Reis naar de zon.
Nadat de bagage uit de auto geladen was, reed M. de wagen naar de grote parking achter het gebouw, waar hij tot onze terugkomst zou blijven staan.
We hadden voorbehouden plaatsen, die we bij de boeking gevraagd hadden. In de mate van het mogelijke voldoen ze daaraan. Boven, vooraan, zodat je de weg voor je ziet en de wisselende landschappen een fijne afwisseling zijn gedurende de reis.
Onze namen lagen op de betreffende zetels en er kon dus geen discussie zijn, wie waar moest zitten. Voor ons waren er slechts twee andere zetels, waarop een oudere heer en een jonge man, die ik een jaar of twintig schatte, hadden plaats genomen. Later zou blijken dat ik het aardig bij het verkeerde eind had, voor wat betreft de ouderdom van de jonge man. Hij werd namelijk die dag 37 en dat is wel een ietsje ouder dan 20. IK had hem op de parking op en af zienlopen en direct gemerkt dat er iets vreemd met hem was. In hoeverre dat het geval was, kon ik niet opmaken uit zijn heen en weer gestap. Toen alle bagage ingeladen was en iedereen zijn plaats had ingenomen, na controle van de hostess, vertrok de bus richting Spanje. DE jonge man was druk in de weer met een fototoestel en babbelde ondertussen voortdurend tegen de oudere man, waarvan ik op dat ogenblik dacht dat het zijn vader was. Weer fout gedacht. Hij praatte tamelijk luid en vertelde aan een stuk allerlei dingen over de foto's die hij maakte en de films die hij opnam. Hij draaide een kleine driepikkel onder het toestel en plaatse het voor zich aan het venster van de autocar en filmde de weg en alles wat er zich afspeelde voor hem.
En ondertussen praatte hij non-stop tegen zijn begeleider, waarbij zijn gezicht zich af en toe met een zenuwtrek volledig vertrok, zijn tong nu en dan een paar maal uit zijn mond schoot en hij dan ook een beetje stamelde. Even later was die tic weer verdwenen en praatte hij, nog altijd luider dan normaal weer tegen Jefke of Joske. Tussendoor zei hij af en toe "miauw" en lachte dan met zo'n alwetend lachje, alsof hij iets wist waar wij geen benul van hadden. Hij noemde de oudere man bij beide namen. Dan ontwikkelde het gesprek zich op een komische manier naar het voorspellen van regen. Het regende namelijk pijpestelen en blijkbaar kon de oudere man vrij goed vooorspellen wanneer en na hoeveel tijd het zou gaan regenen. De jonge man wilde absoluut weten hoe hij dat kon leren en zegde voortdurend dat Jefke de slimste mens was die hij kende. Hij heeft de man gesmeekt en gevleid, gezeurd en gezaagd, om toch maar zijn kunde aan hem door te geven en hem te leren, hoe hij regen kon voorspellen. De oudere man kreeg hem niet aan zijn verstand gebracht dat hij hem dat niet kon leren, maar dat het een kwestie was van opletten, naar de natuur kijken, luisteren en aanvoelen en dat hij daar geen handleiding voor kon geven. De jonge man noemde zichzelf een domme boer, die niets wist. Maar als er iets duidelijk werd in de loop van die uren, gevuld met zijn onophoudelijk gebabbel, was het wel dat hij alles kon zijn, maar zeker niet dom! Hij bleek twee computers (laptops) bij te hebben in zijn bagage, en verder was hij voortdurend bezig met zijn foto/filmtoestel dat hij blijkbaar tot in de puntjes beheerde. Hij stuurde voortdurend berichtjes naar een vrouw, die hij bij de voornaam Carla noemde, en nadien zijn moeder bleek te zijn.
Die wenste hem ook proficiat met zijn verjaardag, die hij gewoon vergeten had.
Ik luisterde met hoe langer hoe meer interesse naar het gebabbel van de jonge man en raakte gewoon gefascineerd door de persoon achter dat eigenaardig trekkende gezicht. En ik vroeg me af wat het voor hem betekende om te zijn, wie hij was, en daar dag na dag mee te moeten leven en of hij dat tenvolle besefte. De oudere man zegde tijdens een van de stops, hij is niet mijn zoon. Hij was bevriend met mijn zoon, en toen die trouwde en ik alleen achterbleef na de dood van mijn vrouw, heb ik hem in huis genomen en nu zorg ik voor hem. Hij wilde zich verontschuldigen voor het gebabbel van de jonge man, maar wij hadden dus al lang begrepen dat er iets scheelde. Maar ik begreep eveneens dat tegenover die tekorten waarmee hij moest leven, heel wat speciale talenten verborgen zaten in dat hoofd van die jonge man, die eruit zag als een onvolwassen jongen en totaal in de ban was van allerlei dingen, die hij absoluut wilde kennen en leren.







