zwartwitteveetje
Wij kregen in 1975 een zwart-wit televisie. Een plastieken draagbare met een beeldscherm van exact vijfentwintig op twintig centimeter. Vier keer is het mee verhuisd en heeft het zowat op alle plaatsen gestaan. De laatste jaren stond het stokversleten in de badkamer. Hier en daar ontbrak er iets aan maar de vitale organen waren nog intact. We konden twee zenders ontvangen. Plots besliste vooruitgang dat beelden niet meer met antenne worden uitgezonden. Van de ene dag op de andere is ons teveetje beeldloos geworden. Ze hebben het vermoordt.
Koop een cinemascreen en vraag een digitale aansluiting aan, zegt mijn zoon heel gewoon.
Ik ga buiten staan.
Er hangt sneeuw aan het rooster dat op het kampvuur van de zomer is blijven liggen. Niet ver vandaan staat vergrijzde lavendel die ik in gedachten nog zie bloeien. Nu weet ik het zeker, het kruid is aan zijn winterslaap begonnen.
Donderdagnacht had ik een schuilplaats gevonden op een bank onder een afdak in een park. Twee jongeren ruim de volwassen leeftijd voorbij hebben mijn slaap verstoord. Een van hen rijkte mij een bierblikje aan maar ik wou water. Ik vertelde dat ik hier tijdelijk was en wees hen op energieverspilling in deze tijd. Tijdelijk licht, tijdelijk seizoen, tijdelijke wereld.
Hou op met zeveren, zei een van hen.
Gistenochtend was het aan het stormen met regen. Overdag bleef het droog. Het waaide door alle kieren. ’s Avonds werd het koud en vanochtend heeft het gesneeuwd. Nu schijnt de zon.



1 reactie op dit bericht
hier