Dinsdag 1 januari 2008
De chow chow

De Chow Chow

De
Chow Chow is een hondenras, behorend tot de Aziatische- en keeshonden
van het oertype. De eerst bekende vorm kwam mogelijk al voor in het
oude China, lang voor onze jaartelling. Nu zijn ze vooral in gebruik
als huis- en waakhond, maar ooit werden ze gebruikt als jachthond, en
later zelfs als voedsel voor de mens.

De schofthoogte van reuen is ongeveer 48-56 centimeter en van teven ongeveer 46-51 centimeter. Het gewicht varieert van 22 tot 35 kilogram. De dichte vacht kan lang- of kortharig zijn. De vachtkleuren zijn rood, zwart, crème of blauw, maar altijd éénkleurig. De rode langhaar komt het meest voor. Chow Chows zijn goed herkenbaar aan hun blauwe tong en tandvlees.

Het is een rustige, dominante hond, moedig en waaks. Vereist wel een consequente opvoeding, iets wat eigenlijk voor de meeste honden geldt.

Als ze van jongs af aan goed gesocialiseerd zijn kunnen ze wel met katten en andere huisdieren samen. Met kinderen kunnen ze meestal goed overweg, maar zijn wel wat dominant tegen andere honden. Ze blijven wel vrij onverschillig tot afwijzend tegen vreemden.

De langharige Chow Chow behoeft minstens één maal per week een grondige kam- en borstelbeurt. Tijdens de ruiperiode is zelfs een dagelijke kambeurt nodig.

De kortharige Chow Chow kan met iets minder kambeurten toe, maar aangezien de ondervacht even dicht als bij de langharige, moeten ze tijdens de rui wel vaak gekamd worden.


De witte Chow Chow
De schofthoogte van reuen is ongeveer 48-56 centimeter en van teven ongeveer 46-51 centimeter. Het gewicht varieert van 22 tot 35 kilogram. De dichte vacht kan lang- of kortharig zijn. De vachtkleuren zijn rood, zwart, crème of blauw, maar altijd éénkleurig. De rode langhaar komt het meest voor. Chow Chows zijn goed herkenbaar aan hun blauwe tong en tandvlees.

Het is een rustige, dominante hond, moedig en waaks. Vereist wel een consequente opvoeding, iets wat eigenlijk voor de meeste honden geldt.

Als ze van jongs af aan goed gesocialiseerd zijn kunnen ze wel met katten en andere huisdieren samen. Met kinderen kunnen ze meestal goed overweg, maar zijn wel wat dominant tegen andere honden. Ze blijven wel vrij onverschillig tot afwijzend tegen vreemden.

De langharige Chow Chow behoeft minstens één maal per week een grondige kam- en borstelbeurt. Tijdens de ruiperiode is zelfs een dagelijke kambeurt nodig.

De kortharige Chow Chow kan met iets minder kambeurten toe, maar aangezien de ondervacht even dicht als bij de langharige, moeten ze tijdens de rui wel vaak gekamd worden.















