Foto

Foto
Dwangeen kwelgeest
vecht met mij in een
doodlopende straat
die het waarom
steeds dieper uitholt
zodat mijn denken
het gebroken wezen
niet verstaat
en in het hart lijkt
de hoop gedoofd,
wordt vreugde gelaakt
de dag
weet zich al jaren
van vrijheid beroofd
(fictief)
De eerste maagduit de struik
met eeuwige bloemen
vol van kleur
en zachte geuren
waar engelen tijdloos
aan alle zijden
de Onzichtbare bekoren
wordt met
liefdevolle zorg,
nog zonder een
uitgesproken naam,
de Oermaagd geboren
Zo ben ik ookhet wijdse
en ongrijpbare
zo de schepping is
ben ik ook
aanraakbaar
met handen
maar dan zo
gering van lijf
zo ben ik ook
ja, de voeten geaard
maar de geest
onpeilbaar diep
ze kan nochtans leeg zijn
of gestuurd worden door
een bovennatuurlijk brein
ik voel leven
op weg naar de dood
zie de zon in mist
ervaar ijs in warmte
van een schoot
zo de schepping is
ben ik ook
Foto
Euforischdoor de ogen
van die dichter
zie ik weer
even een kind
woorden vloeien
ogen boeien
de lippen juichen
het spel van spellen
wordt ontwapenend
en luid bemind
Milde troostsoms is licht verder
dan de dag van morgen
en lijkt hoop begraven
in het rulle zand
het rad van avontuur
draait alleen op een
angstige verwachting
weet van geen stoppen
is durend heet van vuur
opnieuw bevallen
in het leven laat
eeuwigheid voelen
ook al sta je
dan niet alleen
vaak is niets moeilijker
te begrijpen
dan wat heiligen met
inzicht en overgave
bedoelen
Foto
Toen oranje verkleurdeoranje feestte fel
in blauw
toen de schaduw
zich mateloos
aan levens klampte
langzaam verkleurde
mijn gevoel in ongeloof
en werd ik ziende blind
toen een werkelijkheid
met lijven smeet
en traag
de waarheid in
mijn geheugen stampte
de menigte bleek
een machteloos kind
Als gisteren roepthoe mooi is mooi
als ik lagen schraap
van ogen
en je huid schuur
met mijn vergeelde nagels
die vergankelijke schoonheid
aanschouwelijk maken
hoe vol is je leegte
als ik jouw adem
opvang in stoffen zakken
voel jij dan nog
waar licht voor staat
als de avond rust in
verkalkte kransslagaders
als ik je naakt zie
neen, met het kleed nog aan,
dan hoor ik gisteren roepen
en luister naar de blik
in je gestalte
Ik heb het gemistvoel eens hoe de wind waait
als lange tijd geleden
hoe zacht hij spreekt
en aait langs je haar
hij draagt de geuren
voorbij mijn inademende neus
ik heb het gemist,
zoveel jaren;
de lach van de lucht
het zicht op licht
zomaar, zonder
op enige bedoeling te varen
neen, ik heb mij niet vergist
het raakt even
aan geluk en zo intens
op het verleden
hoef ik mij niet dood te staren
ik zie weer uit naar morgen
het hart gevuld
met een liefdevolle wens
Foto
Rijpen in de schaduwhier ben ik weer
terug
van weggeweest
was spelend op zoek
naar een andere sfeer
bad mijn muze
opnieuw
kleur te bekennen
of op zijn minst
rijmloze ingevingen
zo te schikken
dat ik mijn inborst
mocht herkennen
de bloesem
was niet inferieur;
van mindere kwaliteit
maar het zaad
bleef ik zelf
het heeft niet
tot een hoogwaardige
veredeling geleid
Jeugddromenals de morgen ontwaakt
nadat mijn ogen rust vonden
in de eeuwige nacht
die, indien ongestoord,
een flits is van twee tellen
of een fractie tussen een trage
inslaapouverture en
een vermoeiende finale
welke laatste op weerstand lijkt
om resterende hoop bij elkaar te rapen
die door dromen is platgewalst
en pas na het ochtendgebed
van regelmatig keren van zij naar rug
op andere zij
de onrust allengs bevordert
zodat ten einde het hemelse
verandert in plichtmatige dwang
die dekens van zich afgooit
als in een wederkerende aardbeving
om weldra de lach
weer een spiegelende glans
te geven zoals vermeld
op de tube met een
bigsmilende dame
waarin ik mijn eerste
frustraties wegknijp
en als de deur zich achter mij sluit
schakelt de vooruitgang over op
de automatisch piloot
zo maak ik mijn
jeugddromen waar;
nacht na nacht
Foto
Juffrouw Tokheden is overleden
onze juffrouw tok
onder druk van
medebewoners
werd zij door ieder
aangerand en
toch gemeden
zij tobde al lang
met haar tenen
aan iedere poot
wildgroei bleek haar deel
maar ondanks hoger ingrijpen
werd het haar te veel
vanochtend tegen
onze kloostermuur
rond tien uur
werd zij ontzield aangetroffen
de ogen nog geopend
de laatste uren bleken slopend
de dag ervoor legde ze
nog onverwacht
haar laatste en grootste ei
het waren de mieren
die hun laatste eer betoonden
en aan de afbraak begonnen
in groten getale, zij aan zij
Terug naar verdernaar het schijnt
ben ik niet anders
te bewegen
de schakende hand
zet de stukken toch daar
waar een ingeving landt
schaven aan taal
verschaft wel een nieuwe maat
maar wijn moet lyrisch rijpen
langs de weg die
de ziel slechts kent
en ik me op overgave verlaat
die vaak zo moeilijk went
weer blijkt maar eens
dat een dichters dood
niet alleen verhaalt van sterven
maar dat juist de leegte
weer schoonheid kan verwerven
Strijkzwavelhoutjeis mijn restwaarde gelijk
aan de voorbijgaande geur
van een afgebrande lucifer
op het houtwerk
is de kop rood
en tijdelijk voornaam
tot het zwart
is hij even een ster
als ik ben opgebrand
blijkt de eeuwige roem
reeds te ver
die was al eerder
naar de maan
Foto
Litanieënik wil je niet
schreeuwt
de eeuwige luidspreker
aldoor repeterend
naar de doofgeraakte
ziel van het kind
je bent niets of
gelijk aan gesloten ogen
je zal in een leeg
zwart huis zijn
dat traag groeit
vol honger
naar links en rechts
maar zonder licht
en rozen in het haar
ademen voor jou
is luisteren naar litanieën
van vals over slecht
naar gewetenloos
op stapels van
verkoolde handen
die tussen kieren
worden aangereikt
ze zullen zijn
als dode woorden:
ongeboren