk dagboek, een vaak schrijnend eerlijke levensbiecht, die dezelfde evolutie volgt als in zijn proza en dezelfde existentiële thema’s behandelt. ..

    Dat André Demedts, ondanks een tijdelijk afscheid aan de poëzie, tenslotte toch gedichten is blijven schrijven, is te verklaren  door het belang dat hij aan de poëzie heeft gehecht als taalscheppende factor van een volk, als laatste schutse van de oergrond van de taal, die de ziel van het volk vastlegt, zoals uitgedrukt in een van zijn laatste gedichten:

                Mijn moedertaal

                die eeuwen lang gegroeid,

                het al in zich bewaart,

                in dicht en lied steeds openbloeit

                en woorden geeft

                aan wat ons al bezielen mag,

                het zij in vreugd en leed

                ons wezen openbaart,

                al zeggend, wat niet ieder weet,

                of heeft beleefd.

    Daarmee kom ik weer tot mijn uitgangspunt en is het, hoop ik, duidelijk welke betekenis een romancyclus als De eer van ons volk en deze Verzamelde gedichten voor een volksgemeenschap bezitten.

     

    In een tijd dat het gezin als hoeksteen van de samenleving steeds meer in vraag gesteld wordt en het gevaar bestaat dat een volk als geheel zijn identiteit dreigt te verliezen, is het goed dat het werk van André Demedts opnieuw onder de aandacht wordt gebracht. Dit is slechts een bijkomende reden, want ik zou, tot slot nog eens willen beklemtonen, dat de waarde en de betekenis van De eer van ons volk en in het verlengde de Verzamelde gedichten vooral te vinden zijn op het literaire vlak.

     

    Het strekt het Davidsfonds tot eer, dat het tot de weldaad van een wederuitgave is overgegaan. De eer van ons volk is een groot werk van een groot auteur én een groot mens, een onvervalste voor onze letteren zeldzame romanschepping. Twaalf jaar geleden (verwijst naar 1983) heeft Anton van Wilderode hier gezegd, dat het verschijnen ervan in elk ander taalgebied een literaire gebeurtenis zou geweest zijn. Die uitspraak blijft ook vandaag nog geldig.             

    28-05-2006 om 22:35 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    25-05-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verklaring van de Acht op 25 mei 1976

    Verklaring van de Acht  op 25 mei 1976

    Tijdens de herdenkingszitting van het tienjarige bestaan van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV) op 25 mei 1976 werd de "Verklaring van de Acht" voorgelezen. Dit is een tekst ondertekend door acht schrijvers, namelijk Louis Paul Boon, André Demedts, Marnix Gijsen, Hubert Lampo, Maria Rosseels, Gerard Walschap, Albert Westerlinck en Anton van Wilderode. Daarmee sprak de kruim van de Vlaamse literatuur zich toen uit voor samenwerking tussen het Vlaamse en het Waalse gewest, met respect voor de taalgrens en voor de grenzen van het Brusselse gewest. In die tekst werd opgeroepen om de taalgrens en de afbakening van Brussel-19 als definitief te beschouwen. In 1959 deden de letterkundigen Stijn Streuvels en Herman Teirlinck al een plechtige oproep in een open brief tot alle Belgen om de Vlamingen in Brussel niet te verontachtzamen.

    In 1959 deden de schrijvers Stijn Streuvels en Herman Teirlinck een plechtige oproep tot alle Belgen om de Vlamingen in Brussel niet te veronachtzamen. In 1961 en 1962 waren er de roemruchte Vlaamse marsen op Brussel. In de jaren zeventig vierde de Fransdolheid van een grote schare Brusselse machthebbers hoogtij. Met een pletwals wilden zij toen Brussel op irreversibele wijze definitief verfransen. Opnieuw waren het eminente Vlaamse schrijvers van alle strekkingen die hun stem verhieven. Op 25 mei 1976 ondertekenden Louis Paul Boon, André Demedts, Marnix Gijsen, Hubert Lampo, Maria Rosseels, Gerard Walschap, Albert Westerlinck en Anton van Wilderode volgende verklaring :

    Zoals Stijn Streuvels en Herman Teirlinck in 1959 een plechtige oproep tot onze landgenoten richtten, doen wij het nu in nagenoeg dezelfde omstandigheden, mede namens de duizenden die hun stem niet kunnen laten horen.

       

    Evenmin als op het ogenblik dat Streuvels en Teirlinck hun gezagvolle stem verhieven, zal men er zich over verbazen, dat het nogmaals schrijvers zijn,  zich bedienend van het Nederlands als artistiek uitdrukkingsmiddel, die met klem wensen te waarschuwen voor de lichtzinnigheid, de laatdunkendheid, ja, het cynisme, waarmede men telkens weer het probleem Brussel schijnt te willen aanpakken.

    De ondertekenaars van deze verklaring zijn te sterk bewust van wat wetenschappelijk het begrip «taal» inhoudt en koesteren een te grote waardering voor de authentieke Franse cultuur, om zich door verschaalde romantische overwegingen of kortzichtig politiek opportunisme te laten leiden.

    ledereen zou moeten weten dat Brussel geografisch geen grensstad is, maar aan alle zijden omgeven is door Vlaams grondgebied; dat Brussel historisch een Vlaamse stad is, even Vlaams als Antwerpen en Gent, en dat zijn wereldvermaard cultureel patrimonium Vlaams is.

    Iedereen zou moeten weten dat de verfransing van Brussel eerder van recente datum is en dat die verfransing geen natuurlijk verschijnsel is geweest, maar door sociaal-economische druk werd afgedwongen.

    Dat de Vlamingen deze stad niet volledig willen herwinnen, dat zij rekening houden met het feit der francofone bevolking, is het sprekend bewijs van hun grote gematigdheid, redelijkheid en werkelijkheidszin. Dat is hun grote en bestendige toegeving.

    Voor het welzijn van ons volk en de staat waarin wij leven, achten wij het bijgevolg noodzakelijk dat de nu getrokken grenzen tussen Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Gewest van de negentien gemeenten, onaantastbaar blijven. Dan alleen is een vreedzame overeenkomst mogelijk, die het Vlaamse en het Waalse volk toelaat, door eigen beleid, de eigen toekomst naar best vermogen op te bouwen.

    Brussel, 25 mei 1976.

    Louis-Paul  BOON , André DEMEDTS , Marnix GYSEN , Hubert LAMPO , Maria ROSSEELS , Gerard WALSCHAP ,  Albert WESTERLINCK , Anton VAN WILDERODE

         

          

    25-05-2006 om 00:00 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    17-05-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Buitengewoon aanbod : '˜Verzamelbox André Demedts'
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    We mogen u naar aanleiding van het André Demedtsjaar langs deze weg ook de eerder aangekondigde Verzamelbox van het Davidsfonds met vijf belangrijke werken van André Demedts aanbieden voor de vriendenprijs van 35 Euro. De handig verpakte Verzamelbox bevat de werken van de historische cyclus “De eer van ons volk” en een lijvige gebundelde uitgave met zijn gedichten. In deze vierdelige historische reeks “De eer van ons volk” beschrijft hij het dagelijkse leven in West-Vlaanderen in de periode 1782-1815 tegen de achtergrond van het politieke, economische en sociale leven in West-Europa.

    De vijf  5 boeken dragen als titels :

                - De Belgische Republiek  

                - Hooitijd

                - Goede Avond

                - Een houten kroon

                - Verzamelde gedichten

    In de boekhandel kost de verzameling 86,75 Euro. Ter gelegenheid van de 100ste verjaardag van André Demedts betaalt u nu slechts 35 Euro of  40 % van de prijs.

     

    Wie de unieke verzamelbox wenst aan te schaffen, kan deze rechtstreeks bestellen bij de boekhandel Infodok, Blijde Inkomststraat 79-81, 3000 Leuven op mailadres boekhandel.infodok@davidsfonds.be of telefonisch op nummer 016/310.650 of fax 016/310.608. Als u daarbij vermeldt dat u ingaat op het aanbod van de website André Demedtsjaar krijgt u de verzamelbox voor 35 €. Zij regelen alles en werken meestal met factuur bij verzending van de bestelling.

    17-05-2006 om 00:00 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    16-05-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Concert met Anke Lapierre & Ciurlionis Strijkkwartet uit Litouwen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Zondag 21 mei om 18 u. organiseert de vzw Stichting André Demedtshuis een sfeervol concert in het nieuwe Ontmoetingscentrum Leieland in Ooigem-Wielsbeke. Het Ciurlionis Strijkkwartet uit Litouwen brengt voor de gelegenheid werk van ondermeer Mozart, Brahms en Reicha met de solisten Anke Lapierre (klarinet –foto links), Lies Six (klarinet – foto rechts) en Klaas Lievens (hobo). De solisten zijn veelbelovende talenten, laatstejaarsstudenten aan het Koninklijk Conservatorium van Gent. Het Ciurlionis Strijkkwartet speelde sedert 1968 al 3500 concerten in Litouwen en ver daarbuiten. 

     

    Anke Lapierre, geboren in 1982, begon haar klarinetstudies aan de Academie van Izegem bij Guido Debel en leerde nadien bij Peter Valck aan de muziekacademie van Waregem. Nu studeert ze in het laatste jaar aan het Gentse conservatorium bij Eddy Van Oosthuyse, David Van Maele, Mare Kerckhof en Frank Coryn. Anke speelde in diverse orkesten en ensembles o.a. het Bevers harmonieorkest, het Waregems Clarinettenchoir, The International Clarinets, Golden Symphonic Orchestra. Ze volgde masterclasses bij Don Oehler, Robert Spring, Marie Picard, Robert Walzel, Howard Klug en Freddy Arteel. Met het Strijkkwartet Ciurlionis en de klarinetklas van Eddy van Oosthuyse brengt ze het Clarinet Quintet van Anton Reicha.

     

    Klaas Lievens is student hobo aan het Koninklijk Conservatorium te Gent bij Joost Gils en Bram Nolf. Zijn muziekvoorkeur gaat eigenlijk uit naar het repertoire uit de twintigste eeuw, met heel veel aandacht voor ‘minimal music’ en conceptuele muziek enerzijds, en voor het samenspel met elektronica anderzijds. Zo koos hij voor zijn eindexamen hobo een stuk met elektronica en percussie. Ook Lies Six studeert aan het Koninklijk Conservatorium te Gent en presenteerde al heel wat optreden, ondermeer samen met Klaas Lievens. 

     

    Zondag 21 mei spelen ze samen met het Ciurlionis Strijkkwartet in het nieuwe ontmoetingscentrum Leieland te Ooigem. Het O.C. Leieland werd pas enkele weken geleden officieel geopend in de buurt van de gelijknamige sporthal aan de Guido Gezellestraat 55b in Ooigem. Het omvat een tiental lokalen voor verenigingen en een ruime polyvalente zaal. Het supermoderne complex heeft de gemeente Wielsbeke 5 miljoen euro gekost. In het nieuwe ontmoetingscentrum is ook een filiaal van de gemeentelijke bibliotheek gehuisvest.

     

    Voor het concert van zondag 21 mei in het kader van het André Demedtsjaar is het Ciurlionis Strijkkwartet uit Litouwen daar te gast. Het strijkkwartet werd in 1968 opgericht. In die tijd studeerden de 4 musici nog aan de Litouwse Music Academy in Vilnius. Later vervolmaakten ze zich bij de leden van het Borodin Quartet en het Tanejev Quartet. Het Ciurlionis Strijkkwartet bestaat uit Jonas Ttrankevillus (1e viool), Darius Diksaitis (2de viool), Gediminas Dacinskas (altviool) en Saulius Lipcius (cello). Sedert hun ontstaan hebben ze meer dan 3500 concerten gespeeld in Litouwen en ver daarbuiten op festivals als de "Berliner Festwochen", het "Spring of Prague", het "Schléswig-Holstein Festival", het "Moravian Autumn", het "Janackuv Mai",...  Ze speelden in het Gewandhaus in Leipzig, het concertgebouw in Amsterdam, het Schauspielhaus in Berlin, het Beethovenhaus in Bonn, en de belangrijkste zalen in Warsaw, London, Brussel, Moscow en Parijs. Het kwartet werkt geregeld samen met vooraanstaande musici als N. Petrov, Ch. Ivaldi, L. Prayer, E. Bruner, E. Vanoosthuyse, I. Hausmann, F. Sitruk, R. Chisu,... Het kwartet beschikt over een repertoire van meer dan 300 werken. Het Ciurlionis Strijkkwartet is een full-time professioneel ensemble dat gefinancierd wordt door de Litouwse overheid. De leden spelen op authentieke 18e eeuwse Italiaanse instrumenten.

     

    Tickets voor dit sfeervol concert kunnen bekomen worden aan 8 Euro bij de Culturele Dienst, Hernieuwenstraat 14, 8710 Wielsbeke, Tel: 056/67.32.50, Email: cultuur@hernieuwenburg. be

    Kaarten zijn ook beschikbaar bij soliste Anke Lapierre GSM-nr. 0485/31.69.45.

    16-05-2006 om 14:20 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    11-05-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DF viert André Demedtsjaar met verzamelbox aan voordeelprijsje
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    We nemen hier de bijdrage over uit het ledenblad Omtrent van het Davidsfonds. Deze verschijnt deze maand in de rubriek “Taal & Lezen” op bladzijde 16.

     

    Dit jaar is het precies honderd jaar geleden dat auteur André Demedts geboren werd. Tijd dus om even terug te blikken op het leven en werk van deze kleurrijke figuur en zijn rol in de Vlaamse beweging.

     

    André Demedts (1906-1992) debuteerde in 1929 als schrijver met de gedichtenbundel Jasmijnen. Demedts was een veelzijdig auteur. Hij schreef psychologische romans met een sociaal-religieuze toets, waagde zich aan theater, literatuurbeschouwing en jeugdliteratuur. Zijn belangrijkste prozawerk is de vierdelige historische roman De eer van ons volk, waarin hij het dagelijkse leven in West-Vlaanderen in de periode 1782-1815 beschrijft tegen de achtergrond van het politieke, economische en sociale leven in West-Europa.

     

    Hij speelde ook een belangrijke rol in de oprichting van het literaire tijdschrift Ons Erfdeel en was redacteur van Dietsche Warande & Belfort. Voor zijn literaire verdiensten kreeg hij verschillende prijzen. In 1990 werd zijn volledige schrijverscarrière bekroond met de Driejaarlijkse Staatsprijs.

     

    Maar Demedts was meer dan alleen schrijver. Hij was een fervent voorstander van de Groot-Nederlandse gedachte. Demedts ijverde voor het behoud van het Nederlands in Frans-Vlaanderen, was de grondlegger van de Frans-Vlaamse cultuurdagen en medeoprichter van het Christelijk Vlaams Kunstenaarsverbond.

     

    Hij was bovendien gedurende meer dan 20 jaar directeur van de gewestelijke omroep West-Vlaanderen van de toenmalige BRT en secretaris van het Nationaal Fonds voor de Letterkunde in Brussel.

     

    De eer van ons volk (verzamelbox met 5 boeken: Een houten kroon, Hooitijd, Verzamelde gedichten, Goede Avond en De Belgische Republiek) kost in de boekhandel € 86,75. Ter gelegenheid van de 100ste verjaardag van André Demedts betaalt u nu slechts € 35. De aangekondigde bestelbon met korting is echter niet afgedrukt. Voor bestellingen verwijzen we u dan ook voorlopig naar het Davidsfonds, Blijde-Inkomststraat 79-81, 3000 Leuven tel. 016/310.600 mail: uitgeverij@davidsfonds.be.

    11-05-2006 om 12:27 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    05-05-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.André Demedtsjaar brengt Quintessens in Sint-Bavokerk
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Donderdag 11 mei om 20 u. brengt de vzw André Demedtshuis in de Sint-Bavokerk in Sint-Baafs-Vijve een concert met het houtblazerskwintet Quintessens in het kader van het André Demedtsjaar. In het André Demedtshuis zelf loopt deze maand een tentoonstelling met hartverwarmende Keramiek van Pieter Verhoye. Later deze maand op zondag 21 mei is er in het kader van het André Demedtsjaar in Wielsbeke ook nog een concert van Anke Lapierre & Ciurlionis Strijkkwartet in het nieuwe Ontmoetingscentrum Leieland in Ooigem.

     

    Als organisator hebben we het hier niet meer over de Stichting André Demedts omdat deze niet meer in overeenstemming is met de nieuwe vzw-wet. We hebben het nu dus gewoon over de vzw André Demedtshuis.  De vzw staat in voor de activiteiten die doorgaan, tentoonstellingen, concerten, enz.  De culturele dienst Hernieuwenburg in Wielsbeke werkt ook voor het André Demedtshuis, bijvoorbeeld voor de programmering, de permanentie, het ophangen van de werken. Dat gebeurt nu eigenlijk in opdracht van vzw André Demedtshuis.


    De tentoonstelling in het museum André Demedtshuis toont van 6 tot 28 mei 2006 een 80-tal werken van Pieter Verhoye. De keramist zal daar op zondag 7 en 14 mei in de namiddag met plezier al uw vragen over zijn werk beantwoorden. Sinds een twaalftal jaar is Pieter Verhoye bezig met keramiek. Zijn technische vaardigheid haalde hij uit tientallen cursussen, voornamelijk in de Franse Elzas en het Kunstcentrum ‘Bosener Mühle’ in het Duitse Saarland. Verder volgt hij al ruim vijf jaar keramiek aan de Kunstacademie van Tielt. Zijn werken zijn gevisualiseerde impressies en emoties in keramische objecten, in reële figuren of in abstracte figuraties. Het André Demedtshuis is open op vrijdag,  zaterdag en zondag van 14 tot 18 u. en ook op zondagvoormiddag van 10 tot 12 u.

     

    Donderdag 11 mei komt in de concertreeks het houtblazerskwintet Quintessens op het podium. In 1982 vonden vijf jonge musici elkaar in de klas kamermuziek aan het Koninklijk Muziekconservatorium te Brussel. Ze behaalden er samen hun Hoger Diploma kamermuziek en verzorgen sindsdien talrijke concerten in binnen- en buitenland in opdracht van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, SABAM en Jeugd en Muziek. Als afgevaardigde van Jeugd en Muziek gaven ze in oktober 1985 concerten in Bulgarije, in Sofia en Plovdiv.

     

    In mei 1986 werd Quintessens laureaat van de Nationale Kamermuziek-wedstrijd te Tervuren. Ze werden in september 1988 tevens laureaat van ‘Festival-Award’, een wedstrijd voor jonge kamermuziekensembles in organisatie door Festival van Vlaanderen en ‘Festival de Wallonie’. Ze traden dan ook diverse malen op in het kader van het Festival van Vlaanderen, ondermeer ook in solistisch verband met de kamerorkesten I Fiammanghi en Sinfonia.

     

    Samen met pianist Jan Michiels namen ze in december 1991 voor Eufoda een CD op met werk van Beethoven, Pulenc en van Lannoy. Andere CD-producties kwamen in 1994, wanneer samen met Jan Michiels het kamermuziekoeuvre van Albert Huybrechts werd opgenomen voor het label Vox Temporis en eind 1995 met een CD-project rond de kamermuziekwerken van Robert Herberigs.

     

    Het repertorium van Quintessens omvat alle muzikale genres en periodes met vooral aandacht voor eigentijdse en Belgische muziek. Diverse componisten droegen werk aan hen op : Frank Nuyts, Jan Van Landeghem, Jaan Huylebroeck, Jan Emmery, Roland Coryn, Hans Cafmeyer…  Quintessens zelf bestaat sinds zijn ontstaan uit Marijke Gheysen (dwarsfluit), Jan Mabbe (hobo), Geert Baeckelandt (klarinet), Rik Vercruysse (hoorn) en Bart Snauwaert (fagot). 

     

    Quintessens speelt donderdag werk van oa. Farkas ,Ibert, Gistelinck, Shostakovich, Jongen, Milhaud, Huylebroeck en Peter Benoit.  Ticketreservatie kan aan 8 euro bij de Culturele Dienst van Wielsbeke op Hernieuwenburg 14, tel. 056/67.32.50 of cultuur@hernieuwenburg.be

    05-05-2006 om 00:00 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    02-05-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.André Demedts krijgt straatnaam in Waregem
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Er komt een André Demedtsstraat in Waregem. Dat is zeker geen primeur, want er zijn al meerdere Demedtsstraten in Vlaanderen. In Waregem wordt zijn naam nu verbonden met de nieuwe pijpekop langs de Stijn Streuvelsstraat in de Hoogmolenwijk. De gemeenteraad keurt vanavond de plaatsnaam goed. Vooral in het kader van het Andre Demedtsjaar en het ereburgerschap in Waregem van André Demedts is de naamgeveing geen verrassing.

    André Demedts is geboren op 8 augustus 1906 en we maken dus dit jaar het André Demedtsjaar mee naar aanleiding van het honderdste geboortejaar van deze belangrijke Vlaamse auteur en cultuurpromotor. André Demedts werd in 1986 de eerste ereburger van Waregem en het ligt dus in de lijn van de verwachtingen dat het stadsbestuur dit jaar zijn ereburger speciaal herdenkt . Hij was hier van 1937 tot 1949 leraar aan het H. Hartcollege en ook toen hij diensthoofd werd van de gewestelijke radio-omroep West-Vlaanderen van de N.I.R. (Nationaal Instituut voor Radio-omroep), later BRT,  bleef tot in 1953 wonen in Waregem. In Waregem woonde hij eerst in de Vandewoestijnelaan en laatst in de Guido Gezellestraat.

     

    Van André Demedts verschenen 77 boeken waaronder 25 romans, 4 jeugdromans en verder monologen, enzomeer.  De belangrijkste monografie over Stijn Streuvels is trouwens van zijn hand. Hij besteedde daar jarenlang opzoekingswerk aan. Maar André Demedts was bovendien overal in het Vlaamse land geliefd om zijn 5000 voordrachten. Hij beantwoordde ook 30.000 van zowat 2500 verschillende personen, waaronder veel bekenden als bekende schrijvers zoals Walschap of politiekers maar ook totaal onbekenden in moeilijkheden, die hem om raad vroegen.  Daarnaast maakte hij talloze artikels voor kranten, tijdschriften en speciale uitgaven en zorgde hij voor culturele bijdragen zoals luisterspelen en besprekingen voor radio. Hij werkte ondermeer als gast ook mee aan culturele TV-programma’s.

     

    André Demedts verwierf bekendheid als dichter, toneelschrijver, essayist en romancier. Van zijn hand verschenen ondermeer de dichtbundels Jasmijnen (1929), Geploegde Aarde (1931), Vaarwel (1939), jeugdboeken onder zijn pseudoniem Koen Lisarde en romans van ‘De mannen in de straat’ (1933) tot het drieluik ‘Wintertijd’ (1982). Daar zijn belangrijke romans bij als ‘Geen tweede maal’ (1941), Het heeft geen belang (1944), Kringloop om het Geluk (trilogie, 1947-1951), de vier priesterromans, De Levenden en de Doden (1958), Je komen halen (1969), het vierdelig historisch monument ‘De eer van ons Volk’ (1973-1978) en ‘Geluk voor Iedereen’ (1981). Zijn familiegeschiedenis vinden we in ‘Geluk voor iedereen’, De Weg terug en de dag voor gisteren. Maar er zijn ook nog een aantal toneelwerken als ‘De Rechtvaardige Keizer’(1951), dat toen ondermeer is opgevoerd door de Waregemse toneelgroep Pogen. In 1961 speelde Kunst en Eendracht ‘Te veel van het Goede’ als jurystuk voor het Algemeen Westvlaams Toneel.

     

    Werk van André Demedts werd vertaald in het Frans en het Duits. Dit jaar wordt de 100ste verjaardag herdacht en in Waregem komt er dit jaar met monumentendag ook nog een gedenkteken aan het huis in de Guido Gezellestraat, waar hij heeft gewoond.

    02-05-2006 om 15:34 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    28-04-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.H. Hartcollege Waregem koestert zijn oud-leraar André Demedts
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    André Demedts was van 1937 tot 1949 leraar aan het H.Hartcollege in Waregem. Daar koestert men zijn nagedachtenis. Bij de lessen tekstverwerking voor de leerlingen van het Handelsinstituut wordt dit schooljaar gewerkt rond André Demedts. Gisteren namiddag konden die leerlingen een speciale herdenking meemaken over hem. Zijn dochter Hilde Demedts en gewezen directeur Oscar Martens legden hierbij voor de huidige leerlingen van het Handelsinstituut getuigenis af over hun vader respectievelijk leraar en collega. De bijeenkomst had plaats in het auditorium van de school, dat niet voor niets is genoemd naar André Demedts. In het College is naar aanleiding van het André Demedtsjaar in zijn 100e geboortejaar ook een tentoonstelling geopend rond het leven en het werk van deze Vlaamse auteur en veelzijdige cultuurpromotor.

     

    De tentoonstelling toont documenten uit het eigen archief van de school, aangevuld met materiaal uit het stadsarchief van Waregem en van de familie Demedts. De tentoonstelling richt zich vooral naar een ruim leerlingenpubliek door een aantal markante gebeurtenissen uit het leven van Demedts te belichten. De tentoonstelling is opgebouwd rond drie perioden met name de Elsbosperiode (1906-1937), Successtory (1937-1971) en Schemeravond (1971-1992), maar toont ook enkele werken en fotomateriaal over zijn periode in het college (1937-1949). In het kader van deze tentoonstelling is een korte brochure gemaakt en wordt er ook een prijsvraag aan gekoppeld, waarvoor de stad Waregem enkele prestigieuze prijsboeken heeft geschonken (Mercator-uitgave van monografie van Van de Perre).

     

    De tentoonstelling in het H. Hartcollege en –Handelsinstituut loopt nog gedurende het ganse derde trimester. De leerlingen van het Handelsinstituut werken ook nog aan een boekje over André Demedts, dat als herinnering van het André Demedtsjaar op het einde van het jaar wordt overhandigd aan de familie Demedts. Leerlingen van het eerste ASO hebben een tekening gemaakt over André Demedts en het Waregemse college. In het najaar organiseert de school nog een poëzieavond met het werk van André Demedts als thema.

     

    André Demedts was 12 jaar leraar van het Waregemse college van 1937 tot 1949. Daarna werd hij directeur van onze West-Vlaamse radio-omroep NIR en BRT, functie die hij 22 jaar uitoefende tot hij op rust ging op 65-jarige leeftijd. Naast zijn beroepsactiviteiten, die hij steeds erg plichtsbewust uitoefende, schreef hij 77 boeken. (25 romans, 4 jeugdromans, monografiën, novellen),  gaf hij 5000 voordrachten, beantwoordde hij 30.000 brieven, schreef hij luisterspelen en toespraken voor de radio, schreef hij talloze artikels in uiteenlopende media-organen,  was hij er voor alle mensen zonder onderscheid van rang of stand.

     

    Oscar Martens bracht getuigenis over zijn gedrevenheid, vakbekwaamheid en natuurlijk talent als leraar. Aan hem was er geen oppervlakkigheid. Alles aan hem was gedegen, menselijk, fundamenteel. Hij huldigde het devies: “Niet gelijkaardig, maar gelijkwaardig”. Zijn naambekendheid, zijn competentie, zijn eenvoudig optreden en zijn toewijding maakten dat hij een natuurlijk gezag had. Hij had geen problemen met discipline. Straffen deelde hij heel zelden of niet uit. De achting voor André Demedts kwam niet alleen van de leerlingen. Hij was ook de spreekbuis van het lerarenkorps. Op het college gaf hij als hoofdvak Nederlands, maar ook Nederlandse Handelscorrespondentie en in het graduaat ook Economische Geschiedenis kreeg de heer Martens van André Demedts. Elkeen was onder de indruk van zijn brede kennis. Kenmerkend daarbij was de eenvoudig en klare aanbreng. Als geen een wist hij op een eenvoudige en gemoedelijke manier verstandige dingen te zeggen.

    28-04-2006 om 13:29 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    25-04-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Test uw kennis over André Demedts !
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Kruiswoordraadsel bij de tentoonstelling rond André Demedts

     

    Horizontaal:

    1. Jeugdbeweging waar André Demedts lid van was?

    2. André Demedts overleed in die maand van 1992.

    3. Eén van de vakken die André Demedts gaf op het college?

    4. Naam van de eerste dichtbundel van André Demedts die in 1929 verscheen?

    5. Voornaam van de jongere zuster van André Demedts die ook enkele dichtbundels schreef.

    6. Aantal leerlingen (getal in letters) in het eerste Handel B in het schooljaar 1937 - 1938?

    7. Naam van het geboortehuis van André Demedts.

    8. In 1990 ontving André Demedts de ……    voor zijn hele literaire loopbaan.

    9. Aantal (getal in letters) verschillende jeugdboeken geschreven door André Demedts.

    10. Familienaam van de echtgenote van André Demedts.

    11. Vul de titel van deze roman uit 1981 aan:" Geluk voor  ………     ".

     

    Opmerking: in DRUKLETTERS invullen & de letter ij is één vakje!

    De illustratie geeft het rooster weer.  Klik op de figuur voor het bekomen van een grotere afbeelding, die u kunt overnemen op uw PC en afdrukken.

     

    Dit moet verticaal het pseudoniem opleveren, dat André Demedts gebruikte om zijn jeugdboeken te ondertekenen.

    Dit ingevulde kruiswoordraadsel mogen de leerlingen van het H.-Hartcollege-Handelsinstituut  deponeren in de doos op de tentoonstelling.

    Einde mei zal een onschuldige hand 6 gelukkige winnaars uitloten die elk een exemplaar van de monografie van R. van de Perre over André Demedts ontvangen. 

    Succes!

    25-04-2006 om 18:59 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    24-04-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tentoonstelling en Getuigenissen in H.Hartcollege Waregem
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Naar aanleiding van het honderdste geboortejaar van auteur en oud-leerkracht André Demedts organiseert de Werkgroep Archief van het Heilig-Hartcollege en -Handelsinstituut in Waregem een aantal activiteiten waar we worden uitgenodigd. Volgende donderdag 27 april 2006 wordt er vanaf 13.30 u. een sessie georganiseerd tijdens het vijfde en zesde lesuur in het auditorium van het college, waarbij oud-directeur O. Martens en Mevrouw Hilde Demedts getuigen over André Demedts als leerkracht, resp. vader en auteur.

     

    Tijdens het derde trimester loopt er in de gang van het A. Demedtsauditorium een tentoonstelling rond het leven en werk van deze auteur. Hierop worden documenten geëxposeerd uit het schoolarchief, het Stadsarchief en archivalia in het bezit van de dochter van Demedts. De Werkgroep richt deze tentoonstelling vooral naar een ruim leerlingenpubliek door in telegramstijl een aantal markante gebeurtenissen  uit het leven van Demedts te belichten. Aan de expo is er een kleine opdracht voor de leerlingen gekoppeld, die hiermee de door Mercator fraai uitgegeven monografie van Harold Van de Perre over Demedts kunnen winnen. De prestigieuze prijsboeken werden geschonken door het Waregemse stadsbestuur en archief.

     

    Op donderdagnamiddag 27 april (tijdens het vijfde en zesde lesuur in het auditorium)

    getuigen oud-directeur dhr. O. Martens en Mevr. H. Demedts over A. Demedts als leerkracht

    resp. als vader en auteur. Deze sessie wordt op de eerste plaats georganiseerd voor de

    leerlingen van de vierde handelsklassen (die in de lessen tekstverwerking werkten rond onze

    oud-leerkracht) maar iedereen is meer dan welkom.

     

    Ook het Oudercomité is van plan om nog een activiteit (wellicht een poëzie-avond) rond

    Demedts te organiseren.          

     

    Met deze activiteiten wil de Werkgroep Archief van het College een poging doen om de veelzijdigheid van André Demedts als literator, poëet, leraar, voordrachtgever en gezinsman te belichten.

    24-04-2006 om 18:04 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)
    23-04-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Provinciale Hulde van André Demedts in 1966
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Uit  Gaby Gyselen “Woorden in  de wind”. Het boek bevat de tekst van dertig toespraken die Gaby Gyselen binnen bijna even zoveel jaren heeft gehouden als directeur van de Dienst Cultuur van de Provincie West-Vlaanderen.  De teksten staan te lezen in hun oorspronkelijke vorm. Het boek is in 1989 uitgegeven in opdracht van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad  van West-Vlaanderen. Volgende tekst werd door Gaby Gyselen uitgesproken op een provinciale hulde op 26 februari 1966 in Menen. André Demedts was toen nog geen zestig jaar.

     

    HULDIGING VAN ANDRE DEMEDTS

     

    Toen de Vlaamse Provincies in 1962 hun gezamenlijke vierjaarlijkse Prijs voor Letterkunde hadden toegekend aan André Demedts, kon men uit het verslag van de jury afleiden dat deze zijn roman De Levenden en de Doden had bekroond op grond van de eerlijkheid en beheersing, de rijkdom en de diepte van gemoed, en het indringend psychologisch vermogen waarmede de auteur de menselijke problemen had weten te benaderen.

    Deze hoedanigheden kenmerken André Demedts echter niet alleen als letterkundige, zij sieren de gehele mens.

     

    Ik prijs mij gelukkig dit hier te mogen getuigen met een beknopte en zonder twijfel erg onvolledige schets van zijn persoonlijkheid als cultureel werker.

     

    De bibliothecaris van de gemeentelijke bibliotheek te Maldegem vertelde mij onlangs dat hij, vele jaren geleden, een der eersten was geweest om Demedts te vragen als spreker op een literaire avond. De man was daar terecht trots op en hij zei de biograaf te beklagen die ooit de volledige lijst zou willen aanleggen van de spreekbeurten welke André Demedts in de vier windstreken had gehouden. Wij kunnen het ons voorstellen. Niet alleen in het Leieland, binnen de schut van de geboortestreek waar men de mensen en hun gevoeligheden beter denkt te kennen, maar dagreizen ver heeft Demedts zijn boodschap gebracht waar hij dacht haar te moeten brengen, of waarheen hij gevraagd werd omdat men in hem een stem had ontdekt die de waarheid durfde zeggen.

     

    Men denkt het éérst aan dit deel van zijn cultureel werk omdat het tot de verbeelding spreekt. Men kent ongeveer de landkaart. Men raamt de afstanden, en men vermoedt de reisperikelen naar gelang van het jaargetijde en de kansen op een willig gehoor. Steeds weer mag een spreker op onze dagen het podium betreden met een billijk gevoel van trots omdat hij daar komt als Vlaming. Hoeveel eeuwen heeft het na de Guldensporen geduurd dat mensen van dit ras waar zij kwamen opnieuw hun eigen laken mantels moesten vouwen tot een kussen op de harde bank. De staatsie en het luisterrijk onthaal in binnen- en buitenland Demedts aangeboden in Rome, Kaapstad of Paderborn, maken hem echter niet blind voor de onverbiddelijke noodzaak van zijn bezielend woord in deemoedige parochiezaaltjes ergens in Frans-Vlaanderen of diep in Limburg. Een mens moet weten wat hij wil, maar over de middelen is hij niet altijd meester.

     

    Demedts trotseert vrijwel wekelijks deze taak met een gelijkmoedigheid die het benijden waard is en eerbied afdwingt voor zijn erfdeel des geestes, overgedragen van vader op zoon als een harnas waarmee men niet alleen het lijf en het gelaat kan beschermen maar ook het wankelmoedig hart. Deze landelijke gelijkmoedigheid, gedragen en goed bevonden door de ervaring van geslachten, is slechts een houding, geen motief. Zij verbergt, naast vele andere dingen die de ene mens van de andere niet kan weten, een vastberaden, ja een verbeten strijder die men soms onderschat omdat hij zo zachtmoedig is.

     

    U moet de bladzijden lezen die Demedts, in het tijdschrift Biekorf onder de titel De weg terug gewijd heeft aan zijn familie, aan de stamgenoten van wie hij, oudste zoon, de geestelijke erfgenaam is met al de verplichtingen vandien. Men ontdekt daar geen klinkende verklaringen, geen slagzinnen die men met grote koppen zou kunnen afdrukken op de frontpagina van een of ander manifest, zwart op wit omdat hij weet dat de werkelijkheid, de moeite waard om voor te leven, oneindig meer geschakeerd is en rijker van inhoud. Instemmend monkelend vertelt hij over de Tieltse collegeopstellen van zijn vader dat zij beurtelings geschreven werden in blauwe, rode, groene en gele inkt "want in zijn jonge jaren moet hij zwart zonder meer vervelend gevonden hebben, te eentonig om mooi te zijn" !

     

    Wie gewag maakt van de culturele betekenis van André Demedts voor de gehele Nederlandstalige gemeenschap, denkt vooral aan zijn rol als levenswekker, als bouwer, als verkondiger van culturele waarden, en aan de uitstraling van zijn gedachten bij middel van woord en geschrift. Niemand kan die betekenis met een exact toestel meten, maar dat hoeft ook niet.

     

    De Nederlandse gemeenschap kan helaas niet altijd rekenen op de onverdeelde trouw van al haar lidmaten. Vlaanderen telt veel afwezige Vlamingen.

     

    André Demedts echter is aanwezig. Hij is het als directeur van de Gewestelijke Omroep West-Vlaanderen te Kortrijk. De luisteraars horen ie stem van de omroeper en het werk van de programmator. Maar achter beide tronen de geest en de wil van de leider, die levenswijs genoeg is om het betrekkelijk belang van de modeverschijnselen, ook voor een radio-omroep, te doorzien en te weten dat men het morgen weer op een andere manier zal moeten doen, maar die tegelijk ook zoveel verantwoordelijkheidszin heeft dat hij in dit communicatiemedium een onmisbaar instrument blijft zien voor de volledige ontvoogding van stad en land. De stem van de gewestelijke zenders groeit thans uit tot een volwaardig tweede programma, waarin de eenheid in de verscheidenheid gedragen wordt door de vakbekwame radiomensen van Antwerpen, Gent, Hasselt en Kortrijk, straks wellicht Vlaams Brabant, Brussel inbegrepen. Zij ruggesteunen op hun manier het groeiend Vlaams zelfbewustzijn binnen een homogeen taalgebied dat tegenover de concurrentie van het Frans chanson, de angelsaksische songs en de Duitse gewichtigheid ten allen prijze kan stellen: het onloochenbaar talent van taaischeppende spreekvaardigheid, de trouw aan het eigen wezen en een rijk cultureel patrimonium, waarvan men kan houden met hart en ziel.

     

    Ik denk dat een gelijkaardig inzicht Demedts ook drijft naar dat volledig zich wegschenken op zijn andere, vrije werkterreinen.

     

    Hij is de grondlegger geweest en hij blijft, met Luc Verbeke, de bezieler van de Frans-Vlaamse cultuurdagen van Waregem, jaarlijkse bezinningsdagen over de lotsverbondenheid van de Nederlandse stam, waarvan wij de weerklank opvangen in het voortreffelijk tijdschrift van Jozef Deleu Ons Erfdeel, dat hem onder zijn ereleden telt.

     

    Hij behoort tot de redactieleiding van het tijdschrift Vlaanderen, voorheen West-Vlaanderen en in de schoot van het Christelijk Vlaams Kunstenaarsverbond is hij niet weg te denken als man van gezag en van onvermoeibare aanhankelijkheid aan de stichting die Gedeputeerde Jozef Storme, nu meer dan vijftien jaar geleden, in het leven riep. Demedts is daar wat hij elders is: een man uit een stuk, trouw en onverstoorbaar, in goede en in kwade dagen.

     

    Hij vertegenwoordigt, vanaf de oprichting, de provincie West-Vlaanderen in de Kultuurraad voor Vlaanderen, en hij werd door dit hoog cultureel gezagsorgaan gekozen tot lid van de raad van beheer, degelijk en doordacht in al zijn bijdragen.

     

    Hij is ook lid van de Vlaamse Akademie voor Taal en Letterkunde, en hij heeft zich deze vererende benoeming laten welgevallen met dezelfde wijsgerige glimlach waarmee hij vandaag deze nieuwe huldiging ondergaat, er voorzeker op reagerend met stilletjes te zeggen, zoals in de titel van een zijner romans : "Het heeft geen belang".

     

    Toen wij, in de retorika, met een of andere verhandeling al te nadrukkelijk dweepten met het driemanschap Gezelle-Verriest-Rodenbach, zei de leraar dat wij moesten proberen die cirkel te doorbreken. Wij leefden immers voor morgen. Demedts zou voorzeker onze teleurstelling hebben getroost met de bedenking dat op de duur alleen herinneringen overblijven, het enige dat ons niet kan ontnomen worden. In later jaren stapelen de herinneringen zich op, en het is voor de culturele ontplooiing van een volk onmisbaar dat het te allen tijde kan terugdenken aan grote persoonlijkheden en dat het met die wijsheid gewapend, ze ook terug vindt onder de eigen tijdgenoten. Wat zou er van Vlaanderen geworden zijn zonder herinneringen ?

     

    Ik meen te mogen zeggen dat André Demedts tot dit onmisbaar deel van ons levend patrimonium is gaan behoren, en dat wij hem niet meer kunnen missen, noch zijn mediterend schrijverschap, noch zijn milde aanwezigheid onder ons, noch zijn humor die dikwijls getemperd wordt door de kennis van de omstandigheden en vandaar licht omfloersd met weemoed, noch zijn vastberaden trouw aan de kristelijke en aan de Vlaamse beginselen, trouw als edelste vorm van gehoorzaamheid. Men kan daar gedichten over schrijven, zo men wil, men kan het ook van man tot man, koel en zakelijk waarderen met te zeggen : hij is een hele drukkingsgroep waard.

     

    Mijnheer Demedts,

    U moet aanvaarden dat uw vrienden U af en toe, onder verschillende en in uw ogen misschien belachelijke voorwendsels, willen huldigen. Zij willen daarmee, luidop voor zichzelf, zeggen hoe belangrijk, in dit moeilijk land en in een nog vormeloos Europa, de kardinale deugden zijn welke U zelf in uw dagelijks werk hebt pogen waar te maken, en waaraan wij ons kunnen optrekken, zeggend of althans in stilte wensend : ik zou willen zijn gelijk André Demedts.

     

    Gaby Gyselen

    Menen. 26 februari 1966

     

    Met dank aan Ludo Valcke, directeur Dienst Cultuur provincie West-Vlaanderen.

    23-04-2006 om 11:19 geschreven door bernard


    >> Reageer (0)


    Archief per maand
  • 12-2023
  • 06-2023
  • 06-2022
  • 12-2021
  • 11-2019
  • 07-2019
  • 11-2017
  • 02-2014
  • 03-2013
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 05-2012
  • 02-2012
  • 10-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 08-2010
  • 12-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 11-2007
  • 09-2007
  • 08-2007
  • 03-2007
  • 02-2007
  • 01-2007
  • 12-2006
  • 11-2006
  • 10-2006
  • 09-2006
  • 08-2006
  • 07-2006
  • 06-2006
  • 05-2006
  • 04-2006
  • 03-2006
  • 02-2006
  • 01-2006
  • 12-2005

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Bezoek ook
  • e-waregem
  • 2012-blog
  • internetlinks naar A. Demedts
  • Louis Jacobs' thuispagina
  • Wiki
  • poëzie Luc Verbeke
  • DBNL
  • ES-battement
  • ODIS
  • Demedtshuis


    Foto

    Foto

    U kunt meewerken aan deze site door zelf suggesties te doen en zelf informatieve teksten of getuigenverslagen te bezorgen voor bijdragen op deze site. 

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!