Ik gluur
op de klok gelijk
wentelt zij
naakt gespreid
in het hete rulle zand
ondanks de hoge factor
raakt het vlees
in no time verbrand
en ik,
ik lik het zout
van mijn lippen
na een dagje
digitaal knippen
Ik gluur
op de klok gelijk
wentelt zij
naakt gespreid
in het hete rulle zand
ondanks de hoge factor
raakt het vlees
in no time verbrand
en ik,
ik lik het zout
van mijn lippen
na een dagje
digitaal knippen
Als een troost zoekt
ik traande de
wereld tot stilstand
voeten kleefden
aan zand en mieren
toen ik de waas zag van gras
in groen gespreid
door wimpers henen
langs randen van ogende bossen
en ik
gedachten moest vangen
in volgorde van ruimte en
gevoel
de benen stramden
terwijl ribben deden schudden
en de buik jaagde
achter diepten
leegblazend tot aan keel en ogen
ik traande de
wereld tot staande
en voelde de reikende hand
zo veraf dichtbij
mijn hart dat bonsde
trommels vol van
weeïge vochtgeluiden
zij deden mij zijgen
om te aarden
zoekend naar herstellende
en troostende waarden
Een mens van stofonder heiligheid van schijn
kent het leven vele kanten
als ik praat over mijn en dijn
blijken mijn woorden balken
en de ogen van de ander,
gedragen door splinters,
toch nog blinde bollen
onder een sterrenloze baldakijn
in mijn rug gapen velen gaten
soms met zout verweven
ook ik ken het haten,
pekelen en kneden
onder mijn hand is en wordt
nog veel geleden
de werkelijkheid
hoe die ook zij,
is verlaten
mijn huis kent glazen wanden
spiegels met de blik naar buiten
ja, en mijn nagels hebben zwarte randen
zij krabben de dood van ruiten
Fingerspitzenzij vinden afzonderlijk
dan wel te samen hun weg
over met ivoor beklede
naast elkaar gelegen
zwarte of witte toetsen
die buigend bewegen
voor mijn tien vingers in gelid
doch vaker in een sprekende
verhouding uitgespreid
de klavieren poetsen
op weg naar een kleurige klank
om de verwachting na te bootsen
die in een ritmiek van noten
tot opluisterende vervolmaking leidt
waar zij weer
op haar beurt
na enig tijdsbesef
de verte bereikt
en na ontmoeting
met het einde van de ruimte
liefst zoals het mij bekoort
mijn gehoor vertelt
dat het grootse samenspel
tot de Goddelijke schepping behoort
The Last Postals de merel
bij het heengaan
van de dag
de avondwake
fluit
word ik stil
en de nacht
mijn bruid
Aan mijn hofals ik jou of jou zie
zoals ik denk die je bent
je toelach
en spreek over
je mooie zijden
bedreig ik je dan
of vertel ik dat
wat je hart verwent
voel je dan wel
dat ik slechts aardig wil zijn
maar enig bezit wil vermijden
als ik jou of jou even
op een troon zet aan mijn hof
wees dan niet bevreesd
ik bewierook je ziel
soms gewoon spontaan,
zo ik ben,
of als mijn hart
door een kleed van
donker bedrukte stof
je diepte leest
ik ben
voor even,
zomaar,
bij jou of jou geweest
De herinnering*
ik herken
die mens
in jouw lach
zij stierf
eerder
dan ik zag
**
Op vlinderwuiversop wuivers
van een groene vlinder
spreid ik de armen wijd
zucht mee
van blad op tak
in de tuin naar ginder
waar een welriekende
serafijnenstruik
dromen verwent
met zoet en eeuwig licht
om nog meer
boezemgeur te verstuiven
aan dansende zielen
waaraan vedergewicht
is toegedicht
Afzonderlingenzeilen gaven een hemel
aan het podium
in een ruimte van lucht
waar stoelen leegte kenden
daarboven
vaak de ouden
van de dag
die nu en dan
de ogen naar
de aarde wendden
beneden zat toekomst
geringd met gerucht
in het gras
lyrische zielen
afzonderlijk
bij elkaar
bij het buffet
leek het even
een gemengd ras
(dichtersmeeting in
openluchttheater)
Foto
Ik juich u toevandaag juich ik.
ik juich u toe
hoera hoera hoera
driemaal hoera
zo vaak doe ik dat niet
hoort niet bij de denkende mens
of ernstige dichters gelijk u allen
die kennen het leed der aarde
vreugde is een afwijking
alleen in andermans lens
nog een keer
een drievoudig gejubel
voor de lezer die gij zijt
u leve lang zo lang
te lang misschien
maar zo lang u in gezondheid gedijt
ook schijnt de zon vandaag
dat komt omdat het is voorspeld
niets kan de pret nog drukken
immers vandaag zullen ook
de kleinkinderen niet
aan mijn voordeur rukken
zo heeft ieder op eigen wijze
een feestdag voor de boeg
een vorm van geluk uit hoop
de vlag gaat derhalve hoog in top
vastgezet met een driedubbele
windbestendige padvindersknoop
u ziet, dit is nog eens een genoegen
geen leed, geen gemis, gewoon niets
geen zweet, geen gezeur of zwoegen
vandaag zie ik eens vooruit
dat is reuze handig op mijn opafiets
leve de koning
leve de koningin
(naar keuze)
hoera hoera hoera
Een oude dagzo laat nog in de avond
zeker
deze dag nadert zijn einde
prevelt mijn stem onderwijl
het gebed
van wat was
over vandaag
dus haast het oude zijnde
ik ben nu en hier
in gedachten verzonken
doch ook zowaar
reeds zwevend
op weg naar boven
en verguld
een balsem van rust
stilte rond de ziel
al raak ik door de jaren
immer meer verstrikt
in verder kijken
soms gelijk aan staren
mijn wens blijft toch doorgaans
dat ik in morgen wil geloven
om andermaal licht te ontwaren
De ramen zemenik woon in het park
der geestelijke onnozelheid
mij ontgaat niets en alles
maar ik word gestuurd
of wellicht om de tuin geleid
het stroomt over
voor mijn ogen
en lijk kunstig door de
werkelijkheid bedrogen
ik vul dus geen
zakken met zand
en schuif gewoon op
met de ademende vloed;
ik laat me de eb ontnemen
daar sluit ik de ogen
loom geworden
daar dus, bij het
zonovergoten juttersstrand
ik denk maar zo
dromen is fijner
dan ramen zemen
en word even door
gelukzaligheid overmand
Foto
Het Kindergarten Telgebedonze Vier
die in de Vijf zijt
uw Vier worde geheiligd
uw Vijf kome
uw Vier geschiede
op Vier als in de Vijf
geef ons heden
onze dagelijkse Vier en Vijf
en vergeef ons onze Zes
zoals ook wij anderen
hun Zeven vergeven
en leid ons niet naar de Acht
maar verlos ons van de Negen
want van u is de Tien
de Negen
de Acht
de Zeven
en de Zes
tot in alle eeuwigheid
Amen
Een weerklankzo zoek ik vaker
en nog dieper
zie dan ogen
zoek lippen
verwacht handen
met tedere vingers
verlang naar een zachte blik
van troostend raken
ik ontwaar echter
holle stengels
die tonen van
stilte zwijgen
Levend stervenals oprechtheid
halfstok wordt gehesen
lijkt vertrouwen dood
ieder woord
ieder gebaar
iedere stilte
heeft aan oorspronkelijkheid ingeboet,
het delen is vermoord
of zal het zijn
als rouwen,
opstandige eenzaamheid,
woede bouwen
tranen die slijten aan hoop,
eindeloos,
in nog ongewenste dagen
blijven zij schaduwrijk
doch ongewijd
en hebben geen weet meer
van genegenheid
om enkel een verloren
verwachting te dragen
Foto
Liefde*
wie denkt dat liefde
enkel lente kent
drijft op het gevoel
dat een droom verwent
het bestaan verhaalt
van geboorte en afscheid
maar uiteindelijk wordt
leven door liefde verleid
*
Jij, die ik bennog eenmaal kijk ik om
en zie mezelf daar staan
onopvallend gelijk ieder ander
zichtbaar in gedachten opgegaan
denk ik daar wel
gaat nu door me heen
sluit daar wel de ogen
hoor enkel geluiden
van een vroege vogel
maar mijn rug is gebogen
alsof een boom mij verzwaart
denk ik daar wel
of wordt mijn lijf
in het verleden bewaard
ik sta op
zoek mijn weg,
nog verder terug,
en groet de indruk
die ik op de toekomst leg