droomhuis
Er is een huis met ruimten die me toebehoren. Ik ben niet alleen. In het huis is een kleine stoffige ruimte vol spinnenwebben. Alleen ik ga daarbinnen. In het huis bevinden zich plaatsen waar verondersteld wordt dat ik die niet betreed. Weelderige ruimten die ik stiekem verken. Verlaten ruimten die onaangeroerd horen te blijven. Onbewoond. Toch is er iemand als ik er niet ben.
Onverwacht schuiven zwarte turbulente wolken over daken, loeit de wind. De sterren aan de hemel bewegen snel in flitsende explosies.
Na de storm fiets ik langs grauwe straten met smeltende sneeuw.
In een vlaag van helderziendheid zie ik een kind omkomen.
Ik spoed me naar de plaats waar het ongeluk gaat gebeuren en zie het kind aan de straatkant onbedachtzaam spelen. Het loopt nog onstabiel met de handjes graaiend in de lucht.
De weg is glad. Er komt razendsnel een motor zigzag aangereden. Ik ken die motor. De bestuurder is een vriend van mij. Ik snap niet wat hem bezielt. Ik sta als aan de grond genageld en kan niets doen.
Vooraleer er verder iets gebeurt sta ik bij dageraad in een verlaten straat. Ook hier ligt smeltende sneeuw. Het is de straat waar ik opgegroeid ben.
Het licht schijnt beneden in het ouderhuis. Ik zie mijn moeder in kamerjas ronddwalen.
Verder dan de voortuin kom ik niet. Ik ben om een of andere reden bang om met haar geconfronteerd te worden, ook al weet ik dat ze ongerust is omdat ik al twee dagen weggebleven ben.
Dan word ik wakker met mijn vingers in haar haren gedompeld.
Ze slaapt verder.
Ik sta op in wakende dagelijksheid, zit nu het beeld van mijn droom te boetseren in een opkomende zon. Ik rook een sigaret en blijf maar zitten. De droomnevel trekt langzaam weg.



1 reactie op dit bericht
waakdroom