Naar de inhoud

Mijn eigen wondere wereld.

Mijn persoonlijke belevingswereld.
akke.beakke.be
Lieve bezoekers van mijn blog. Ik wil jullie vragen om geen grote prenten als button te gebruiken omdat het mijn blog onnoemelijk langzaam maakt en slecht te openen, wat anderen dan weer afschrikt. Ik hoop op jullie begrip! Bedankt.

Archief

JIJ, ALTIJD WEER JIJ. (Michelly 25-11-2005)

Jij bent mijn lach en mijn traan
mijn geluk en verdriet
bent mijn zon en mijn maan
ook al weet je dat niet.

Jij bent de wind in mijn haren
bent het licht onverwacht
dat tussen bomen en blaren
mijn gezicht streelt, héél zacht.

Jij zingt in mijn bloed
bent mijn ebbe en vloed
wou dat ik kon zeggen
wat niet is uit te leggen
.
Geschreven door Michelly om 00:39 1 reactie Reageer op dit bericht

Brazilië en Duitsland!

 Ik had niet alleen een Waalse penvriend, maar ook nog een Braziliaanse en een Duitse! De taal in Brazilië is portugees, en dat als enig land in Zuid-Amerika.In alle andere landen van Zuid-Amerika wordt er spaans gesproken. In Duitsland natuurlijk duits. Mijn Duitse penvriend was van het toenmalige Oost-Duitsland, namelijk van Halle a/d Saale. Volker, was een student aan de hogeschool (of universiteit?) van Klingenthal en hij volgde ingenieurstudies, die iets van doen hadden met chemie. Precies weet ik het allemaal niet meer. Hij was een blonde, knappe jongen en dat laatste weet ik alleen maar van de foto's, die hij stuurde. Ontmoet heb ik hem nooit, ofschoon hij dat dolgraag wilde. Ik weet nog dat hij schreef dat hij stages moest lopen in een bedrijf, dat muziekinstrumenten vervaardigde en ik kan mij voorstellen, dat de legering van zo'n instrument erg nauwkeurig moet berekend zij om een zuivere klank voort te brengen.
Ik moet nog ergens een foto van hem hebben, waar hij op de trappen van een groot gebouw staat, bij de diploma-uitreiking. Hij droeg een kostuum, waarvan de broekspijpen en de mouwen veel te kort waren. Het zag er allemaal erg armoedig uit en Volker klemde zijn diploma als een schat tegen zijn borst.
Hij was duidelijk erg verliefd op mij geworden en had al plannen gemaakt, waarin ik naar Duitsland kwam en dan zouden wij trouwen!
Hoe naïef is jeugd! Hij stuurde mij een foto van een ondergesneeuwd hotelletje ergens in een skigebied, en dat zou ons trefpunt zijn, voor de eerste ontmoeting. Hij kon maar moeilijk begrijpen, dat ik op dat voorstel niet inging, omdat ik het zelf niet wilde, maar ook omdat dit door mijn ouders nooit getollereerd zou worden! Het gevolg was, dat de correspondentie doodbloedde en een vermeende romance een stille dood stierf. Af en toe vraag ik mij wel eens af, hoe het hem vergaan is in het leven en of hij voor zichzelf en zijn familie een menswaardig bestaan heeft kunnen opbouwen in het toemalige Oostblok.

Mijn Braziliaanse penvriend, was een héél ander verhaal! Zijn voorouders waren van Italiaanse afkomst en het was blijkbaar een vrolijke levendige familie! Ik herinner mij een foto van hem, waar hij aan een tafel een hoop verfrommeld geld zit te tellen! Hij studeerde ook, maar zat in zijn vrije tijd en in de weekends aan de kassa van een filmzaal. Alleen vond ik die hoop verfrommeld geld géén gezicht! Blijkbaar stak daar nooit iemand ook maar één geldbriefje in een geldbeugel, maar zat alles opgefrommeld in hun zakken!
Met Antonio (Tony) correspondeerde ik in het engels, want portugees kende ik niet en heb ik ook nooit geleerd. Hij was ongelooflijk attent en schreef zijn brieven allemaal in kleine drukletters, zodat ik nooit ook maar één woord niet kon ontcijferen! Hij stuurde mij in die tijd reeds, grote weekbladen met prachtige glanzende foto's erin van het Carnaval van Rio. Wij keken onze ogen uit! Onder elke foto plakte hij in het engels de vertaling van de tekst. Die vertaling schreef of typte hij op doorslagpapier voor brieven, in lange smalle strookje! Bij alle prachtige gewaden, die door speciaal uitgekozen personen werden gedragen, stond de naam van de eigenaar vernoemd, de waarde van het gewaad en de naam van de drager of draagster. Het duizelde ons van de waarde van sommige kostuums.
Buiten deze geklede dames en heren, waren er natuurlijk ook heel wat foto's, waar minder kledij bij te pas kwam! Maar mooi waren ze allemaal!
Wij stuurden elkaar af en toe ook een singeltje met muziek van onze contreien. Ik kreeg van hem een met de titel "Boeing, Boeing"! En ongelooflijk maar waar, ik stuurde hem er een van Bobbejaan Schoepen! Het was een van zijn romantische liedjes en niet dat van "het café zonder bier"!
Tony schreef mij terug, dat al zijn vrienden bij hem thuis naar de muziek kwamen luisteren en dat ze het buitengewoon mooi vonden!
Het was dus een aangename en ongecompliceerde correspondentie. En toch kwam er op zekere dag een einde aan. Mijn toenmalige vriend vond het maar niets dat ik er met andere jongens een briefwisseling op nahield. En wat deed een braaf meisje in die tijd? Juist ja, het contact verbreken.
Een jaar of 8 geleden kreeg ik plotseling een telefoontje van een vroegere buurvrouw van mijn ouders. Ik moest daar een brief gaan afhalen, die er blijkbaar voor mij was aangekomen op het adres van mijn ouders. Mijn oudershuis is ondertussen verkocht en er wonen vreemde mensen in, die mij van haar of pluim kennen. De brief was gericht "Aan de bewoners van dit huis" en dan mijn vroeger adres.
Daarin vroeg Tony of ik daar nog woonde, en als dat niet het geval was, of iemand van de nieuwe bewoners hem dan toch kon vertellen, wat er van mij geworden was of waar hij mij kon contacteren.
Daar de nieuwe eigenaars van mijn oudershuis mij niet kenden hebben zij navraag gedaan bij de buurvrouw en die kwam tot de slotsom, dat ik de gezochte persoon moest zijn. Vandaar het telefoontje.
En nu correspondeer ik, na al die jaren, opnieuw met mijn Braziliaanse penvriend. En op een bepaald ogenblik stuurde hij mij de copie van mijn allereerste brief en omslag en de allereerste zichtkaart, die ik hem ooit gestuurd had, met een begeleidend schrijven, waarin stond, dat hij een glas wijn zou drinken op mijn gezondheid, want op die dag was het juist 40 jaar geleden, dat hij die eerste brief en kaart van mij gekregen had.
 Proost mijn trouwe vriend!


Geschreven door Michelly om 19:13 5 reacties Reageer op dit bericht

Oefening baart kunst!

Ik was een jaar of vijftien, en zat op de humaniora, waar natuurlijk ook vreemde talen als duits, engels en frans werden onderwezen. Daar mijn interesse in taal, de onze zowel als vreemde talen, steeds erg groot is geweest en nog is, was ik er direct voor te vinden om een briefwisseling te beginnen met meisjes of jongens van mijn leeftijd. Hoe wij aan die adressen geraakt zijn, kan ik mij niet meer exact herinneren, maar wij kregen die wel via de school toegespeeld en popelden om lange brieven te schrijven naar voor ons onbekende jongeren! Ik had het adres ontvangen van een jongen uit Vresse-sur-Semois in de Ardennen en ik haalde mijn beste frans boven, en vertelde over alle kleine gebeurtenissen op school en thuis. Claude was één van de twee zonen van de commandant van de gendarmerie van Vresse-sur-Semois en er ontwikkelde zich een gezellige correspondentie, die gedurende de ganse humaniora voortkabbelde. Tijdens het groot verlof na mijn humaniora zou ik hem voor de eerste keer ontmoeten, want ik mocht (!) op vakantie op de gendarmerie en mijn correspondentievriend ontmoeten na al die jaren van ijverig schrijven.
Maar schrijven is natuurlijk één ding, en praten een héél ander! Als je schrijft in een vreemde taal kun je nadenken en eventueel iets opzoeken, waaraan je twijfelt. Als je praat moet het er direct zijn, en fouten uitwissen gaat niet! 
Toen ik daar dan arriveerde, was mijn hartje dan ook erg klein en was ik héél weinig van zeggen. Ik kan echt mijn zegje wel doen, maar daar was op dat ogenblik helemaal niets meer van te merken en mijn zwijgen "in alle talen", werd alleen maar af en toe onderbroken door een "oui" of "non" en daarmee hield het op.
Claude en zijn broer hadden duidelijk in de gaten, waar het schoentje wrong en begonnen mij behoorlijk te plagen en op mijn kop te zitten en hun vader keek lachend toe en had van ons drie het meeste plezier, denk ik. Zo te zien, kon hij de strategie van zijn zonen wel waarderen!
Het geplaag werd zo erg, dat ik het echt niet meer over mijn kant kon laten gaan. Ik was nochtans aardig wat gewoon met zes broers! 
En toen ik de eerste repliek in het frans gegeven had, was ik natuurlijk vertrokken en dat was de bedoeling geweest van de hele plagerij.
Ik voelde mij best op mijn gemak op de gendarmerie met de twee broers, want ik was het gewoon om met jongens om te gaan en begreep aardig wat van hun leefwereld.
Vlakbij de gendarmerie lag een klein hotel en daar verbleven een groep Waalse jongeren, meisjes en jongens, die ook hun humaniora beeindigd hadden en samen hun vakantie doorbrachten, vooraleer verdere studies aan te vatten. Wij troffen hen 's avonds op het terras bij een drankje en geraakten in gesprek. Het klikte en het gevolg daarvan was, dat wij elke dag samen optrokken, lange wandelingen maakten, plaatsen bezochten of gewoon rustig langs de Semois zaten te keuvelen terwijl er gezwommen, gevist, kano gevaren of alleen maar pootje gebaad werd.
Op een dag waren wij weer te voet onderweg en de voertaal was, zoals steeds frans.Plots vroeg iemand mij, waar ik dat vlotte frans geleerd had. Ik antwoordde hem: Op school. 
Daar begrepen ze dus niets van. Want zij hadden ook nederlands op school geleerd, maar konden toch echt niet, volgens henzelf, een vlot gesprek voeren in het nederlands! 
Ik vroeg hen om iets te zeggen in het nederlands. Wat er toen kwam, vergeet ik mijn hele leven niet meer, omdat het zo ongelooflijk grappig was: Eerst volgden de nodige krachttermen !!! Toen ik hen vertelde, dat fatsoenlijke mensen, die niet gebruikten, schakelden ze over op een hoger niveau.
Eerste zinnetje was: De dunne telefoondraden wiebelen tussen de dunne dunnebossen!
Ik vertelde hen dat het geen "dunnebossen" waren, maar dennebossen.
Het volgende zinnetje: De forellen ijlen door de wateren van de Semois.
En dan moeten jullie die "ij" en "w" op z'n frans uitspreken!
Toen ik hen vroeg welke schrijvers zij toch wel te lezen gekregen hadden, kreeg ik als antwoord: Guido Gezelle en Multaluli.
Geen wonder dat die arme stakkers geen normaal gesprek in het nederlands konden voeren. Maar gelachen heb ik zeker, en ze namen het me echt niet kwalijk.
Mijn correspondentievriend zou naar Brussel gaan om verder te studeren aan de school voor officieren bij het leger. Geleidelijk verwaterde de correspondentie.
Jaren later gebeurde er echter iets grappigs. Twee van mijn broers studeerden in Brussel en kregen les in wiskunde van een officier van het leger. Zelf volgden zij een opleiding voor officier bij de rijkswacht.
Plots keek de docent hen aan en vroeg: hebben jullie een zus, die Michelly heet?
Mijn twee broers, stomverbaasd, knikten allebei dat dit inderdaad zo was.
Hij zegde: Doe haar de groeten van mij, ik ben haar vroeger correspondentievriendje uit Vresse-sur-Semois!
Prachtig vond ik het en ZO KLEIN is onze wereld!

Geschreven door Michelly om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht

Licht uit, licht aan.........

In een gezin als het onze, was er telkens wel iets loos. En ik verwonder er mij over, dat het niet eens ophef makende gebeurtenissen zijn, die onbewust in mijn onderbewustzijn bleven hangen. 
Mijn pa had heel dikwijls 's nachts dienst of 's avonds, omdat hij de jongste van de brigade was. Het gebeurde dus niet dagelijks, dat hij zich met onze lessen en huiswerk bezig hield. Als hij dan eens thuis was tegen huiswerktijd, hield hij dat dan ook allemaal goed in de gaten, en werd er nogal wat gecontroleerd. De klasagenda's werden nagezien, schriften en huiswerken bekeken en dan vooral de opmerkingen , die door de leraars of nonnen in de kantlijn geschreven waren. 
Mijn zus, die 4 jaar jonger was, had het niet zo gemakkelijk op school en had nogal wat begeleiding nodig. Ik herinner mij de avond, dat mijn vader haar probeerde uit te leggen, hoe een balk in elkaar stak en wat de lange of korte zijde was etc. Hij haalde er een luciferdoosje bij en aan de hand van dat "balkje" probeerde hij haar die begrippen bij te brengen. Voor kubussen versneed hij een kroot, zodat er een perfecte kubus te voorschijn kwam. Maar mijn zus werd alleen maar zenuwachtiger, naargelang hij meer voorbeelden aandroeg en meer uitleg gaf, zodat ze eigenlijk niet eens hoorde, wat hij zegde, maar alleen bezig was met bang zijn, dat ze het toch weer  mis deed. 
Ik had ondertussen mijn huiswerk af en mijn lessen geleerd, en kwam naar hem toe om dat te zeggen. Hij gaf als antwoord: Ja het zal wel goed zijn. Hij keek zelfs niet naar hetgeen ik in mijn handen had, of wat ik gemaakt had. Ik voelde mij op dat ogenblik totaal en volledig afgewezen. Ik begrijp nu wel, dat hij al lang blij was, dat hij zich met mijn werk niet moest bezig houden, maar op die leeftijd kon ik dat echt nog niet begrijpen en mijn maag kromp ineen door dat gevoel van afwijzing
Ik heb toen erg ongewone uitspraak  gedaan: Ik wou dat ik ook dom was.
Het enige wat ik echter werkelijk wilde, was natuurlijk aandacht en erkenning, en die kreeg ik absoluut niet, toen niet en in mijn latere jaren op school ook niet. Voor mijn pa was het nooit goed genoeg. "Het kon altijd beter!"
Als gevolg daarvan, ga je erg perfectionistisch worden in bepaalde dingen en ben je altijd op zoek naar erkenning van anderen. En dat maakt het leven er echt niet gemakkelijker op.

Tot ons 12de jaar moesten wij steeds om 19u00 naar bed, en dat is, vooral in de zomer erg vroeg! Het was dan echt nog klaarlichte dag!
Er werd dan ook nogal wat afgebabbeld tussen de verschillende slaapkamers en soms werden er spelletjes gespeeld, tenminste zolang mijn ouders dat beneden niet hoorden!
Een van die spelletjes, was "miske doen". Ik had enkele broertjes, die misdienaar waren en wij moesten elke morgen naar de mis en wisten dus perfect hoe dat moest. 
Eén van de jongens was de priester en het laken werd rond zijn hals geknoopt, want dat was de kazuifel. Twee pantoffels dienden als water- en wijnvaatje en één pantoffel was de kelk. 
Als het consecratie was, moest natuurlijk de bel geluid en daarvoor deed het koordje van het licht dienst. Er werd  gebrabbeld in het Latijn en het licht werd voortdurend uit en aan getrokken. 
Plots ging  de gangdeur open en riep een stem beneden aan de trap, dat het haast gedaan moest zijn daar boven!!!
Iedereen vliegensvlug onder de lakens en zelfs ademen deden we dan in een ander tempo dan normaal het geval was!
We begrepen absoluut niet hoe onze ouders konden weten, dat wij miske speelden. Later werd dat mysterie natuurlijk opgelost, want het voortdurend uit- en aantrekken van het licht, was duidelijk beneden te horen. Onze mis werd vroegtijdig afgebroken. 
Tenminste tot de volgende morgen, als we weer opgeruimd naar het echte gebeuren vertrokken.
Geschreven door Michelly om 23:08 4 reacties Reageer op dit bericht

De bloemen, de bijtjes ........

Waar is de tijd, dat wij niet eens wisten wat een TV was, nooit gehoord hadden van een computer of van computerspelletjes en wij de radio alleen interessant vonden, als er, voor onze begrippen, mooie muziek te horen was, hetgeen gelijk alle nieuwsberichten of sportuitslagen uitsloot!
Ja wat voerden wij dan uit de ganse dag? Vervelen? Géén sprake van, want er was héél veel te doen. Een van onze geliefkoosde spelletjes was vogeltjes vangen. Ik denk dat Gaia nog niet bestond in die tijd, of  is het mogelijk daarvoor aangeklaagd te worden met terugwerkende kracht?
Hoe wij dat deden? Met veel geduld en list. Wij namen het rechthoekige zeef, waarmee de assen uit de kachel gezeefd werden om de sintels eruit te halen. Dat zeef zetten wij schuin omhoog op een stevig stokje en aan dat stokje was een lang, dun koordje bevestigd. We plaatsten dat zeef op het betonnen paadje, dat de hof netjes in twee helften sneed. Onder dat zeef legden wij in melk geweekte broodkruimels en dan leidden wij dat koordje tot om de hoek van de staldeur, waar wij aan het wachten begonnen. En de musjes kwamen hoor, héél zeker. Alleen geduld was nodig en uithoudingsvermogen. Daarbij kwam dan nog, dat er in alle talen moest gezwegen worden, want anders kwam natuurlijk geen vogeltje opdagen. Op het ogenblik dat het musje parmantig onder het zeef wipte en een beetje wantrouwig en schichtig aan zijn broodmaaltijd begon, trokken wij bliksemsnel aan het koordje, het zeef klapte naar beneden en het musje zat gevangen. De kunst bestond er nu in, het diertje onder dat zeef uit te halen zonder dat het ontsnapte. En raar maar waar, het lukte ons telkens zonder moeite. Ik voel nog steeds dat kleine lijfje in mijn hand en dat hartje dat als een wilde tekeerging. Het musje werd dan in een vogelkooi gezet en met heel veel liefde verzorgd, en van brood en water voorzien. Toch kon het niet uitblijven dat het diertje stierf, want musjes zijn niet gemaakt om in kooien te leven en zoveel begrip van de natuur, hadden wij op die leeftijd nog niet. Verdrietig als wij dan waren, werd het diertje op zacht gras in een sigarenkistje gelegd en plechtig begraven ergens onder een bloemenstruik in de hof en er werd zelfs een zelfgemaakt kruisje opgezet, gemaakt van enkele takjes.
Mijn vader heeft waarschijnlijk zonder ruchtbaarheid, veel van die kistjes stiekem weer verwijderd, om zijn graafwerkzaamheden in het voorjaar niet in het gedrang te brengen.

Wij vingen niet alleen vogeltjes maar ook dikke hommels! Die beestjes zaten in grote getale op de bloemen, die veelvuldig aanwezig waren in onze hof. Wij vouwden kleine repen karton dubbel en met de open kant van het gewouwen kartonnetje plukten wij de hommels van de bloemen en plaatsen ze allemaal tegen het venster binnen in de stal. Daar bleven die lieve diertjes met veel misbaar tegen het glas vliegen en zoemen, en het was niet eens nodig de staldeur dicht te doen, want het kwam niet in hen op van het venster weg te vliegen. Als het vensterglas helemaal vol hommels zat, stopten wij met onze vangst en was het spelletje over. Tot ons ma in de stal kwam. Zij had totaal geen begrip voor deze sport en gebood ons elke keer opnieuw, de diertjes hun vrijheid terug te geven. Door het venster te openen, kozen er heel wat die vluchtweg, maar veel van hen moesten wij terug met dat geplooide kartonnetje opnemen en buiten laten vliegen. Het vensterglas was dan natuurlijk telkens aan een grondige poetsbeurt toe!
En in de gemetste kooien, mooi hun naam op het hout rond het gazen deurtje geschreven, keken onze konijnen met grote ogen en wippende neusjes toe.

Geschreven door Michelly om 23:33 1 reactie Reageer op dit bericht

De Zee!

Wat is het lang geleden, dat ik nog aan mijn Italiaanse vriendinnetje gedacht heb! Die met de vele gevlochten staartjes op de humaniora. Zij was, net als ik de oudste van een resem kinderen en woonde in een mijndorp niet ver van mijn geboortedorp. Wij hebben elkaar leren kennen op de humaniora en zijn dan ook enkele jaren bevriend gebleven. Ze is zelfs met mij op internaat geweest in de provincie Antwerpen (Torentjes Waver) en werd daar na een jaar wandelen gestuurd, omdat ze op de slaapzaal, onder de chambretten door met haar buurmeisje had liggen te babbelen en daarbij betrapt werd door de non.Het buurmeisje werd niet doorgestuurd, maar zij wel. Haar ouders waren dan ook minder welstellend.
Zij was geboren in Tripoli, het noorden van Afrika, waar haar vader, een Italiaan, grenswachter was. Haar moeder was een Duitse, en licenciate in de Germaanse talen. Het was een warm, beschaafd gezin en ik had het er echt naar mijn zin, als ik daar was. Wij trokken elke dag met elkaar op, tijdens de eerste vier jaren van de humaniora, totdat zij totaal onverwacht uit mijn leven verdween, omdat zij naar huis gestuurd werd, en ik verder op internaat zat. In de tijd, dat zij en ik samen naar Maaseik naar school gingen, nodigde zij mij op een dag uit, om samen met haar familie, met de trein naar zee te gaan!
Ik was totaal perplex! Zo'n cadeau had ik nog nooit van iemand gekregen en ik had nog nooit de zee gezien! Ik was trouwens in die tijd nog nooit buiten Limburg geweest, buiten de zeldzame bezoekjes aan een tante in Lier, samen met mijn moeder.
De vader van mijn vriendinnetje werkte in de mijn in Eisden en de mijnwerkers kregen treincoupons, waarmee ze gratis konden reizen. En ik mocht mee!! Ik sliep er gewoon niet meer van.
 De dag brak aan, dat we het avontuur zouden aanvangen en de avond voordien was ik reeds bij haar blijven slapen, omdat er 's morgens erg vroeg vertrokken werd. Onze knapzak werd klaargemaakt, met boterhammetjes en drinken en fruit voor de ganse dag, en wij voelden ons lijk jonge veulens, die voor het eerst in de lente de weide in mochten. En daar gingen wij beiden. De een met lange zwarte haren en ik met lange middelblonde haren, netjes gekleed in de zondagse kleren, schoenen opgeblonken en witte sokjes aan. We waren 14 jaar oud en in die tijd waren dat nog "kinderen"met sokjes aan.
Gedurende de ganse treinreis hebben wij met grote ogen het voorbijsnellende landschap bewonderd. Er waren de nodige overstappen en dat was weeral spannend, en na enkele uren treinen kwamen wij in het station van bestemming aan. Ik realiseer mij nu, dat ik niet eens meer weet, naar welke badstad we geweest zijn. Zal wel Oostende geweest zijn, maar ik kan het niet bezweren. En dan met onze pick-nick richting strand. Het was geen mooi weer. De lucht zag grijs en er waaide een frisse wind. Maar niets kon ons deren. Het leven behoorde ons toe, want wij gingen de zee zien! Tot op heden voel ik dat gevoel, bij de aanblik van de zee. Ze was loodgrijs en de golven beukten op het strand. Er was geen greintje zonneschijn te zien, en ik liep daar op dat strand, richting water, terwijl het zand in mijn gezicht striemde. En toch was dat het mooiste, wat ik ooit gezien had. Ik ben de ganse dag in de buurt van de waterlijn blijven lopen. De schoenen met de veters bijeen gebonden en de sokken in mijn tasje. Ik kreeg niet genoeg van het geluid, de geur, het schreeuwen van de meeuwen en het bulderen en af- en aanrollen van de golven.
Tot op heden is de zee mijn grote liefde. In al haar schakeringen van grijs en zwart, groen en blauw, smaragd en wit schuim. Nog steeds zingt zij voor mij het mooiste lied, dat ooit gezongen werd en wordt. En dat cadeau had ik gekregen van mijn toenmalig vriendinnetje, waardoor zij voor mij voor altijd zal verbonden blijven met die herinnering aan de zee. 

Geschreven door Michelly om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

EEN HART VOL REGEN. (Michelly 09-2005)

De regen roffelt op de ruiten
en zwijgend sta ik aan het raam,
ik wil nu nooit terug naar buiten,
ik wil alleen hier blijven staan.

De druppels trommelen in mijn hart,
het is verdronken in verdriet.
Wat had ik anders dan verwacht?
GELUK dat krijg je ZO maar niet!

Geen ster, geen maan, laat zich nu blikken.
Het is al duister wat je ziet.
Je hebt je in je lot te schikken,
je levensweg ontloop je niet!

En toch zal ook de zon weer schijnen,
dan is verdwenen nacht en zwart,
dat nu als inkt komt bovendrijven.
'K weet dat geluk ook ERGENS wacht...
Geschreven door Michelly om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Het gevonden broertje!

Ik had inderdaad ook nog wat broers! Zes in in aantal. Van één van hen herinner ik mij als gisteren, dat hij geboren is. Ik was net zeven en deed dat jaar mijn eerste communie. Voor dat grote gebeuren werd er door de naaister een communiekleedje gemaakt en dat moest natuurlijk ook gepast worden. Op een zekere dag kwam de naaister thuis om het kleedje aan mijn moeder te tonen. Ma lag echter boven in bed en als kind stel je jezelf helemaal geen vragen daarbij. Wij woonden toen nog in het kleine huisje, waar zeven van de acht kinderen geboren zijn.
Wij trokken dus naar boven en ik stond aan het voeteinde van het bed, terwijl de naaister het kleedje rond mij schikte en mijn ma goedkeurend toekeek. Op de slaapkamer van mijn ouders heeft steeds een kinderbedje gestaan, want jarenlang was er altijd wel een baby, die daarin sliep.Opeens hoorde ik een piepend geluidje. Ik keek mijn ma aan en zegde dat ik een muis had gehoord. Mijn moeder  schrok en zegde: Is dat echt zo? Dan moet je maar eens gaan kijken, waar die zit, want dat vind ik niet zo geweldig, een muis op mijn kamer!
Ik ging doelbewust af op de hoek van de kamer, waar het kinderbedje stond, want vandaar had ik dat geluidje gehoord! Eerst onder het bed, dan erachter, en teneinde raad in het bed gekeken, en wie vond ik daar??? Géén muis in elk geval, maar wel mijn pasgeboren broertje!
Ik wist niet beter, dan dat mijn ma geen idee had, wat er in dat bed lag en verkondigde opgetogen dat ik een kindje gevonden had! Dus die broer is door mij ontdekt! Tenminste ik heb het als kind steeds zo aangevoeld en ervaren.
Diezelfde broer, die precies zeven jaar jonger is dan ik werd een blonde kleine deugniet, met van die sluike, zijdeachtige haren en grote bruine ogen. Hij was een ongelooflijke rakker en stak voortdurend allerlei kattekwaad uit waarvoor hij dan ook prompt gestraft werd. Meer dan eens kreeg hij een ferm pak tegen zijn broek, moest hij zich wassen en onmiddellijk naar bed. Hij was en is echter een wezen dat geen rancune kent! Hij kleedde zich uit, waste zich netjes en kwam dan naar mijn pa, die hem net een pak slaag verkocht had, met gladgekamde zijdeachtige haren en uitgestoken armen een nachtzoen vragen!  Doordat hij zo'n rakker was, kreeg hij natuurlijk meer dan eens zaken in de schoenen geschoven, die hij helemaal niet mispeuterd had.
De dingen overkwamen hem gewoon ( en hij hielp af en toe een handje!). Ik vergeet nooit die zaterdagavond. Iedereen had zijn wekelijks bad in de zinken tobbe achter de rug en dan moest er natuurlijk gedweild worden, want dan stond zo ongeveer de keuken onder water!Ik hielp mij ma bij het dweilen en mijn broertje liep naar achter het tuinpaadje op. Het was echter al behoorlijk donker, en moet ergens in de herfst geweest zijn. Ik was ongeveer klaar met dweilen, toen mijn ma vroeg, waar mijn broertje was. Ik antwoordde dat hij het tuinpad was afgelopen. Ze gaf de opdracht hem onmiddellijk naar binnen te roepen, omdat zijn haar nog nat was en hij zeker een verkoudheid zou oplopen. Ik riep maar kreeg geen antwoord. Riep opnieuw en er kwam nog steeds geen antwoord. Opeens wist ik dat er iets gebeurd was! Ik liet mijn dweil vallen en rende als een haas naar achter. Geen broertje te bespeuren. De paniek sloeg toe en ik liep de weide in en kwam weer terug zonder hem te vinden. En plots zag ik wat er gebeurd was: hij had blijkbaar op de rand van de mestkuil gelopen en was er door een of ander reden ingevallen. Niet op de mesthoop zelf maar in het gat waar de gier bijeenliep en hij was met zijn gezicht naar beneden in het gat gevallen. Ik heb hem eruit gevist en op mijn armen naar binnen gedragen. Hij had héél wat van dat goedje naar binnen gekregen en was eigenlijk met geen tang aan te pakken! Mijn broer was zo vies, als hij waarschijnlijk nooit meer in zijn leven geweest is. Hoe dikwijls hij die avond gewassen is, kan ik niet vertellen, maar die hardnekkige reuk was gewoon niet weg te krijgen, alsof hij door zijn huid was opgeslorpt. Het hele huis rook vies en mijn ma vond er niet beter op dan een ganse fles reukwater over hem uit te sprenkelen om de gevolgen van dat vieze bad teniet te doen!
Men verveelde zich nooit in de buurt van mijn broertje!
Geschreven door Michelly om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht

Voetsporen!

Elke avond, als wij uit school kwamen, was de boodschap : eerst eten om 17u00 en daarna prompt allemaal aan de eetkamertafel om huiswerk te maken en lessen te leren. In de zogenaamde salon stond een tweede grote tafel en het jonge volkje werd dus in twee groepen verdeeld, zodat iedereen voldoende plaats had om zich te verdiepen in alles, wat ons slim kon maken. In de lagere klas werd in mijn tijd nog geschreven met een pen, die in de inkt gedoopt werd! Dat was geen sinecure, want als er een teveel aan inkt aanhing, viel al eens een klodder op het schrijfvlak en kon de hele tekst vanaf het begin opnieuw geschreven worden. In mijn herinnering werden zo héél veel nieuwjaarsbrieven meerdere malen geschreven en herschreven. Op een zekere dag werden wij allemaal op het matje geroepen  bij pa. Dat wil zeggen, diegenen, die reeds met pen en inkt schreven. Wij stonden daar allemaal wat angstig te kijken want een boze pa, was echt niet om vrolijk van te worden. Zijn vraag luidde: wie heeft er met zijn pen naar het plafond gegooid??? Wij stonden hem allemaal stomverbaasd aan te kijken! Met een pen naar het plafond gooien! Hoe kwam hij erbij! En niemand van ons zou zich zulke baldadigheden in zijn hoofd halen, dat was wel heel zeker. Hij kreeg hierop dus van niemand een antwoord, maar hij bleef ervan overtuigd, dat wij wel eens met pennen naar het plafond gooiden want er waren allemaal kleine inktspotjes op ! Wij werden in groep gestraft omdat de dader zich niet bekendgemaakt had. Straf dat heette: vroeg naar bed en wij moesten sowieso reeds elke avond om 19u00 naar bed. Als we 12 jaar geworden waren, werd dat 21u00. Maanden later liep mij pa door het huis en ving op een bepaald ogenblik een vlieg. Hij was daar ontzettend handig in. Toen hij het insect dooddrukte had hij een inktvlek op zijn vingers! Opeens werd duidelijk, wie die inktvlekjes op het plafond gemaakt had. De vliegen zaten soms op de rand van de inktpot , vlogen weer weg en gingen dan op het lichte plafond zitten en lieten daar grandioos hun voetsporen na!

Geschreven door Michelly om 22:18 2 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Mijn eigen wondere wereld.

↑ Terug naar de berichten