citeer
's Morgens ga ik met mijn zus naar de mis. Onderweg rijd L. met haar pa voorbij. Hij toetert één maal en zij zwaait met haar hand. Het is bijna tien uur. Hopelijk zien we morgen mekaar.
citeer
brunch
sjoukroetWaar is die spot naartoe?
Ik heb hem uit het plafond getrokken.
Waarom?
De lamp paste er niet in.
Maar enfin, zie die lamp daar nu bengelen onder dat zwart vies gat.
Ik heb sjoucrout klaar gemaakt. Die spot kan wachten tot morgen of tot het weekend.
Radeloos loopt ze heen en weer, kijkend naar die vieze donkerte boven de bengelende lamp.
Dat komt nooit in orde. Hoe is het mogelijk!
Je moest eens in de Gazastrook wonen. Daar zijn ze al kontent als er electriciteit is.
We leven hier niet in de Gazastrook. Met die redenering heb je altijd gelijk.
Toch is het zo.
Stel je voor dat ik met een glas wijn over je fotos zou morsen, wat zou je dan zeggen?
Dan is dat zo.
Bluf.
Neen, ik zal het bewijzen. Beseffend dat ze zoveel zelfverminking niet zal toestaan haal ik mijn beste fotos uit de schuif en maak aanstalten om ze te besmeuren met sjoecrout.
Doe nu niet belachelijk en leg die fotos weg.
Zie je wel dat ik het meende?
Ja, je bent tot alles in staat.
De soep is warm.
Een klein tasje.
En binnen een kwartier de sjoecrout?
Ze luistert niet meer want ze is boven haar pyjama gaan aantrekken.
schouwburg
Ik riek aan mijn vingers naar de
belevenissen van deze dag
lichaamsgeur in handpalm
op het klavier is het vraagteken zoek
ze vragen: gelooft gij in het
hiernamaals
en ik zeg: toevallig ben ik een mens
het hiernamaals is anoniem
en koud
de eerste zei: wat doe jij hier zo laat?
ik zei: geef mij mijn boek
ze zei: het is nog te vroeg
de tweede zij: ik ga slapen, vind je het niet erg?
en ik zei: neen, ga slapen, ik rijd door
nu ben ik thuis en schrijf de gedachten uit een gebarsten kop
B belt, vraagt of ik op internet wil kijken wanneer de laatste bus vanuit
Brussel-noord vertrekt
bel terug want mijn kaart is bijna op
ik bel terug
B?
paps
vertel me wat ik moet doen
zoek delijn zonder spatie, ga dan naar....enzovoort...enzovoort
het is me gelukt, en ik zei nog: als er nog een probleem is, bel dan maar.
Voor mijn zonen zou ik mijn leven riskeren....geven...pijn weerstaan
ik zie ze nog spartelen en zuigen naar dat leven
ze hebben nu een stoppelbaard
Vandaag was ik in de schouwburg van L. voor een techniciteit
prachtig decor
en die zaal!
Ik vroeg me af hoe het zou zijn om op dat podium te staan
helemaal alleen vertellen met
schijnwerpers op mijn grijze kop
de voorlaatste dag voor ik sterf zou ik er de moed voor vinden
en nog eens een zij
stond erbij
als een kind met blijdschap in haar ogen
Op de terugweg wees ze naar een vitrine
naar een foto van haar beste vriendin
Mijn vriendin is eigenwijs, zegt ze
ik zeg: dat komt omdat ze zo mooi is
ze zegt: wordt je mooi uit eigenwijsheid of is het omgekeerd?
ik zeg: het is omgekeerd
ze zegt: ik ben eigenwijs, jouw redenering ontneemt me mijn hoop
en ik denk: een vitrine is jouw schoonheid niet waard
ik zeg het niet
daarvoor ben ik te verlegen
onkruid
plvcDe vierde dag op rij zonnig koud.
Halverwege stijgt de zon. Het is gerijmd.
Op het einde van de terugweg gaat ze onder.
Ik weet het, dit geschrevene herhaalt zich elk seizoen.
Maar overdag ga ik over afgewaaide bladeren die bomen kalen.
De speelpleinen zijn verlaten.
Meer en meer vinden de stadsduiven er hun territorium.
Over het park cirkelen meeuwen op zoek naar etensresten.
Elke dag komt een bejaarde hen voederen aan de rivier. Het is een wederkerend winterritueel.
De bejaarde van de rivier is vandaag niet gekomen.
Misschien is hij ziek of is hij in zijn slaap ontleefd.
Nu stop ik het restant van deze avond in een afwasmachien. Ze kwam thuis in een zwarte winterjas. Hij beluisterde muziek. Niet zomaar. Hij zong muziek.
De dampkap in de keuken maakt lawaai; ook het gekletter van taljoren als ze de tafel dekt. Dit is alweer een nieuwe avond.
Het is bijna volle maan. Nog een dag te gaan. Dan ga ik na zonsondergang als een heiden in het bos op een open plek bewaarde spraaksels prevelen.
Het is koud geworden. De herfst wordt met rijm bedekt.
Dag pap.
Dag zoon.
Hij ligt in bad.
Eet je vanavond mee? Ik ben konijn aan het stoven.
Ja.
koeienZie hoe zacht de zon zakt
achter de skeletten van
pasbegonnen torens
hoe het licht hun ribben blootlegt.
En hoe daarachter niets schuilgaat.
Maakbaarheid haar enige doel,
staat deze leegte als een rontgenfoto
gebrand op mijn netvlies
de charme van de zielloze stad,
ze werkt bijna.
En een voor een en zonder mededogen,
ontsnappen me alle gevoelens
als uit een lekkend vat
alvorens ze wegzinken in het hete zand
zonder om te zien.
seizoen
witlicht
arlette
dans
manfles

raven
circusCircus Ronaldo had zijn tenten opgezet.
De inkomhal was gedrapeerd met bordeaurood fluweel.
Er was een kleine bar. Op de toog lag een boek waarvan de inhoud mij zo bekoorde dat ik het meteen wou kopen.
In de tent was een decor opgebouwd. Achteraan stond een orgel.
In het midden hing een enorme luchter met gedoofde kaarsen.
Toen de voorstelling begon ging het licht uit.
Aan een tafel werd een kaars aangestoken en klom een man als een acrobaat in de luchter en stak hij daar ook de kaarsen aan.
Dan begon het spectakel dat in feite een tweemanstoneelstuk was, maar dan ongesproken.
Uit het publiek werden twee figuranten gekozen. Die zaten heel de voorstelling aan een houten tafel. De mimiek van de acteurs was zo goed, dat woorden hun spel zouden breken.
Vanuit het samengeschoolde publiek op de banken klonk vrolijk gelach. Ik besefte plots hoe artistiek die woonwagenbewoners zoveel mensen konden vermaken.
Na de voorstelling keek ik opnieuw in het boek. Toen ik het wilde terug leggen stond ik oog in oog met een beeldschone vrouw. Onze ogen raakten heel even elkaar. Ze wou ook het boek inkijken.
Ik zag hoe zacht ze met haar slanke handen erin bladerde. Met een in zichzelf gekeerde glimlach stond ze stil in de mensenstroom te lezen. Ik had het gevoel dat ik haar eerder al had ontmoet. Ik wou haar alleenzijn niet verstoren en ging verder, door de mist naar twee geliefden.
Hoe mooi zou ze geweest zijn, moest ze in de atmosfeer van die avond, de marmeren trappen van een kasteel afdalen.
schrijfster
amsterdamGeven en helpen schenken mij vreugde.
Jij moet zoiets zeggen. In het verkeer zit je te vloeken en te tieren.
Geven en helpen is een eigenschap die ieder mens diep in zijn hart draagt maar waarvan weinigen gebruik maken. Spijtig. Het wereldbeeld zou anders zijn. Er zouden minder conflicten zijn en onze handel zou bloeien.
Dat is onrealistisch. De mens is een dier dat wil overleven en draagt fundamenteel het
kwaad dat hij daarvoor nodig heeft met zich mee.
Als ik om me heen kijk zie ik hoe goed iedereen het doet, bijna volmaakt. Ze vertellen zonder haperen, bijna vlot.
Bij mij is niks bijna. Niks wordt nauwelijks iets en iets is meestal niks.
Neem nu die dame die me gisteren tijdens het middaguur belde. Ik zat buiten en had net een dagschotel besteld. Ze vroeg of ik even tijd had om een paar vragen te beantwoorden.
Natuurlijk had ik even tijd terwijl ik wachtte op een maaltijd.
Waren de mensen vriendelijk en beleefd aan de telefoon, vroeg ze.
Ja, ze waren vriendelijk en beleefd, antwoordde ik.
En de mensen die je ter plaatse ontmoet hebt, ben je daarover tevreden?
Ja, ik ben daarover tevreden.
Na nog vragen die ik deftig beantwoordde, mocht ik als een schoolmeester een beoordeling tussen nul en vier geven.
Drie op vier, zei ik.
Toen de stem me nog een prettige dag toewenste dacht ik: wat een klotejob.
’s Anderendaags had ik enige moeite om in het centrum van de stad te geraken. Het was nog schemervroeg. De mensen van de vuilkar ruimden het afval van de nacht en spoten met water de straten EN mijn fiets schoon.
Terwijl ik erdoor reed dacht ik: deze stad kan nog stilte bewaren.
Dan reed ik langs brede sloten waar woonboten aangemeerd lagen en zag ik een wegwijzer naar het Vondelpark.
Iets minder dan veertig jaar geleden was ik liftend hier naartoe gekomen. Mijn god, wat gaat de tijd toch snel. En ik ga altijd maar trager.
De hippies van toen lopen nu bejaard met een poedel door het park.
Het beest in mij is nog niet gebroken. Ik kom met de fiets vanuit Tervuren een leeg Amsterdam bekijken.
Nog voor het ochtendgejoel begint, fiets ik verder naar Rotterdam. Ik wil er nog voor zonsondergang aankomen.
Dat is me gelukt toen ik langs een enorme brug over een haveninham reed.
Het was een mooi zicht, die spiegelende splinternieuwe torens waarvan ik vermoed dat het kantoorgebouwen waren.
Ik heb ze niet van dichtbij gezien want veel tijd had ik daarvoor niet. Ik moest nog door die wanhopige ontroerende schoonheid van stadslandschappen voor het helemaal donker werd..
geneveld
foert!
nachtvuur