Naar de inhoud

verbruikte toekomst

verbruikte toekomst
seniorennet.beseniorennet.be

drie eigenzinnigen

Ik moest niet lang zoeken naar de Vanderachterstraat. Het huisnummer was ik vergeten, maar ik herinnerde mij nog de verharde verfborstel aan de voordeur die als deurgreep diende.
Atelier Dujardin, één van de smalle rijhuizen in een al even kleine straat waar sporadisch een auto zich een weg baant tussen het voetpad en geparkeerde voertuigen.
De gevel is helemaal dicht gegroeid.
In de zomer zit die vol met bijen, vertelt hij mij.
Hij stond me op het voetpad op te wachten.
Het is bijna een jaar geleden dat we mekaar nog ontmoet hebben. Zijn voorkomen is onaangetast gebleven in de ratrace van het bestaan.
Nog steeds diezelfde glimlach die zelden voluit gaat. Functioneel gekleed, weinig tijd om naar de kapper te gaan en vingers waarvan je niet anders kan vermoeden dat ze verbonden zijn met een of ander kunstobject.
Ik herinner me nog die dag in Toscanië, toen hij me vroeg om met hem keien te zoeken in een laagvlakte. De hele dag bracht ik hem stenen van afwisselend formaat terwijl hij die nauwkeurig sorteerde en in een voor mij onwillekeurig patroon zorgvuldig stapelde.
Daarna lag hij er gedroogd hooi tussen dat hij ’s avonds in brand stak.
Toen ik ’s morgens opstond en ernaar keek vanop een heuvel zag ik een stenen vagina in het dal.
Kom binnen.
Ik heb camembert en Chileense wijn meegebracht.
Ik volg hem langs een smalle gang naar een vertrek van vier meter op vier. Het ruikt er naar lijnolie, terpentijn en andere in flessen bewaarde producten.
Voor het venster, dat uitgeeft op een minuscuul overdekt binnenkoertje, hangt de koersfiets van zijn vader. Een prachtexemplaar uit de jaren zestig. De chromé is nog intact.
De rest van het vertrek viert hoogtij met wanorde. Pas wanneer ik aandachtig rond kijk ontdek ik de souvenirs die elke vierkantecentimeter van de muren en horizontale vlakken opeisen.
Dit is mijn fetisjkamer, zegt hij met een zekere tevredenheid.
Ondertussen improviseren we een tafel met schone wijnglazen en drie stoelen.
   Dat is mijn grootvader aan de muur.
Je hebt hier ook drie kruisbeelden staan.
   Ja. Een daarvan draagt een ivoren heilige.
Hoe is het met uw dochter? Ik heb vernomen dat je nu grootvader bent.
Er wordt op de voordeur geklopt. Een derde persoon. Gelukkig hebben we drie stoelen.
   Kom erbij zitten, Jean Pierre. En hoe gaat het met u?
Bwa, het gaat. Ik heb vandaag geplamuurd en we zijn naar de biomarkt geweest.
Jean Pierre is zelden uitbundig. Volgens hem komt dat doordat de wereld zichzelf teveel onrecht aandoet. De mensen leven te oppervlakkig. Niemand heeft nog tijd om stil te staan.
Jaren geleden hebben we in Bretagne onder ons twee op een uit de zee uitstekend rotsmassief de nacht doorgebracht.
Overdag, toen het water zich teruggetrokken had, gingen we er langs een zandvlakte naartoe.
Nog voor zonsondergang  waren we omringd door de opkomende zee.
We zagen een vuurtoren en hoorden de golven klotsen.
Die nacht heb ik als een bezetene tamtam gespeeld terwijl Jean Pierre probeerde te slapen.
Het was toen volle maan in een reusachtige sterrenhemel.
Lang blijven we hier niet tesamen. Over grootse dingen wordt niet gepraat. Dat hoeft ook niet. We leven ons bestaan.
Vooraleer ik weg ga, ga ik plassen. Het toilet is boven naast de werkkamer. Die is opgeruimd.
Naast de trap hangen drie tableau’s onafscheidelijk aan de muur.
Zie dat ge die niet appart verkoopt, zeg ik nog.
Drie eigenzinnige zielen groeten tot weerziens.
Ooit.
Scheuten bloeien uit de grond. Een schreeuw de moeite waard.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 23:02 Reageer op dit bericht

1 reactie op dit bericht

Michelly28 mei 2008 om 00:18

Een fractie

van een dag en een schilderij, dat ik zo voor me zie. Ik kan het zo in een film projecteren.Mooi.
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

katrien

Vooravond. Hoe gaat het met U?
        
Goed.
Mijn uitlaat proestte de wc pot vol
Zou het door die inktvis zijn die we gisteren aten?
Alleszins lees ik een krant bij getik van een lekkende kraan.
Er klimt vlakbij een spin over de faiënce.
Zal ik meppen of niet?
Ze is te jong om in brutaliteit te eindigen.

Het is vrijdag nu.

Ik heb een nieuwe eetplaats gevonden in de schaduw aan een voetbalveld.
Ze zien me niet zitten als ik een haring eet
en eenden ruziën om een stukje brood.
Het is middag aan ’t stad.

Katrien, wat vind je ervan?
Katrien wil pannekoek met peren
en vooral veel suiker.
Als ze dat eet drukt ze met haar suikervinger
beestelijk zacht een litteken over mijn tekst.
Dat kan je niet lezen maar zo is het wel.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 23:51 Reageer op dit bericht

ik en de wereld

Een vrouw duwt een kinderkoets voor zich uit. Ik kijk er naar.
In deze dagval vliegt een vogel langs een verknipte omheining.
Een ouderling verdeelt het mest en kijkt me aan.
De wind blaast koelte langs hem en mij.

het hooggras bloeit
      dofglanst in laag licht

mensen gaan mijn traagheid voorbij
alsof beweging en tijd veranderd zijn
in een wereld van verkapte zielen

noch de vleugelslag van een kraai
of het spurten van een vogeldier
gaan dit vermijden

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:32 Reageer op dit bericht

nieuwjaar

Besneeuwd land als een ongeschonden doek,
maagdelijk onbevolkt en een sneeuwboog
van Oost naar West.
doorkloven geest omhuld in wit satijn,
vermomd in schrijfgebaar,
geen enkele gedachte ongeschonden
bevroren in dit rijk.
Moest melancholie de grootste vijand en
liefde het opperwezen zijn,
zou dit schrijven niet geschreven zijn.

We hebben de tijd verzonnen
nieuwjaar vervroegd
het hoofd van vriend en vriendin gekust
op een zelfgekozen moment
en daarna thuisgekomen
licht de hemel op boven deze plek wat ooit een dorp was
knalt de solidariteit onder het wolkendek
terwijl de hondenteven  janken
alsof de oorlog losgebarsten is

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 23:32 Reageer op dit bericht

italië

Ik was met zijbijmij en vollemaan in Italië. Onze fietsen hadden we op de luchthaven gelaten. We logeerden in een goedkoop hotel. Wilden we naar het toilet gaan moesten we naar de tegenoverliggende kamer. Daar stond een wc pot vlak naast een bed. Ik vond het genant om ’s nachts te gaan plassen want in het bed sliep een vrouw die dan telkens wakker werd.
Kan je niet buiten gaan plassen, riep ze steeds.
Het was warm in Italië. Er scheen een vreemd licht.
In een tuin zag ik mijn oudste zoon. Wat doet die hier, vroeg ik me af. Zelf had hij mij niet gezien. Nog voor ik naar hem toe kon gaan was hij weer verdwenen.
De dag dat we naar huis zouden vertrekken was ik nog gauw naar de supermarkt gegaan. Het was een half uur te voet. Door mijn verstrooidheid was ik in stegen verloren gelopen. Niemand kon mij vertellen waar de supermarkt was, tot ik de poetsvrouw van het hotel tegen kwam. Ze was met de fiets. Net op tijd, want zijbijmij en vollemaan zouden zich afvragen waar ik bleef. We moesten op tijd op de luchthaven zijn. Ik mocht achterop de fiets. Ze reed als een bezetene langs een brede avenue tussen de autos door.
In het hotel was de kamer leeg. Zijbijmij en vollemaan zaten in het cafetaria op me te wachten. Opgelucht ging ik mee aan tafel zitten. Net toen het eten opgediend werd kwam een bedelaar naar ons toe. Hij droeg een in linnen gewikkelde boreling in zijn armen die hij ons wou tonen. Vertederd kwam vollemaan dichterbij. Kijk, zei hij terwijl hij het linnen opzij schoof. Verbijstert liep vollemaan weg. De boreling had twee hoofden.
In het vliegtuig mocht ik plaatsnemen naast de piloot. Hij zag er beschonken uit. Tot mijn verbazing reed hij met het vliegtuig langs een veldweg. Op de landingsbaan komt de wind uit de verkeerde richting. We zoeken de autostrade. Ik heb dat nog gedaan, lachtte hij.
Toen we opstegen kon hij net  hoogspanningskabels en takken van een eik ontwijken. Dan maakte het vliegtuig een salto en viel het als een steen naar beneden.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 09:19 Reageer op dit bericht

goulash

Vernield door blijdschap
gaat ze weg tot ziens
al doet een landschap tienduizend beloften
gaat ze toch
misschien niet tot ziens

goulash met brood op de binnenkoer
het onweer klettert
de hond schuilt
en regen koelt, doordrenkt de omgeving
behalve deze tafel
waarop het potloodschriftuur in regendruppels niet verwatert

ik hoor nu merels fluiten
ze zijn blij
de bladzijde is droog gebleven

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:48 Reageer op dit bericht

stalen vogels

Stalen vogels trekken wegen door purperblauw en beneden glinstert hooggras. Het is stil, behalve haar adem als ik haar aai. Zangzindig riek ik aan mijn hand. Ze kwispelt voortdurend. Ben ik een mens, vraag ik me af in gebroken stilte. Het schemert. We gaan terug vanwaar we gekomen zijn; bloeden stenen in lange stegen onder haar poten en mijn geschoeide voeten. Terug met haar naar zijbijmij. Met haar, zijbijmij naar vollemaan. Met haar, zijbijmij en vollemaan naar een ander. Dan terug met haar.
Na een nacht en een halve dag…zindert de hitte in het middaguur. Op weg naar huis blijf ik staan in halfschaduw en kijk naar bloeiend kruid tussen bewegende netels. Mijn lichaam zweet en is beschermd. Het is een vlinderdag sinds vanmorgen toen kraaien goedgezind in een vertraagd beeld opkrasten. De roofvogel is verdwenen.
Ik denk voortdurend aan mijn zoon en tel zes uur bij deze tijd. Hij is naar een ver land vertrokken.
Hier zijn de bermen nu geel en wit, pogen jonge bijen stilstand te bewaren.
De hollewegen, die blijven bestaan.
Nu het zomer is worden veldwegen alsmaar meer bevolkt door een autofiel klootjesvolk. Ze kennen de regels niet van trage wielschopschrijders. Ook de coureurs, in fluor getooid, flitsen voorbij. Ze hebben me al eens van de weg gereden. 
Later, wanneer het zonlicht daalt, lijkt een onzorgvuldig gesponnen web tussen spijlspalken zacht te bewegen alsof het strijklicht erin blaast. De nomadenspin is eruit verdwenen. Insecten scheren erom heen.
Opnieuw riek ik aan mijn hand; nu zachtzinnig versteend in een opkomende avond.




 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

fietstocht

Het blijkt gezond te zijn om veel boeren en scheten te laten. Elke dag produceren we twee liter gas en dat moet eruit.
Ik schuw grote woorden omdat ze ingewikkeld zijn. Als ik ze toch gebruik loopt het verkeerd.
Welkom beste gluurder in men wereldbeeld. Het zonlicht schijnt over deze woorden. Vertrouw me, ik ben geen leugenaar. Allang heb ik me voorgenomen om met een schaduw te schrijven over de simplesse van een bestaan.
Soms dans ik bij kaarslicht in een nachtelijk uur en vraag ik me af of het wel zin heeft dat ik dat vertel.
Ingekaderd en geboetseerd presenteer ik men beeld van deze wereld zonder het schrijf- of dichterschap meester te zijn. Innige bekoorlijkheid hangt om me heen en niemand gooit me buiten. Laat dat voorlopig een goed teken zijn.
De slaapkamer stinkt naar alcohol, zegt ze als ze mij wakker maakt.
Dan zal ik in het vervolg minder wijn drinken voor het slapen gaan, antwoord ik.
Ze gaat met vollemaan en twee vriendinnen op reis. Ze logeren halfpension heb ik begrepen. Ik krijg een zoen voor ze vertrekken.
“Gedraag U” zegt zijbijmij.
Aaanvankelijk was ik van plan om naar Amsterdam te fietsen maar Stef gaat ook op reis. Ik blijf thuis. Iemand moet voor de hond zorgen. Katten kan je alleen laten. Die trekken hun plan. Sommige honden ook maar mijn hond lijdt aan suikerziekte. Ze heeft elke morgen een spuitje nodig.
14h: Af en toe wat regendruppels tussen opklaringen. De wind valt mee. Ik fiets naar Breda. Met wat geluk en veel doorzettingsvermogen  ben ik morgenmiddag weer thuis. Dat spuitje kan tot dan wel wachten.
Een tent of een slaapzak heb ik niet nodig. Het wordt een voltijdse rit. Ik neem een fles wijn en water mee.
Fietsroutekaarten vind ik niet in de lade maar de weg ligt mij van vroeger nog min of meer in het geheugen.
16h: In de omgeving van Haacht verdwaal ik plots. Hoofdwegen die naar Mechelen leiden vermeid ik als de pest. Het moet langs veldwegen en dorpen. Dan maar de zon. Rond dit uur staat die iets voorbij het Zuiden. Antwerpen ligt Noord-West. Dat kan nooit mis gaan als ze blijft schijnen.
17h30: Ik heb het kanaal Leuven-Mechelen toevallig ontdekt. Tot mijn verbazing heb ik amper dertig kilometer vooruitgang in vogelvlucht geboekt. Verbijsterd ben ik echter niet. Het begint grappig te worden.
Altijd rechtdoor op het jaagpad naast het kanaal begint na een half uur te vervelen. Gelukkig was er die regenbui. Ik zag het op me afkomen. Een donkergrijs wolkendek waar geen baksteen zou doorvallen. Je zag hoe het in de verte een regengordijn mee droeg. Het begon koud te waaien en te schemeren. Ik had nog net de tijd om onder een laagboom te schuilen.
Prachtig is dat wateroppervlak door slagregen gestriemd. Het word tijd om van de wijn te proeven. Aan een kurkentrekker had ik niet gedacht. Dan maar met de schroevendraaier proberen.
Floeps, wijnvlekken op mijn jas.
Een kwartier later klaart het op. De zon zal de rest van de dag blijven schijnen.
Rond twintig uur komen de kaaien en de haven in zicht. Ik wil een pakje friet. Verder dan hier ga ik niet. De stad trek ik niet meer in. Alleen nog aan de kaaien zitten met een pakje friet tot de zon is onder gegaan en elke slagschaduw verdwenen is.
Ik denk aan haar, hoe ze nu bij een viergangenmenu aan tafel zit. Ik hoor hun stemmen, hun lach, en moet bekennen dat ik me nu heel even eenzaam voel. Ik blijf hier tot het donker is.
Nu, in het donker ga ik terug langs stegen en dorpen. Zolang er tegenwind is weet ik dat ik huiswaarts keer.
Opnieuw kom ik bij het kanaal. Op het jaagpad kijk ik naar het lichtschijnsel van de fietslamp. Af en toe zie ik een vleermuis voor me heen. De insecten vliegen zich te pletter in mijn mond. In Leuven zal ik een trapistenbier drinken om alles door te spoelen.
3 uur ‘ s morgens: In Leuven op de oude markt zijn de cafés nog vol. Jongerencafés. Te veel lawaai zelfs in dovemansoren. Ik zie het met mijn ogen.
Wat komt die ouwe op dit uur hier nog doen vragen ze zich dan af.
Er is nog water in de fles. Ik heb amper nog vijftien kilometer te gaan. Halverwege in het veld, rustend in een grasberm drink ik het restant uit de waterfles. Er staan sterren tussen de wolken. Het is windstil.
Ook al ben ik bijna thuis, ik verkies om in de berm te slapen.
Niemand wacht op mij.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

dertig april 2008

Waarom ben ik vandaag zo destructief en niet constructief vraag ik me af in windvlagen gezeten. Ja, de wind vlaagt, blaast door het geruimte van die enige zilverberk. Zal ik net zoals mijn vader op hoogbejaarde leeftijd besluiten om hem te kortwieken? Ik denk het niet op dit ogenblik. Onder die berk lees ik andermans gedichten en ervaar dezen met die wind die onzichtbaar blijft. Ik herken hem omdat hij dingen doet bewegen en langs mijn kaken blaast.
Vandaag heb ik me misbaar verklaard. Vandaag wil ik als een puber aan de wereld rieken.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 13:44 1 reactie Reageer op dit bericht

aardbei

Ze hebben me gefilmd en geïnterviewd. Ik heb gesproken over duivenmest, licht en bouwstructuur.
zo zit ik hier  te schrijven
deel ik een stuk geitenkaas met de hond
en zij slaapt
op het bovenste verdiep
er is geen sterrenbeeld in de hemel
waait koude naar binnen
laten we een uitstap maken,
op schoolreis gaan
zal er dauw zijn morgenvroeg
morgen in verleden tijd
en dan
ja dan
aardbeientaart
het beste ervan is als iedereen weg is
nog wat overschot wegscheppen in een laat uur
ja, met een aardbij,
een aardbij doet me denken aan men grootmoeder.
ik keek naar die groene aardbijen in de hof
helemaal groen waren ze nog, en dan werden ze rood.
we spoelden ze niet eens met water zomaar uit onwetendheid
nu liggen ze overal afgeprijsd,
op een taart met slagroom
slurp ik ze in voldoening
en zoek ik niet meer het rijpe rood tussen het groen
natuurlijk is dat niet spijtig.
Ik zou nog eens het vuur willen aansteken in de smidse en de schrik ervaren van de petsende vlam uit een apparaat waarvan ik niets begreep.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:27 Reageer op dit bericht

repetitie

De kroketten en het varkenshaasje zijn bijna gaar. Hij serveert zichzelf een bierglas met wijn  en zegt terwijl hij zijn gitaar uit de staander gritst: “Ik zal het overschot opwarmen als ik terug ben. We hebben repetitie. Er komt een zangeres”. Al zes weken wachten ze op haar, hebben ze  gerepeteerd, is ze niet gekomen, die Hollandse die in Antwerpen woont. Nu plots heeft ze gebeld om te zeggen dat ze naar de repetitie komt. Een repetitie die niet eens gepland was. Die gasten stuiven halsoverkop bij elkaar, laten hun eten staan…voor dat zangeresje dat net nu tijd en goesting heeft. Zeg me niet dat die vrouw niet domineert.
Raccist, zegt de vrouw des huizes. Je zit vol vooroordelen. Ik had beter van je verwacht.
   Kan me niets schelen. Die gasten kruipen wanneer het niet nodig is.

Macho, hoe durf je
.

Ik probeer mijn lach te verbergen en dat heeft ze gezien. Ik zie het aan de glimlach in haar ogen
.

in mijn handpalm een parfum van aanraking
ben niemands man
zeker van
het rijmt dan nog
een dronk van de trog
almoezenier of aalmoezenier in een onbekend akkoord
twijfel in de spelling
ontbonden, vroom
telkens een nieuw bestaan

veel later:
Dag pap.
   En ?
Tof.
   Zingt ze goed?
Prachtig.
   En…heeft ze présence?
Ja.
   Uw eten staat in een stoofpotje. Zet het in de microgolf
.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 11:13 Reageer op dit bericht

gele tulp

Geel troeft grijsheid af. De klok luidt de vooravondmis. Ooit zal ik deze kerk betreden, gelegen in een lijkgewaad. Dan staan ze op de stoep zonder zich mijn naam nog te herinneren. Een sermoen. Daarna verdwijn ik in een stenen pot.
Die ene gele tulp bloeit telkens in het begin van de lente op dezelfde plaats. Overdag staat ze open. ’s Avonds vouwt ze zichzelf dicht. Dit seizoen heeft iets sacraal. De gewassen komen tot leven, de bomen knoppen, het wild zit te paren. Vogels galmen in nog schemerige dauw. Het is nieuw leven dat zich herhaalt. Zonlicht daalt langs de torenspits van mijn dorp. Ik zie schichtige muggen. Er is geen wind meer.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:18 1 reactie Reageer op dit bericht

hommel

Ze was rustig onderweg. Ze slenterde zelfs. Regelmatig bleef ze staan om geuren op te snuiven. Mijn ouwe hond. Deze dag is fris in tegenwind, heeft witte lucht en schittert licht. Ik ga de kroonlijst doen. De keuken is opgeruimd. Even neusbloeden.
Het schuurpapier schort de nerven zacht. Het schuurt glad.

Papa, ik ga naar de bakker. Wil jij ook een broodje?
Neen, ik heb al gegeten.

De hond staat voor het hek. Haar rughaar kuift omhoog. Hoe vermagerd ze ook is, nu ziet ze er als een krachtpatser uit.
Ik schuur verder. Daarna schilderen, ook al motregent het zacht. De ladder op. De verfborstel is minder glad. Vanavond maak ik een gestoofde kippenbil met ajuin en wortel klaar. Doe nu het gereedschap weg en poets de grond. De dag is zo voorbij. Zie hoe die hommel weg kruipt over de betonstenen. Hij is doordrenkt met water. Als hij voor het donker niet opdroogt is hij verloren. Ik zal hem op een schotel lokken en in huis te drogen leggen. Dan kan hij morgen zijn tocht verder zetten… of ik stamp hem dood. Als mens kan ik hierover beslissen. Toch niet. Hij is vanzelf gestorven.
Het eten is bijna gaar.
Insecten stuiven met dodelijke kracht in het tegenlicht. Nu zie ik het pas. De merels fluiten de regen door.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:06 1 reactie Reageer op dit bericht

azuurblauwe morgen

Azuurblauwe morgen. De kraai vliegt in het gouden tegenlicht, samen met spurtende fazanten door dauw. Ik blijf staan en kijk naar het zonovergoten heuvellandschap. Van huiruit zie ik alle windstreken. In het Oosten hangen nog mistslierten in dalen. In het Westen ligt mijn schaduw op omgeploegde leemgrond. Ze roffelen de tijd. De dovenetels bloeien al.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 12:35 Reageer op dit bericht

roofvogel

Er zit een roofvogel op een weidepaal. Hij vliegt weg als hij mij ziet. Ik bewonder zijn vlucht.

Vanmorgen zag ik op een weidepaal een grote roofvogel uitrusten. We waren zo dicht bij elkaar dat ik zijn blik kon zien. Zijn bruine veren waren verward. Hij vloog weg toen hij me zag. Met bewondering keek ik naar zijn vleugelslag. We gingen onze eigen weg.
Het einde van de dag nadert. Het verkeer raast nog door. De zon spuwt haar schoonste warm. Ik wacht op de merelzang.
Ik hou van steen. Een heel klein beetje begraaf ik mezelf in zijn verleden. Stenen vertellen een oeroud verhaal over erosie en hun ontstaan.
Als kind droomde ik vaak hoe ik naar de diepste krochten in de aarde trachtte af te dalen. Zou ik er de hel ontmoeten of juist niet?
Stenen bewaren in hun binnenste hetzelfde geheim.
De zon is onder. De hemel is naakt. Het wordt koud. Het lawaai is onuitstaanbaar. Ik doe mijn hoorapparaten uit.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:46 1 reactie Reageer op dit bericht

zaterdag twaalf april 2008

Het blijft droog. Ik cementeer de achtergevel per vierkante centimeter. Tussen de mortel in knabbellen aan een varkenspens. Verdomde vleeseter. De wind blaast over mijn schouders. Ik presteer vandaag. Zijbijmij zal blij zijn vanavond met het resultaat.
Tussentijds zie ik de spirea bloeien, kleurt de aankomende lente geel. De zoon komt thuis. Hij riekt naar zweet en tabak van een voorbije nacht. Mijn lijf riekt naar cement. Voor het schemert ga ik het gereedschap kuisen, me wassen en een maaltijd prepareren. Veel overschot van tijd is er niet.
De vooravond is stabiel. Terwijl de gloed straalt worden stilaan de patatten gaar. In de keuken ruikt het naar waterdamp. Ik wacht op haar.
Nu de maaltijd verteert ga ik weg langs een veldweg met mijn bejaarde hond en kijk naar haar niet aflatende speelsheid in licht dat strijkt. We spelen stokje gooi, ook al heb ik een zere rug. Geel word goud in men ogen. We schreeuwen een onverstaanbare taal. Dan wordt het donker in een restant van omgeploegd stoppelgraan. Witlicht schemert vanuit een halfbewolkte hemel. Langzaam, later in de nacht,  blijft de maan verscholen in joelende wind. De berk verliest zijn laatste najaarstakken. Hier, …elders schreeuwt de wereld een lied.Het wordt tijd om naar huis te gaan.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:44 1 reactie Reageer op dit bericht

Brussel

De milt van boestering staat in de oven te stoven. Het vriest, de hemel is wit. Rijm blijft aan takken hangen. Na een half uur beginnen blote vingers te tintelen van de kou. Het is de charme van de winter. Bij deze wens ik U in dit nieuw jaar hetzelfde dat ik mezelf zou toewensen. Ooit zien we elkaar nog wel eens, misschien op een fiets. Laten we daarover niet onzeker blijven. Zelf heb ik mij gedistantieerd als een vlierenfluiter die uw landschap probeert te versieren. Deze samenleving reguleert zichzelf wel zonder mij. Ga nu maar slapen en kruip weg in een droom die je zelf niet gekozen hebt. Misschien ga je wel vliegen over afgronden of opnieuw dingen doen die je heel lang geleden gedaan hebt of wilde doen.
Slaap en droom, kameraad.

Hij is in slaap gevallen en niet meer wakker geworden. Hij was een merkwaardig figuur.  Eigenzinnig overleefde hij de nachten in koude seizoenen buiten. Hij was een stille. Nooit grootse dingen van zichzelf verwacht, in de krochten van de geest geleefd, zichzelf afvragend waar de zin eindigt en de waan begint.
Het is drie februari tweeduizend en zes, namiddag tegen het avonduur. Ze hunkert. We vertrekken.
De omgeving is met vorst bedekt. Er vallen sneeuwvlokken heel even maar. Het wordt donker. Het gaat nog harder vriezen.
De ochtend daarna is de omgeving ontdooid. Voorlopig geen vodden aan deurkieren meer leggen, geen vorstbril tegen tranende ogen meer, handschoenen uit. De strijd tegen de vrieskou is daarom nog niet gestreden. De winter ligt nog altijd op de loer.
De boenwas is op.  Ik fiets langs het Zoniënwoud naar de Hoogstraat in Brussel om een nieuwe pot. Het verkeer loeit de stilte weg en teert de longen. De Franklin Rooseveltlaan, langs beide zijden geflankeerd door appartement- en bureelgebouwen met onbelopen voetpaden, heb ik lang niet meer bereden. Dan de chique avenue Louise. Ik ben Brussel binnen gereden. Van hieruit gaat het naar de Marollen. Langs het Zuid strand ik in Anderlecht in stegen waar het zwerfvuil zich opgestapeld heeft. Er is een kapperszaak. Voor de vitrine hangt een poster van Jacques Dutrong en Jonny Halliday. Ertussenin een blad papier met handschrift beschreven: cinq euro la coup. Het zit er stampensvol. Het haar wordt hier geknipt zonder onderscheid van gestalte, ouderdom of afkomst. Iedereen is er gelijk. De tondeuze wordt met de hand bediend. Als kind ondervond ik dat het soms pijnlijk kan zijn. In het café op de hoek, chez Sharif, zitten ouderlingen getooid in lichtbruine wollen puien, broederlijk te slurpen aan in limonadeglazen uitgeschonken thee. Hun ogen zijn helder, hun lippen spreken welgemeend. Die Arabische taal heeft iets heftigs en zangerigs. Marokkanen en Algerijnen  zullen me hier niet omver rijden. De Afrikanen wonen aan het Zuid. Daar zijn de reisbureaus die je voor een appel en een ei met een minibusje naar verre oorden brengen. Moslims, zatlappen, schooiers, brabbelaars met een pruik op hun kop. Hier hoeft men zich voor niets te schamen.
Aan de rivier onder de spoorwegbrug zitten twee eenden mekaars veren te schikken. De loodsen aan de overkant lijken verlaten. Toch spuwen schouwen witte rook. Er rijdt een goederentrein voorbij. De pilaren van de brug zijn met graffiti beschilderd. Een rood hartje met een pijl doorkliefd en daarnaast de namen van Gert en Fien.
Het wordt tijd voor een dronk uit de trog. Wat bent u mooi, lieg ik veel later tegen het oprukkende donker.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 20:20 1 reactie Reageer op dit bericht

droomhuis

Dan komt de droom als een bloot lijf… naakt laat geen verbeelding meer toe.
Er is een huis met ruimten die me toebehoren. Ik ben niet alleen. In het huis is een kleine stoffige ruimte vol spinnenwebben. Alleen ik ga daarbinnen. In het huis bevinden zich plaatsen waar verondersteld wordt dat ik die niet betreed. Weelderige ruimten die ik stiekem verken. Verlaten ruimten die onaangeroerd horen te blijven. Onbewoond. Toch is er iemand als ik er niet ben.

Onverwacht schuiven zwarte turbulente wolken over daken, loeit de wind. De sterren aan de hemel bewegen snel in flitsende explosies.
Na de storm fiets ik langs grauwe straten met smeltende sneeuw.
In een vlaag van helderziendheid zie ik een kind omkomen.

Ik spoed me naar de plaats waar het ongeluk gaat gebeuren en zie het kind aan de straatkant onbedachtzaam spelen. Het loopt nog onstabiel met de handjes graaiend in de lucht.
De weg is glad. Er komt razendsnel een motor zigzag aangereden. Ik ken die motor. De bestuurder is een vriend van mij. Ik snap niet wat hem bezielt. Ik sta als aan de grond genageld en kan niets doen.
Vooraleer er verder iets gebeurt sta ik bij dageraad in een verlaten straat. Ook hier ligt smeltende sneeuw. Het is de straat waar ik opgegroeid ben.
Het licht schijnt beneden in het ouderhuis. Ik zie mijn moeder in kamerjas ronddwalen.

Verder dan de voortuin kom ik niet. Ik ben om een of andere reden bang om met haar geconfronteerd te worden, ook al weet ik dat ze ongerust is omdat ik al twee dagen weggebleven ben.
Dan word ik wakker met mijn vingers in haar haren gedompeld.
Ze slaapt verder.
Ik sta op in wakende dagelijksheid, zit nu het beeld van mijn droom te boetseren in een opkomende zon. Ik rook een sigaret en blijf  maar zitten. De droomnevel trekt langzaam weg.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 05:49 1 reactie Reageer op dit bericht

dampende mest

Vanmorgen onderweg

keek ik naar dampende mest.

En nu…

is er veel verkeer op de brug

met graffiti op haar peilers.

 

Hoogspanningsmasten grijpen verbonden

in een wolkenloze hemel.

Zonlicht schijnt over lentebloesem

vingerschaduw op dit blad.

 

Aan een oorlogsbunker blijf ik staan

en kijk naar de voorbijrazende trein op een verhoogde berm.


De pisbloemen bloeien al dood.

 



Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van verbruikte toekomst

↑ Terug naar de berichten