Euforisch
door de ogen
van die dichter
zie ik weer
even een kind
woorden vloeien
ogen boeien
de lippen juichen
het spel van spellen
wordt ontwapenend
en luid bemind
Euforischdoor de ogen
van die dichter
zie ik weer
even een kind
woorden vloeien
ogen boeien
de lippen juichen
het spel van spellen
wordt ontwapenend
en luid bemind
Milde troostsoms is licht verder
dan de dag van morgen
en lijkt hoop begraven
in het rulle zand
het rad van avontuur
draait alleen op een
angstige verwachting
weet van geen stoppen
is durend heet van vuur
opnieuw bevallen
in het leven laat
eeuwigheid voelen
ook al sta je
dan niet alleen
vaak is niets moeilijker
te begrijpen
dan wat heiligen met
inzicht en overgave
bedoelen
Foto
Toen oranje verkleurdeoranje feestte fel
in blauw
toen de schaduw
zich mateloos
aan levens klampte
langzaam verkleurde
mijn gevoel in ongeloof
en werd ik ziende blind
toen een werkelijkheid
met lijven smeet
en traag
de waarheid in
mijn geheugen stampte
de menigte bleek
een machteloos kind
Als gisteren roepthoe mooi is mooi
als ik lagen schraap
van ogen
en je huid schuur
met mijn vergeelde nagels
die vergankelijke schoonheid
aanschouwelijk maken
hoe vol is je leegte
als ik jouw adem
opvang in stoffen zakken
voel jij dan nog
waar licht voor staat
als de avond rust in
verkalkte kransslagaders
als ik je naakt zie
neen, met het kleed nog aan,
dan hoor ik gisteren roepen
en luister naar de blik
in je gestalte
Ik heb het gemistvoel eens hoe de wind waait
als lange tijd geleden
hoe zacht hij spreekt
en aait langs je haar
hij draagt de geuren
voorbij mijn inademende neus
ik heb het gemist,
zoveel jaren;
de lach van de lucht
het zicht op licht
zomaar, zonder
op enige bedoeling te varen
neen, ik heb mij niet vergist
het raakt even
aan geluk en zo intens
op het verleden
hoef ik mij niet dood te staren
ik zie weer uit naar morgen
het hart gevuld
met een liefdevolle wens
Foto
Rijpen in de schaduwhier ben ik weer
terug
van weggeweest
was spelend op zoek
naar een andere sfeer
bad mijn muze
opnieuw
kleur te bekennen
of op zijn minst
rijmloze ingevingen
zo te schikken
dat ik mijn inborst
mocht herkennen
de bloesem
was niet inferieur;
van mindere kwaliteit
maar het zaad
bleef ik zelf
het heeft niet
tot een hoogwaardige
veredeling geleid
Jeugddromenals de morgen ontwaakt
nadat mijn ogen rust vonden
in de eeuwige nacht
die, indien ongestoord,
een flits is van twee tellen
of een fractie tussen een trage
inslaapouverture en
een vermoeiende finale
welke laatste op weerstand lijkt
om resterende hoop bij elkaar te rapen
die door dromen is platgewalst
en pas na het ochtendgebed
van regelmatig keren van zij naar rug
op andere zij
de onrust allengs bevordert
zodat ten einde het hemelse
verandert in plichtmatige dwang
die dekens van zich afgooit
als in een wederkerende aardbeving
om weldra de lach
weer een spiegelende glans
te geven zoals vermeld
op de tube met een
bigsmilende dame
waarin ik mijn eerste
frustraties wegknijp
en als de deur zich achter mij sluit
schakelt de vooruitgang over op
de automatisch piloot
zo maak ik mijn
jeugddromen waar;
nacht na nacht
Foto
Juffrouw Tokheden is overleden
onze juffrouw tok
onder druk van
medebewoners
werd zij door ieder
aangerand en
toch gemeden
zij tobde al lang
met haar tenen
aan iedere poot
wildgroei bleek haar deel
maar ondanks hoger ingrijpen
werd het haar te veel
vanochtend tegen
onze kloostermuur
rond tien uur
werd zij ontzield aangetroffen
de ogen nog geopend
de laatste uren bleken slopend
de dag ervoor legde ze
nog onverwacht
haar laatste en grootste ei
het waren de mieren
die hun laatste eer betoonden
en aan de afbraak begonnen
in groten getale, zij aan zij
Terug naar verdernaar het schijnt
ben ik niet anders
te bewegen
de schakende hand
zet de stukken toch daar
waar een ingeving landt
schaven aan taal
verschaft wel een nieuwe maat
maar wijn moet lyrisch rijpen
langs de weg die
de ziel slechts kent
en ik me op overgave verlaat
die vaak zo moeilijk went
weer blijkt maar eens
dat een dichters dood
niet alleen verhaalt van sterven
maar dat juist de leegte
weer schoonheid kan verwerven
Strijkzwavelhoutjeis mijn restwaarde gelijk
aan de voorbijgaande geur
van een afgebrande lucifer
op het houtwerk
is de kop rood
en tijdelijk voornaam
tot het zwart
is hij even een ster
als ik ben opgebrand
blijkt de eeuwige roem
reeds te ver
die was al eerder
naar de maan
Foto
Litanieënik wil je niet
schreeuwt
de eeuwige luidspreker
aldoor repeterend
naar de doofgeraakte
ziel van het kind
je bent niets of
gelijk aan gesloten ogen
je zal in een leeg
zwart huis zijn
dat traag groeit
vol honger
naar links en rechts
maar zonder licht
en rozen in het haar
ademen voor jou
is luisteren naar litanieën
van vals over slecht
naar gewetenloos
op stapels van
verkoolde handen
die tussen kieren
worden aangereikt
ze zullen zijn
als dode woorden:
ongeboren
Omvadem ik mijzelf ?nopens mij
valt veel te zeggen
nog meer zwijgen
is wellicht een raad
wanneer ik de zucht omvadem
naar het aardse
als de buiken en knopen van
van een trillende snaar
driftige honger doet mij zweven
tussen de schimmen door
soms veredeld en gemengd
met eisen van de geest
of zal het zo zijn
dat het wezen daartoe
van nature buigt
dan wel neigt naar kunnen
waarin de pit gedijt
en tevens bloeit
met een geleide hand:
mij enkel eigen
ik omvadem het leven
als zou zij statig zijn:
rechtlijnig als de dood
Pasenmorgen,
luttele uren
van heden
zal ik
nieuw licht
ontdekken
is hoop de kleur
van kwetsbare harten
in verwachting
waar eens alles gelijk liep
in evenwicht met de
seizoenen van struiken
en bladeren
en waar de koude dood
sluipend, ondergronds
op weg ging
naar een aardse
wedergeboorte
lijkt alles
omhuld met
de valse zucht
naar meer,
etmalen lang
morgen,
luttele uren
van het heden
zal ik zeker
dieper inzicht
ontwaren