wandelstok
Hij zit gevangen in iets dat hij niet begrijpt. Hij schaterlacht en soms is hij lastig. Hij is op een andere manier zichzelf. Ik was bang om hem te ontmoeten. Toen we in zijn kamer kwamen was hij er niet.
Het was halfvier en volgens de verpleegster zou hij na de therapie, die tot vijftien uur duurde, nu op zijn kamer moeten zijn.
Eerst ijsbeerden we benieuwd, dan in de gang tot Marcos besloot om hem te gaan zoeken.
Ga eerst eens kijken in het cafetaria, misschien zit hij op café.
Hij herkende mij niet meteen toen Marcos met hem uit de lift kwam.
Langzamerhand besefte ik dat hij anders geworden is.
Kunt ge opstaan en u voort bewegen?
Hij grijpt mijn hand en we stappen twee meter verder. Dan laat ik hem los.
We luisteren naar de onzin die hij vertelt en drinken met hem champagne.
Eet u geen indigeste met die praniles…we trekken streepjes op de muur.
Hij schaterlacht…wij schaterlachen.
Kom, we gaan op café.
Als ik hem zijn jas aantrek is hij dicht bij mij en tiert hij:’ Ge stinkt naar den toebak’
Eens buiten met hem kwam een jonge verpleegster aangelopen die zei dat het verboden was om zonder toestemming van de balie met een patient het pand te verlaten. Gelukkig bemiddelde vollemaan en stoven we verder.
Ge ziet er goed uit, zegt kristjan.
Hij glundert.
Ik heb veel lieven gehad…lacht
In het café doet iedereen zijn best om ons met een rolstoel binnen te laten. Dan neem ik afscheid van hem en zegt hij: ‘allee, het feest begint pas’. Daarna zegt hij mercie.
Een paar dagen later verliest een kraai haar schraapsel, draait ze in scheervlucht om en verliest ze bij het opstijgen opnieuw haar buit.
In een berm kamperen zigeuners, lopen vrouwen in gevlochten haren met kinderen om zich heen.
Ik kijk met smeltende sneeuw in mijn ogen. De kou kleeft aan mijn kin. Ik wil met een mes een wilgentak afsnijden en een wandelstok maken.


