mal4
Voor u drie?
Ja, drie voor mij.
Na het ontbijt ruimt ikbijhaar de tafel af en stopt Marco het vuile servies in het afvasmachien. Er klinkt muziek door het huis. Vandaag is het windstil. Ikbijhaar heeft slecht geslapen. Hij had over zijn vader en zijn broer gedroomd. Zijn vader was een verbitterd man die niemand genegen was. Ikbijhaar moest op een bijeenkomst een door iemand anders geschreven tekst voorlezen. Hij wist bij voorbaat dat de tekst slecht geschreven zou zijn. Bovendien kende hij het onderwerp niet eens. Daarom had hij gevraagd hem voorafgaandelijk te mogen lezen, maar de schrijver bleek spoorloos te zijn.
Hij ging naar hem op zoek in een groot gebouw waar mensen van alle soort pluimage logeerden. Het was ingedeeld in ontelbare kleine schemerige kamers die verbonden werden door centrale gangen. De mensen lagen er door elkaar. Plots zag hij zijn broer in één van de gangen. “Haast u naar buiten. Iemand zal u de tekst overhandigen” riep hij.
Eens buiten kwam zijn vader aangelopen. Hij stopte haastig iets in zijn fietszak. Nog voor hij hem kon aanspreken verdween hij alweer in het duister.
Het is snikheet. Kleine fragiele wolken vatten vuur in de azuurblauwe hemel. Volle maan heeft het ook gezien. Zijbijmij zit in de schaduw van een struik.
Moeders, we zijn blij door julie gebaard te zijn, het nageslacht te vereeuwigen en niet gedoemd in armoede geschapen te zijn.
Volle maan heeft hoog boven de vallei twee roofvogels gezien. De hoofdpijn is verdwenen. Wie kent deze laaiende maan?
Ikbijhaar zou een lied in dit landschap van stilte willen zingen maar zijn stem is te schor, verschrompeld door de roes van genot.
Niet ver vandaan breekt een vlinder uit haar eerste gedaante. In een zonnestraal proeft ze voor het eerst nectar uit het bloeisel. Zolang zal het duren tot haar veelkleurige dunne vleugels verschrompelen in haar kortstondig bestaan.
Zijbijmij en Volle maan gaan naar het dorp. Marco heeft in de zetel een deken over zich heen getrokken. Hij slaapt. Ikbijhaar zit aan een tafel bij de deuropening. De zon schijnt over de bergkam. De wind komt eraan. De kat zit naast hem op de stoel. Het voorlaatste ontbijt...de laatste brunch op deze plaats. Nog geen afscheid. Dat komt morgen wel.
Langzaam glijdt het daglicht van de heuvel en doet de wind onverwacht het blad papier op en neer bewegen. Schichtig proberen zijn gerimpelde handen alles te bedaren. Weeral hangt in het Oosten een onbeweeglijk wolkendek over de bergen. Voor de avond valt zal het hen niet bereiken.
Hij zweet en stinkt door de hitte van de dag. Hij zal zijn voeten baden, zijn oksels wassen met geurige zeep om bekoorlijk voor zijn geliefden te zijn. Hij is de tijd vergeten. Hij weet niet wanneer Zijbij en Volle maan terug komen. Het lijkt of de avond niet gaat vallen, dat het licht onbeweeglijk blijft.
De wind is opnieuw gaan liggen. Hij kwam vanuit het Oosten. Er komt rook uit de schouw. Marco heeft het vuur aangestoken. Een teken dat de dag ten einde gaat.
Pas in het avondrood komen Volle maan en zijbijmij van het bergpad gewandeld. Het was de laatste keer dit jaar.




2 reacties op dit bericht
ongetiteld
zuiver