Brandend Portugal.

Wat is het lang geleden, onze reis met de wagen naar Portugal. Niet naar de Costa, maar naar het binnenland van dit prachtige, arme land. M. gaf in die tijd het stuur nog niet uit handen en reed dus de ganse rit van 2.000km zelf. Op gezette tijden stopten we, aten of dronken wat, M. deed wat turnoefeningen en dan ging de rit weer verder. Soms reden we ook ergens een landweg in, spreidden een deken uit in een of andere weide en binnen enkele tellen sliep M. Ik liep dan gewoon het wegje af of zette mij neer en las een boek. 's Nachts sliepen wij in de auto op een parkeerplaats of ergens langs de weg. We klapten de zetels naar achter, schoven een hoofdkussen onder ons hoofd, legden een deken over ons heen en we sliepen als in het beste bed.
Reizen maakt moe.
We waren al een heel eind in Portugal en moesten zo stilaan in de buurt van onze bestemming komen. Het adres hadden we gekregen van een collega van M., die huis en have verkocht had, een gouden handdruk genomen had op het werk en de wijde wereld ingetrokken was om te ontkomen aan een geldhongerige ex-vrouw, die de kip plukte zolang ze kon. Hij was vertrokken met een camper en wilde een wereldreis maken. Gestrand was hij echter in Portugal.
Aan de oevers van de Mondego zag hij een ruwbouw liggen, zonder vensters of deuren, met muren van een halve meter dik, waarin schapen een onderkomen gezocht hadden. Hij was langs de weg gestopt om de omgeving te bekijken en het prachtige landschap in zich op te nemen. Hij daalde af naar de oever van de stroom en zag de schapen en de herder en het robuuste gebouw, dat blijkbaar nooit bewoond was geweest. Het lag in een verwaarloosde olijvenplantage. Na een grondige inspectie van de omgeving startte hij zijn wagen en reed naar het dorp en de plaatselijke bank om geld op te halen. Hij raakte aan de praat met een jonge vrouw, die hem, bij navraag, vertelde, wie de eigenaar van de bouw en het grondstuk was. Het eindigde ermee, dat J. grond en gebouw aan de Mondego kocht. Zijn wereldreis had een eind gekregen en hij zette zich aan het werk om van de ruwbouw een bewoonbaar onderkomen te maken. Tijdens een van zijn bezoeken aan België had hij zijn kaartje aan M. gegeven en gevraagd of we geen zin hadden om bij hem op vakantie te komen. Hij verhuurde kamers met volpension alleen aan Belgen. Dat leek ons wel wat en zo reden we dan over de wegen van Portugal opzoek naar die Belg in Portugal. We stopten op een zeker ogenblik aan een stuk land, waarop mannen graan aan het dorsen waren. We wilden hen vragen hoe we op het aangegeven adres konden komen. Wat bleek? Eén van hen had nog in België gewerkt en herkende natuurlijk de belgische nummerplaat. Hij legde niet eens iets uit, maar sprong in zijn eigen auto en reed gewoon voor ons uit naar de weg waar we moesten zijn, want iedereen kende die Belg in Portugal! En ja hoor, na nog enkele kilometers rijden, zagen we beneden langs de weg, aan de oever van de Mondego het genoemde gebouw liggen. Lieve deugd, hoe moesten we daar in godsnaam geraken? Een fatsoenlijke weg ernaar toe was niet te bekennen en onze auto had geen jeep-allures. We vonden dan toch een smalle zand- en steenweg die naar beneden liep tussen de hoge struiken. Héél voorzichtig werd de daling ingezet en we slaakten beiden een zucht van opluchting, toen we de motor konden afzetten en uit de wagen stapten. Gastheer en aanwezige gasten hadden onze aankomst al opgemerkt en kwamen ons welkom heten. J. gaf ons instructies, waar de wagen konden parkeren nadat wij de koffers uitgeladen hadden. M. wilde de auto starten, maar die gaf geen kik meer! Zo dood als een pier. Blijkbaar was de batterij volledig af, en gelukkig gebeurde dat hier en niet ergens op die lange, lange weg tussen de bossen van Portugal.
(wordt vervolgd)










