Naar de inhoud

verbruikte toekomst

verbruikte toekomst
seniorennet.beseniorennet.be

blind

Ik ga weg
weg van hier
Je zal het met herinneringen verder moeten doen.
Ik wil alleen zijn,
slapen op onmogelijke plaatsen,
overleven, niemand zijn, wegsmelten als sneeuw.
Ik wil we niet meer. Het moet ophouden te bestaan.
Die lucht, wat sta ik ernaar te kijken alsof het de laatste keer zou kunnen zijn.
Het is alsof ik op een hoogvlakte lig. Heb ik niet teveel gezondigd in dit leven?
 
Licht kan gloeiend zijn. Het maakt dingen tot schijn.
Wat je aanraakt heeft een kleur, is blijdschap die je voelt.
Ik zie het met mijn ogen.
Ik zie niet wat jij gewaar wordt in die onomkeerbare stilte in het donker. Je hebt
niets anders gekend. Het zal nooit anders zijn.
Toch wil ik het beschrijven in jouw gedachten.
De zon is een vuurbol en doet pijn als je er lang naar kijkt. Ze werpt onze schaduw op de grond.
Dat kunt ge U niet inbeelden want ge hebt het licht nooit gezien.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door warket om 15:58 Reageer op dit bericht

1 reactie op dit bericht

Mandysblog3 oktober 2008 om 16:44

Mooi geschreven ! Groetjes.

center>2338b323.gif
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

zondag 9 april 2006

zondag 9 april 2006

 

5h  ’s morgens: ik ben opgestaan, drink lauwe koffie als overschot van gisteren en eet de rest van de suikertaart. Ik had een vreemde droom. Mijn familie had me verlaten. Ik voerde een anarchistische strijd tegen een uiterst rechtse gemeenschap waarbij mijn broer zich had aangesloten. We leefden op voet van oorlog. Ik was niet alleen. Ik leidde een verzwakt volk dat steeds op de achtergrond bleef. Heel zelden ontmoette ik mijn familie die mijn levensstijl afkeurde. Mijn broer speelde een cruciale rol. Ik stond op het punt broedermoord te plegen, klauterde over een omheining en werd achtervolgd door een stier.  Dan ontmoette ik mijn oudste zoon. We sliepen als tegengestelden buiten dicht bij elkaar. Hij werd wakker als een kind en vroeg om bladgoud te eten.

Dit is geen dag om binnen te blijven. De zon schijnt, geeft warmte ook in tegenwind. De markt is zoals alle zondagsmarkten zijn: alledaags op een zondagvoormiddag. Ik zei het al of wellicht nog niet: we zijn bij het krieken van de dag opgestaan. Laten we weggaan, zei ze.
Toen we terug kwamen reed ik voorop en verdwaalden we kortstondig langs veldwegen. Stilaan wordt het dan later.
Nu is het vooravond en riekt het binnen naar soep. Iemand stapt mijn omgeving voorbij. Waarschijnlijk een vrouw of een man.
De geur van mijn vingers, mijn pols…doen me denken aan deze dag. Het is zondag.
Er komt nog iemand voorbij. Weeral heb ik niet gezien of het een vrouw of een man is. Het was op een draf, een loopje. Waarschijnlijk gaat hij of zij naar huis, gaat dan onder een regendouche of in een heet bad met geurige oliebolletjes die langzaam ten onder gaan. Daarna soupé met namaakkaviaar en champagne.
Wie weet wat er nog gaat gebeuren nu het donker wordt.
Ze zeggen dat op dit uur de merels fluiten. De zon gaat onder langs de volwassen berk. Het eten is klaar.
Ik eet weliswaar met mate een avondmaal. Ziehier de romantiek van een zonnestraal in een volle maag. Wat ben ik blij om tot de bevoorrechten van deze wereld te zijn.
De nog thuiswonende zoon stuift de trap af en vraagt welgemeend of het morgen paasmaandag is.
Neen, dat is pas volgende week maar laten we proberen om een kokosnoot open te breken zonder teveel lawaai.
Ik hak met een scherp vleesmes met verbazing het hoofdje van de noot eraf.  Heerlijk dat kokossap, zegt mijn zoon. Hij snijdt het witvlees eruit en zegt: ‘van de schelp maak ik een asbak’.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:39 Reageer op dit bericht

zondag 28 september 2008

Fris buiten. De zon is opgestaan. Het is acht uur. Stef is net vertrokken om zijn examen bosbeheer. De koffiepot is nog halfvol.
Een prikje aan de hond, naar het toilet, keuken opruimen. Voor de bakker is het nog een half uur te vroeg.
9h: Zes sneden beenhesp en een halve kilo gehakt. Ze hebben het over deze schitterende nazomerdagen. Er is geen zuchtje wind.
10h30: Vollemaan en Dupont (die zich overslapen had) komen zijbijmij oppikken. Ze gaan naar een plantenbeurs. Ontbijten doen ze bij Greet. Ze hebben zich onoverdreven opgetut. Dupont zoals gewoonlijk zigeunerachtig, vollemaan wat jongensachtig   en zijbijmij heeft haar purperen jasje aan. De zomer onder de armen.
Ik tracht hun gezelschap nog wat aan tafel te houden maar er is geen houden meer aan. Ze geven me een zoen.
"Zijt voorzichtig en geen alcohol voor wie met de wagen rijdt!" roep ik nog alsof het pubers zijn. Dan gaat de tuinpoort dicht en is de zondag voor mij alleen.
Straks gaat het zonlicht over de tafel schuiven. Ik schuur er de vet- en wijnvlekken uit.
13h30: Het bladeren in de krant maakt me misselijk.Teveel onfatsoen dat de wereld naar de kloten helpt, maar niet de oase van onze tuin, zijbijmij, onze kinderen...en tenslotte de hond.
14h30:   Spoelbak van wc hersteld. Lekt nog een beetje. Boodschappen doen in de enige winkel die de hele zondag open blijft. Eerst een glas wijn. Zou ik mij niet scheren?
16h: Voor mij rijdt een vrouw te paard. Zie hoe ze haar heupen rond het dier klemt, evenwicht bewaart met de beweging van haar lichaam op de cadans van die paardenrug. Ook zij is nu alleen. Ik moet plassen.
In mijn dagboek steekt een vogelpluim. Opgeraapte herinnering. Even zie ik vlinders maar het blijken vallende bladeren te zijn.
20h30: Ze is thuis. De avond begint. Alleen vliegtuigen hoor ik nog. Het is redelijk stil. We eten wortelen met erwten. Nooit zal ik iets anders beminnen zoals zijbijmij. De dag eindigd nu.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:45 Reageer op dit bericht

schuw

Als je constant bezig bent met wat je denkt met wat een ander wil wat je bent  crash je vroeg of laat. Daar stopt het en kan je niet meer denken.

Er is geen dageraard meer zegt ze.

De lucht is gesluierd. Het motregende vanmorgen nog.

Waar ik ook ga, als ik vandaag iemand in de ogen kijk ben ik er zeker van dat men de triestesse in mijn aankijken ziet.

Ik voel me angstig. Ik schuuw deze dag en wil een nachtdier zijn.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 23:23 Reageer op dit bericht

duimreuk

Weeral beschrijf ik in herhaling ruikend tussen duim en wijsvinger een moment. Eerst die gehoorapparaten uit. Er is hier teveel lawaai. Heerlijk is daarna die stilte.

Nu nog in verbeelding een paar Romeinen verslaan, oceanen bevaren in een hevige storm en daarna de buurvrouw neuken. Dan maak ik kip met knoflook klaar.

Het motregent buiten, het is grijs en vaal. Een duimreuk maakt dat wel goed.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door warket om 16:36 Reageer op dit bericht

mountainbike

We gingen ergens naartoe. ‘We’ was niet erg duidelijk en ‘naartoe’ evenmin. In het dorp waar ik opgegroeid ben zou een trein komen die de mensen ergens naartoe bracht. Ik verkoos echter om met een mountainbike te gaan. In het begin verliep de tocht moeizaam. De straat leek wel op een gerimpeld tafelkleed dat voortdurend verschoof. In het halfdonker reden tractoren heen en weer.

Toen ik aan een hypodroom arriveerde kwam het daglicht op. Gilbert Aché stond me op te wachten met tickets. Eens plaats genomen op de gradins van het stadion vroeg ik hem: ‘Wordt dit een paardenkoers?”.

“Neen, ze gaan hier voetbal spelen” zei hij.

Plots kwamen twee bekenden erbij zitten waarvan één van hen zei: ‘Je hebt gisteren een trappist gedronken. Drink niet zoveel’.

Door het feit dat ik hier niet op een paard kon wedden en tevens een hekel aan voetbal had besloot ik om te gaan fietsen. Om bij mijn mountenbyke te geraken moest ik de lift nemen. Met liften liep het altijd scheef maar deze keer (behalve het feit dat de lift overbevolkt was met dienstvrouwen die telkens op een ander verdiep dan ik moesten zijn) verliep alles normaal.

Eens beneden begon iemand mijn oud fototoestel uit elkaar te halen. ‘Wees niet ongerust, ik heb hier verstand van’ fluisterde hij in mijn oor.

‘Plaats dan tevens een nieuwe batterij in mijn gsm’ zei ik bezorgd toekijkend hoe hij de tandwieltjes terug in elkaar vees.

Het was een oud toestel waarmee ik vijfentwig jaar geleden drie volle manen in Kathmandou was geweest.

Toen hij het terug helemaal in elkaar had gezet begon het toestel te lachen met een vrouwelijke stem en riep: ‘Ik ben opnieuw nieuw! Waarom heb jij dat niet eerder gedaan?’.

Mijn mountainbike wou ook een beurt maar de technicus was inmiddels verdwenen.

‘Wat doe jij hier. Waarom zat je niet op de trein?’ vroeg mijn vrouw die met de zoon op een tabouret naast mij kwam zitten.

‘Ik ben met de fiets gekomen en neem nu de trein’.

We vertrokken tezamen. In het station verloren we mekaar uit het oog. Ik besloot dan maar willekeurig op een trein te stappen en wisselde in elk station tot ik mijn geboortedorp herkende. Ik stapte af en kwam in de struiken terecht. Er waren spoorarbeiders aan het werk die me aanmaanden de berm te verlaten. Ik vroeg aan één van hen of mijn grootmoeder nog leefde waarna ik een met steengruis bedekte helling af liep naar het grootoudershuis.

Op de stoep zei iemand die me nog herkende dat mijn grootmoeder naar de bakker was. In afwachting at ik alle rijpe aardbeien uit de tuin en besefte te laat dat ze hiervoor boos zou zijn omdat ik er geen bruine suiker op deed.

Toen ze niet opdaagde ging ik te voet naar huis. Aan de voordeur zei mijn zoon:’ Ze is ongerust geworden en is op zoek naar jou’.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door warket om 12:29 Reageer op dit bericht

de laatste mens

In deze ochtend
pikken zeven raven nog gauw
vergeten graankruimels
uit omgewoelde grond.
 
Als de zon plots een schaduw
langzaam over de aarde schuift
houden hanen op met kraaien
janken hondenteven
in het vale lichtrestant.
 
Het is genoeg geweest
met die twijfelende zekerheden
liefde en verderf.
 
Eindelijk scheurt, kraakt het land
barensweeën in opkomende kilte
een verkorte dag
de laatste mens.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door warket om 20:30 Reageer op dit bericht

konijnenvoer

Een ouwe plukt konijnenvoer. Mensen zoals hij hebben de gewoonte om goeiendag te knikken.
Er fladderen koolwitjes over het groeiend loof van bieten die in de vrieskou gaan rijpen. In korte hemdsmouwen is het vandaag nog warm. Het dagzweet kleeft aan men lijf.
Ik ben bang om zomaar de kier van je deur open te duwen zegt iemand tegen mij.
We hebben geen haast.
Ondertussen drink ik het gif van een verdronken bij uit een trappistenglas. Vergeef me haar vroegtijdige dood. Ze is van een dronkroes gespaard gebleven.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:03 Reageer op dit bericht

demonen

Het paard was nog niet bejaard toen het in mijn bijzijn neerzeeg in een plotselinge dood. We kenden mekaar amper twee dagen. De eigenaar had het afgestaan. Ik had het nog niet bereden. Het was een wit paard dat lachend stierf.

Toen ik het wou begraven belandde ik in een tempel met rotsachtige doolgangen .

Op sommige plaatsen slenterden mensen rond die zwegen. Ze leken mijn aanwezigheid niet op te merken. Plots veranderden ze in demonen die beurtelings op me af kwamen. Sommigen spuwden scherven, anderen hadden een stekelvacht waarmee ze me bliksemsnel trachtten te raken. Ik kon ontkomen aan hun aanvallen door me in spleten van rotswanden te verschuilen maar steeds vonden ze me opnieuw. Net toen ik de kille adem van een van hen in mijn nek voelde kwam ik in de buitenwereld terecht, vlakbij een landingsbaan aan de luchthaven. Het was nacht. Het bleek een landingsbaan voor vliegtuigen in nood te zijn. Ik zag een vliegtuig op en neer duiken tot het in een spiraalvlucht te pletter viel. De brokstukken vlogen over me heen. Ook daar bleef mijn lichaam ongeschonden.

Ik werd wakker en keek of ze naast mij lag. In het zwakke schemer zag ik de contouren van haar gelaat vol stekels en scherven die langzaam verdwenen. Er lag een engel naast mij.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 15:26 Reageer op dit bericht

bloedneus

Ik herhaal. We zitten tezamen en eten pens met appelmoes.
De zoon komt thuis.
De hond kucht.
Ik ruik het zweet aan mijn hand,
bekijk een beeld met tieten en een navelbuik.
De klokken luiden met voetstappen op de kassei.
Zal ik nog wat klimop wieden of een fles 'Pineau Des Charantes' ontkurken voor ons twee?
In deze warme windstilte snuit ik mijn neus
en kijk in de zakdoek of er geen bloedsporen achterblijven.
Zijbijmij vertelt over een vent.
De zoon eet nog een pens.
Een ruik aan de buitentafel en dan de ladder op.
'Zou je niet beter het strijkijzer herstellen' vraagt ze nog.
    'Als het regent'.
Zie deze tafel zo besmeurd
met bloed, wijn en etensrest
in nonchalance gepatineerd
gedekt met herinneringen.
Zijbijmij heeft een avondkleed aan gedaan en zit vlakbij.
De chirurg komt in zijn luxewagen voorbij.
De keffer blaft.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door warket om 21:15 3 reacties Reageer op dit bericht

in opgetroopte hemdsmouwen

De dagen korten alweer. De boer begint te mesten. Alleen maïs blijft nog overeind.
Wetende dat alles in een ogenblik gedaan kan zijn ben ik op een andere manier verbonden met de dingen. Het verleden speelt een rol en stilstaan, ja, dat wel.
'Live the way you like' lees ik van een plastieken boodschappentas.
Op mijn fietsklok is het 12h40. De hemel is dicht bewolkt. Het blijft droog. Ik rijd in zwart hemd met opgestroopte mouwen. De windtemperatuur is mild. Als je aandachtig kijkt beginnen boombladeren al stilaan te vergelen. In bermen zit nog bloeisel maar klaprozen zie ik niet meer. De seizoenen gaan zo snel.
Onderweg zie ik twee tieners voorzichtig zoenen. Wat verder is er een frituur waar ze zelfgemaakt stoofvlees serveren.
Het daglicht verheldert. Zo kan ik me beter oriënteren als ik van de weg dwaal. Ik verplaats me in een wereld waar meer dan zestig procent van de bevolking jonger is dan ik.
Mijn soortelijk gewicht is nul-komma-nul in deze samenleving. Als ik dan al eens mijn bek open doe moet ik luidkeels aandacht vragen. Dan denken ze: 'Het is de warket maar'.
Geen erg. Dat is een gans leven al zo geweest. En ja, wat is dit fragment dat ons leven is in een voortdurend veranderend tafereel dat zo onvoorspelbaar is. Waarschijnlijk heeft het iets met voortplanting en zelfbehoud te maken.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:01 2 reacties Reageer op dit bericht

helaas

Inderdaad, de dingen zijn niet zo helaas zoals we ze inbeelden.
Ik had er nooit over nagedacht dat beschrijving herhaling kan zijn.
'Je schrijft weeral hetzelfde' zegt ze.
Ik kijk naar haar rok, haar benen, haar hals en uiteindelijk in haar ogen.
Ik ben het maar. De layaut kan me niks schelen. De wereld zoemt om ons heen.
Nu ben ik zelfs mijn schrijfgerief vergeten op een veldweg.
Niks erg, maandag raap ik het weer op.
Het regent bijna voortdurend en toch is er een zonsondergang. Fantastich toch? 
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door warket om 23:14 Reageer op dit bericht

afscheid

Luister naar de stad. De tafel is gedekt met de beste kazen, het glas invloedrijk gevuld.
Mijn gastvrouw zit aan tafel,
wuift twijfel.
Met tussenpozen strijken zachte windvlagen om ons heen.
Dan sterft het geluid, beweegt de tijd tot zijn einde.
Stil glijdt de wind over tafel.
Het gebladerte beweegt lichtschaduwen die zwijgen.
De slaap moet me nog overkomen in een satijnen nachtgewaad dat wenkt op woelige golven,
als een herinnering.
Misschien zit ik hier tot in de ochtend, laaf ik slapeloosheid aan naasten.
De gastvrouw toont hoe ik de lichten kan doven, wenkt mij nog voor de laatste woorden.
Ik zal afscheid vergeten,
in maanlicht slapen.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:24 4 reacties Reageer op dit bericht

litteraire droom

Ik had in een bos, aangrenzend aan een kasteel, een boom gerooid. Omdat dit in de illegaliteit gebeurde besloot ik om als het donker werd de stam in stukken te zagen en met de stootkar naar huis te brengen. Rond middernacht was de klus geklaard en duwde ik langs een bospad mijn kar voor me uit. Ik werd verrast door een groep bedevaarders die dezelfde weg volgden.
's Anderendaags werd ik op het kasteel ontboden. Tot mijn verbazing mocht ik aanschuiven aan een rijkelijk buffet. Ik werd zelfs verzocht om aan tafel plaats te nemen naast de kasteelvrouw. Ze vroeg me of ik mijn schrijfgerief meegebracht had. Het was de bedoeling dat ik het feest zou beschrijven voor haar overleden minnaar.
Toen ik per vergissing van mijn inktpot dronk werd ik van tafel weggestuurd.
Het was bijzonder moeilijk om de uitgang te vinden. Een doolhof van lege ruimtes en brede stenen trappen met hier en daar verdwenen treden. Een dame zonder gelaat opende een deur langswaar ik op een marktplein kwam. Ik herkende deze plaats. Er stonden grote luidsprekers waaruit gedichten klonken. Ik vroeg aan een toeschouwer waar de dichter was.
'Die staat achter het stadhuis' antwoordde hij.
In een zijsteeg achter het stadhuis zag ik Herman aan de microfoon.
'Ik wil mijn publiek niet zien' zei hij.
Herman was aan een pauze toe. Ik had een fles Cognac meegepikt uit het kasteel.
'Ook een slok of ben je nog steeds af van de drank?' vroeg ik hem.
Daarop graaide Herman de fles uit mijn handen en dronk ze in een teug leeg. Dan zeeg hij neer.
Ik riep door de microfoon dat de voorstelling afgelopen was. Net toen ik me uit de voeten wou maken liep ik de burgemeester tegen het lijf.
'Dit zullen we maandag bespreken' zei hij streng. 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 11:11 Reageer op dit bericht

zondagnacht

Mathilde
is gegroeid in haar heelal
 
een dronken wesp
slaapt haar roes in een tafelkier
 
nog wat nachtvlinders rond het kaarslicht
de tafel wiebelt op muziek
 
zelfs de grond beweegt
of zou het een voetstap zijn die de aarde trilt?  
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 01:04 2 reacties Reageer op dit bericht

ietwat verward

chaotisch is dit
alles ligt verspreid
de tuin bezaaid met afval

het hemelwater stroomt door het dak
ik verpulver het gebinte
in mijn vingers

nu ook draagmuren
kantelen in de storm
verlaat ik niet dit pand

ik heb een woonst beloofd

beneden zitten twee knechten
en een vogelverkoper
met twee kanaries

een ervan kan niet zingen
maar heeft bonte veren
reinig ik een vogelkooi

en laat de kanarie vliegen
in zijn vlucht

de knechten werken
zijbijmij zit op het dak
en duikt

het laken is nat
ik ben nat
halfdonker, het is nog maar tien voor vijf

naakt sta ik voor de spiegel
en schrik van mezelf
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 23:42 Reageer op dit bericht

ze bijt

Voorlopig is de hittegolf voorbij.
'De zwijgende meerderheid' zei ze vanmorgen tijdens een ontbijt. Gisteren kwamen Jean-Pierre en Christien toevallig voorbij. Ik zat aan de buitentafel dromerig te ruiken aan mijn hand.
   Kom erbij, maar steek uw hand niet uit want ze bijt.
De hond?
   Neen, de tafel. Ze is nog nieuw. Jullie zien er goed uit. Een appelcider? Er zit maar twee graden alcohol in.
   Liever koffie op dit uur. Je bent vermagerd.
Jean-Pierre en Christien zijn op zoek naar 'kapelletjes' op veldwegen die dit gehucht doorkruisen. Onvermijdelijk komen ze dan bij mij terecht want achteraan in de tuin staat een grote Jezus aan een kruis genageld naar de straatkant gericht. Toen we het huis kochten moesten we hem erbij nemen.
Wat verder staat een kapel tegen de vallende ziekte en aan de lindenboom wordt gebeden tegen de plotselinge dood.
   Suiker en melk?
Ja, graag.
   Witte of bruine suiker?
Wit als hij vanuit Tienen komt.
Jean-Pierre is iemand die wikt en weegt, geen witloof uit China koopt, matig drinkt (alleen maar voor de smaak) en tabak schuwt. Christien is op pré-pensioen maar ziet er nog altijd meisjesachtig uit.
Dan gaan ze weg, ben ik hier als enige overgebleven. Hoe zou het in Palestina zijn?
Voor alle zekerheid zoek ik naar de betekenis van 'werkelijkheid' in een woordenboek.
Werkelijkheid blijkt de zintuiglijk waarneembare wereld te zijn waar iedereen het mee eens is. Dromen is de ongecontroleerde werkzaamheid van de geest tijdens de slaap. Zouden vogels soms dromen dat ze kunnen fietsen, vraag ik mij dan af.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door warket om 18:10 Reageer op dit bericht

Meer van verbruikte toekomst

↑ Terug naar de berichten