Naar de inhoud

Mijn eigen wondere wereld.

Mijn persoonlijke belevingswereld.
akke.beakke.be
Lieve bezoekers van mijn blog. Ik wil jullie vragen om geen grote prenten als button te gebruiken omdat het mijn blog onnoemelijk langzaam maakt en slecht te openen, wat anderen dan weer afschrikt. Ik hoop op jullie begrip! Bedankt.

Archief

En wie loopt het hardst????

Elke laatste donderdag van de maand kom ik samen met vriendinnen uit mijn lagere schooltijd. We vertellen over vanalles en nog wat en drinken een koffietje of wijntje en telkens weer is dat een aangename namiddag, die we geen van allen willen missen.
Bij de laatste bijeenkomst kwam het gesprek op een of andere manier op de smokkeltijd in onze jeugdjaren. Wij woonden vlak bij de Maas, die de grens vormde met Nederland en via een veerboot trokken de inwoners regelmatig naar de overkant om daar zaken te kopen, die hier duurder waren. Dat waren o.a. lederen schoenen, boter, stof om kostuums te maken en dergelijke meer. Er was echter een verbod op de vrije invoer van deze goederen. De aankoop moest aangegeven "gedeclareerd" worden in het kantoor van de douane en er moesten invoerrechten op betaald worden. Natuurlijk deden de mensen, die voor eigen gebruik inkochten, dat niet, want dan was hun profijt gewoon afgedragen aan de staat en iedereen, die weet, hoe een Belg in mekaar steekt, weet ook dat hij altijd zal proberen deze dingen te omzeilen.
Vrouwen droegen brede jassen, met daaronder nog bredere rokken, die aan de binnenzijde voorzien waren van grote zakken, waarin allerlei smokkelwaar werd gestopt.
Een vriendin vertelde het verhaal van haar man M. en zijn belevenis met de douane.
M. en J. zouden hun plechtige communie gaan doen en natuurlijk hoorde daarbij een mooi nieuw kostuum. Stof hiervoor was echter erg duur, dus er werd besloten, dat ze samen met hun moeder de grens zouden oversteken en in Nederland kostuumstof zouden kopen. Er werden voor beide jongens mooie stoffen gekozen en die stof werd rond hun lichaam gedraaid. Ze droegen op dat ogenblik allebei een pofbroek, die in die jaren mode was. Dus dat viel allemaal tamelijk ruim en daar kon wel een en ander onder verborgen worden. Toen ze terugkwamen aan de grens werden ze door de Nederlandse douane tegengehouden en moesten ze mee naar het kantoortje. Of ze iets aan te geven hadden? Neen , schudde de moeder, J. en M. De douanier keek M. doordingend aan en vroeg of dat de waarheid was.
M., een klein donker en pezig manneke, had het duidelijk niet begrepen op de man, kreeg onder de doordringende blikken plotseling een schrik te pakken, bedacht zich niet en zette het op een lopen.
Maar dat was zonder de waard gerekend. De man zette prompt de achtervolging in. M. rende wat hij rennen kon en boog iets verder een straatje in naar een boerderij, waar ze wel eens kwamen. Hij rende rond de mesthoop, die midden op het erf voor het huis lag, en bleef maar rondjes draaien. Zijn achtervolger gaf het echter niet op en volgde hem hijgend en proestend. Dit bracht dus geen zoden aan de dijk en dus besloot M. maar terug te rennen naar het douanekantoor, waar de collega van zijn achtervolger ondertussen de mooie stoffen wikkel van zijn broer op het spoor was gekomen en deze had aangeslagen.
Buiten adem arriveerde M. terug in het bureeltje, prompt gevolgd door de andere douanier. Hij kreeg een donderende uitbrander, die hij met gebogen hoofd stond aan te horen. 
Toen de tirade was afgelopen, mochten ze alle drie vertrekken. Bij hun thuiskomst draaide zijn moeder voorzichtig de kostuumstof van zijn lichaam. Van alteratie had zijn achtervolger totaal vergeten hem ook te fouilleren.

 ©
Geschreven door Michelly om 00:00 7 reacties Reageer op dit bericht

Capriolen.

Vanmorgen was de wereld weer een beetje wit. Koning winter liet weten dat zijn rijk toch nog niet helemaal voorbij was. Het gras voor en achter het huis had die glinsterende witheid, die schittert als edelstenen in de opkomende zon en die zo mooi is, zolang je maar niet de weg op moet met de auto.
Ik heb echter tot voor enkele jaren, winter en zomer steeds door gemoeten, want het excuus: ik ben bang op de weg bij deze gladheid, werd door geen baas aanvaard en met het openbaar vervoer geraakte ik dus nergens en al heelmaal niet op mijn werk. Het waren nochtans maar 13 kilometer en toch werd die korte afstand een bijna onoverkomelijke hindernis in de wintermaanden. Wij wonen niet in de stad of in de kern van een dorp, maar in de vroegere velden. Het is er mooi en rustig maar de wegen worden nauwelijks of niet bestrooid bij gladijs en dat kan voor de nodige kapriolen zorgen.
 
Het was een winterse morgen en alles was nog donker en ijskoud. Ik had al eens een oog op de weg geworpen en in het licht van de lantaarn aan de overzijde van de straat, glinsterde die onheilspellend. Tegen beter weten in hoopte ik op beterschap tegen de tijd, dat ik moest vertrekken. Dat bleek dus een lelijke misrekening. M. had de garageuitrit, die schuin ophoog liep, bestrooid met zand vooraleer hij vertrok en het uitrijden gaf dus geen problemen. Wij hadden in die tijd nog geen automatische poort en toen ik de wagen had uitgereden, stapte ik uit en daalde voorzichtig, voetje voor voetje naar beneden om de poort te sluiten. Ik geraakte zonde ongelukken terug in de wagen en reed voorzichtig achteruit en draaide de straat op. Toen ik voorzichtig gas gaf om vooruit te rijden schoof dat gevaarte onder mij gewoon naar de verkeerde zijde van de straat en daar zat ik in een auto die geen grip kreeg op de weg en aan de verkeerde kant tot stilstand kwam. Met geen mogelijkheid kon ik het vehikel terug op de weg krijgen. De wielen draaiden in het ijle en ik besefte dat dit gewoon levensgevaarlijk was en ik echt de straat niet uit zou komen. Ik zette de motor stil, trok mijn sleutel uit het contact en grabbelde mijn tas van bijrijderplaats. Ik zou gewoon de wagen afsluiten en terug naar binnen gaan en dan mijn baas bellen, dat ik niet de straat uit geraakte.
Ik zwaaide mijn benen uit de wagen en wilde rechtstaan, maar dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan! Mijn voeten schoven onder mij uit en ik kon mij in laatse instantie aan de deur vastgrijpen, terwijl mijn onderdanen bleven slibberen! Lieve deugd, daar stond ik mooi te houden! Ik kon niet eens van plaats, laat staan terug naar de voordeur lopen! De wagen was voor ons gazon tot stilstand gekomen maar dat stukje weg tussen de auto en het gazon kreeg ik niet overbrugd. De enige mogelijkheid was, mij op mijn knieën laten vallen en zo naar het gras kruipen. Dan rechtstaan en zo naar de voordeur lopen. Alhoewel, dat stukje van het gazon naar de voordeur, dat helemaal herschapen was in een beijzeld stuk klinkers, zag ik ook niet te overbruggen zonder een flinke valpartij. Daar stond ik dan en wist van geen hout pijlen maken. Ik kon daar toch echt niet de hele morgen blijven staan, dus zou ik terug in de auto moeten gaan zitten en maar wachten tot de straat terug berijdbaar was.
 Plots ging het venster van onze buren open en mijn buurman riep: Wacht maar ik kom eraan! Blijkbaar had hij mijn wanhopige en potsierlijke pogingen in de gaten gekregen. Ik zag niet zo goed in, hoe hij wel kon lopen op deze straat en ik niet maar daar kreeg ik zo het bewijs van. Daar kwam hij al aangeschuifeld. Hij had niet beter gevonden dan een paar noorse sokken over zijn schoenen te trekken en zo kwam hij mij ter hulp. Hij bood mij galant zijn arm en op die manier slibberde ik, mij stevig aan hem vastklampend naar de deur. Toen ik eindelijk terug binnen was, belde ik mijn baas om hem de situatie uit te leggen en hij was akkkoord dat ik zou gaan werken, zodra de toestand dat toeliet.
Ik moet zeggen dat ik tijdens mijn kapriolen op de weg in en uit de auto, totaal niets gemerkt had van de schoonheid van de beijzelde wereld. 

©
Geschreven door Michelly om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht

Biljarten.

In onze jonge jaren namen wij onze zoon, die toen nog een zoontje was, overal mee naar toe in het weekend. Wij werkten allebei buiten huis en we vonden het niet meer dan normaal dat het weekend voor ons samen was, enkele uitzonderingen daar gelaten.
Meestal vergezelden wij onze volleybalploeg op alle verplaatsingen en dat waren er heel wat op een jaar. Alle thuismatchen werden sowieso bijgewoond en S. was een van de trouwste supporters van de ploeg, waar zijn papa trainer, coach en voorzitter geweest is.
Op zondag gingen we dan eens erop uit en bij de terugkeer stopten wij bij ons stamcafeetje, op enkele honder meters van ons huis en dronken er iets. S. kreeg een chips en een frisdrank. Ik alleen maar het laatse of een tasje koffie en mijn man genoot van een of meerdere pintjes.
Er waren altijd dezelfde trouwe bezoekers en er waren ook enkele vrijzellen, die daar hun vaste stek hadden. Een van hen werd door de meesten "nunkske" = nonkske genoemd. Dat deed ons zoontje dus ook. Nunkske biljartte graag en veel en S. stond dan steeds met grote ogen toe te zien en de rode en witte ballen hielden zijn aandacht gevangen. Nunkske had schik in het kleine ventje en nodigde hem ook uit om samen met hem te spelen. Dat leerde hij zo goed en zo kwaad als het ging voor zo'n klein mannetje. De man traineerde het spel om het kleine ventje de kans te geven om de nodige keren de balletjes heen en weer te spelen. S. wat overduidelijk in zijn schik en genoot met volle teugen van het spel en de aandacht, die nunkske aan hem besteedde.
Er ging geen keer meer voorbij zonder dat de twee samen biljartten. De oudere vrijgezel fleurde op door de aanhankelijkheid van het kind en S. vond het geweldig om voor vol aanzien te worden en mogen biljarten met een volwassene! Tot ik plots merkte dat nunkske hem ook zo geld toestopte. Niet veel maar toch. Ik sprak hem erover aan en vroeg hem dat niet meer te doen. Jamaar, hij is zo'n lieverd en ik geef hem dat graag repliceerde hij. Ik heb hem dan gezegd dat hij de vriendschap van de jongen niet hoefde te kopen, want die had hij al!  S. heb ik dan verboden nog geld aan te nemen van andere mensen.
Geen probleem, zoonlief hield zich erg strikt aan die opdracht.
Héél strikt wel te verstaan.
Het werd Nieuwjaar en we waren allemaal bij mijn schoonouders voor een etentje. Er werd luidruchtig gelachen en gebabbeld en er heerste een tumult van jewelste. Kleinkinderen riepen door elkaar en er werd gegierd en gelachen. Plots kwam een van mijn schoonbroers naar me toe, nam me bij mijn arm en zegde: Zeg wat is dat allemaal! Waarom heb jij S. verboden geld van ons aan te nemen? In eerste instantie hoorde ik het ik Keulen donderen, maar mijn frank viel prompt! Ik had gezegd : van niemand geld aannemen en niemand was niemand! Nonkels en tantes waren "bijna" op hun tenen getrapt toen onze zoon het hoofd schudde en zegde: Neen dat mag ik niet aannemen van mama!
Ik heb het verhaal uit te doeken gedaan en kon op het algemeen begrip rekenen.
Had ik een zoon die luisterde of niet???

 ©



Foto: John Snijder files wordpress. com

Geschreven door Michelly om 00:00 6 reacties Reageer op dit bericht

Als....

Als jij er niet meer bent
wat moet ik dan beginnen,
wie moet mij dan beminnen,
als jij er niet meer bent.

Als jij er niet meer bent
zal dan de zon nog opgaan,
zal ik nog 's morgens opstaan,
als jij er niet meer bent.

Als jij er niet meer bent,
zal dan mijn leven voortgaan,
zal ik dan nog bestaan,
als jij er niet meer bent.

Jij bent dan "jij" niet meer,
en ik ben "ik" niet meer.
ons "wij" bestaat niet meer.

 ©

Geschreven door Michelly om 00:00 4 reacties Reageer op dit bericht

Slof, slof, slof.....

Ze zijn weer ongeveer voorbij, die turbulente dagen van Kerstmis en Nieuwjaar, feesten van eten en drinken.Alhoewel!!! Er komt nog een nieuwjaarsfeest van de familie en dan nog wat verjaardagen, een receptie van het koor, waarbij ik zing. Ik zie het al: het duurt nog even!
En toch gaat voor de meeste mensen het leven weer zijn gewone gangetje. De meesten zijn terug aan het werk en de kinderen zijn terug naar school. Voor velen was dat de eerste schooldag en er werden hier en daar traantjes gelaten en waarschijnlijk niet alleen bij de kleine ukjes. 
En ze zijn toch klein hé. 
Zelf was ik ook maar 2,5 jaar oud, toen ik voor het eerst naar school ging. Als ik nu die kindjes van die ouderdom zie, dan denk ik: wat zijn ze toch klein!! Mijn ma was toen al in verwachting van het derde en zal waarschijnlijk blij geweest zijn, dat één handenbinder overdag op school was.
Volgens haar was ik behoorlijk bij de pinken en was het alleen maar gunstig voor mij, dat ik iets kreeg waarop ik mijn aandacht en nieuwsgierigheid kon richten.
 En terwijl ik daar over nadenk, herinner ik me iets, dat ze mij vertelde, want zelf heb ik er geen herinnering meer aan. 
Op een zekere zondag werd besloten om op bezoek te gaan bij mijn grootmoeder, die ook mijn meter was en op de watermolen woonde. Dat was een 15 kilometer van onze woonplaats verwijderd. Als kind was ik er heilig van overtuigd dat het geluid dat de tram maakte, was: bomma, bomma, bomma!! 
In die tijd, had alleen maar de notaris en de dokter een auto en alle andere mensen gingen te voet of misschien per fiets naar een of ander punt, waar een halte was van de tram.Wij moesten naar het volgende dorp en langs de staatsbaan liep de route van de tram. 
Mijn ouders hadden voor het vertrek natuurlijk hun handen vol met het klaarmaken van (toen nog maar) drie kinderen. Wij werden dus een voor een gewassen en in de mooiste kleedjes gestoken en er werd nauwlettend toegezien, dat wij  niets meer aten of in onze handen kregen, waarmee we ons vuil konden maken. Als de kinderen klaar waren, konden pa en ma aan hun eigen toilet beginnen. 
Ma had mij uitgedost in een schattig kleedje en ik was volledig vertrekkensklaar op mijn onderbroekje na. Dat deed ze mij eerst in laatste instantie aan, zodat ik, terwijl ik daar rondliep, eventueel nog naar buiten kon naar de tuin  om daar een plasje te doen.
Zoals alle kleine kinderen was ik gefascineerd door de pantoffels van mijn pa. Het waren van die gemakkelijke instekers en ik had mijn kleine voetjes in de grote sloffen gestoken en slofte door het huis.
Toen ik voelde dat ik een plasje moets doen, stuurde mijn ma me naar de tuin om daar op mijn hurken het zaakje af te handelen.
Een tijdje later riep mijn ma me terug naar binnen. En daar kwam ik aangesloft: slof, slof, slof, en achter op een van de sloffen lag een héél grote drol. Het plasje was een beetje uitgebreid geworden.
Het was dus nog zo'n dom idee niet om dat onderbroekje tot het laatst te bewaren. 

©
Geschreven door Michelly om 00:00 5 reacties Reageer op dit bericht

Vredige Kerstdagen en een schitterend en liefdevol 2008!
 
Dit is mijn wens voor alle bezoekers van mijn blog, bekenden en onbekenden. Ik hoop van ganser harte, dat ieder van jullie een jaar tegemoet gaat in perfecte harmonie en liefde en gespaard blijft van verdrietige en pijnlijke voorvallen op welk gebied dan ook.
Voor mijn bekende blogvrienden wil ik nog zeggen, hoe blij ik ben met jullie appreciatie en vriendschap. Het heeft mijn jaar en de inspanningen, die ik gedaan heb een gouden randje gegeven.
Mijn dank uit het diepst van mijn hart.

Geschreven door Michelly om 17:11 5 reacties Reageer op dit bericht

Goede wil en mededogen...

Kerstmis, het feest van de goede wil en de vrede, tenminste zo wordt het genoemd en ik geloof ook best dat heel veel mensen op die dag een speciale inspanning leveren om dingen terug naar normaal te leiden en zaken te regulariseren, die voordien wat scheef gelopen of helemaal fout gegaan waren. Of dat steeds lukt is maar de vraag maar het feit dat die goede bedoelingen er zijn en er een extra inspanning gedaan wordt, betekent héél wat in een tijd, gekenmerkt door egoïsme en narcisme. Niet voor niets wordt er bij een groot gedeelte van de "geweldige" reclame het standaardzinnetje verkondigd: Want ik ben het waard!
Kerstmis, ook en vooral het feest van de kinderen, maar dat zou je echt iet zeggen, als je de wereldellende ziet van al die vergeten kinderen van alle continenten. En dan spreek ik niet alleen over Afrika. Ook hier zijn er duizende kinderen die elke dag opnieuw ellende en verdriet hebben, verwaarloosd of afgeranseld worden, tot de dood toe. Wij hoeven onze kranten er maar op open te slaan.
Van de andere kant zijn er dan weer kinderen, die overspoeld worden met aandacht en geschenken en aan wie dan bovendien teveel macht wordt toegekend, zodat ze niet eens meer op een redelijke manier terecht gewezen of opgevoed kunnen worden, want dan is er al sprake van "kindermishandeling" De gevolgen laten dan ook niet op zich wachten en brengt een generatie kinderen voort, die  nog voor weinig respect hebben en vinden dat ze alles, onmiddellijk moeten krijgen en hebben. Individuen, die eigenlijk totaal onbruikbaar zijn op de arbeidsmarkt, want daar moet nog steeds hard gewerkt worden en moet men zijn eigen wensen terzijde stellen in het belang van het bedrijf of van de baas. Als je nooit geleerd hebt in je leven dat jijzelf niet het middelpunt van de wereld bent en dat andere belangen primeren, dan is het erg moeilijk leven met die omstandigheden en velen kunnen dat dan ook niet. Nooit was de zelfmoordquote zo hoog. En alle verdoken zelfmoorden komen dan nog niet eens in het rijtje voor.
Ik krijg niet wat ik wil, dus is het leven niet waard geleefd te worden! Verschrikkelijk is dit en misschien is het in deze Kersttijd het ogenblik om te proberen een andere ingesteldheid aan te kweken en terug te focussen op anderen in plaats van op onszelf. 

©

Geschreven door Michelly om 00:00 4 reacties Reageer op dit bericht

EEUWIG LEVEN...

Ik laat je hier niet achter,
nog in geen honderd jaren,
ik neem je mee naar huis
om daar met jou te praten.

Je lacht dan door mijn mond
en spreekt dan met mijn stem,
je tast dan met mijn hand
je voelt met heel mijn huid,
en kijkt dan door mijn ogen
en wordt als ik bewogen
tot heel diep in je ziel.

Zo ben je dicht bij mij
deel van mijn lijf en leden,
en ik voel me weer blij
en jij bent nooit verleden...
jij blijft voor altijd leven....

 ©
Geschreven door Michelly om 00:00 7 reacties Reageer op dit bericht

Ziekenhuisherinnering.

Het is donker en het regent gestadig aan. Geen weer om een hond door te jagen en al helemaal geen mensen!
Het is het jaargetijde dat mensen de lange donkere avonden zo gezellig mogelijk proberen te maken. En diep weggedoken in een zetel verbreng ik de avonduren met een boek of film of tokkelend op mijn PC. Er branden overal kaarsen, want ik heb een zwak voor die flakkerende lichtjes, die alles zoveel mooier doen lijken. Contouren worden zachter en kleuren warmer.
En dan moet ik opeens aan een meisje denken, dat niet zo'n romantische herinneringen zal overgehouden hebben aan kaarsen. Het is meer dan 55 jaar geleden en toch staan de beelden nog steeds op mijn netvlies. Ik was als kind opgenomen in het ziekenhuis voor een liesbreuk. In die tijd was dat nog een andere operatie dan heden ten dage. Ik lag op de kinderafdeling op een kamer en mijn kamergenootje was een meisje van een jaar op 10-12? Ik weet het niet meer precies. Ze lag op haar buik in het bed en over haar rug was een grote houten koepel geplaatst, waarover het laken gedrapeerd was. Ze had een kort geknipt bloesje aan, want er mocht niets de huid van haar rug beroeren. Die was namelijk totaal verbrand. Elke dag werd ik van de kamer weggereden als ze verzorgd werd. Blijkbaar haalden ze elke dag de verbrande en losse huid weer van haar rug af zodat de nieuwe, tere huid zich kon vormen. Ik vond het verschrikkelijk voor haar en ze lag daar al heel erg lang. Ze had de brandwonden opgelopen door het spelen van "kaarskesprocessie". Die had de avond ervoor plaats gehad en enkele kinderen hadden de stompjes kaarsen verzameld die overal verspreid lagen en zij speelden ook "kaarskesprocessie". Mooi achter elkaar in een rij liepen ze, met de brandende stompjes in de handen. Hoe het gebeurd is, weet ik niet echt, maar plots stonden haar haren en kleren in brand omdat het kind achter haar te kort op haar gelopen had. Gillen, schreeuwen, wegrennen met alle gevolgen vandien. Een volwassenen die toegesneld was heeft haar op de grond geworpen en bedekt met een jas en heen en weer gerold om het vuur te doven. Maar het kwaad was geschied met maanden pijn en ellende tot gevolg.
Ik weet haar naam niet meer maar ik zie nog steeds haar gezicht en het korte rose bloesje dat ze droeg. En ik voel nog steeds de deernis, die ik als klein meisje voelde, als weer eens aan mijn kamergenootje "geplukt" werd en ik van de kamer gereden werd.

Mijn eigen operatie herinner ik me eveneens erg goed. Zes jaar oud en daar lig je dan in een grote kamer op een tafel met allemaal vreemden rond je. Het was nog echt een tafel en niet die smalle strijkplanken van nu, waarop ik lag om geopereerd te worden. Mijn voeten en armen werden met riempjes vastgebonden.  En dan kwam de verdoving! Een zeef werd over mijn gezicht gedrukt en men zegde me van diep te ademen. Ik weet dat ik naar adem snakte en om mijn mama riep en dan ben ik dus wel weggezakt.
Van de operatiewond is nu nog een lange witte streep over met aan weerszijden witte stipjes, waar de nieten zaten, die er later weer uitgewipt werden met een schaar, als ik me goed herinner.
Bezoek was alleen enkele uurtjes toegelaten op woensdagnamiddag en zondagnamiddag. Onvoorstelbaar eigenlijk, dat een kind dagen lang zonder bezoek van zijn ouders of familie in een vreemde kamer, omringd door vreemden moest doorbrengen, terwijl het ook nog een operatie achter de rug had. Ik mocht absoluut niet uit bed, en plassen moest op de pan. Afschuwelijk vond ik dat, en daaraan is nog steeds niets veranderd!:-?
Als mijn ma om bezoek was geweest en ze na korte tijd weer vertrok, vloeiden er natuurlijk traantjes. Zodra ze de gang uit was liet ik mijn bed voor wat het was en ging ik aan het venster staan om haar te kunnen nawuiven. Maar ik zag haar nooit, dus was ik iedere keer te laat! Dat dacht ik tenminste, want ik had helemaal niet in de gaten, dat mijn kamer aan de achterkant van het ziekenhuis lag.
Er waren erg lieve verpleegsters, maar ik herinner mij één, die allesbehalve lief was! Ze was knap, dat kon ik zelfs als kind zien, maar ze had niets met kinderen en dat liet ze duidelijk merken. Of misschien gewoon niets met mij, dat was ook nog een mogelijkheid natuurlijk.
Van één verpleegster kreeg ik een kleurboekje en kleurpotloden, en dat vond ik geweldig.
Toen de veertien dagen om waren mocht ik mee naar huis en dat ging met het openbaar vervoer. Ik mocht echter geen trappen maken en mijn ma moest mij omhoog dragen en later weer uit de bus dragen. Aan de bushalte stond dan een fiets en achter op het stoeltje vervolgde ik mijn weg naar huis. Thuis werd ik nog geruime tijd in de watten gelegd, want gedurende enige tijd moest ik naar boven gedragen en later mocht ik voetje per voetje de trap op.  Eén voet omhoog en de andere bijhalen, één voet omhoog en de andere bijhalen. 
Wat zijn de tijden veranderd en wat is de behandeling van patiënten en vooral kinderen in een ziekenhuis veranderd. 
Gelukkig maar.  

©
Geschreven door Michelly om 00:00 7 reacties Reageer op dit bericht

Zomerwandeling!

Het was een warme zomernamiddag. Zo eentje waar de zon zindert en alles in een lome stilte verglijdt. Zelfs de vogels hielden zich gedeisd en spaarden hun lied voor later op de dag. S. wilde naar zijn grote vriend E., die iets verder in de straat woonde. Hij was de broer van een van de meisjes uit de groep en was een jaar of 4-5 ouder dan S.
Ja hij mocht zeker naar E. maar wel op tijd terug thuis! Dat laatste hoorde hij waarschijnlijk al niet meer, ofschoon hij zelden te laat terug opdook. Onze straat was toen nog een rustige landweg,en er stonden maar een huis of 10 afgewisseld met korenvelden en weiden, waar lome koeien en hier en daar een paard graasden. Ik was er dus erg gerust in en het huis van zijn grote vriend kon ik net aan de bocht van de weg zien liggen.
Zelf ging ik verder met mijn werkzaamheden en de namiddag vloog voorbij. De wijzers van de klok wezen al vijf uur in de namiddag aan, en het verwonderde mij dat S. nog steeds niet terug was. Ik was een paar maal aan de weg gaan kijken maar zag geen beweging. Met het verstrijken van de tijd werd ik zenuwachtig en liep ik telkens opnieuw naar de weg. Geen jongens te bespeuren; Dan maar even tot ginder lopen en vragen waar hij eigenlijk bleef. Ik kwam aan de deur en die was gesloten. Geen ouder of kind te zien. Oh, dan had M. de moeder van E. hen zeker meegenomen om inkopen te doen, of iets dergelijks.
Ik vertrok terug naar huis maar langzaam maar zeker begon zich vanbinnen vanalles te roeren. Waar bleven ze toch maar. Hij was nu al uren weg. Hij wist toch dat het etenstijd werd en dat hij dan thuis verwacht werd. Nu ja een kleine uk van 4 1/2 jaar kent geen klok maar toch wist hij precies wanner hij thuis moest zijn. Vandaag dus blijkbaar niet. Ik werd boos en vreselijk ongerust. Had ook geen idee, waar ik hem zoeken moest. Wat doe je dan??? Helemaal niets! Ijsberen van hier naar ginder, van het huis naar de weg en weer terug, met gloeiende wangen en een heel ongelukkig gevoel vanbinnen. Waar bleven die deugnieten nu?? Ze wisten pertinent zeker dat ze al lang thuis hadden moeten zijn! Wat was er dan loos. Van dat geweldige zonnige gevoel was er geen sprankje meer over en het huilen stond me nader dan het lachen. Plots hoorde ik stemmen en rende naar de deur. Het was ondertussen 19u00 geworden! Daar stonden de twee zondaars met beteuterde gezichten te kijken. E. muisde er stilletjes tussenuit en S. stond als een hoopje ellende op de mat. Ik was zooo woedend en tegelijk zooo blij dat hij veilig terug was, dat ik geen blijf wist met mezelf. Ik knelde hem bijna tot moes en merkte daarbij dat het kind helemaal gloeide! Hij had warempel koorts! Ik heb hem op tafel gezet, zijn gezichtje met een koud water verfrist en hem laten drinken. Hij leek wel uitgedroogd, vanbuiten en vanbinnen!
Met horten en stoten, kwam het hele verhaal eruit. E. had voorgesteld om naar zijn oma te wandelen, die een kilometer of zes verderop in een dorp woonde. Daar had ons ventje wel oren naar. Want zo vertelde E., daar kregen ze gegarandeerd een ijsje. Dus gingen ze op weg, in de gloeiende hitte van de namiddag. Langs het kanaal op trokken ze. Maar voor zo kleine beentjes was dat een héél lange afstand en ze hadden geen drinken of eten meegenomen. E. troostte S. met de woorden: Als we bij oma zijn, dan kunnen we rusten en lekker wat cola of limo drinken. Dus sloften ze maar verder. Toen ze daar eindelijk arriveerden, stonden ze voor een gesloten deur, want oma was niet thuis! Om te rusten zijn ze gewoon langs de rand van de weg gaan zitten en dan begonnen ze aan de terugweg, zonder drinken of zonder eten.
Ik heb mijn zoon wat te eten gegeven, maar zijn honger was blijkbaar over en vooral voldoende laten drinken en hem in bed gestopt. Ik voelde me slap en wankel op mijn benen en ik had er geen wandeling opzitten van ca 12 kilometer in de gloeiende middagzon. 

©
Geschreven door Michelly om 00:00 9 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Mijn eigen wondere wereld.

↑ Terug naar de berichten