Voor Jan Francois (44) het pand kocht, ontmantelde en heropbouwde was er een nachtwinkel gevestigd. Vandaag heet de vestiging in de Overpoortstraat 22 Rock Circus, een combinatie van Jans 2 grote liefdes: bier en muziek. Jan is geen onbekende in het milieu. Ook de Back Door in de Sint Amandsstraat is van hem. Daar hebben ze 250 bieren uit flesjes.
"Bier in flesjes hebben we hier in Rock Circus niet", zegt Jan. "Alleen in flesjes van 75 centiliter. Hier is alles van 't vat. 58 verschillende soorten, waarvan er 2 alleen hier te krijgen zijn. Circusbier is een blond bier van 8 graden, en Red Rooster is een bruin bier met bosbessen. De toog heb ik speciaal in Nederland laten maken. 10 meter lang in één stuk, met alle tapkranen erin geboord. Mensen kijken hun ogen uit, de toog is al ettelijke keren gefotografeerd."
Jan heeft zijn liefde voor bier opgedaan in de Hopduvel, in de jaren 90 hét biercafé van Europa. Bezieler Antoine - Toon - Denooze stopte daar in 2000 en liet de zaak over aan zijn broer. Zelf trok hij naar Afrika. "Ik heb bij Toon gewerkt, eerst in het restaurant boven, later in het biercafé", zegt Jan. "Daar heb ik alles geleerd. Toon en ik zijn altijd contact blijven houden. En Toon steekt hier een handje toe, met raad en daad." Toon knikt. "Eigenlijk is dit mijn erfenis, die Jan nu verderzet. Ik ben fier op hem."
Van de Hopduvel en het schitterende terras daar schiet niks meer over, een ontwikkelaar veranderde het café in een handvol studio's. Maar de liefde voor het bier is dus verhuisd naar de Overpoortstraat. En de klanten van toen vinden de weg terug. "De Overpoortstraat is niet perse een rare locatie voor dit café", vindt Jan. "Iedereen kent de Overpoort, tot ver buiten Gent. Het is ook niet zo dat alle studenten zo veel mogelijk willen drinken voor zo weinig mogelijk geld. Er zijn er ook die écht bier appreciëren. Het echte 'zuipen' gebeurt verderop in de straat. Hier is de gemiddelde prijs voor een bier 3,4 euro."
Egon Schiele 1890 - 1918

Egon Schiele 1890 - 1918 was een Oostenrijks expressionistisch kunstschilder
Schieles vader was hoofd van de spoorwegen in Tulln an der Donau in Oostenrijk. Ook zijn grootvader werkte bij het spoor, en de latere voogd van Schiele was eveneens ingenieur bij de spoorwegen. Schiele maakte voor zijn plezier treinreizen en speelde op zijn 23ste jaar nog met een speelgoedtrein, waarbij hij alle geluiden die daarbij horen realistisch nadeed. Zijn vader, gek geworden door syfilis, overleed toen Schiele pas 15 jaar was. Ook een zusje was jong gestorven en in het gezin werden bovendien twee kinderen levenloos geboren. De relatie tussen Schiele en zijn moeder was bijzonder moeizaam en schijnbaar liefdeloos. Met zijn zuster Gerti had Schiele een incestueus contact.
Een loopbaan bij de spoorwegen had voor de hand gelegen, maar Schiele ging tegen de oorspronkelijke wens van zijn moeder en zijn voogd naar de kunstacademie, waar hij overigens matige resultaten behaalde. Eerder werd Schiele beïnvloed door Gustav Klimt en diens Secession beweging.

Egon Schiele zelfportret
Tussen 1911 en 1915 had Schiele een relatie met Wally Neuzil. Omdat zij ongehuwd samenwoonden, werden zij in 1911 verjaagd uit hun woonplaats in het Boheemse Krumau (waar Schieles moeder vandaan kwam) en verhuisden zij naar Neulengebach, een voorstad van Wenen. Ook daar ontstond een schandaal, omdat Schiele zeer jonge meisjes als model naakt liet poseren. De tekeningen van masturberende jonge meisjes kwamen in de openbaarheid. Hierdoor kwam Schiele zelfs enige tijd (3 weken in voorhechtenis) in de gevangenis terecht, de uiteindelijk uitgesproken straf bedroeg 3 dagen. In 1915 beëindigde Schiele de relatie met Wally om in hetzelfde jaar te trouwen met Edith Harms. Kort daarna moest Schiele in militaire dienst, het was immers de tijd van Eerste Wereldoorlog. Hij kreeg echter een kantoorbaan en kon daarom contact houden met Edith. Vanwege zijn werk kon hij echter minder schilderen.

De tekeningen en schilderijen van Schiele zijn voornamelijk afbeeldingen van mensen. In beperkte mate heeft Schiele stadsgezichten en landschappen geschilderd. Door het sterke gebruik van lijnen kan Schiele eerder als een tekenaar dan als een schilder gezien worden. Kleur in de schilderijen wordt pas achteraf aangebracht, als de tekening af is. Het kleurgebruik versterkt echter wel de vervreemdende werking in hoge mate. De schilderijen van Schiele doen denken aan die van Kokoschka maar hebben ook een kubistisch karakter.

Figuur: Mark Hardens Artchive
Het zelfportret speelt in het werk van Schiele een centrale rol. Hij beeldt zichzelf af op een lege achtergrond. Door de hoekige vormen van het lichaam, de onrealistische kleuren en de vaak panische blik in de ogen doen deze portretten zeer vervreemdend aan. De zelfportretten, waarin Schiele zichzelf meedogenloos laat zien, kunnen ook voor het hedendaagse (2002) publiek nog schokkend zijn, vanwege het expliciet seksuele, narcistische en exhibitionistische karakter.

zelfportret
Gezien zijn jeugd is het niet verbazingwekkend dat in het werk van Schiele de dood een grote rol gespeeld heeft. Zo zijn er schilderijen getiteld De dode moeder, De dood en het meisje. Het laatste schilderij laat de omarming zien van de dood, die eruit ziet als Schiele zelf, en zijn ex-vriendin Wally.
Egon Schiele heeft ook landschappen geschilderd zoals de Versinkende Sonne (zinkende zon), uit 1913.
Na het huwelijk met Edith lijken de lijnen in Schieles schilderijen wat ronder en zachter te worden. Zijn leven met Edith was meer burgerlijk en geregeld van aard dan het leven met Wally geweest is.
De werken van Egon Schiele zijn expressionistisch en behoren tot de schilderstijl Sezession.





















