De herinnering
*
ik herken
die mens
in jouw lach
zij stierf
eerder
dan ik zag
**
De herinnering*
ik herken
die mens
in jouw lach
zij stierf
eerder
dan ik zag
**
Op vlinderwuiversop wuivers
van een groene vlinder
spreid ik de armen wijd
zucht mee
van blad op tak
in de tuin naar ginder
waar een welriekende
serafijnenstruik
dromen verwent
met zoet en eeuwig licht
om nog meer
boezemgeur te verstuiven
aan dansende zielen
waaraan vedergewicht
is toegedicht
Afzonderlingenzeilen gaven een hemel
aan het podium
in een ruimte van lucht
waar stoelen leegte kenden
daarboven
vaak de ouden
van de dag
die nu en dan
de ogen naar
de aarde wendden
beneden zat toekomst
geringd met gerucht
in het gras
lyrische zielen
afzonderlijk
bij elkaar
bij het buffet
leek het even
een gemengd ras
(dichtersmeeting in
openluchttheater)
Foto
Ik juich u toevandaag juich ik.
ik juich u toe
hoera hoera hoera
driemaal hoera
zo vaak doe ik dat niet
hoort niet bij de denkende mens
of ernstige dichters gelijk u allen
die kennen het leed der aarde
vreugde is een afwijking
alleen in andermans lens
nog een keer
een drievoudig gejubel
voor de lezer die gij zijt
u leve lang zo lang
te lang misschien
maar zo lang u in gezondheid gedijt
ook schijnt de zon vandaag
dat komt omdat het is voorspeld
niets kan de pret nog drukken
immers vandaag zullen ook
de kleinkinderen niet
aan mijn voordeur rukken
zo heeft ieder op eigen wijze
een feestdag voor de boeg
een vorm van geluk uit hoop
de vlag gaat derhalve hoog in top
vastgezet met een driedubbele
windbestendige padvindersknoop
u ziet, dit is nog eens een genoegen
geen leed, geen gemis, gewoon niets
geen zweet, geen gezeur of zwoegen
vandaag zie ik eens vooruit
dat is reuze handig op mijn opafiets
leve de koning
leve de koningin
(naar keuze)
hoera hoera hoera
Een oude dagzo laat nog in de avond
zeker
deze dag nadert zijn einde
prevelt mijn stem onderwijl
het gebed
van wat was
over vandaag
dus haast het oude zijnde
ik ben nu en hier
in gedachten verzonken
doch ook zowaar
reeds zwevend
op weg naar boven
en verguld
een balsem van rust
stilte rond de ziel
al raak ik door de jaren
immer meer verstrikt
in verder kijken
soms gelijk aan staren
mijn wens blijft toch doorgaans
dat ik in morgen wil geloven
om andermaal licht te ontwaren
De ramen zemenik woon in het park
der geestelijke onnozelheid
mij ontgaat niets en alles
maar ik word gestuurd
of wellicht om de tuin geleid
het stroomt over
voor mijn ogen
en lijk kunstig door de
werkelijkheid bedrogen
ik vul dus geen
zakken met zand
en schuif gewoon op
met de ademende vloed;
ik laat me de eb ontnemen
daar sluit ik de ogen
loom geworden
daar dus, bij het
zonovergoten juttersstrand
ik denk maar zo
dromen is fijner
dan ramen zemen
en word even door
gelukzaligheid overmand
Foto
Het Kindergarten Telgebedonze Vier
die in de Vijf zijt
uw Vier worde geheiligd
uw Vijf kome
uw Vier geschiede
op Vier als in de Vijf
geef ons heden
onze dagelijkse Vier en Vijf
en vergeef ons onze Zes
zoals ook wij anderen
hun Zeven vergeven
en leid ons niet naar de Acht
maar verlos ons van de Negen
want van u is de Tien
de Negen
de Acht
de Zeven
en de Zes
tot in alle eeuwigheid
Amen
Een weerklankzo zoek ik vaker
en nog dieper
zie dan ogen
zoek lippen
verwacht handen
met tedere vingers
verlang naar een zachte blik
van troostend raken
ik ontwaar echter
holle stengels
die tonen van
stilte zwijgen
Levend stervenals oprechtheid
halfstok wordt gehesen
lijkt vertrouwen dood
ieder woord
ieder gebaar
iedere stilte
heeft aan oorspronkelijkheid ingeboet,
het delen is vermoord
of zal het zijn
als rouwen,
opstandige eenzaamheid,
woede bouwen
tranen die slijten aan hoop,
eindeloos,
in nog ongewenste dagen
blijven zij schaduwrijk
doch ongewijd
en hebben geen weet meer
van genegenheid
om enkel een verloren
verwachting te dragen
Foto
Liefde*
wie denkt dat liefde
enkel lente kent
drijft op het gevoel
dat een droom verwent
het bestaan verhaalt
van geboorte en afscheid
maar uiteindelijk wordt
leven door liefde verleid
*
Jij, die ik bennog eenmaal kijk ik om
en zie mezelf daar staan
onopvallend gelijk ieder ander
zichtbaar in gedachten opgegaan
denk ik daar wel
gaat nu door me heen
sluit daar wel de ogen
hoor enkel geluiden
van een vroege vogel
maar mijn rug is gebogen
alsof een boom mij verzwaart
denk ik daar wel
of wordt mijn lijf
in het verleden bewaard
ik sta op
zoek mijn weg,
nog verder terug,
en groet de indruk
die ik op de toekomst leg
Een waarlijk gedichtvandaag doe ik mijn best
oprechte poëzie te schrijven
het ligt niet echt in mijn handen
slechts goden bepalen of mijn verzen
ten einde in lyrische zin
aan uw superbe ziel zullen beklijven
die zo met waarden en normen
van de letterorde is begaan
en zij, strofisch als gezegd,
in uw edele gemoed wensen te landen
ik spreek thans over
het ongerepte gruis
gedragen door het oude pad
dat slingert langs de beukenhaag
en zwijg derhalve:
het steenslag kent
bij het betreden
nog zijn eigen ruis
Foto
Ongrijpbaarer zijn steeds meer dagen
waar waarheid zich gedraagt
als een dief in de nacht
en inzicht wordt meegenomen
als diepgang wordt gevraagd
maar de geest ongrijpbaar wordt geacht;
als door een troebele leegte lijkt belaagd
vaker dan ik nachten leen
ontgaan mij de raakvlakken
op de cirkel om me heen
het lijken zwarte wakken
die het denken laten steken
waar bloemen buigen voor geween
ik spreek over gevoel
dat in denken is verdwaald
van wazig gewoel
dat nog weinig in licht vertaalt
en woorden als stenen
voortstuwen op de oceaan
het maakt ook niets uit
of men begrijpt wat ik bedoel
de eigen weg dient men
immers toch alleen te gaan
De mens alleenik ben ook maar een mens
zo sterk en kwetsbaar
kwetsbaar sterk
balancerend op de grens
van geven en ontvangen
ontvangend incasseren
hartgrondig geven
soms dood en doodlevend
vaak door ik weet niet wat gedreven
hij die zegt je bent mooi
of hoi, jij ja, die jij
het wordt in mijn hart geweven
als je hoofd in een eeuwig moment
rust tegen mijn zij
het maakt mij even heel
het schept uit alleen een wij
Cordon Sanitairealom mij heen
bestaat al jaren
een Cordon Sanitaire
cellen waarin rollen
veelal grijs getint
of zo de gezetene bemint
zacht en lieflijk bedrukt,
nadat de stoelgang is gelukt,
het strijken ondersteunt
soms in vaart,
met haastige spoed
doch vaak, zo niet steeds meer,
nadat er eerst hortend en stotend
lijfelijk is gekreund
op wat in donkere kleuren
met een plons neerstort
in een reeds vooruitgesnelde vloed
*
in deze kamer
klein van omvang echter
met een hemelshoog plafond
is men aan de ander gelijk
men laat iets achter
stevig dan wel drassig van aard,
waterig of herkenbaar rond
zelfs geen hoogwaardigheidsbekleder
ontkomt aan dit ritueel
en zet het verteerde aan de dijk
zo gezegd:
de mens is aan de ander gelijk
Foto