Inzicht
Inzicht
soms
is mijn wereld
zo groot
dat het geringe
genoeg blijkt
zoals leegte
mateloos ruim
kan zijn in
verlatenheid
daarom
besproei ik
het uitzicht vaak
met stilte
Inzichtsoms
is mijn wereld
zo groot
dat het geringe
genoeg blijkt
zoals leegte
mateloos ruim
kan zijn in
verlatenheid
daarom
besproei ik
het uitzicht vaak
met stilte
Glazen vitrinenaakt kan ik zijn
zo vreselijk vervreemd
ja, van de wereld om me heen
ik tel het vuur in mijzelf op
maar as kan je niet tellen
roept de gevlogen engel
nog uit de verte
haast onhoorbaar
terwijl de kim toch
mijn hart raakt
en de kou mijn vel omsluit
zo ontkleed kan ik zijn
in een vloed van gedachten
de handen, zwart van de resten
grijpen de hoogte
alsof ik mijn ziel nog wil redden
voor de kast met curiosa
ja, zo bloot
uitgepakt
en schijndood
ben ik
als ik de stem verlies
en verlaten
terug
op mezelf verlaat
Zwevenhet is midden in de nacht
en vertel wat ik hoor
zo lijkt de stilte zacht
ervaar enkel gebrom van
de toren links voor
het klinkt als de snelweg A50
overdag
het dient misschien zo te zijn
de wereld draait immers door
toch is het zo
dat ik even niets moet
het is zweven tussen aarde
en de slaap waarop men wacht
ik ben alleen
het voelt heel goed aan
praat in mezelf
en denk:
geen mens die nu lacht
of ik hoor huilen
wat een genot
om zomaar kort
in mezelf
te mogen schuilen
De boomde boom staat,
verlaat zich op wortels
naargelang zijn aard
verspreidt zijn armen
om zich hoger en hoger
seizoenen lang
met licht te voeden
en vocht te laven
of in de koude sterrengaard
zich aan het ijzige te schaven
zijn ruggengraat
groeit haast onzichtbaar
tussen legers mieren en
genestelde hoven
waarin hij
soms verstijfd,
kronkelig of gebogen
zijn ringen bewaart
zonder maar
een geleefd jaar
van zijn waardigheid
te beroven
uit gezwaaidhet is een lange zwarte jas
met diepe zakken
ik kocht een nieuw huis
om in te verblijven
mijn handen wilden
niet meer wuiven
naar zwijgende takken
die in het water
verder en verder drijven
Ik lijm met slijmvandaag plak ik al het loof
weer aan verlaten takken
ik hoor ze kraken, ben niet doof
ze zijn te stijf om ze op te pakken
de lijm is het slijm uit mijn mond
immers dat heeft zijn dienst bewezen
te samen met mijn charme als lont
zal het bos in wondervolle glorie herrijzen
de stramme stammen zeggen dank voor mijn geste
maar de bekommernis voor vallende blaren
toont mijn liefde voor verstotenen nog het beste
ik wil zo graag de pure gehechtheid bewaren
Dat ik jou miswees niet boos
als mijn lippen
verzwijgen
dat ik jou mis
het komt wellicht
door verzwegen jaren
van afgebroken twijgen
in een vergetelheid
die nog immer is
vraag niet waarom
ik geen weet heb
van een diep verlangen
mijn stem stokt immers
als ik de begraven pijn
in mijn gevoel
tracht op te vangen
Als lichten dovenals de nacht lichten dooft
en enkel de maan nog naar ons oogt
is er enkel drift die in geen tijd gelooft
en vurige krachten mateloos gedoogt
spieren als speren gericht op de daad
jagen ons op in een blinde storm
en waar denken de rede verlaat
worden we naar wellust gedreven
dan, ja dan, schreeuwt de liefde,
en verscheuren wij elkaars gewaad
om in natte naaktheid gestrengeld
onze zuchten tot eenheid te weven
Bitter is de smaakbitter is de smaak
in mijn mond
terwijl ik toch van
zoete dankbaarheid
zou moeten getuigen
niets wordt met zoveel
zuur overgoten
als de weg naar overgave
die door weerzin is gesloten
ik zoek dan maar
de bladeren bij elkaar
weet dat ook hun kleur
in de aarde sterft
maar terwijl ik naar de
vergankelijkheid staar
zal in die grauwe einder
zeker wel weer een
toekomst worden geërfd
Sint - Oedenrode

*
Waar gevels wit gekalkt zijn
en schaduw vrijt met licht,
daar vindt stilte haar rijm
en kent zwaarte geen gewicht.
*
Zelfportrethij kijkt mij aan
de grijsaard op zwart~wit
met een donker aureool
als ruggensteun
en in de mond een kennelijk
onregelmatig gebit
zou ik dat zijn,
die vraag daagt op
in mijn denken
de ogen neigen meer
naar onbepaald staren
of zijn er wellicht op uit
weg van het heden te gebaren
ja, ik ben het
en zie mij meer
naar binnen wenken
het zichtbaar vel oogt nog gaaf
terwijl ouderdom het omringt
in vale tinten
ondersteund door een geknoopte sjaal
je kunt het geheel zien als wijs
doch ook als smaak van gewezen taal
de omsloten glazen geven waarachtig
nog enige kleur aan mijn portret
en ik waarschuw u te veronderstellen
dat mijn hart in een vertraging is gezet
het is een moment
uit duizenden
creatief en niet onaardig
dat geef ik toe
het heeft ook iets van waardig
maar de schijn bespelen
is wat ik eigenlijk bij voorrang doe
zie maar wat dieper
in de blik van deze dichter
ze vertellen meer dan de starre lippen
uw dag maakt het niet lichter
dat hoeft ook niet met kunst
maar uw ziel zal zeker aan
het oneindige innerlijke nippen
zie dat gerust als een gunst
Estafettetijdens de estafette
van dagen en nachten
verdwijnt langzaam
je toegekend nummer
en dansen vaak
anderen in gedachten
op het ritme van
de eigen drummer
*
ik slenter verder
terwijl ik zwijgend kijk
binnen de horizon
van draaglijke
eenzaamheid
Verdwaald van mijn stekverder verdwaald van mijn stek,
zo tekent de wereld zich pijnlijk af
toch fluistert de stem van het lot
"ik tik jou gaandeweg verder met mijn staf"
meestal voorkomt het raam
dat mijn zicht helder ziet
ik handel dan vaak onder eigen naam
het lijkt een blindheid
die luisteren met eigen oren verbiedt
overweldigend zijn soms geluiden
als scherpe pijlen van alle kanten
heet zijn vaak de blikken van jonge bruiden
ja, ik weet dan niet meer van wanten
plots daalt de stilte genadeloos neer
dat voelt als eeuwig eenzaam aan
maar het schijnt zo van nature te zijn;
alles rimpelt in een groter meer
en wat ik moet doen
is aansluiten bij
liefdevol ademen
zo is het, als vanzelf,
uiteindelijk gegaan
Ommekeerhet loof, gekleurd of vaal
bedekt mijn wereld almaar meer
ik ben op weg naar innerlijke taal
spreken wordt zuchten naar een veer
in het park waar ik vertoef
lijken alle lichten te doven
het aardsparadijs toont zich grijs en droef
alleen eenden zie ik in een lage mist geloven
het lijkt altijd zo onverwacht
als ik de andere kant ervaar
zoals de dood nog als ver weg wordt gedacht
terwijl ik hem ergens in mijn hart bewaar
vroeger wilde ik nog springen over getijden
maar stramheid en inzicht der jaren
weten het wezenlijke niet te vermijden;
de natuur kan iedere ommekeer verklaren
Scalperenook al zet ik spotlights aan
het zal schaduwen niet raken
en probeer mee te gaan
in mijn onzichtbaar denken,
bunkers verdedigen het ontwaken
zakken vol met woorden
liggen al op de vuilnishoop
snoep met stroop
geslepen messen
doeken met tranen doorlopen
niets kon het versteende vlies
doen slopen
ontmaagden:
het is hakken
in mijzelf
als gedaagde
Schrale liefde, schrale troost ( 2 )als mijn gevoel slechts wordt
opgewekt door glinsteringen
met mate gedoceerd
als voor gedwongen kloosterlingen
kan enkel bescheiden aan God
worden gerefereerd
het is als leven in de
onbekende tijd van even
immers verwachtingen zijn als de dood
ja zeker, in overleven raakt men bedreven
en kijkt uit naar de kruimels
van het dagelijks brood
ik nader de overgave aan het bestaan
waar morgen niet verder reikt dan vandaag
of drempels het zicht enkel nog vernauwen
natuurlijk heb ik weet van een diepere laag
maar kan niet ontkennen dat ook nog eens
bij het vallen der bladeren
er gevoelens zijn die benauwen.
het is weten en kennen van het wiel
het verstand geeft uitleg
over de regelmaat der dingen
en ik sluit met een
dagelijks wonder de deal:
als jij blijft komen
zal ik jou in een stil moment
dankbaar bezingen
Schrale liefde, schrale troost ( 1 )het gras waarop mij de liefde
werd ingegoten was dun gezaaid
het bleek geen onwil
of door tijd overgewaaid
neen, er waren kale plekken
aan de moederborst
ook moest de genegenheid
zich oprekken over te veel
gelaten met dorst
het is daarom
dat liefde met mate
en vaak als leegte
door mij wordt gevoeld
neen, nimmer zo bedoeld
maar het was een smal gazon
met gevreesde gaten
o zo menselijk in die tijd
resten van autoriteit
en kortwieken van de groei
geloven en eeuwige vlijt
voorzagen de dragende hand
van schrale bloei
liefde voelen blijft voor mij
een hels karwei
de aarde bleek onvoldoende
bewerkt
en zeker niet alleen bij mij
Opwindingde glazenwasser is er weer
hij klimt omhoog
op weg naar een hogere sfeer
houdt hij het droog
zo hoog
het is een man
net als ik
windt me op
zo'n hijger op een trap
zweet breekt mij uit
zal hij mijn bovenraam
ook gaan doen
alsof ik er in stik
de spanning maakt mijn denken krap
kom, wees koen
vraag hem voor een bakkie
en geef hem ook zwaaiend
zijn verdiende poen
Gelukgeluk is onderhevig
aan ruimte, licht en tijd
is zelden overdadig
wordt door broosheid geleid
ik denk nog aan verleden jeugd
waarin toekomst stond voor morgen
blind op zoek naar onbekende vreugd;
de eeuwige liefde zonder zorgen
Mijmeringen over de Dood ( 3 ) slotUit de liturgie : Het Requiem
vaarwel mijn vrienden
allen om mij heen geschaard
ik voel nog steeds
jullie warme liefde
en neem het mee,
alles wordt in mijn hart bewaard
het zal de tocht naar het
onvergankelijke bemoedigen
alwaar de Schepper mij
zeker zal verwachten
engelen vol van Geest
en zo fijn besnaard
zullen jullie aardse
droefenis met verlichte
vleugels verzachten
ik huil nog een keer mee
en raak met mijn ziel
even aan grootse harten
terwijl de tedere rust mij
al over de stilte verhaalt
en helpt bij het afleggen
van aardse smarten
zing met mij het lied
van de eeuwige vrede
opdat al jullie tranen
aan elkander worden geweven
stilaan zal de Goddelijke
vreugde opnieuw in jullie
worden geboren en herleven
ik mag nu gaan en hoor
de cherubijnen roepen
zij willen mij op handen
dragen naar de Heer
voor allen toch
een troostrijke gedachte
vaarwel en wacht
tot ik in jullie wederkeer