Ommekeer
het loof, gekleurd of vaal
bedekt mijn wereld almaar meer
ik ben op weg naar innerlijke taal
spreken wordt zuchten naar een veer
in het park waar ik vertoef
lijken alle lichten te doven
het aardsparadijs toont zich grijs en droef
alleen eenden zie ik in een lage mist geloven
het lijkt altijd zo onverwacht
als ik de andere kant ervaar
zoals de dood nog als ver weg wordt gedacht
terwijl ik hem ergens in mijn hart bewaar
vroeger wilde ik nog springen over getijden
maar stramheid en inzicht der jaren
weten het wezenlijke niet te vermijden;
de natuur kan iedere ommekeer verklaren

