Als de stilte schraagt
terwijl mijn stof nog
door een zware deken
wordt toegedekt
blijkt in de hemel
een nieuwe maagd geboren;
naïef nog en onbevlekt
waar droefenis heerst
blijken bloemen te groeien
terwijl houten planken
nog moeten worden gezaagd
zie ik elders al leven bloeien
zelden ervaar ik bij het sterven
van de winter
de lente zo vroegtijdig ontspruiten
of het is turen in glazige lucht
waar merels de onschuld uitbuiten
*
maar nu lijkt de voorzienigheid
mij in te halen
vertraag je pas
schreeuwt nochtans de ziel
helaas, de ruimte
wil in de geest nederdalen

