ZOALS IK JOU ZIE.

Jij bent mijn vlinder
in blauw, geel en rood
en mooier, véél mooier
dan de mooiste regenboog;
Mijn elfenkind
mijn zomerwind
mijn mooiste melodie.
Ziet ieder ander jou,
zoals ik jou nu zie???
ZOALS IK JOU ZIE.
Jij bent mijn vlinder
in blauw, geel en rood
en mooier, véél mooier
dan de mooiste regenboog;
Mijn elfenkind
mijn zomerwind
mijn mooiste melodie.
Ziet ieder ander jou,
zoals ik jou nu zie???
Muis!
Het gaat nu wel heel snel naar het einde van het jaar. Kerstmis en Nieuwjaar komen met rasse schreden dichterbij. En steeds méér valt het me op, hoe alles veranderd is in minder dan 50 jaren. In mijn jeugd, was er geen sprake van pakjes onder de kerstboom en al helemaal niet van overdadig eten en uitgaan tot in de vroege morgenuren of vuurwerk afsteken. Er waren wel andere gebruiken, die even, zoniet gezelliger waren. Familie en vienden deden echt de ronde bij elkaar om een gelukkig nieuw jaar te wensen. Zo ook de collega's van mijn pa. Ze maakten een stop bij elk van de douaniers thuis. Er werd een flinke borrel ingeschonken en er waren natuurlijk mannen bij, die er wel méér dan één lusten. Ik herinner me nog haarfijn zo'n dag, waarop de collega's van mijn pa allemaal in ons kleine huisje, kort bij de Maas, bijeen waren om hun nieuwjaarsborrel te halen. We waren duidelijk niet de eerste plaats, waar ze halt hielden en er werd luidruchtig verteld en gezongen. Wij, de kinderen, stonden van op enige afstand alles met grote ogen te bekijken. Eén van de douaniers, was een grote, forse man, met een behoorlijke buik en een héél dikke, grote donkere snor. Mijn tweede broertje stond hem zonder ophouden aan te staren. Hij was werkelijk gefascineerd door de man.
Dob, dob......
Dat zo'n broertje, dat 7 jaren na de jongste geboren wordt, verwend wordt, hoeft wel geen betoog zeker!
Kleine broertje.
Ik heb zes broers en één zus, dat is ondertussen al bekend. Zoals dat in heel veel gezinnen in die tijd was, volgden de kinderen elkaar in een gestaag tempo op. Eén jaar of maximum twee jaren waren er tussen de op elkaar volgende broers of zussen. Zo ook bij ons. Alleen mijn jongste broer is zeven jaren later geboren dan de voorlaatste. Die voorlaatste, die wij Puk noemden, was dus 7 jaren lang het jongste kind. Ik heb daar uren mee rondgedragen. Het was namelijk in die tijd, dat mijn ouders gebouwd hebben. De blokken om de kelder op te metselen werden ook nog zelf gemaakt. Ergens heb ik nog een foto, waarop wij allemaal op de hurken rond de hoop mortelspecie zitten. Mijn pa met een shop om de brij te mengen en mijn ma, die toen in verwachting was van mijn voorlaatste broer, bracht de vormen met specie naar de hof en draaide die daar voorzichtig om, zodat ze mooi konden drogen en later als bouwstenen voor de kelder konden dienen. In de loop van die bouwperiode is mijn ma dan bevallen van Puk. Ik vind het gek dat ik aan die geboorte geen herinnering heb! Aan de tijd, die dan volgde zoveel te meer! Ik heb zoveel met dat kleine hummeltje rondgesleept, dat het wel mijn eigen kind leek. Het was een heel rustig jongetje en die karaktertrek is tot op de dag van heden niet veranderd. Hij had een bos krullend haar en grote gitzwarte ogen.
Griekse oudheid!
Volleybal: het heeft eigenlijk heel mijn jonge leven beheerst, en als ik daarover nadenk ook nog een heel veel jaren van mijn leven als getrouwde jonge vrouw! In mijn jonge jaren waren er nauwelijks meisjesploegen, en als ze er waren, dan was dat in de grotere steden en zaten ze echt niet te wachten op meisjes van de boerenbuiten! Ik heb veel meegespeeld met mijn broers en moest de nodige meppen incasseren, evenals verstuikte vingers en bloeduitstortingen aan de binnenkant van de polsen door het opvangen van smashen en opslagen.
Zo ontzettend verdrietig!
Ik wandel op sennet van de ene rubriek naar de andere . Lees hier iets en sta stil bij het weer iets anders. PLots zie ik dat ik een privé-berichtje heb. Persoonlijke post is altijd fijn, en dus open ik snel dat bericht, dat van een vriendin komt, die ik via sennet heb leren kennen, en daarna reeds de nodige keren heb ontmoet.
Sportief en hoe!!!!

Dat ik uit een groot gezin kom, is wel reeds duidelijk geworden zeker. Ik weet echter niet of ik al vermeld heb, dat ik zes broers heb, die gelukkig nog allemaal gezond en wel zijn. Zij waren en zijn allemaal erg sportief en toen ze jong waren uitte zich dat vooral in volleybal spelen. Reeds jong, werd er verwoed gespeeld op de koer achter ons huis. Er was een open plaats, niet zo erg groot, tussen de stal en het woonhuis. Later is daar een veranda gebouwd, die de beide bouwsels met elkaar verbond. Toen wij jong waren, echter, was deze ruimte nog open en werd dus gebruikt als oefenterrein voor onze sportieve exploten.
Dat was niet zo evident, omdat de ruimte eigenlijk te beperkt was, maar wat moet je, als er geen andere mogelijkheid is? Er werd dus een koord gespannen van de muur van de stal naar de muur van het woonhuis, die dan dienst deed als volleybalnet. En daar werd dus gespeeld met een uithoudingsvermogen en een ernst, die bijna lachwekkend genoemd kon worden. Er werd opgeslagen, opgevangen, getoetst en gesmasht dat het een lust was om te zien, uren en uren, zonder verpozen. Het was dus onvermijdelijk dat er regelmatig een harde smash tegen het venster belandde met alle gevolgen vandien. Alle vensters waren namelijk uitgevoerd in glas in lood. Na zo'n smah stonden de gebroken ruitjes mooi gebogen naar binnen! Ze vielen er niet uit, want het lood hield ze nog netjes gevangen, maar verschillende van die ruitjes vertoonden dan een lijnrechte barst van links naar rechts! Héél voorzichtig werd de ruit dan van binnenuit terug in haar oorspronkelijke stand geduwd en klaar was kees.
Toen dat echter regelmatig gebeurde kregen mijn ouders er genoeg van, want zo'n vensterraam met al die verschillende ruitjes in gekleurd glas laten herstellen, was echt niet goedkoop. Er moest dus een oplossing komen! De jongens verbieden nog te volleyballen, was geen optie, want er moest geoefend worden!
Wat was de oplossing? Wel heel eenvoudig: zodra het spel begon, werd het rolluik naar beneden gelaten en zaten wij binnen in het duister. Het gebeurde dus regelmatig dat reeds om één uur in de namiddag de lichten moesten aangestoken worden, want buiten werd de match van hun leven gespeeld! Er sneuvelden nu geen ruiten meer, maar het alternatief, was zeker zo erg. Elke smah, die nu met jong geweld tegen het rolluik denderde, deed de binnenzitters uit hun stoel omhoogspringen lijk marionetten aan een touwtje! Het waren ongelooflijke kanonschoten en mijn broers hielden zich dus echt niet in!
Mijn jongste broertje, die toch 15 jaar jonger was dan de oudste wilde steeds meespelen, en dat mocht, op voorwaarde dat hij niet weende!! En hij weende niet, tenminste niet in het bijzijn van de anderen. Als hij weer eens een ferme smash had geïncasseerd, en het echt niet kon uithouden, liep hij wel even om de hoek, plengde een paar traantjes en verscheen prompt terug op zijn plaats. Iedereen wist waarom hij even verdween, maar niemand leverde commentaar!
De verbeten oefening in hun favoriete spelletje, heeft zijn vruchten afgeworpen. Verschillende van mijn broers hebben bij heel bekende volleybalploegen gespeeld. Ik denk dat zij het nooit zover gebracht hadden, als ze ons niet elke zondagnamiddag de daver op het lijf gejaagd hadden met hun smashen!
ZONGEBRUIND GELUK

Je loopt langs het strand
je ranke lijfje bruingebrand
je haren, een blonde sluier
van zongevangen licht.
Je bent zo ver weg
en wat ik ook zeg
het dringt niet eens door
je geest speelt met water.
Dat ruist en dat fluistert
terwijl jij er naar luistert
naar onvertelde sprookjes
in een wereldvreemde taal.
Een meeuw krijst en zwenkt
over het water en wenkt
naar een boot aan de einder
en de wereld valt stil.
Alleen jij langs het water
je huid bruin gebrand
met ogen als sterren
vol zinderend geluk.
GELUK ZONDER MEER!

Mijn voeten in het zand
aan de rand van het water
de deinende golven
die zingen en tateren
hun kragen getooid
met ziltwitte kant.
Ik kijk naar mijn voeten
in het zandige water
de zon op mijn huid
en licht in mijn hart
hoor meeuwen, die krijsen.
Ver weg waait een vlag.
Ik kijk naar de einder
en loop door het water
de vloedlijn die spoelt
langs mijn benen omhoog
en voel hoe mijn hart
springt en dan buitelt
een vreugde gewoon
hemelhoog!
De zee.

Ik ben totaal verliefd op de zee, en waar die liefde vandaan komt, kan ik zelfs bij benadering niet verklaren. Mijn sterrebeeld is Steenbok, en dus is die hang naar het grote water echt niet zo alledaags. Ik woon niet eens in de buurt van de zee, maar eerder aan de andere kant van het land. Wanneer ik die aandrang voel om mij totaal en volledig over te geven aan dat grote geweld sluit ik mijn ogen en lig achterover in een gemakkelijke ligzetel. De zon tintelt op mijn huid en dringt gans zacht, hoe langer hoe dieper, tot op mijn botten, die de weldoende warmte met dankbaarheid ontvangen en ervaren. Af en toe streelt een gesluierd briesje over mijn huid en maakt dit intense gevoel nog heerlijker. Ik duik helemaal naar binnen, in mijzelf en hoor zelfs niet meer het geluid van de andere badgasten. Mijn voeten wroeten zich diep in het warme zand, dat ze omsluit als een wollige deken. En af en aan ruist de branding en rollen de golven in een onhoudbaar ritme, dat door niets verstoord wordt. Ik hoor dat zingen en bruisen en heb de indruk, dat het hoe langer hoe intenser en heviger wordt. Het gaat hoger en hoger en dan plots...... valt het totaal weg! Enkele seconden maar, totale stilte.... Dan herneemt de branding zijn lied en rolt over me heen met zijn tonen en geluid. Dit patroon herhaalt zich regelmatig en fascineert me ongewoon, omdat er een soort regelmaat in zit, die ik helemaal niet kan verklaren. In enkele seconden valt alles totaal stil, en dan gaat alles gewoon weer door! Als je die enorme watermassa bekijkt en weet dat dit daarin gebeurt, dan wordt het ongeloof en de fascinatie alleen maar groter. Is dit een soort oerinstinct, dat mij naar die watermassa trekt? Ik heb de zee gezien in alle tinten van groen en blauw, naar grijs en zwart. Van sereen en kalm naar woest, brutaal en beangstigend. En toch blijft in mij die mateloze bewondering en liefde, voor die grote watervlakte, waar ook ter wereld .
Beangstigend!
Ik sta op het trapje dat naar de voordeur leidt en kijk uit over de uitgestrektheid van zand en heidestruiken, die zinderen in de zon. Het houten huisje achter mij is van een sobere eenvoud en ik woon er in mijn eentje, zonder partner, zonder kinderen, totaal op mijzelf teruggeworpen. Ik leun tegen de deurstijl en staar verdroomd over het water van een groot, heel diep ven, dat roerloos in de
Weggestuurd!!

Na het groot verlof waren wij, ondanks de méér dan strenge regels, blij dat we weer naar school konden en dus ook weer op internaat! We misten onze vriendinnen en schoolmaatjes en konden niet wachten om alles te vertellen, wat we beleefd hadden tijdens het verlof. Voor sommigen waren dat reizen naar Spanje, Frankrijk, Italië enz... . Voor mijzelf zat er dat gewoon niet in en was vakantie gewoon thuis een hand toesteken en zorgen dat alle werk zo snel mogelijk gedaan was, zodat er wat vrije tijd overbleef voor het lezen van een boek of tekenen.
Bij het begin van het schooljaar moesten de internen de avond van tevoren aanwezig zijn. Wij kwamen aangereisd met koffers gevuld met lakens, dekens, handdoeken, ondergoed enz... Alles werd naar de chambretten gebracht en netjes in de kast getast. Het bed werd klaargemaakt voor de nacht en heel de slaapzaal gonsde van de bedrijvigheid. Er werd wel niet gesproken, want dat was strikt verboden, maar al die geluiden van kasten, bedden, deuren enz. vertelden ons, dat wij niet alleen waren met onze voorbereidingen.
Zoals ik reeds vertelde, waren de de chambretten gescheiden door houten wanden, die niet tot aan de grond reikten maar een opening lieten van ongeveer 25cm.
Die eerste avond lagen we dan ook gewoonlijk op een zijde op het matje voor het bed met het gezicht naar de afscheiding en lagen zo op fluistertoon met ons buurmeisje te praten. Vakantiefoto's werden getoond en alle spannende nieuwsjes met rode wangen verteld.
Het was echter opletten geblazen want de controlerende mère kwam naderbij geslopen zonder dat ook maar iemand haar hoorde. Ik geloof echt dat die een "Para"-opleiding genoten had in het besluipen van mensen! Plots ging dan de deur open en stond ze gewoon achter je rug! Afschuwelijk was dat en je hart ging in één sprong naar je keel. De straf volgde dan ook prompt! Het gevolg was, dat er al leerlingen gestraft waren, nog voor het schooljaar begonnen was!
Mijn Italiaanse vriendin werd zo betrapt terwijl ze op haar zijde lag te kletsen met haar buurmeisje. Ze kreeg een ferme straf en de verwittiging, als er nog een dergelijk voorval gemeld werd, zij haar biezen kon pakken en enkele reis naar huis mocht boeken. Enige tijd later is ze inderdaad naar huis gestuurd. Het fijne hebben wij er nooit van geweten, maar er werd verteld, dat ze op de chambrette bij haar buurmeisje "betrapt" was. Ze zaten samen op het bed te praten en plots stond de "Para-mère" in de kamer. De vriendin werd niet weggestuurd, maar zij wel. Er was dan ook een duidelijk verschil in maatschappelijke stand tussen beiden.
Verder heb ik weet van één ander geval, waar een leerling "vriendelijk" verzocht werd niet meer terug te komen en ergens anders haar heil te zoeken. Het was een Nederlandse A.V.d.B. Ze was groot, spontaan, open van geest en niet op haar mondje gevallen! Veel te vrijgevochten om in een gemeenschap zoals deze te kunnen aarden. Als de mère iets zei, wat haar niet zinde, durfde ze echt wel binnensmonds te sputteren : "Stom wijf". Maar dan steeds hard genoeg dat de persoon in kwestie het wel degelijk hoorde, hetgeen ook haar bedoeling was. Dat had haar reeds heel wat strafstudie en opmerkingen bezorgd, maar daar veegde ze met zwier haar voeten aan.
Zij was de dochter van een gegoede Nederlandse zakenman, die veel onderweg was. Dat verklaarde haar aanwezigheid in het internaat. Zij was echter een bonte vogel, die daar schril afstak tegen de gedweeë Belgen, die wij waren. Op een dag moesten wij onze chambretten een goede poetsbeurt geven. Kasten uitruimen, met een natte doek inwendig en uitwendig afvegen en nadien als alles netjes terug op orde lag, werd dat alles gecontroleerd door de "Para-mère" A. had echter niet veel zin in poetsen, want dat was iets, wat ze echt van huis uit niet meegekregen had. In plaats van een natte doek te gebruiken voor haar kast, had ze haar haarborstel onder de kraan gehouden en was ze boven op de kast geklommen. Daar zat ze lustig nar de ander zijde te sprenkelen, terwijl ze zong : het regent , het zegent....! Het was echter niet haar buurmeisje die de nattigheid op haar hoofd kreeg maar de mère. Toen ze dat in de gaten kreeg, schrok ze behoorlijk en wilde zo snel mogelijk van die kast af. Opeens een gekraak en geraas van jewelste en A. zakte met natte borstel en al door de kast naar beneden.
Dat was meteen het einde van haar carrière als clown in het internaat.
Ze verdween zonder boeh of bah, en we hebben ook nooit meer iets van haar gezien of gehoord.
Ik vond het spijtig, want zij was de allereerste die ooit een tennisballetje met mij geslagen heeft op het slecht onderhouden tennisplein achter het park.
Preuts of streng?
Dieven!
Het jaar liep op zijn einde en Sinterklaas naderde met rasse schreden. Wij hadden het plan opgevat om te sparen voor een groep van kinderen, die onder toezicht geplaatst waren door de jeugdrechter, en die in Schoten of in Bonheiden, als ik mij goed herinner, woonden. Er werd zoveel mogelijk een gezinssituatie nagestreefd. De kinderen woonden dan ook met groepen van een stuk of tien samen onder begeleiding van een "leider" of "leidster". Ik meen mij te herinneren dat ze allemaal de puberleeftijd hadden. Wij zijn daar ooit een week naar toe geweest met de klas om de leiders te ontlasten en hen enkele verlofdagen te gunnen. Wij deden dan spellen met de kinderen, die niet zoveel jonger waren dan wijzelf, hielden hen bezig en hielpen eten bereiden en zaten samen met hen aan tafel. Overnachten deden wij dan weer in het internaat.
Een lach en een traan!
Sommige dagen waren gewoon diep ellendig en toch werd er ook heel wat afgelachen. Dat is het voor- en nadeel van jong zijn. Men kan je onnoemelijk kwetsen en tot in het diepste van je ziel verwonden en toch krabbel je dan weer recht met die ongelooflijke veerkracht van de jeugd en kun je lachen tot tranen toe!
Brieven!
Je hoeft niet eens een aangeboren behoefte te hebben om te schrijven, maar als je op internaat bent, ga je dat vanzelf doen. Lange of korte brieven, naar huis, naar vriendinnen, naar vriendjes? Alhoewel dat laatste met de nodige omweg en omzichtigheid gepaard ging! Later meer daarover.
Internaatseten.
Van aanpassen gesproken! Het internaatseten was daar zo'n heel goed voorbeeld van. Als oudste uit een huisgezin met 8 kinderen, was ik echt niet gewend om alleen maar dat eten te krijgen, wat ik lekker vond. Lieverkoekjes bakken we niet, zei mijn ma steeds en daarmee werden speciale wensen van de tafel geveegd. Natuurlijk hield ze in de mate van het mogelijke rekening met onze voor- en afkeuren, maar wat de een als lekker ervoer, werd door een ander dan weer minder geapprecieerd. Ik was dus niet wat men noemt een lastige op gebied van eten!
Ons lerarenkorps!
Als je uit een groot gezin komt, en je dan plots terugvindt in een internaat, doet dat wel iets met je. Overdag was er geen tijd om na te denken of te piekeren, maar het was al vroeg bedtijd, 21u00 en dan is het niet zo evident dat je direct in slaap valt. Ik kon urenlang liggen te peinzen, terwijl alle beelden en nieuwe indrukken door mijn hoofd speelden. En nieuwe indrukken waren er genoeg, elke dag weer opnieuw, sommigen aangenaam en anderen waren dat absoluut niet.
Internaat

Dat het gebouw ontzettend mooi was en is, is reeds gebleken uit mijn voorgaande tekst. Ik wilde foto's van Torentjes-Waver hier bij de tekst zetten maar dat kan niet. Zijn wel te bezichtigen op het internet maar mogen niet gedownload worden, want ze zijn beschermd. Vind ik wel een beetje spijtig.
In mijn tijd, droegen de nonnetjes "Mères" en "Soeurs" nog hun traditionele zusterdracht met kapje en donkere lange kleren met veelvoudige plooitjes op de boezem.
De Mères gaven les en de Soeurs stonden in voor het onderhoud, de keuken, de tuin, de boerderij etc. Dus eigenlijk alles wat met handenarbeid te maken had.
Ik herinner mij heel erg klaar twee Soeurs, een grote forse en een kleine tengere, die steeds aan het poetsen waren in de humaniora-afdeling. Aan werk was er dan ook geen gebrek met al die marmeren trappen en parket. het werd allemaal minutieus gepoetst en onderhouden, en daarna geboend. Dat gebeurde op de degelijke ouderwetse manier: op de knieën. Ik ken hun namen niet meer maar ik vond ze lief en vriendelijk. Wij werden echter verondersteld geen contact met hen te hebben.
De eerste keer, dat ik naar het internaat ging, bracht mijn oom ons met de auto via Hasselt, Diest, Aarschot, Heist-op-den-Berg naar O.-L.-Vrouw-Waver. In die tijd liep er nog een geen autostrade en werd de rit afgelegd via de gewone rijksweg. Bij mijn aankomst op zondagavond, werd mij een chambrette toegewezen. Daar kon ik beginnen met het uitpakken van alle spullen en die netjes op te bergen in een kast
De chambrette bestond uit een vrij kleine houten ruimte, afgesloten door een deur. De wanden kwamen niet tot op de grond. Alleen de hoeken deden dat wel en de wand waartegen het bed stond. Dat bed was verankerd tegen de zijwand en vlak ernaast was een wasbakje met kraan en daarboven een kleine spiegel, voor ons dagelijks toilet. Aan het voeteinde van het bed was een éénpersoonskast, vast aan het bed, waarin onze kleren bewaard werden: ttz. ons uniform, ondergoed, schoenen en kousen.
Ons uniform was samengesteld uit : één donkerbruine blazer, aangevuld met twee plooirokken, één in bruine stof en één in bruin-beige geruite stof. Daarbij behoorden enkele beige en witte hemdbloezen en een bruine baret.
En niet te vergeten: een bruine das (cravate).
De hemdbloes moest steeds tot tegen de kin geknoopt zijn, hetgeen ik nogal eens vergat, omdat het mij het gevoel gaf dat ik gesmoord werd en de automatische reflex uitlokte om het bovenste knoopje los te maken. Dat bezorgde mij dan telkens een opmerking, dat ik niet in uniform was.
Elke morgen bij het opstaan moesten wij eerst en vooral de deur openzetten en dan het bed aftrekken en de matras omhoog zetten tegen de wand. Aansluitend werd er op de knieën het morgengebed gebeden, terwijl de Mère, die het toezicht 's nachts had, door de gangen liep, voorbad en overal in elke chambrettes keek of iedereen op zijn knieën het morgengebed meebad.
Hierna konden wij ons wassen aan de wasbak, aankleden en kammen. Daarvoor was er een bepaalde tijd voorzien en als die om was werd er gebeld en iedereen verliet zijn chambrette en vormde rijen aan de grote ingangsdeur van de slaapzaal. Het was een heel lange zaal met aan beide zijden grote vensters. In het midden liep een brede gang en aan weerszijden van die gang stonden dubbele rijen chambretten, die allemaal een nummer hadden.
Als de rijen in alle stilte gevormd waren, werd er, nog steeds in volmaakte stilte, koers gezet naar de kerk voor de ochtendmis.
Torentjes-Waver!
Bij de kruisheren was er in mijn tijd, slechts een lager middelbaar voor meisjes. Toen wij dus die eerste drie jaren van de humaniora met succes afgerond hadden, stelde zich de vraag: waar nu naar toe? Ons kleine groepje zwermde helemaal uit. Er gingen er naar Hasselt en naar Genk, naar Tongeren en waarschijnlijk naar plaatsen, waar ik geen weet van heb. Zelf koos ik voor Onze-Lieve-Vrouw-Waver, ook torentjes-Waver genoemd bij de bevolking omwille van de kantelen van de gebouwen en de vele torentjes, die al van ver in de omtrek te zien waren bij helder weer.
1 reactie op dit bericht
*
Fijn weekend gewenst vanwege