De echo sterft
De echo sterft
als de wind vermoeid
zijn sporen trekt
over het landschap
van mijn dromen
hoor ik slechts gefluister
door nog kale bomen
en slenter
stap voor stap
voorbij de echo
die in stilte is weggeëbd
De echo sterftals de wind vermoeid
zijn sporen trekt
over het landschap
van mijn dromen
hoor ik slechts gefluister
door nog kale bomen
en slenter
stap voor stap
voorbij de echo
die in stilte is weggeëbd
De eeuwige tijdelijkheidmijn krachten nemen af
gekend in voorspoed
en aardse tegenslagen
toch mag ik zeggen
dat ondanks alles
waarden van eeuwigheid
bouwstenen blijven leggen
ook al vertelt de zee mij
van komen en gaan
het toont in wezen
steeds vaker in alles
een ondergeschiktheid
aan een groter doch
onbegrijpelijk bestaan
een gewaarwording
die groeit tegen
de verdrukking in
*
zou dat de reden zijn
waarom ik nog steeds
de zoete zoektocht
naar liefde bemin
Tekenen in het zandals je me even niet ziet
dan kan dat zeker kloppen
het dauwt namelijk
vlak boven de aarde
ik teken daar in het zand
met mijn vingertoppen
een hart vol met kinderogen
geloof me,
ze zijn van
onschatbare waarde
zij spreken mij toe
en ik
ik raak weer opgetogen
De ontvallen dichternog eenmaal
dwarrelen geletterde vlokken
gelijk uitgepluisde witte watten
langs schouders en
dunne vaalbleke lokken
bedekken mede
als een hemelse manteling
de lange zwarte jas
met opgestikte zakken
ik draag een harnas;
een omhulling over
stilzwijgen getrokken
in gedachten,
ontdaan van dynamiek
en gevoelens aan
ijspegels vastgevroren,
staar ik in de diepte
daar en onbereikbaar
ben ik mijzelf,
mijn dichter verloren
En facemijn ezel is van hout
opgerekt tot ooghoogte
wel zittend
immers staande ziet men
over het naakte linnen doek
herkent men niet de eigen droogte
om blinde vlekken te kunnen verven
spiegelt men zich aan een wit vlak
in deze ootmoedige pose
kan men enkel inzicht
uit schaduwrijke vergezichten
verwerven
ze huizen namelijk onder eigen dak
de dag trekt voorbij, de nacht valt
zonder maar een tint aan te brengen
brandschoon schilderen
is weinigen gegeven
het is tamelijk moeilijk
om zelf gemaakte verf
met waarheid aan te lengen
Illusoorsteeds vaker denk ik
voeg ik nog iets toe
aan wat reeds is gezegd
waarom aldoor herschrijven
over hetgeen eeuwenlang
telkenmale is opgedregd
dat komt vooral omdat ik
mijzelf zo geweldig vind
en de onbegrensde illusie bewaar
dat mijn inzichten worden bemind
als ik met het diepzinnige delibereren
in de ongekende lege verte staar
La Mort De Mon Amourmet gestrekte armen
draag ik haar boven mij uit
de handen in haar zijden
amper gesloten ogen
zoeken blind de vogels
in een blauwe lucht
wil haar door engelen laten begeleiden
lang sluikhaar valt gespreid
over mijn schouderbladen
zelfs dieper naar de onderrug
als een zoet tapijt dat
een zachte verleden liefde draagt
om later in verloren momenten
te kunnen baden
een doorschijnend kleed
bedekt haar benen
levenloos verzwaard,
haast nog zoekend naar de aarde
de gebogen knieën tonen
als het waren de overgave
haar voeten zijn blank
ze kruisen mijn blikken
ontelbaar in aardse waarden
mijn hart schreeuwt
bovenmenselijk is mijn wil om
haar te begeleiden als mijn liefde
door de betraande lucht
ik laat haar zakken op een bed
van reeds gevallen bladeren
vouw haar handen over de borst
roep om onmisbare krachten en zucht
ze is niet meer
ik mag haar nog slechts in
gevoelens benaderen
Zie haarvertel mij van rozen
zij ruiken naar de gunst
van een teder hart
laat mij luisteren naar
het timbre in het zuchten
van je zoete stem
ik voel je huid als warmte
gemodelleerd in een sterrengloed
je heupen dragen de contouren
van een laan vol vlinders
niets ontgaat aan mijn ogen
zelfs niet de pas
in een tred waarop naar
mijn ziel wordt gezogen
wees mijn lief
in dagen van gesloten wolken
draag mij over hoge bergen
ik zie jou
in een droom met
kleurrijke pauwenveren
je lijkt zo nakend puur
laat mij jou
hemelse verschijning
in alle toonaarden vereren
Ontmantelingsteeds meer vallen
bladeren van mij af
en voel de dag naderen
dat ik geheel naakt zal zijn
en verloren zekerheden ervaar
als een onafwendbare straf
wie ben ik toch geworden
roept mijn hart ten einde raad
is zoeken naar ademende liefde
struikelen over horden
en maakt het stof der aarde
van mij een holle veelvraat
het licht van de waarheid
werpt zijn schaduw vooruit
als geleidelijk de schellen vallen
ik zie mijn gezicht ontwaken
in de achterkant van het gelijk
hoeveel zuchten moet ik nog slaken
eer ik de eeuwigheid in mijzelf bereik
Ontmoetingals ik zo naar je kijk
stellen je ogen vragen
je lippen bewegen op geluiden
in een onbekende taal
ik weet niet of zij op
mijn antwoord duiden
leven jij en ik
op ongelijke dagen
met ieder een eigen verhaal
*
je koude ijle vingers
grijpen mijn hand
wil je me voelen
of zoek jij nog naar jezelf
in de broze wereld
door je geest omrand
La Mortvandaag weet ik geen vragen
op antwoorden die ik hoor
het lijkt een zinloze bijdrage
indien ik het luisteren verstoor
ik laat het gezegde verdrinken
in onuitputtelijke gedachten
angsten zullen onophoudelijk klinken
kan zelfs mijn verscheiden verwachten
*
morgen zal er niet meer toe doen
immers mijn ziel tracht heden
de overgave te verwerven
hopelijk net op tijd
voor een laatste zoen
opdat de naakte toekomst
een gesloten verleden mag erven
De zoete wenstoendertijd was mijn sterven ver
ongekend het eeuwige schaduwrijk
verlangen zocht enkel de mooiste ster
ik was onderweg naar gelukzaligheid
kom dan toch
x
ik rekke mijne tonge
tot vele ellen lang
met zoet
zal ik haar bestuiven
wees niet bang,
kus mij toch immer;
mateloos en
ongedwongen
x
het is ook zo spoedig binnenkort
sterker nog, weldra is nabij
vertel mij datgene wat er schort
als ik nu al in het heden glij
zie mij, kus mij
mateloos en
ongedwongen
kom
Inpalmenik zie je strakke billen trillen
als je achterwaarts
op een stoel
voor mij poseert
je draagt een maagdelijk kleed
dat valt over jouw ingesloten figuur
die enkel onzichtbare tepels etaleert
van een kennelijk frêle natuur
lange lokken vertolken
een sensueel verlangen
dat mij naar een scheppende hoogt drijft
mijn palet dwingt echter
de tinten anders te mengen
opdat ook jij in kunst beklijft
mijn hand dient de passie te verengen
*
jouw bleke gezicht
vereeuwigd in
teder ontluikend
buitenlicht
behoort nu
tot mijn wezen
kan nu zonder vragen
het ademen in je ogen lezen
La Comédie humainezelden zag ik zo
een masker vallen
in een klucht,
ongeschreven,
waarin de
sterfelijke mens,
verblind,
voor zijn eigen
bevalling vlucht
Een punt er achterik zet een punt
zomaar
zwart van tint
het blijkt meer dan een stip
die is minder ruimte gegund
doch wordt vaker
in de verste verte bemind
zo toon ik enkel
soberheid
met een pen
en wordt dit teken
vaak als onbeduidend
beschouwd
maar ook getuigt
het van een einde
soms onverwacht
men had dan liever aan
een verwachtingsvolle
komma gedacht
als na het slot
in tranen wordt gerouwd
en op vraagtekens
niet wordt beknot
Rijzende historievierhoekige laden in koloniaal
dragen elkaar van onder naar boven
elk draagt een ovaal slot van staal
dat herinneringen beschut tegen beroven
ze zijn als mijn opgebouwd geheugen
iedere ruimte gevuld met ontweesde dracht
ongeacht de kleine waarheid of grote leugen
veel is naar een gistend onbewuste gebracht
de toren draagt een kroon van ronde randen
laag op laag uitgedijd tot een hemels dak
bovenop ligt de verstilde tijd aan banden
wijzers lijken geklonken aan een Romeins rond vlak
het lage altaar draagt de verbeelde mens
die het verleden voor de toekomst bewaart
eeuwig voortleven schijnt haast een natuurlijke wens
doch die blijkt echter in vergankelijkheid geaard
Bespiegelingeerst is er
de verwachting
gevoed door schoonheid;
de gerijpte vrucht
van de idee
daarna
bij het zien van licht
een gemis aan symbiose
voortaan ben ik op
de andere mens gericht
al doende eet ik
drijfzand van aards geluk
vorm ik mijn gedachten
voel onbewust verstijfde druk
ben zo geworden tot wie ik ben
of zoals de mens gewoon is
dagelijkse dromen opgraven
die 's nachts bevriezen
onder een deken van vernis
toch ben ik niet machteloos
ik schep de kunst van leven
vecht tegen innerlijke bozen
of maskers die aanhoudend
spinnenwebben weven
moed is mij gegund
ademen nog een zekerheid
mijn kind geraakt
ondanks alles of door genade
in vervoering
speelt dapper
wordt zelfs verleid
mij wordt meer gegeven
zo lijkt het, dan afgenomen
al is de kwetsbaarheid
van groot formaat
voel het warme bloed,
soms stilstaan
maar ook weer
in mij verder stromen
het is ochtend
een dag vol met nieuwe uren
ik sluit nog even de ogen
want zo'n etmaal kan vaak
wel een eeuwigheid duren
*
ik sta op
en ga naar bed
immers
het is nog steeds nacht
ik heb even de zinnen verzet
Stillevenhelder sneeuwlicht uit
de hemelse maagd geboren
stuwt tegen het glas in lood
opgehangen tegenover het
ingelijste bos, dat romantiek
ademt van een zomer
de glazen Christus
in velden verdeeld
kijkt neer op de
volmaakte mens
zonder ledematen:
de torso van een man
zo toont een bescheiden deel
ik aanschouw de gekruisigde
zijn borst deels ontbloot
opdat ik zijn hart maar zie
door een schaduwrijk
getint spectrum
heelal wordt getoond
door kwetsbare schoonheid
te verbeelden
in denkbare ledematen
en een oppermachtige overgave
rode kunstrozen
sieren de aanblik
en vervolmaken
de schepping
zo ik die zie
door blinde ogen
de sneeuw is wit
mijn lucht grijs
Kapel in houtde takken knakken
onder mijn voeten
op weg naar de plek
van onze lieve zoete
het botsend licht beschijnt
de naakt uitgebeelde stammen
in hun stille dood
de ziel van verre
jaagt mij hijgend op
terwijl een resterend geraamte
de voeten kleurt met
striemende schrammen
de ouderdom geraakt
haast uit het menselijk lood
op weg naar de plek
van onze lieve zoete
ik waan mij nu
in de eeuwigheid van vrede
waar mijn hart
een overvloed verwacht
van zuchtende ruis
in aanbiddende gebeden
maar kruisende paden
zijn lijnen langs mijn leven
waar het gemoed altijd
onderdanig blijkt
aan een storende gloed
op weg naar de plek
van de verschijnende lief,
zo zoet
waar hemelse vreugde
eigenlijk voorspelbaar aards
wordt ingeboet
Inzichtsoms
is mijn wereld
zo groot
dat het geringe
genoeg blijkt
zoals leegte
mateloos ruim
kan zijn in
verlatenheid
daarom
besproei ik
het uitzicht vaak
met stilte