Naar de inhoud

verbruikte toekomst

verbruikte toekomst
seniorennet.beseniorennet.be

droomwereld

waar de huizen in rotswoestijnen staan
gebouwd op drakenholen
waar het de ganse dag schemert
mensen schichtig en zwijgzaam zijn
daar bevind zich de wereld in mijn dromen
mijn toevlucht om te biechten te gaan

waar lieflijke paarden
mij beschermen tegen loslopende stieren
kamelen mij de weg wijzen langs een verloren pad
daar bevind zich de wereld in mijn dromen
mijn toevlucht om angsten te overwinnen

langs een trap en stoffige ruimten
daal ik af naar een andere wereld
geschapen door mezelf
waar ik kan vliegen zonder vleugels
naar de aarde kijk
en de sterren als wilde dieren
zich laten strelen

dat is mijn wereld in dromen
waar geen verantwoording noch liefde bestaat
waar overwonnen angst mij zo kwetsbaar maakt 
 
ben ik vader van mijn kinderen
minnaar van zijbijmij
niets is anders geweest
in deze wereld van gecontroleerde dwaasheid
 
ik zweer op het bloed dat door mijn aders stroomt
dat elke waarheid in een ongewilde leugen schuilt
maar nu ben ik moe en heb nog een lange weg te gaan.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door warket om 00:45 1 reactie Reageer op dit bericht

spiegelscherven

Wind en heet. Deze dag is een aangenaam tijdverlies. Ze spelen covers op het dorpsplein.

Woodstock in Duisburg. De wereld gaat om zeep.

Ik heb een ronde spiegel aan diggelen geslaan, de scherven aan de muur gekleefd en dan een zellfportret gemaakt. Ik kijk ernaar...tot ik besef dat ik het ben, mijn ijdelheid in scherven, de slaapkamer met het boekenrek, de pyjama op het bed nooit beschreven.

Nu is het nacht en buiten schreeuwt een papegaai. Ik ben er niet helemaal zeker van.

 

ik wil U eraan herinneren

dat deze wereld een geschenk van onze voorouders is

dat we hier passanten zijn

en zorgzaam moeten zijn

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 23:18 Reageer op dit bericht

voor een medemens

Je mag dat niet smeren. Je moet dat met plakken erop gooien.
    Neen, ik zoek naar het evenwicht tussen het broodje en het beleg. Daarna een sigaret.
Voor één dollar krijg je hier tien ananassen. Als iemand je er één geeft is dat een geschenk.
    Mag ik effe op je gitaar spelen?
Doe maar. Ze is niet gestemd.
    De poes hangt aan mijn arm.
Hij heeft geen klauwtjes. Ik zie het. Schrijf jij maar het verhaal dat ik nu vertel. Aiko noemt hij.
Ben in een nieuw schrift begonnen. Wat vind je ervan?
 Ja, we zijn chaoten en je bent als mij...om het goed te laten zien en straks ben ik ook lang bezig. Ik zie het helemaal voor me...schitterend...heerlijk mens ben je.
Dat vind ik ook van jou alsof we iets onzichtbaars delen dat moeilijk uitspreekbaar is en telkens opnieuw proberen te beschrijven, de chaos in onze kop die we een plaats willen geven.
Verdomme toch. Ben weeral leeg. Dool rond met een zonnebril aan. Vergeef mij voor wat ik ben dat ik niet zou mogen zijn, om mijn scheefhangende kaders aan de muren, het ongemaaide gras en de giftige bessen waarvan ik eet, mijn eigenzinnigheid als ik zit te turen in afwezigheid bij jullie.
    Het is je vergeven. Er is geen reden voor.
Er zit een indrukwekkend insekt op de bladzijde, groen met een gekartelde rug.
Lang geleden zou ik het dagboek dichtklappen om het dier als een herinnering te bewaren maar nu kijk ik verwonderd naar de schoonheid waarin het beweegt. Daarom noem ik haar 'ze'. Ze zou een soortgenoot kunnen zijn in een later leven, en ook de vlieg die van mijn schaafwonden proeft...of ruikt ze maar zoals ik dat doe? Ik voel niet eens het verschil.
Ze heeft voelsprieten en twee maal drie hoge pootjes. Wat eet ze, hoe drinkt ze, voelt ze genot als ze nieuw leven in zich draagt?
Zoveel vragen.
Links streel ik netels om de prik. Op de kop bloeien ze al. Dacht dat het pas in julie mocht.
Er rijd een tractor voorbij met een bejaarde boer achter het stuur. Kan zich het werken niet laten of is het hem om het nalatenschap te doen?
Wellicht maait de vrouw de spinnenwebben uit het huis terwijl hij het land bewerkt en ik hier zit te nietsnutten, destructief zonder schuldgevoel.
Mijn wereld staat stil. De aarde beweegt. Vandaag ben ik een kraai. De hazen schrikken niet.
Het begint te stormen terwijl het licht in de hemel blijft. Ik heb de asbak en een glas wijn over het papier gezet en de stop op de inktpot gedraaid. De tafel wiebelt. Met mijn linkerhand houd ik in tegenwind de staak van de parasol vast. Mijn rechterhand beschrijft nu met vulpen. Niets vliegt weg van deze tafel.
De berk buigt. Het riet vingert om zich heen. Alles beweegt. Mooi is dat gewoel. Zit hier weeral in herhaling te beschrijven...kan niet op een andere manier.
De wind gaat nu liggen. Zon schijnt opnieuw. Ga achteraan rijpende bessen eten. Heel neig deze aarde. Hou van haar.
Binnen ruikt het naar dennenhout. Dat komt omdat de houtkachel smeult. Zijbijmij heeft die aangestoken. Ze glimlacht als ik haar vraag waarom ze dat doet. Het wordt te kil met een open deur.
Ik kijk graag in het vuur. Ik zie er een wereld van rotsen en gedaantes in die langzaam verdwijnen. Opnieuw gooi ik er dan een houtsklomp in om te kijken in gloeiende spelonken. Betoverend is dat.
Raar. Het is bijna elf uur en buiten roept een kraai. De hond drinkt uit de waterton. En ik huil omdat ik er zin in heb.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 23:44 Reageer op dit bericht

Lacjeaw

Zal ik je iets vertellen beste vriend. Ik heb het gisteren onderweg opgeschreven.
Voor hij sterft
wil hij met zes vrouwen
die hem het meest genegen zijn op een open plaats in een kring
hand in hand en op blote voeten
in een losbarstend onweer staan.
Zes plus één is zeven.
De bliksem zal de jongste onder hen
een vaderloos kind schenken.
Meteen wordt over de naam beslist.
Lacjeaw zal het heten, genoemd naar de aanwezigen hier.
Daarna is het maar een halve maan, een zaterdagochtend...
kijkt hij naar as die overblijft uit een nachtelijk vuur
gestookt met houtsklompen die de winter moesten dienen.
De nacht was lang...schone mensen, een schrijfster had het hem verteld.
Vuurspuwen als een charletan, ja dat kon hij nog.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 14:32 Reageer op dit bericht

verkeerde ochtend

Je bent zo'n lieve vrouw; intelligent, ongelooflijk tolerant, veel rationeler dan ik en bovendien ben je mooi. Maar soms, heel uitzonderlijk dan, bij voorkeur om halfvijf vanochtend, jaag je mij de stuipen op het lijf met een enkele blik, een lichaamstaal zonder een woord te zeggen. Ook dat kan je zo overtuigend doen dat ik me afvraag: "Wat heb ik nu in godsnaam misdaan?". Was het de printer of mijn ochtendhoest die je tot boven hoorde en je te vroeg wakker maakten?
Zwijgend sjoffelen we mekaar voorbij. Jij in ondergoed naar de keuken waar je voor jou alleen een kop koffie zet; ik naar buiten.
En dan daarna aan de wenteltrap zeg je met die ontwapenende blik van jou: "Sorry, het was een verkeerde ochtend".
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door warket om 20:20 3 reacties Reageer op dit bericht

nietsnut


verdomme toch
ben weeral leeg
dool rond met een zonnebril aan

er zit een indrukwekkend insekt op de bladzijde
groen met een gekartelde rug

lang geleden zou ik het dagboek dichtklappen om het dier als een herinnering te bewaren
maar nu kijk ik verwonderd
naar de schoonheid waarin het beweegt
daarom noem ik haar 'ze'

ze zou een soortgenoot kunnen zijn
in een later leven
en ook de vlieg die van mijn schaafwonden proeft
of ruikt ze maar zoals ik dat doe
ik voel niet eens het verschil

ze heeft voelsprieten en twee maal drie hoge pootjes
wat eet ze, hoe drinkt ze, voelt ze genot als ze nieuw leven in zich draagt?
zoveel vragen

links streel ik netels om de prik
op de kop bloeien ze al
dacht dat het pas in julie mocht

er rijd een tractor voorbij
met een bejaarde boer achter het stuur
kan zich het werken niet laten
of is het hem om het nalatenschap te doen?

wellicht maait de vrouw de spinnenwebben uit het huis
terwijl hij het land bewerkt
en ik hier zit te nietsnutten,
destructief zonder schuldgevoel

mijn wereld staat stil
de aarde beweegt
vandaag ben ik een kraai
de hazen schrikken niet

of zal ik een klaproos voor je bewaren in mijn verhaal?

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 16:31 Reageer op dit bericht

noma

Zelden zijn de dagen zo mooi geweest als deze. Eerst die grijze ochtend, dan zinderend zonlicht en nu koelte. Ook de wind is mild.
Moest ik nu mijn haren laten groeien, het nooit meer kammen, me niet meer scheren…
Ik hoor vogels comunniceren zonder nadenken. Zij doen dat zingend. Het is onveranderd gebleven.
 
 
hoe zou het zijn om met een onbekende samen te zijn
die nachtmaan en sterren opnieuw verenigt
hoe zou de ochtend zijn na enige tijd in sleur
en de winterdagen rond het vuur
zal zijzelf het hout aansteken of zal ik dat doen
gaat ze me aanklampen in de dagen die me nog resten
of ga ik ten onder in een laatste liefde
noma, noma
zonder fatsoen
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 23:41 Reageer op dit bericht

bloemenvrouw

Schat, ben je er nog?
Ja.
Zou je niet opstaan, het is over tienen.
Ik heb de vroege ochtend verkwanseld in mijn slaap. Ze is naar de markt geweest en als een bloemenvrouw teruggekomen.
"Jij doet de keuken vandaag". Ze zegt het bijna zingend. Vrouwen zoals zij zeggen zoiets geen twee keer. Als een papieren engel zweeft ze door de tuin, wikkend en wegend met de planten die ze gekocht heeft. Geen dampende koffie met croissants. Ik dool als een kluizenaar rond in de sacristie die gisterenavond voor de sauzen diende, scharrelend in het overschot. Voor we weggaan, moet de keuken proper zijn.
We hebben een regenjas meegenomen. Zij rijdt voorop. Huizen kijken. Soms zegt ze: kijk, die ramen hebben een mooie kleur, dat zou bij ons ook niet misstaan.
Ergens op een bank leest ze een boek, ik een krant. We drinken Fanta-light.
Thuis heeft iemand de Camembert opgegeten. Er ligt nog wat vereenzaamde smeerkaas in de koelkast.

De ochtend erna... Ingeduffeld in kamerjas geniet ze van haar tweede kop koffie. Geen slaperigheid meer te bespeuren in die fonkelende ogen die me vertellen dat ik vandaag niet de ganse dag op een stoel zal zitten turen naar woorden. Er is een barst in de gevel die moet gedicht worden. Na die fietstocht van gisteren is teveel gevelschoon op haar netvlies gebleven. Ik zal het zelf wel doen maar ik heb je advies nodig, zegt ze diplomatisch.
Wanneer?
Vandaag, nu.
Laat mij het doen.
Wanneer?
Na de kelder.
Dat duurt nog tien jaar. Hou op in die kelder en dicht die barst vandaag.
Eerst de krant en dan straks.
Goed, vandaag dan?
Vandaag.
Ze glimlacht mild. Ze denkt: wat hebben we aan woorden.
Verscholen voor een matige regenbui heeft ze een deken over zich heen gelegd. Aperitieven met een fles Pineau des Charents van Jules Gautret. Pas maintenant chérie. Ze leest, ik schrijf. Wat een geluk hier niet te moeten zitten in een achterkamertje van een krap appartement in Sint-Jans-Molenbeek zoals Sher Nazar.
Geen zin om naar hapje-tapje te gaan? Samen de wereld zien. Kom, we zijn weg van hier.
We schuiven mee in de massa. Je ruikt van dichtbij de miasmen van halfvergane parfums. Een jong vanuit tegenovergestelde richting vraagt of de sardienen die ik eet warm of koud zijn. Ik kan haar adem voelen. Ik antwoord: ze zijn lauw. Ze lacht terwijl ze voortgeduwd wordt door de menigte die in duizenden gedaantes gluurt naar het schoonste en het lelijkste.
A la anima et di corpo.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 08:21 Reageer op dit bericht

maart

Niets is verzonnen. Toch ben ik niet wat anderen denken dat ik ben. Een geheim verzwegen. De dag begint in mist. De hemel is nog zwart. Het waait nat. Mijn schedel jeukt onderhuidse pijn. Dit is mijn laatste onwerkbare dag.
Een tovenares met toverkracht slaat woedend gloeiende woorden op een aambeeld. Ze is de winter beu.
Deze vooravond heeft iets zomerachtigs. Is het het licht dat langer shijnt, het leven dat opnieuw uit de grond stulpt, het dorre dat begint te verdwijnen of kijk ik maar?
Jij hield mij wakker in paniek met blauw flitslicht in de kamer. Ik hield een baby zonder ledematen in mijn armen. Het hoofd lachte de wereld toe.
Ze strijkt een kledingstuk dat ze meteen zal aantrekken. Ze vraagt om de was te drogen. Op de slaapkamer staat een rek. Doe ik zo meteen. Dan gaat ze weg.
Vandaag schipper ik tussen wat ik zou willen en wat ik hoor te doen: mezelf onwaarschijnlijk overtreffen en halve waarheden tot de verbeelding sublimeren. Er druipt onverwacht een speekselgeut uit mijn mond.
Kijk naar die ouwe stoel in de struiken die reikt naar afwezige tijden. Zie het uitgedroogde wijnglas van gisteren rood aangeslagen staan. Het zijn getuigen in langzaam verderf.
Deze dag veegt het brood van tafel. Niet verplicht denk ik aan Kamiel. Ik houd me taai, had hij gezegd.
Ik ga proberen mijn leven te beteren want het is niet alleen van mezelf.
Tien voor negen. Ze is net vertrokken als ik beneden kom. Ik ruim het huis, vul het afwasmachien, kuis het gasvuur, dweil de vloer, klop het tapijt en de kussens uit, cireer de eettafel en maak nu stoofvlees klaar.
De zon schijnt sinds vanmorgen. Het huis ruikt naar kruidig stoofsel van laurier en tijm. De temperatuur is zacht. Het nageslacht eet vanavond mee. Ik ga zelfgemaakte frieten bij het stoofsel serveren. Niet vergeten om naar C. te bellen.
C.?
Hé, gij zijt het. Ik dacht u ook te bellen.
Is dat Cubaans optreden vanavond?
Ja.
We kunnen niet komen.
Dat is jammer. Zeg, ik ga afleggen want ik sta hier in ’t stad in een pashokje.
Even in het kasserol roeren en wat trappist bijgieten. Dan ga ik aan de buitentafel in witlicht met insecten zitten. Er ligt een goudgroen kussen op de tafel. Het is het zonlicht dat het groen een goudkleur geeft. De paasbloem die twee weken geleden verplant werd staat nog recht. Iemand in de buurt maait het gras. Een herkenbaar zomers zaterdaggeluid. Het is nog geen zomer.
Achteraan in de hof staat een meer dan honderdjarige Taxusboom en een houten kruis met een christusfiguur eraan genageld. Recht tegenover is de pastorie. Tussen het kruis en de pastorie loopt een smalle kasseiweg.
Ik proef van de saus. De stoofpot mag van het vuur. Nu kunnen de kruiden nog twee uur in het stoofvlees trekken.
Ze is blij als ze ’s avonds thuis komt en haar zonen en schoondochter ziet. Het eten is klaar. Tafelen in gepalaver. De muren luisteren mee.
De volgende ochtend sta ik als eerste op. Het is half negen. Wind en motregen. Geroosterd brood met kaas en hesp. Sterke koffie. Ik drink een tweede grote jat met veel suiker en melk.
“Je moet eens naar de kapper gaan” zegt ze, wanneer ze een half uur later erbij komt zitten. Ze wil vandaag ergens naartoe. Desnoods gaat ze alleen weg. Ik aarzel, bedenk, wankel in gedachten en…”Waarheen zullen we gaan?”
Naar een museum?
Te saai.
De markt?
Er is nog eten genoeg. Laten we een nieuwe regenton kopen.
Oh ja. Een houten regenton. Maak je klaar en kam je haar. Ze straalt.
Ik rijd. Ze kijkt verbaasd. Het gaspedaal staat rechts. Anavent, we zijn vertrokken met dertig kilometer per uur. Het moet nog wennen. Op de hoofdbaan wordt de snelheid stoutmoedig naar vijfenzestig gedreven en op de autostrade halen we een duizelingwekkende snelheid van honderd kilometer  per uur. Nog een wegomleiding, wat verkeerslichten, zien dat niets omver gereden wordt…kijk, een tuincentrum!
Waar is de parking?
Aan de overkant. We zijn er net niet voorbij.
Opgelucht volg ik haar langs de automatisch opengaande deur.
Namiddag: we zijn terug, doch zonder regenton. Het moest een houten zijn.
De jongste zoon doet aikido in de tuin.  Het gaspedaal staat nu weer op nul. Op de tafel ligt het paradijs: een half uitgelezen boek, een ongelezen krant en wat eigen schriftuur om te verbeteren.
Zal ik wat houtklompen klieven en het vuur aansteken?
Doe dat.
Stilaan wordt het later. Iemand stapt mijn omgeving voorbij. Waarschijnlijk een vrouw of een man.
De geur van mijn vingers, mijn pols…doen me denken aan deze dag.
Er komt nog iemand voorbij. Weeral heb ik niet gezien of het een vrouw of een man is. Het was op een draf, een loopje. Waarschijnlijk gaat hij of zij naar huis, gaat dan onder een regendouche of in een heet bad met geurige oliebolletjes die langzaam ten onder gaan. Daarna souper met namaakkaviaar en champagne.
Wie weet wat er nog gaat gebeuren nu het donker wordt.
Ze zeggen dat op dit uur de merels fluiten. De zon gaat onder langs de volwassen berk. Het eten is klaar.
Ik eet weliswaar met mate een avondmaal. Ziehier de romantiek van een zonnestraal in een volle maag. Wat ben ik blij om tot de bevoorrechten van deze wereld te zijn.
De nog thuiswonende zoon stuift de trap af en vraagt welgemeend of het morgen paasmaandag is.
Neen, dat is pas volgende week maar laten we proberen om een kokosnoot open te breken zonder teveel lawaai.
Ik hak met een scherp vleesmes met verbazing het hoofdje van de noot eraf.  Heerlijk dat kokossap, zegt mijn zoon. Hij snijdt het witvlees eruit en zegt: ‘van de schelp maak ik een asbak’.
Ik lees dat deze samenleving naar de verdommenis gaat en dat het ooit zal beteren omdat de geschiedenis zichzelf herhaalt. Er zou een zekere wetmatigheid bestaan met voorbedachte rade, een plan. Dan neem ik een boomstronk en gooi hem weg, vraag me af of het toeval is dat hij daar nu ligt op die onbepaalde plaats.
De hond snurkt.
Ik heb de hik. Een wind in de broek kan je nog onderdrukken maar de hik, daar geraak je niet zomaar van af. Onbedacht, onvoorspelbaar is hij en bepaalt de tijd van hikkend interval. De hik laat niets aan het toeval over…verstoort in het openbaar tot hij bevrijdend verdwijnt. De hik is weg. De stuiptrekkingen zijn verdwenen.
Ik heb een, net boven de wortels dwars doorgezaagde schijf van een oude eik gevonden, meegesleurd, het kopshout geschaafd en het brutaal gebaar van de boomzaag in het hart bewaard. Hij heeft een jaargetij binnen gelegen. Ik heb hem pal voor mij buiten op een tafel gezet en kijk ernaar in gedempt avondlicht. Nu pas zie ik de schoonheid van zijn nerven. Hij lonkt naar mij in zijn vergankelijkheid. In angstaanjagende stilte toont hij zijn vroeger bestaan. Er is een relatie ontstaan met die zwijgende getuige van het leven. En vraag ik af, hoe zou het zijn om als een mier zijn landschap te verkennen of hem als olifant op mijn weg te ontmoeten.
Ik had evengoed een mier of een olifant kunnen zijn, of een boom.

Ze heeft het laatste bot dat ze gekregen heeft afgeknaagd. Wij vegen het vet van onze kin. Voortaan zullen we elkaar een zoen geven als we thuis komen of vertrekken.

Dag schat. Een knuffel. De laatste keer, zoveel lieflijkheid vergeten.

Weet jij waar de emmer staat, vraagt hij.

Ik moet vanavond nog strijken, zegt zij.

De piloten in de vliegers vervelen zich dood. De hond luistert aandachtig naar vereenzaamd geblaf in de verte, of zou het geblaat zijn?

Ik riek weeral aan mijn pols. Het is windstil. De hemel is een schilderij. Niks beweegt. Zelfs geen zucht aan mijn kaken.  

Mijn tijd, uw tijd. De tijd beweegt van kort naar lang en omgekeerd. Hij lengt en kort. Vandaag heeft langer geduurd dan vorige zondag. Zonder klok gaat alles sneller. Het verbaast me steeds hoe snel de tijd is als men er niet aan denkt.

Het is te begrijpen. Oneindigheid niet. Nog meer zou ik het niets willen begrijpen want daaruit ben ik gekomen, daarin keer ik terug.

Er kruipt een piepklein groen insect over dit blad. Ik riek de zomer. Het koren is nog niet halfvolwassen en de maïs komt pas uit de grond. De klimop is ontembaar geworden. Dit is de vier-en-vijftigste keer.

Soms verliezen we een spel, valt zomaar een vogel in volle vlucht uit de lucht en gaan dingen verkeerd. Soms gaat alles kapot in onherstelbare breuklijnen en zeggen we neen, voorlopig ontstemd door losgeslagen regendruppels pletsend op een gespannen vilt.

Een half mensenleven lang heb ik in haar donkere ogen gekeken maar deze keer was er iets aan de hand. Er was iets afstandelijks ontstaan. In haar zelfstandigheid had ze me hulpeloos gemaakt. Ze draagt de macht van ons leven in haar schoot. Ik klamp me vast aan haar schaduw.  

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 08:49 Reageer op dit bericht

nostalik

Weeral die ijle kop. Geef mij maar het bos vandaag.

Nog duizend dagen te leven. Niet omdat het zo is. Ik wil een kalender in dalende lijn, de tijd aftellen naar het duizendtal. Vanaf nu nog negenhonderdnegenennegentig dagen. Op de duizendste dag is het feest. Als je goesting hebt, kom dan maar af.

Het is lang geleden dat ik in dit woud ben geweest. Toen waren mijn oren nog niet zo slecht. Ik ben op zoek naar de plaats waar ik met zijbijmij gespijbeld heb van school. Ze was amper zestien. We hadden een stokbrood, kaas en limonade mee. Verscholen onder een den hebben we mekaar de ganse dag gekust. Ik had nog nooit borstjes gezien. De regen voelden we niet eens.

Het dennenhars en haar geur zijn in mijn geheugen gebleven. Ik ken nog de weg.

Eerst die varens door langs een onzichtbaar pad. Dan de open plaats waar het dennenbos begint. In het midden staat nog die grote den. Ook de jongen en het meisje liggen eronder nog te kussen.

De ouderling gaat zitten, spijbelt deze keer alleen en neuriet meera voor zich uit.

Verdorie toch, ik wil opnieuw beginnen en maak er vijftienduizend dagen van.

Een heel eind verder, op een onverharde weg, komt een vrouw veel jonger dan ik met een hond voorbij. Haar haren zijn nog pikzwart. Ze moet zo rond de dertig zijn. Ik kijk haar medelevend aan. Ze bekijkt me wantrouwig. Wat zit die jonge grijsaard tijdens de werkuren in dit bos te schrijven in een kladblok op een zadel?

Ze versnelt haar pas en roept kikkie tegen de hond.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:47 Reageer op dit bericht

Meer van verbruikte toekomst

↑ Terug naar de berichten