JOUW WERELD (25.09.2005)


Je huppelt, je springt,
je danst blij, je zingt,
je neemt héél mijn hart
met je mee.
Je weent en je lacht,
je rent en verwacht
een wereld vol liefde
voor twee.
JOUW WERELD (25.09.2005)

Je huppelt, je springt,
je danst blij, je zingt,
je neemt héél mijn hart
met je mee.
Je weent en je lacht,
je rent en verwacht
een wereld vol liefde
voor twee.
Voetsporen!Elke avond, als wij uit school kwamen, was de boodschap : eerst eten om 17u00 en daarna prompt allemaal aan de eetkamertafel om huiswerk te maken en lessen te leren. In de zogenaamde salon stond een tweede grote tafel en het jonge volkje werd dus in twee groepen verdeeld, zodat iedereen voldoende plaats had om zich te verdiepen in alles, wat ons slim kon maken. In de lagere klas werd in mijn tijd nog geschreven met een pen, die in de inkt gedoopt werd! Dat was geen sinecure, want als er een teveel aan inkt aanhing, viel al eens een klodder op het schrijfvlak en kon de hele tekst vanaf het begin opnieuw geschreven worden. In mijn herinnering werden zo héél veel nieuwjaarsbrieven meerdere malen geschreven en herschreven. Op een zekere dag werden wij allemaal op het matje geroepen bij pa. Dat wil zeggen, diegenen, die reeds met pen en inkt schreven. Wij stonden daar allemaal wat angstig te kijken want een boze pa, was echt niet om vrolijk van te worden. Zijn vraag luidde: wie heeft er met zijn pen naar het plafond gegooid??? Wij stonden hem allemaal stomverbaasd aan te kijken! Met een pen naar het plafond gooien! Hoe kwam hij erbij! En niemand van ons zou zich zulke baldadigheden in zijn hoofd halen, dat was wel heel zeker. Hij kreeg hierop dus van niemand een antwoord, maar hij bleef ervan overtuigd, dat wij wel eens met pennen naar het plafond gooiden want er waren allemaal kleine inktspotjes op ! Wij werden in groep gestraft omdat de dader zich niet bekendgemaakt had. Straf dat heette: vroeg naar bed en wij moesten sowieso reeds elke avond om 19u00 naar bed. Als we 12 jaar geworden waren, werd dat 21u00. Maanden later liep mij pa door het huis en ving op een bepaald ogenblik een vlieg. Hij was daar ontzettend handig in. Toen hij het insect dooddrukte had hij een inktvlek op zijn vingers! Opeens werd duidelijk, wie die inktvlekjes op het plafond gemaakt had. De vliegen zaten soms op de rand van de inktpot , vlogen weer weg en gingen dan op het lichte plafond zitten en lieten daar grandioos hun voetsporen na!
Het kleine zusje!
Ja dat had ik dus ook, een kleiner zusje! Ze is vier jaar jonger dan ik en wij verschillen als water en vuur! En daaraan is tot op heden niets veranderd! Gek eigenlijk als je uit hetzelfde nest komt en door dezelfde ouders bent groot gebracht en opgevoed. Ik heb dus steeds meer overeenkomsten gehad qua karakter met mijn broers, waar ik uiteraard dan ook beter mee kon opschieten. Ze huilde om het minste geringste en mijn broers vertikten het om met haar te spelen, want ze konden dus echt niet tegen dat "gezump" zoals ze dat zo mooi verwoordden!
Biologieles.

Eénmaal per week kregen wij met de leerlingen van de twee richtingen biologieles. De "latinisten" zaten helemaal achteraan in de klas, en die klassen waren, zoals reeds meegedeeld, niet bijzonder groot, zodat er met de plaats gewoekerd werd. Helemaal achteraan werden banken geplaatst, die dan ook nog tegen elkaar aangeschoven werden, zodat er één lange bank ontstond. De stoelen stonden met de rugleuning tegen de achterwand van de klas. Daar zaten wij dan met ons zevenen en er werd regelmatig wat afgegibberd! Op een dag had iemand een doosje, mooi verpakt op de lessenaar van de juffrouw gedeponeerd. Het enige wat wij wisten was, dat de inhoud iets griezeligs was. Zij kwam nietsvermoedend de klas in, zette haar schooltas op haar stoel en bemerkte het pakje op de lessenaar. Blijkbaar ging ze er van uit , dat iemand van de andere leraren of leraressen dat daar voor haar had neergelegd. Iedereen zat in spanning te wachten, hoe ze zou reageren en het was opmerkelijk stil in de klas, hetgeen voor haar een teken had moeten zijn, dat er iets niet klopte!
Ze was echter zo nieuwsgierig naar de inhoud, dat het haar helemaal niet opviel. Voorzichtig begon ze het papier rond het doosje te verwijderen en deed ze het deksel open. Iedereen hield letterlijk de adem in! Ze slaakte een luide kreet, werd lijkbleek, wilde gaan zitten maar haar tas stond op de stoel, en werd gelukkig opgevangen door een van de leerlingen op de eerste rij!
Uit het pakje kwam een dode muis te voorschijn en het arme diertje zal wel nooit hebben kunnen vermoeden, dat ze voor de bijna-flauwte van onze lerares verantwoordelijk zou zijn!
De lerares werd naar huis begeleid door een van haar collega's en de biologieles werd getransformeerd naar strafles. Tot op heden, weet ik niet wie die stunt heeft uitgehaald, maar spannend was het wel!
Dat was niet de enige straf, die ik ooit in de biologieles gekregen heb. Eén van mijn vriendinnetjes, een blonde goedlachse doktersdochter, zat naast mij, toen wij les kregen over de voortplanting van reptielen. De vraag was of die levend baarden! Iedereen van ons ging ervan uit dat dat inderdaad het geval was. National Geographic was nog niet te zien op televisie, dus daar konden wij ons licht nog niet gaan opsteken.
Onze lerares vertelde ons echter, dat slangen eieren leggen, en sommigen van hen zelfs zeer grote eieren! Mijn vriendinnetje was zodanig onder de indruk van dat ongelooflijk feit, dat ze hardop op hoge toon zegde: Maar hoe kan dat dan, die hebben toch geen "gieëtje"!(gaatje)
Ik kwam op dat ogenblik gewoon niet meer bij van het lachen, en heb de rest van de les buiten op de gang mogen doorbrengen! Alsof het mijn fout was, dat slangen wel een "gieëtje" hebben!!
De Jas van S.

Het was vroeger de gewoonte, dat er elk schooljaar klasfoto's gemaakt werden en dan van ieder kind ook nog eens een individuele foto, waarvan er één op postkaartformaat en een stuk of vier op pasfotoformaat aangeboden werden. Men kon die dan kopen of ook niet. Daarin was iedereen vrij. In onze tijd waren meisjes van 12 à 13 jaar nog echt kleine meisjes. De meesten van ons hadden vlechten of een paardestaart en we droegen gewoonlijk witte sokjes.Toen de klasfoto's gemaakt werden, was dat niet anders.
Op een zekere dag kwam onze klastitularis, een kruisheer S, met de foto's de klas ingestapt en zette zich pontificaal aan de lessenaar! Hij legde de foto's voor zich, nam ze één voor één in zijn handen en becommentarieerde ieder van ons! Verweer hiertegen hadden wij natuurlijk niet, want ons was geleerd in alle talen te zwijgen, als meerderen het woord voerden! Toen hij bij mijn foto aangekomen was, bekeek hij mij, dan de foto en zegde: Jij staat op de foto zoals je altijd kijkt: vrank! Ik moet ter verduidelijking zeggen, dat ik vrij lichte, grijs-groene ogen heb en de gewoonte had en nog steeds heb, de mensen recht aan te kijken als ik met hen praat of naar hen luister.
Het woord "vrank" werd door de meeste mensen echter gebruikt in de betekenis van "brutaal" en als ik iets niet was, was het wel brutaal. Mijn pa zou me alle hoeken van het huis hebben laten zien, als ik brutaal had durven zijn!
Ik ervoer zijn opmerking dan ook als een slag in mijn gezicht en zat daar eigenlijk totaal beduusd te bekomen van zijn commentaar. Nadat hij de foto's allemaal besproken had, ging hij verder met de les van Latijn.
Het was de gewoonte als een lesuur voorbij was, dat een van de leerlingen de jas en de schooltas van de leraar naar de volgende klas bracht. Die twijfelachtige eer was mij toebedeeld en ik moest zijn lange zwarte jas en tas naar het volgende lokaal brengen.. Daar stond ik in de lange, zeer hoge gang met de zwarte attributen van mijnheer S. In die lange, hoge gang waren ook zeer hoge vensters met diepe vensterbanken. Die vensters waren echter zo hoog in de muur aangebracht, dat ik nauwelijks aan de vensterbank raakte met uitgestrekte armen. Waarschijnlijk was dat om te voorkomen dat men door de vensters de buitenwereld zou zien. Alleen lichtinval was toegelaten! Het logische gevolg van die hoge vensterbanken was, dat er zelden of nooit stof geveegd werd!
En wat deed dit vranke kind nu???? Ik heb die mooie lange zwarte jas, priesters droegen in die tijd nog een soutane, op een van de vensterbanken gezwierd, de schooltas eronder gezet en naar mijn volgende leslokaal gegaan.
Hoe die jas van die vensterbank afkwam, kan iedereen zich vast wel voorstellen ? En het gevolg voor mij hoef ik ook niet aan de verbeelding over te laten zeker! Ik kreeg drie woensdagnamiddagen strafstudie. Dan mocht ik moederziel alleen, als enige in het ganse gebouw, straf schrijven in een klas. Mijnheer S. kwam om mij mijn opgave te geven en kwam later om 16u00 of 16u30 om de straf op te halen. Verder zag ik hem niet gedurende de hele namiddag.
Ik was totaal verdiept in mijn strafwerk, toen ik opeens opgeschrikt werd door zingen buiten! Nieuwsgierig stak ik mijn hoofd omhoog naar het venster. Staande op een stoel kon ik beneden in de straat, een groep jongens zien wandelen, begeleid door S.. Het waren een groep internen van het H. Kruiscollege op hun woensdagnamiddagwandeling. En een van hen zong uit volle borst het liedje dat ik steeds zal verbinden met mijn eerste strafstudie: Oh Carol!!!(I am but a fool!)
Geschiedenisles!

Kleine meisjes blijven niet klein, en plots was daar het ogenblik aangebroken, dat ik naar de "Humaniora" zou gaan. In die tijd had je de keuzemogelijkheid tussen "Oude Humaniora" en "Moderne Humaniora" en mijn keuze, of was het die van mijn ouders (?), viel op de Oude Humaniora, ttz. de Grieks-Latijnse. Het was een wereld van verschil. Elke dag vertrekken met de fiets naar de nabijgelegen stad om te gaan studeren. We waren met ganse groepen, jongens en meisjes, die van de dorpen rondom naar de stad fietsten en de groep werd alsmaar groter, naargelang we de stad naderden, want in elk dorp, dat wij doorkruisten, voegden zich opnieuw studenten bij de karavaan.
De manier van onderwijs krijgen, was natuurlijk totaal verschillend van het lager onderwijs. Voor elk vak hadden wij een andere leerkracht en dat waren Kruisheren voor sommige vakken en voor andere vakken dan weer regentessen.
In onze klas waren erg weinig leerlingen, nl. zeven Latinisten en vier Modernisten. Het was namelijk eerst het tweede jaar dat de Kruisheren een afdeling voor meisjes hadden en die beperkte zich de eerste jaren tot het Lager Middelbaar.
Bepaalde vakken kregen wij allemaal samen, anderen kregen wij natuurlijk apart, zoals Latijn, Grieks, wiskunde.
Wij zaten in erg kleine klassen. Het waren kamers van het klooster van de Ursulinen. De kamers waren volgepropt met lange banken, waarin wij met drie of vier meisjes zaten, en die aan een zijde tegen de muur geschoven waren. Als iemand naar het toilet moest, moest de hele rij opstaan om plaats te maken en die persoon doorgang te verlenen.
Er zat in onze klas een Italiaans meisje, waarmee ik jaren bevriend ben gebleven. Ze had lange zwarte haren, die ze in een paardestaart bijeengebonden droeg.
Op een bepaald ogenblik, in de les van geschiedenis,had ze zich geamuseerd met van die paardestaart een ongelooflijk aantal vlechtjes te maken, die ze over haar schouders drapeerde.
Onze leraar had reeds enkele malen gezegd, dat ze daarmee diende op te houden en haar aandacht bij de les moest houden, maar ze deed net alsof ze hem niet hoorde en ging rustig door met vlechten.
Zij zat op de plaats tegen de muur en er zaten drie meisjes, waaronder ik naast haar.
Onze leraar was een grote, forse en erg kalme man, maar iedereen wist, dat als hij boos was, hij een tafelblad in twee kon slaan met zijn vuist.
En opeens werd hij boos!
Met een daverende klap kwam zijn vuist op de lessenaar terecht en hij riep dat ze moest maken dat ze buiten kwam! Ik heb nog nooit iemand zo snel en lenig op het schrijfblad van die bank zien springen, voor onze neus doorrennen, met een sprongetje op de grond belanden en als een schicht verdwijnen naar buiten.
Als ik aan die scene denk, borrelt de lach in mijn keel omhoog en heb ik na 49 jaar nog steeds napret!
Onze leraar vervolgde zijn les, alsof er geen onvertogen woord gevallen was, en wij zaten allemaal muisstil en roerloos naar hem te luisteren.
Mijn vriendin heeft nooit meer vlechtjes gemaakt in eender welke les!
NACHTPIJN. (Michelly: 14-08-2005)

De dag loopt ten einde,
ik sta in het duister,
zoek woordeloos sterren,
hoor donker gefluister.
Van binnen één leegte,
een vuist rond mijn hart,
verscheurend verlangen,
naar ik weet niet wat!
de tranen, ze stromen
onstuitbaar en woest,
ze brengen verlichting,
bedaren mijn bloed.
En als dan de wind
mijn wangen beroert,
dan wordt alles vredig...
de nacht dekt mij toe.
VERDRIET. (Michelly 12.08.2005)

Je snoetje is nat van je tranen,
je hebt zo'n immens groot verdriet,
mijn hart splijt in twee
ik voel met je mee,
echt troosten, kan ik je niet.
Je ogen, die poelen van blauw,
ze kijken nu donker van pijn,
je kan niet bevatten,
weet niet in te schatten,
waarom moet het leven ZO zijn!
Die pijn zal nu langzaam verstillen,
daar mag je op tellen, mijn lief,
dan zal je weer zingen,
van duizende dingen,
het heeft nooit bestaan, dit verdriet!
Mysterie!!!

Als kind van een jaar of acht, werd ik vroeger gewekt en moest dan zorgen dat ik gewassen en aangekleeed geraakte. Mijn moeder had haar handen méér dan vol aan de kinderen, die na mij kwamen en nog niet zo handig waren, dat ze dat allemaal zelf konden. Ik had als klein meisje zéér lange haren en die werden natuurlijk elke morgen door mijn moeder geborsteld en gewoonlijk in twee lange vlechten verwerkt, zodat ik er netjes bijliep voor de rest van de dag. Voor een paardestaart waren ze veel te lang. Soms kruiste zij die vlechten en leidde de linkervlecht langs rechts en de rechtervlecht langs links terug omhoog, waarop ze boven op mijn hoofd weer bijeengestoken werden, en er als het ware een krans van vlechten rond mijn hoofd lag. Mijn gezicht was ingekaderd in vlechten! Men ziet dat nog wel eens op oudere foto's of afbeeldingen van meisjes uit Duitsland of Oostenrijk. Na dat ochtendritueel, en als alle kinderen gewassen en aangekleeed waren, was het etenstijd. Want een deftig onbijt was in onze jeugd de meest normale zaak van de wereld. Naar school met een lege maag bestond niet. Later, toen we iets ouder werden, en elke morgen naar de mis gingen, moesten we natuurlijk wel nuchter zijn, en namen onze boterhammetjes, netjes in een papier gewikkeld mee naar school. Ons drinken werd in een bidon gedaan en na de mis, ging het richting klaslokaal en werd het ontbijt verorberd. In de winter werd de bidon met de melk met koffie op de kachel geplaatst, totdat het goedje een beetje opgewarmd was. De bidon zelf werd gewoonlijk véél warmer dan het drankje, dat erin zat. En menig vingertje is daaraan verbrand.
Als we ons ontbijt thuis opaten, was dat normaliter: gebakken spek en bruid brood en daarbij warme melk met honig .Ik lustte geen pure melk en ik lustte geen spek. Alleen als het volledig krap uitgebakken was, vond ik het heerlijk, maar er werd een grote pan gebakken en gewoonlijk was dat spek allesbehalve krap gebakken! Ik zat dan ook steeds als laatste aan tafel om het rare goed door mijn keel te wurgen. Ik krijg nu nog de rillingen, als ik eraan denk! Alle kinderen waren vertrekkens gereed, als ik nog steeds aan tafel zat. Mijn moeder hielp hen de deur uit en dan zag ik mijn kans schoon om het spek in de zak van mijn schort te laten verwijnen! Ieder kind droeg namelijk in die tijd een zwart satijnen schort, die langs achter vastgemaakt werd door enkele knopen en een gestrikte tailleband. Als ik dan een eindje verder in de straat achter de bocht verdween en mijn moeder, die mij stond na te wuiven, uit het zicht was, gooide ik mijn spekje van de berg af en de rondscharrelende kippen deden zich daar elke dag tegoed aan.
Ik had mijn "probleem" zo een tijdje kunnen oplossen tot op die bewuste avond! Ik kwam thuis uit school en mijn moeder kwam naar mij toe met uitgestoken wijsvinger en zegde: Jij gooit elke morgen je spek van de berg af! Ik was zo verbouwereerd, dat mijn gezicht boekdelen sprak en ontkennen had dus totaal geen zin. Ik kon er met mijn vetsand niet bij, hoe mijn moeder dit kon weten. Ze kon mij niet meer zien, en ik lette ook wel op dat niemand anders mijn handeling in de gaten had. Ik ben dus jaren overtuigd geweest, dat mijn moeder door de muren kon zien! Dat zij, ondanks het feit dat ik de bocht om was en zij mij letterlijk niet meer zag, door die muren heen met haar blik de bocht afsneed en mij dat spek zag weggooien!
De waarheid, die zij me jaren later vertelde, was natuulijk véél simpeler. Ze was namelijk mijn zwarte schort aan het wasssen, en dat werd in de tijd nog handmatig gedaan en niet door een machine. Plots merkte ze, dat ze vettige kringen op haar handen had. Stomverwonderd vroeg ze zich af waar dat vet vandaan kon komen. Ze inspecteerde die schort eens minutieus en keerde de zakken binnenste buiten en wat bleek??? In die zak zat er natuurlijk een laagje vet van alle spekken, die er in verdwenen waren!
Het mysterie van mijn moeder, die door de muren kon kijken was met één klap opgelost!
OMARMING. (Michelly 01.08.2005)

Glans als het licht in mijn ogen,
streel als de wind door mijn haar,
beroer dan mijn hart met je woorden,
jij bent héérlijk puur, héérlijk waar.
Warm als de zon is je liefde,
klaar als de maan zingt je stem,
klinkt als een tingelend liedje,
dat zoete geluk, dat je brengt.
Mijn liefje, ik kan je niet missen,
je bent als de klop van mijn hart.
Ik kan slechts zo nu en dan gissen,
wat jou in het leven nog wacht.
Kom dan bij mij, in mijn armen.
Kruip dan vast tegen mij aan.
Mijn liefde zal jou steeds omarmen,
mijn liefde houdt jou vast voortaan.
Bij nacht en ontij.
Ja dat kerkhof! Het is met onze jeugd verweven en wij waren ons eigenlijk niet eens bewust van het feit dat wij ernaast woonden. Het was de meest normale zaak van de wereld en wij stonden er absoluut niet bij stil. De muur naast onze oprit was begroeid met gouden regen en ander "wintergroen".
Doodse stilte!
De meeste mensen hebben het niet zo met kerkhoven, en liefst van al gaan ze er met een grote boog omheen of komen er in het beste geval éénmaal per jaar om bloemen op een graf te leggen. Dat is ook niet zo ongewoon, omdat de meesten onder ons zich niet erg op hun gemak voelen in de buurt van verdriet en dood.
ZONDER WOORDEN. (Michelly 05.07.2005)
Ik zie je gezicht
Blanke zieltjes!
Ik zit zoals elke zaterdagmorgen bij mijn kapper, en word zoals elke zaterdagmorgen door hetzelfde meisje geholpen. Bij de kapper wordt er steeds heel wat afgebabbeld en ganse levenslopen rollen daar over de toonbank. Zelf heb ik daar niet zo'n behoefte aan en mijn kapstertje blijkbaar ook niet. De geluiden en het rumoer slaan in golven over me heen en wiegen mij als het ware in een schemertoestand van niet helemaal wakker en ook niet helemaal slapen .
Jongensspelletjes!
Ik was als oudste een meisje met een resem broers en één zus er achteraan. Het was dus ook vrij normaal, dat ik vooral met de jongens speelde en daaruit vloeide voort, dat ik zelden of nooit weende, want dan mocht ik niet meer meespelen.
Bosbessen.
Als oudste uit een groot gezin, waren de vakanties in mijn kindertijd, niet alleen spelen en plezier maar ook nuttige dingen, die elke dag met de regelmaat van een klok terugkwamen. Zo was er het ritueel van onderlijfjes breien voor het hele gezin van acht kinderen. Dus elke voormiddag en elke namiddag moest er minimum anderhalf uur gebreid worden, zodat er voor elk kind voldoende onderlijfjes waren om de koude winters door te komen. Ik kon zeer snel breien en het was dan ook niet echt een opgave voor mij om dat elke voor- en namiddag te doen. Met mijn zus was dat anders gesteld. Haar breistukjes waren een toonbeeld van broddelwerk en gewoonlijk eindigde het ermee, dat ik de verknoeide "werkstukken" probeerde te corrigeren en toonbaar te maken. Tijdens het breien las ik gewoonlijk. Nu nog beweren mijn broers, dat ze uit het tikken van mijn naalden konden afleiden, of het boek spannend was of niet! Hoe spannender, hoe sneller het getik!
Schoentjes
Mijn dorp zo lang geleden, was zo anders dan nu. De huizen waren anders, de mensen waren er anders, de kinderen waren voor mijn gevoel ook anders. Wij waren die kinderen, en we bekeken de wereld en als wat daarin bewoog en leefde, op een andere manier dan de kinderen dat nu doen. Tenminste, zo ervaar ik dat voor mijzelf. Ik herinner mij, hoe ik op een dag van school kwam en op de stoep liep door de grote straat. Op een bepaald ogenblik kwam er een eigenaardig karretje aan, getrokken door een hond. Later begreep ik dat het een van de zogenaamde "karhonden" was. Zo genoemd, omdat ze uitermate geschikt waren om karren voort te trekken. Het was een grote hond en hij trok een kar voort, die volgeladen was met fruit en groenten. Niet de soorten exotisch fruit en groente, die wij nu bijna dagelijks op ons bord zien, maar oerdegelijke Vlaamse groenten en fruit, te koop voor alle mensen, die geen tuintje of eigen teelt hadden.De eigenar van kar en hond liep achter hen aan en gebood de hond op bepaalde plaatsen halt te houden. Dan ging hij aanbellen bij ieder huis en vroeg te mensen, die de deur openden, of ze groenten of fruit van hem wilden kopen.Sommigen deden dat en anderen niet. Sommigen konden zich dat veroorloven en anderen niet. Ik stond stil op de stoep en stond met grote ogen het tafereel in mij op te nemen. En dat beeld vind ik tot op heden zo ongewoon en fascinerend, dat ik het ook nooit vergeten zal!
Vakantiespelletjes!
Tijdens een van mijn vakanties bij mijn oma op de molen, hadden mijn speelmaatjes van de overburen en ik een practig tijdverdrijf bedacht. Zij hadden een paardenkoetsje op twee wielen in de schuur staan en en dat ding intrigeerde ons meer dan gezond voor ons was. Op een lome zondagnamiddag, terwijl de volwassen van de boerderij in geen velden of wegen te bespeuren waren, en mijn oom, tante en hun toen nog kleine kinderen, een middagdutje deden, zagen wij onze kans schoon om dat prachtige tweewielertje uit de schuur te trekken en stil van het binnenhof de straat op te werken. Ik speelde met twee meisjes van de overburen. Eéntje was een jaar ouder dan ik en de andere een jaar jonger. De jongste was behoorlijk uit de kluiten gewassen, om niet te zeggen heel dik en fors. Haar zus en ik hebben er toen niets beter op gevonden dan haar in dat karretje te spannen, er zelf in te klimmen en daar gingen wij. Het karretje liep op luchtbanden, dus vrij vlot maar de weg, een onverharde weg uit geel zand en stenen, was bezaaid met kuilen en gaten. Op een gegeven ogenblik zagen we in de verte enkele mensen van de boerderij terugkomen van een wandeling in het veld. Nu was goede raad duur. Snel omhoog het veld in achter het huis en zo terug via het veldpaadje naar de binnenkoer leek ons de vlugste en veiligste oplossing. Voor ons misschien wel maar niet voor ons maatje, dat als ros fungeerde natuurlijk. Begin zo'n koets maar eens van de weg omhoog te trekken naar een iets hoger gelegen veld. Die rolde dus telkens terug naar de straat. En daar werden we op de duur betrapt door de terugkerende volwassenen. De uitbrander, die er toen volgde is niet voor herhaling vatbaar, maar desalniettemin hadden wij het een héérlijk spelletje gevonden!
Vakanties van mijn jeugd.
De dagen van mijn jeugd lijken steeds te baden in het zonnelicht. Heel gek is dat eigenlijk, want de winters waren zeker zo koud als nu en de lente en herfst lieten zich ook niet onbetuigd. Vooral de vakanties lijken in mijn herinnering een zonovergoten feest, ofschoon ik, als oudste van een groot gezin zonder meer elke dag moest meehelpen in het huishouden. En toch...... Buitenlandse reizen zaten er voor ons niet in maar af en toe mochten wij op "vakantie" voor enkele dagen bij een broer of zus van mijn pa of ma en dat was helemaal een feest! Onze uitjes waren eerder beperkt en enkele dagen ergens logeren en spelen met nichtjes en neefjes, slapen in een ander bed, andere kost eten, het hoorde allemaal bij dat "uit"-gevoel, dat die vakantiedagen héél speciaal maakten.
Zomerse middagen.
Ik kom uit een groot gezin en meer dan 50 jaar geleden was er in zulke gezinnen zelden geld voor veel speelgoed . Wij amuseerden ons nochtans geweldig en roeiden met de riemen, die wij hadden. Achter ons huis had mijn vader een grote tuin aangelegd, waarin hij alle denkbare groenten kweekten, met heel veel succes trouwens. Achter deze moestuin lag er een weide met fruitbomen. Donkerrode kersen, pruimen, Reine Claude, ringelotten, zegden de mensen thuis, peren en appelen. Het stukje, dat direkt aan de moestuin grensde, was ingepalmd door mijn twee broers, die direkt na mij volgden, en door mij. Wij hadden dat stuk mooi in drie verdeeld, omgespit (jawel!) en volgeplant met plantjes, die mijn vader teveel had of die hij weinig overlevingskansen gaf. Wij vertroetelden "ons hofje" met veel liefde en zorg. Ik had er zelfs een struik met stekelbessen in staan en die stekelbessen, kan ik u verzekeren, at ik allemaal op, van zodra ze knakkig en zuur waren. Tot op heden houd ik van knapperig fruit. Elke beet moet wat weerstand bieden, en dan is een appel, peer, perzik, of wat dan ook, voor mij héérlijk.
3 reacties op dit bericht
Héél Stijlvol ...
Groetjes en een knus weekend wens ik jullie toe ! src="http://users.pandora.be/klaverke/images/PSP/psp2/KLAVERKE%20BEER.gif" border="0"> KLaverke
zo mooi ...
Ze brengen rust op een winderige avond.
indigo
Hun wereld
van Jacques Verschuren bijgedaan.
Jacques woont hier in Noord-Brabant en maakt fantastische kinderfoto's.