Sint - Oedenrode


Sint - Oedenrode:
*
Waar gevels wit gekalkt zijn
en schaduw vrijt met licht,
daar vindt stilte haar rijm
en kent zwaarte geen gewicht.
*
Sint - Oedenrode

*
Waar gevels wit gekalkt zijn
en schaduw vrijt met licht,
daar vindt stilte haar rijm
en kent zwaarte geen gewicht.
*
Zelfportrethij kijkt mij aan
de grijsaard op zwart~wit
met een donker aureool
als ruggensteun
en in de mond een kennelijk
onregelmatig gebit
zou ik dat zijn,
die vraag daagt op
in mijn denken
de ogen neigen meer
naar onbepaald staren
of zijn er wellicht op uit
weg van het heden te gebaren
ja, ik ben het
en zie mij meer
naar binnen wenken
het zichtbaar vel oogt nog gaaf
terwijl ouderdom het omringt
in vale tinten
ondersteund door een geknoopte sjaal
je kunt het geheel zien als wijs
doch ook als smaak van gewezen taal
de omsloten glazen geven waarachtig
nog enige kleur aan mijn portret
en ik waarschuw u te veronderstellen
dat mijn hart in een vertraging is gezet
het is een moment
uit duizenden
creatief en niet onaardig
dat geef ik toe
het heeft ook iets van waardig
maar de schijn bespelen
is wat ik eigenlijk bij voorrang doe
zie maar wat dieper
in de blik van deze dichter
ze vertellen meer dan de starre lippen
uw dag maakt het niet lichter
dat hoeft ook niet met kunst
maar uw ziel zal zeker aan
het oneindige innerlijke nippen
zie dat gerust als een gunst
Estafettetijdens de estafette
van dagen en nachten
verdwijnt langzaam
je toegekend nummer
en dansen vaak
anderen in gedachten
op het ritme van
de eigen drummer
*
ik slenter verder
terwijl ik zwijgend kijk
binnen de horizon
van draaglijke
eenzaamheid
Verdwaald van mijn stekverder verdwaald van mijn stek,
zo tekent de wereld zich pijnlijk af
toch fluistert de stem van het lot
"ik tik jou gaandeweg verder met mijn staf"
meestal voorkomt het raam
dat mijn zicht helder ziet
ik handel dan vaak onder eigen naam
het lijkt een blindheid
die luisteren met eigen oren verbiedt
overweldigend zijn soms geluiden
als scherpe pijlen van alle kanten
heet zijn vaak de blikken van jonge bruiden
ja, ik weet dan niet meer van wanten
plots daalt de stilte genadeloos neer
dat voelt als eeuwig eenzaam aan
maar het schijnt zo van nature te zijn;
alles rimpelt in een groter meer
en wat ik moet doen
is aansluiten bij
liefdevol ademen
zo is het, als vanzelf,
uiteindelijk gegaan
Ommekeerhet loof, gekleurd of vaal
bedekt mijn wereld almaar meer
ik ben op weg naar innerlijke taal
spreken wordt zuchten naar een veer
in het park waar ik vertoef
lijken alle lichten te doven
het aardsparadijs toont zich grijs en droef
alleen eenden zie ik in een lage mist geloven
het lijkt altijd zo onverwacht
als ik de andere kant ervaar
zoals de dood nog als ver weg wordt gedacht
terwijl ik hem ergens in mijn hart bewaar
vroeger wilde ik nog springen over getijden
maar stramheid en inzicht der jaren
weten het wezenlijke niet te vermijden;
de natuur kan iedere ommekeer verklaren
Scalperenook al zet ik spotlights aan
het zal schaduwen niet raken
en probeer mee te gaan
in mijn onzichtbaar denken,
bunkers verdedigen het ontwaken
zakken vol met woorden
liggen al op de vuilnishoop
snoep met stroop
geslepen messen
doeken met tranen doorlopen
niets kon het versteende vlies
doen slopen
ontmaagden:
het is hakken
in mijzelf
als gedaagde
Schrale liefde, schrale troost ( 2 )als mijn gevoel slechts wordt
opgewekt door glinsteringen
met mate gedoceerd
als voor gedwongen kloosterlingen
kan enkel bescheiden aan God
worden gerefereerd
het is als leven in de
onbekende tijd van even
immers verwachtingen zijn als de dood
ja zeker, in overleven raakt men bedreven
en kijkt uit naar de kruimels
van het dagelijks brood
ik nader de overgave aan het bestaan
waar morgen niet verder reikt dan vandaag
of drempels het zicht enkel nog vernauwen
natuurlijk heb ik weet van een diepere laag
maar kan niet ontkennen dat ook nog eens
bij het vallen der bladeren
er gevoelens zijn die benauwen.
het is weten en kennen van het wiel
het verstand geeft uitleg
over de regelmaat der dingen
en ik sluit met een
dagelijks wonder de deal:
als jij blijft komen
zal ik jou in een stil moment
dankbaar bezingen
Schrale liefde, schrale troost ( 1 )het gras waarop mij de liefde
werd ingegoten was dun gezaaid
het bleek geen onwil
of door tijd overgewaaid
neen, er waren kale plekken
aan de moederborst
ook moest de genegenheid
zich oprekken over te veel
gelaten met dorst
het is daarom
dat liefde met mate
en vaak als leegte
door mij wordt gevoeld
neen, nimmer zo bedoeld
maar het was een smal gazon
met gevreesde gaten
o zo menselijk in die tijd
resten van autoriteit
en kortwieken van de groei
geloven en eeuwige vlijt
voorzagen de dragende hand
van schrale bloei
liefde voelen blijft voor mij
een hels karwei
de aarde bleek onvoldoende
bewerkt
en zeker niet alleen bij mij
Opwindingde glazenwasser is er weer
hij klimt omhoog
op weg naar een hogere sfeer
houdt hij het droog
zo hoog
het is een man
net als ik
windt me op
zo'n hijger op een trap
zweet breekt mij uit
zal hij mijn bovenraam
ook gaan doen
alsof ik er in stik
de spanning maakt mijn denken krap
kom, wees koen
vraag hem voor een bakkie
en geef hem ook zwaaiend
zijn verdiende poen
Gelukgeluk is onderhevig
aan ruimte, licht en tijd
is zelden overdadig
wordt door broosheid geleid
ik denk nog aan verleden jeugd
waarin toekomst stond voor morgen
blind op zoek naar onbekende vreugd;
de eeuwige liefde zonder zorgen
Mijmeringen over de Dood ( 3 ) slotUit de liturgie : Het Requiem
vaarwel mijn vrienden
allen om mij heen geschaard
ik voel nog steeds
jullie warme liefde
en neem het mee,
alles wordt in mijn hart bewaard
het zal de tocht naar het
onvergankelijke bemoedigen
alwaar de Schepper mij
zeker zal verwachten
engelen vol van Geest
en zo fijn besnaard
zullen jullie aardse
droefenis met verlichte
vleugels verzachten
ik huil nog een keer mee
en raak met mijn ziel
even aan grootse harten
terwijl de tedere rust mij
al over de stilte verhaalt
en helpt bij het afleggen
van aardse smarten
zing met mij het lied
van de eeuwige vrede
opdat al jullie tranen
aan elkander worden geweven
stilaan zal de Goddelijke
vreugde opnieuw in jullie
worden geboren en herleven
ik mag nu gaan en hoor
de cherubijnen roepen
zij willen mij op handen
dragen naar de Heer
voor allen toch
een troostrijke gedachte
vaarwel en wacht
tot ik in jullie wederkeer
Mijmeringen over de Dood (2)telkens als de dood
zijn aanwezigheid laat voelen
schaaft hij aan leven
steelt een lach
zal een deel van mij bekoelen
ik herinner de weelde
bewust geklemd in gedachten
totdat zij als zand
door de vingers glippen
zij hebben nagelaten
de pijn te verzachten
*
ik maak de dood
tot mijn lief om
eindeloos te beminnen
zullen dan grenzen
zich langzaam ontsluiten
en leegte zich vullen
met vertederende zinnen
Mijmeringen over de Dood (1)als morgen gladiolen
geschaafde nerven bekleden
zijn mijn dagen eerder geteld
en de laatste
mij een groet doet toekomen
zijn de waarachtige leugens al verteld
over mijn innerlijke vrede
en aardse capriolen
als touwen mij doen vieren
om dieper in de aarde te dolen
zal dan zout in ogen worden gestrooid
of willen de nazaten de opluchting versieren
*
op de dagen na morgen
en het zand mijn stede
nog meer heeft verzwaard
kan het zwart van eeuwige nachten
mij in vergetelheid gaan verzorgen
hoeft niemand meer op mij te wachten
immers mijn ziel is in het niets geborgen
De rooseen dag na gister
de roos bloeide
ik keek
en zag schoonheid
zoals eeuwigheid
bedoeld is
zelfs
in de schaduw
van helder licht
Schrijven In de luchtik was vergeten
hoe groot je ogen waren
of hoe speels zij konden zijn
zag dat weer even
wist opnieuw hoe
vriendschap mocht zijn
ik was vergeten
hoe jong je nog was
en de eigen wereld
wist te bespelen
lachend zoals
lachen bedoeld was
spelend met woorden
en blikkend
op muziek van
reflecterende akkoorden
ik zag het weer
zomaar
die ene keer
De kruiswegaan mij trekken vaak stoeten voorbij
ik spreek liever van stille tochten
geblinddoekt passeren verdrongen gedrochten
elkaar vasthoudend in een rij, zij aan zij
doorgaans zijn ze ook in schaduwen gehuld
nauwelijks zichtbaar voor mijn ogen
omdat de ziel maar niet wordt bedrogen
immers die is al met te veel spagaten gevuld
ze zingen het oude bekende lied
en warempel nog wel op die ene wijs
van hoe geef ik nog gevoelens prijs
zodat de bekende vreemde maar niet geniet
ik zelf fluit wat noten uit een sonate
het maakt de gang tot een theatraal vermaak
immers ik wil niet dat de laatste loper, de draak
lyrisch wordt van toeschouwende straten
In retroflectiefals jij mij ziet
hoort
mij ruikt
dan ben ik dat
maar meestendeels niet
het is haast een bindend zicht
dat zich vertoont in jouw licht
mogelijk vertroebeld
door gevoelgewicht
of gekluisterd
aan lijfelijk beklijven
*
als IK
naar je staar
beluister
jou proef
dan ben jij dat ook
maar mezelf
misschien nog meer
het is een beeld naar gelijkenis
gespiegeld in de oneindige ruimte
van mijn gesloten brein
jij en ik
ik en jij
ademen uit dezelfde atmosfeer
van de schone hersenschijn
In perspectiefals jij mij ziet
hoort
mij ruikt
dan ben ik dat
maar meestendeels niet
het is een verblindend beeld
dat opduikt in het verschiet
al strijken mijn ogen
de glans van een traan
en voedt mijn glimlach,
nu en dan,
jouw zieltogend bestaan
ik ren soms zomaar weg
om het eigen hart te ervaren
en vraag mezelf dan af
waar voel ik het nu kloppen
valt er in de verte
nog perspectief te vergaren
Le paradis du coeurnog erger
dan het sterven
is bij leven
verlatenheid erven
en chaos
je zuigt in een kolk
waar de ziel likt
aan een scherpe dolk
*dans le paradis du coeur*
het touw naar
de hemel lijkt gebroken
de opperherder is,
onaangekondigd,
ondergedoken
ik hoef niemand
te vertellen
hoe mensen
mensen pellen
*dans le paradis du coeur*
Ik en koffiedikstuur ik nog wel
op dat wat komt
of lig ik aan een infuus
dat mijn bewustzijn verstomt
verlies ik de grip,
zo die bestaat,
op dingen van belang
lijkt het maar zo
en gaat het onvoorspelbare
gewoon zijn eigen gang
het lijkt uitkijken
naar iets dat een mens verwacht
maar waar de tijd meester is,
en mij als onderdaan veracht